Blog van Kind

Vers van de pers; heet van de naald: Kind heeft haar eigen blog!

Wat komt er allemaal op haar blog te staan?
Roos (ahum) gaat schrijven over: “wat ze heeft meegemaakt,” en
ze zal ook “mooie uitspraken, nailart-tutorials, recepten, lieve,
mooie en bijzondere foto’s plaatsen. Het wordt een fantastische tijd!”

Lezen dus, dat Blog van Kind!

Brombeer en Koekepeer

Een tijdje geleden sloeg het noodlot toe: hoppa, wèg internet. Plus de telefoon  dood. Natuurlijk ben ik gezegend met een mobiel, maar geen internet, dat hakt erin. ’s Avonds is alles nog steeds zo dood als een pier.  Wij huisbewoners kijken elkaar aan. Dat wij 10 jaar geleden nauwelijks nog van het World Wide Web af wisten en nu warempel afkickverschijnselen krijgen.

 

Vrijdag: nog steeds niets. Manlief belt ’s avonds de klantenservicelijn. Eerst ratelt een mechanische mevrouw een riedeltje van vijf minuten af en daarna hoor je dat er een wachttijd van 20 minuten is. Komt de hulplijn om in de hoeveelheid klachten? Zijn ze rete-sloom? Is er personeelsgebrek? Morgen nog maar eens proberen.

Zaterdag: hè hè, eindelijk een medewerker aan de telefoon. Wij treffen het, want maandagmiddag AL komt een monteur. Máándag pas? Katterdekat.

 

 

Maandag: Oh wonder, de landlijn rinkelt. Ik kan het nauwelijks bevatten.

‘Hallo met Mirjam,’zeg ik opgewekt.

‘Jansen,KPN,’ blaft een chagrijnige stem. ‘Doet uw modem het?’

‘???…modem?’

‘Mevrouw, ‘t is maandag…ik moet nog veel mensen bellen. Doet het modem ‘t?’

Nee, nou wordt ie mooi. Ik leef al vijf dagen zonder internet, een mens zou van minder aan de drank raken, en dan is meneer-de- KPN een Brombeer.

‘Hij doet ‘t,’ zeg ik.

‘Weet u dat zeker? Dat ik niet voor niks een monteur naar u toestuur.’

‘Hij doet ‘t,’ zeg ik.

‘Ké.’ tuut tuut tuut. Vriendelijke mensen. Hoe ga je er mee om?

 

 

Een half uurtje later gaat opnieuw de telefoon.

‘Halo mefrau medhoezzein fande kabé-èn’

‘Eh… pardon, met wie?’

‘Medhoezzein fande kabé-èn, zhtoringzdienzt. Ik zta in de kazt.’

In de kast? Wat een vreemd gesprek…

‘U heefde nog gheen ADé-èSh-L?’

‘Oh! U bent van de KPN?’

‘Ja, hihi, Hoessein, ik zta in de ztoringzkazt. Ik kan zien u heefde nu weer ADé-èS-L. Zonder monteur.’

‘Echt waar, heb ik weer internet!?’ Joehoe! Vlag uit! Champagne! Turks fruit!

‘Er waz kabelbreuk. Vanochtend wij hebb ontdekt. U bent laatzt van main klaggtlijzt die inderned kraigd. Iemand moed laatzt zijn, ja?’

‘Ach, nou ja…nu heb ik weer internet! Mag u nu uit de kast?’

‘Ja,hihihi. Heefde u verder…’

Op de achtergrond klinkt ineens een heel luidruchtig: ‘SÉ-SAM-STRAAT, lalala… ‘Main mobiel, evn wagde, zorry mefrou.’ Hij giechelt en praat kort in het Turks.

‘Halo mefrau? hihihi. Iz main zoondje die belde. Hai zegde altait Meenir Koekepir tegen mai hihihi. Hij heeft geleerde op peudershpilzaal. Ik ga nu ophangen, ja?’

‘Bedankt voor uw telefoontje,’zeg ik. ‘Dag meneer… de Koekepeer,’ laat ik erop volgen. ‘Daag mefrouw… Koekepauw hihi HAHAHAAA.’ De man gíert het werkelijk uit.

Fijn. De middag is in elk geval een stuk ‘goeier’ dan de morgen!

 

Dáár gaat ze…

 

De eerste druppels van een grote bui vallen naar beneden. Ik reik Kind haar regenpak aan. Ja, hallo! ben ik van de trap gepletterd? Ik denk toch zeker niet dat zij in dat pak onderweg naar  school gesignaleerd wil worden? Dat verpest haar aanzien voor de rest van het schooljaar. Nee, zij laat zich liever zeiknat regenen. Het maakt toch niks uit, mokt ze, want ze heeft toch een bad hairday…

Goed dat ze voor vertrek nog ff mijn toverdoos opstartte en haar eerste roosterwijziging binnen haalde. Kortom: helemaal back in business. 

 

‘Ik moet nou echt gaan hoor mam, anders kom ik te laat!’ 

Zwaaiend fietst ze de hoek om. Ze heeft er zin in!

 

Veertien komma zes

Het leven van een middelbare scholier is zwaar, retezwaar. Om precies te zijn veertien komma zes kilo.

Ding dong! Kind valt zo ongeveer steil achterover met haar twee tassen vol kersverse schoolboeken. De oogst is enorm. ‘Ik heb de meeste boeken van heel de klas,’ klaagt Kind trots, ‘ze-ven-en-twin-tig!‘ Zo, das veel. ‘Komttattan?’wil ik weten. ‘Dubbel profiel…’ mompelt ze. Even komt er een bedenkelijke trek op haar gezicht, misschien toch wel erg veel, maar ja, na een jaarlang stevig nadenken was dat wat mevrouw  wilde: Cultuur & Maatschappij met een Economie & Maatschappij profiel, samen goed voor elf examenvakken. Alles in het kader voor “later.”

 

Ze rukt haar sport- en rugzak open en declameert het aantal boeken per vak: ‘Geschiedenis vier…., economie drie…’ Nou èn?, denk ik. ‘biologie drie…’ Big deal. ‘Latijn…vijf!’ Interesseert me geen lor. Ik wil maar van één vak weten hoeveel boeken het heeft. Dat weet Kind, dus rekt ze nog even. ‘Wiskunde…’ ‘Hou op!’ stampvoet ik. Ze trekt een tevreden grijns, gelukt! ‘Kijk eens, jij je zin,’ zegt ze,’het zijn er drie, alsjeblieft.’

 

Soww, drie! Mijn hart maakt een sprongetje. Met een onverklaarbare inhaligheid en nieuwsgierigheid blader ik versneld door de inhoud. Ik heb geen schooljaar nodig om deze boeken Nederlands stuk te lezen! Wel jammer dat ze weer ingeleverd moeten worden… Kind zit in kleermakerszit op de grond en mompelt zacht tegen zichzelf: ‘Leuk, de Romeinen…’

We scheuren ons los van de boeken, en maken er een grote stapel van die we op de weegschaal smijten. Kind kijkt voldaan: ’Niet mis, 14,6 kilo kilo,’zegt ze. ‘Aan het eind van het schooljaar zit alles in je hoofd,’ zeg ik. Nou dat weet zij zo net nog niet. ‘Nu moet je alleen alles nog kaften,’ zeg ik. ‘Hoezo ik?’ zegt ze, ‘ik heb jou toch…’ Jeugd van tegenwoordig! Na het kaften heeft zij er weer een heel jaar plezier van. Van het kaftpapier dan hè, niet van de boeken.

Koekje erbij!

 

Ben ik getuige van een echtelijke ruzie? Een mevrouw is duidelijk boos, scheldt tegen een meneer en maakt zich haastig uit de voeten. De man – pedant, in deftige dracht, onder de indruk van zichzelf, en een eind in de 70 – neemt plaats achter een tafeltje op het terras. Hij kijkt geïnteresseerd naar de lucht. Een dikke grijsaard achter me zit te schuddebuiken van de lach. Zo te zien heb ik iets gemist.

 

De meneer kijkt van de lucht naar mij en knikt vriendelijk. Ik wil best vriendelijk terugknikken, maar voor je ’t weet, vat hij dat op als een aanmoediging en ik loer niet naar mannen. Ik ben op het saaie af zó immens degelijk, je zou er van in slaap vallen. Gatfer, nou geeft ie me nog een knipoog ook. Hij zit rechts, ik kijk strategisch naar links. Twee nieuwe dames arriveren op het terras en gaan kletsend achter een tafeltje zitten.

 

Na tien minuten wachten wil ik koffie. Mèt een koekje. Verdikkeme, waar blijft die luie bediening? Mopperend in mezelf loop ik naar binnen, op zoek naar iemand van het personeel. Ik heb zin met mijn vuist op tafel te slaan. Nou, Kakel, sla je niet een beetje door? Sorry, ik laat me teveel meeslepen door mijn irritatie. Ik ga naar de wc en vul mijn bidon. Nog steeds nergens personeel. Vreemd.

 

Ik loop weer naar buiten. Kijk eens aan, de opdringerige meneer zit naast de nieuwe dames! Ze kijken niet blij.  

 

De zon gaat schuil, en ik hou het voor gezien en loop naar mijn fiets. Eén van de twee dames op het terras springt bruusk overeind en schreeuw boos: ‘Smerige vent!’ tegen de pedanterik. ‘Durf je wel, eervolle vrouwen lastig te vallen?’ Ze zwaait met haar vuist, waarbij haar handtas gevaarlijk in zijn richting zwaait. De andere dame gaat naast haar staan, maar heeft minder lef dan haar vriendin. De dikke grijsaard klapt zo goed als dubbel van de lach. De eervolle vrouw keert zich naar hem om. ‘En u?’ foetert ze, ‘schaamt u zich niet? U zou het voor ons op moeten nemen!’

 

Eensklaps is de man het lachen vergaan. Hij staat op, legt gehaast geld op tafel en draait zich om. In zijn haast botst hij tegen de opdringerige man die tegen de schuchtere vriendin valt. Suiker- en melkpotjes vallen op de grond. De chaos ik compleet. Ik sta gewoon te knipperen met mijn ogen. Wat een terras! Jammer dat ze er niks te drinken bij hebben… 

 

Onder de gordel

Kijk eens, wat een aantrekkelijk stel mannenbenen! Ik geef toe: deze foto is onder de gordel, maar dat uitzicht! De benen van een sterke man; sokken in zijn crocks; een lange, korte broek en daarover een elegant oranje schoort. Maar wat leverde hij fantastisch lekker werk!

 

Met geroutineerde handbewegingen draaide hij als een pro het vlees op de bbq om; hij floot er zachtjes, en werkte zich het zweet onder zijn oksels. Die vlekken gaan er zonder extra vlekkenmiddel niet uit. Ik kan het weten, want ik heb vlak naast hem gezeten. Uiteraard zat ik op de eerste rang; dicht bij de warmte èn het afgebakken vlees. Iedereen had het naar zijn zin en genoot ongeremd van het eten. Tot de schemer inviel en de muggen zich aan ons tegoed kwamen doen. Je had ons naar binnen moeten zien rennen!  

 

Helaas zat het feest er toen op. Helaas? Nou, voor één iemandje niet, want die zat knorrepottend in een nachthok. Die mensenmassa in de tuin had hem tegengestaan. ’t Was ook nog maar zo kort geleden dat hij van ondervoeding was flauwgevallen. Alsof het zijn schuld was dat zijn baasjes hem van pure liefde vol hadden gestopt met lekkers. Opeens paste hij niet meer op de kattenweegschaal bij de dierenarts, en moest hij onverdoofd een streng dieet volgen. Alleen omdat hij, Lollie, een beetje dikkig dwergkonijn was! Vanaf dat moment kreeg hij één minihandje brokjes per dag en verders niks. Hij had al  afgekloven nagelstompjes en verder niets dan houtjes om op te bijten.

 

Gedreven door de honger was hij aan de poten van zijn hok begonnen. Van het ene op het andere moment was hij onwel geworden en…BAM!…ineens achterover gevallen. Echt waar: bijna was de honger hem fataal geworden. Een reuze bof dat hij op dat moment bij Oma logeerde. Zij propte hem vol voer en masseerde zachtjes zijn buikje. Toen zijn baasjes terugkwamen van vakantie en het verhaal hoorden, schrokken ze zich te pletter – lekker, net goed- en beloofden hem nooit meer op dieet te doen. Wat maakt het ook uit? Dan toch gewoon voortaan op de hondenweegschaal?    

 

De familie reed tevreden en doorvoed naar huis, en Lollie strekte zich behaaglijk uit in zijn hok. Blij dat aan alle feestvreugde een eind was gekomen.

Zonnebloemen in februari

 Stelletje tortels. Groot feest vandaag bij een knap kopppeltje tortels, want ze vieren dat ze 12 ½ jaar geleden geen nee zeiden tegen elkaar. Het straalverliefde stel was het met de ambtenaar van de burgerlijke stand eens: hij hoopte dat het een memorabele dag zou worden. Nou mensen, daar zijn ze in geslaagd! Na de huwelijksvoltrekking stonden ze stralend op het bordes. De bruidegom nog knapper dan anders. Een handje witte duiven werd losgelaten en die wisten niet hoe snel ze terug moesten vliegen naar hun nest.

KKKKKoud! Want het was zo vre-se-lijk koud; er lag minstens een halve meter sneeuw en op de stoep kon je glijden. Het bruidspaar vroeg of we, vóórdag de receptie begon, even buiten bij de fotograaf wilden komen. Zonder jas. Want dat staat nog eenmaal leuker op de foto. Tuurlijk. En waar zaten ze zelf? Precies: binnen; gelukzalig te zitten achter een warm drankje. En wij maar lachen naar de fotograaf. Nog een geluk dat de  glimlach op onze gezichten bevroor. Kinds rode haartjes troken blond weg van de kou; ik had een rode neus en  iedereen dacht dat dat van de drank was.

Party, party! Voor vandaag hebben ze iets leuks bedacht. Iets wat ons ongetwijfeld over 12 ½ jaar vast nog zal heugen, want we gaan met elkaar eten…Buiten! We kijken er al wéken naar uit, om precies te zijn twee. Hopelijk hebben ze een flinke terrasverwarmer, want we gaan barbeknoeien. Met zulk weer! Ik heb de beenwarmers al van zolder gehaald en tweedehands regenponcho’s bij de kringloopwinkel gekocht. De kaplaarzen uit de garage staan al  binnen, want als je daar koud instapt, heb je heel de avond de koude pis. Misschien als ik de bruidegom lief aankijk, dat hij de satéstokjes voor me wil omkeren?    

Alle gekheid op een houtje: we gaan er een feest van maken in die tent! Want wat was ze een mooi en dik (en) tevreden bruidje. Ze straalde als het lentezonnetje. Broeahs ongetemde wilde haren zaten tijdelijk onder de (p)lak. Het was dan wel berekoud op ons vel, maar warm in ons lijf, want Broer trouwde met een topwijf.

Maar owee als er weer een fotograaf is…

De gezusters House

Hortend en hikkend komt hun auto naast de mijne tot stilstand. Er zitten twee rasechte Hollandse dametjes in die zich degelijk hebben voorbereid op het zomerse weer buiten, want reeds in de auto hebben ze hun doorzichtige regenkapjes al op. Buiten is het droog.

Ze lopen synchroon en op de manier zoals House dat doet: zwaar leunend op been en stok, zodat ze daarna een iets verende beweging omhoog maken. En dan allebei tegelijk, want ze zijn tot in de detail een tweeling! Ze lopen het winkelcentrum in en nemen niet de moeite hun regenkapjes af te zetten. In hun vrije hand hangt een ouderwets tasje. Hun monden bewegen een stuk sneller dan hun benen.

Een uur later loop ik naar het toilet bij de Hema, en zie daar: de gezusters House gaan aan een tafeltje zitten. In de Hema schijnt blijkbaar de zon, want de kapjes mogen af. Ze voelen aan hun haar. ‘Ze zijn wel fijn die kapjes, hè, maar je haar gaat er altijd zo plat van zitten,’ verzuchten zij tweeën eensgezind. Ze vouwen de droogkapjes op en binden ‘m om de stoelleuning vast. Ziezo, die kunnen ze straks niet kwijtraken. Ik duik het dames(!)toilet in en doe ik een merkwaardige ontdekking. Op de spoelbak ligt een autosleutel, die ik beleefd afgeef bij de klantenservice.

Met veel tasjes rijker sta ik bij mijn blauwe koets. Halleluja, net op tijd, want het begint te spetteren. Vanuit een ooghoek zie ik tweeling House aan komen hobbelen. Het begint plenzen en voor hun doen stappen ze stevig door, tot ieder naast een autoportier staat. Voelen in jaszakken, zoeken in tasjes, wisselen ongeruste blikken… Aaaahh, er begint me iets te dagen (blond hè, neem ‘t me niet kwalijk.) Ik stap uit. ‘Bent u uw autosleutel kwijt?’ Ze knikken. ‘Ik heb ‘m gevonden’, zeg ik, ‘op het toilet bij de Hema.’ Ze kijken elkaar aan. Moeten ze nou weer dat hele pokkeneind teruglopen? Vandaag nog? Zaten ze nou maar in een rolstoel. Samen met de regen zakt de moed hun in de schoenen.

‘Ik ga wel even,’ bied ik aan. Ja, als je Kind vrijwillig in de bejaardenzorg werkt, kan ik moeilijk achter blijven. Ik hol naar de klantenservice voor de sleutel, breng een bliksembezoek aan het cafetaria  – ‘sorry, ik ben iets vergeten, ja, dank u wel’ – en race naar de uitgang. Buiten trekken ze alle sluizen open. Mensen wachten op een kluitje bij de uitgang tot het ergste water gevallen is. De zusjes House staan zeikzat en verkleumd naast hun auto. Zonder regenkapje. Dáár krijgen ze pas plat haar van…