Een goed begin

Keek op de week (23)

Nogal wiedes dat Roos’ koffers overbelast waren: ze had een vracht aan souvenirs bij haar. Zelfs voor Rosa, en prijsvraag voor mijn blog heeft ze geschenk meegenomen.
Ik kreeg o.a. blauwe fles uit kringloopwinkel van Kuopio. Een meesterzet!

AD had in weekendbijlage speciale editie over schoonmoeders waarvoor lezers verhaal konden insturen. Schreef en verzond bijdrage onder pseudoniem.
Kreeg email van redactie of het onder echte naam mocht; ze vonden het zo’n lieve brief.
Alleen als het zonder woonplaatsvermelding mocht, stelde ik voor.
Ze gingen akkoord. Mijn verhaal staat in bijlage.

Roos wilde een ukelele. Ik probeerde muziekstuk buiten de deur te houden, maar Roos’ wens is Joris’ command.
‘Je zingt in een koor, hebt al een keyboard en een gitaar.’
Dovemansoren.
‘Ga er een middag voor strijken,’ opperde ik.
‘Schat, wil jij soms ook een ukelele?’ vroeg Lief.
Weet niet wat Roos in roodharige hoofd haalt. Misschien wil ze singer-songwriter worden. Mocht ze concert gaan geven, dan verloot ik 100 gratis toegangskaarten onder mijn lezers.

Traditiegetrouw bakken Joris en Roos op oudejaarsdag oliebollen en appelflappen. Ze nemen bestelling van m’n ouders op en bezorgen ze ’s middags vers van de pers.
Vond het dit jaar tijd voor breuk in traditie. ‘Kom ’s middags bakkie koffie drinken en oliebol happen,’ riep ik tegen m’n moeder door telefoon.
Ze had duidelijk oren naar uitnodiging, en vroeg: ‘Kan ik nog iets voor je meenemen?’
‘Je portemonnee. Dan rekenen we je bestelling af als je de deur uitgaat,’ grapte ik.

2016 struikelt naar een eind. Prima, ben er klaar mee.
Op naar 2017: een nieuw jaar met nieuwe kansen!
Doe niet aan goede voornemens maar op valreep schoot me iets te binnen: met jaarwisseling een glas champagne achterover klokken. Daarna nog halfje voor de smaak, aangeschoten naar bed en slapen binnen vijf minuten. Dá’s nog eens een goed begin van het nieuw jaar!

Lieve lezers
Bedankt voor jullie trouwe bezoekjes, aanmoedigingen in tijden van nood en warme reacties op mijn blog.
De aller- állerbeste wensen voor 2017! 

Retourtje Finland

Nauwlettend houden Man en ik de schuifdeuren in de gaten. Waar we in augustus op Schiphol haar laatste glimp vasthielden, is onze blik wederom gefocust op een lang vrouwspersoon met vlammend rood haar.
Het is de hoogste tijd dat Roos terugkomt, want mijn teennagels zijn aan een opknapbeurt toe.

De vier maanden dat ze weg was, zijn omgevlogen, maar het wachten in de Aankomsthal duurt eeuwen.
Eindelijk, daar is ze!
Roos had beloofd á la “All you need is love” met grote passen en wijd gespreide armen in een vertraagd tempo naar ons toe te komen lopen. Aan de praktische uitvoering ervan – het meezeulen van twee koffers, een tas en rugzak – heeft ze geen rekening gehouden. De ontvangst is daarom ouderwets, desondanks straalt ze alsof ze het Noorderlicht heeft meegenomen.

Mensen, rolkoffers, mobiele telefoons, muziek…alles valt naar de achtergrond. Even zijn we met z’n drieën alleen op de wereld. We lachen tot onze gezichten er pijn van doen.
‘Wat is je haar lang geworden!’ valt me als eerste op, en speur haar gezicht af: is ze volwassener geworden? Zelfverzekerder? ‘Je bent helemaal niet veranderd,’ constateer ik verbaasd.
‘Nee suffie, we hebben hartstikke vaak geskypt!’ zegt Roos.

Haar mond staat geen ogenblik stil. ‘Haha, mijn koffer was te zwaar. 22,6 en 27,3 kg. Vroeg die man bij de balie in Kuopio of ik iets kon verplaatsen of weggooien.  Ik zei: nee, dat gaat niet lukken. Toen moest ik 30 euro bijbetalen, maar blijkbaar kan dat alleen met een credit card, en die heb ik niet, dus mocht het gratis.’

‘Hoe rijdt de nieuwe auto? vervolgt ze in rap tempo. ‘Wanneer mag ik erin rijden, pap? En vind je het niet zonde dat Rosa in de vakantie op de boot naar Noorwegen of Zweden de nacht erin moet doorbrengen?’ wrijft ze er nog wat verder in.
Joris zucht. Amper een halfuur staat z’n dochter op Nederlandse bodem en ze probeert ‘m al op de kast te jagen.
Roos en ik klampen ons aan elkaar vast van de lach.
‘Kom maar hier met die koffers want dat gaat zo niet werken,’ zegt Man getergd.
‘Ach pati – een kreet overgehouden van Latijns les – je weet toch dat ik je gemist heb?’ Om dat te bewijzen, geeft ze hem een dikke zoen.
Joris kijkt meteen blijer.

Onderweg – hand in hand op de achterbank – vraag ik wat het meeste indruk heeft gemaakt.
‘Alles. Echt alles, maar het Noorderlicht en de husky-tocht het meest. Zo’n sleehondentocht  vind jij ook tof, mam! Maar niet halverwege van die slee vallen, hè? Vind ik echt iets voor jou.’

‘Ik heb Elstar appels voor je gekocht,’ zeg ik.
En ik latte macchiato!’ roept haar vader.
‘Lékker,’ zegt Kind en ze zucht van welbehagen.
‘Je mag wel vaker lang en ver weg, hoor,’ zeg ik, ‘maar niet meer dit jaar.’

 

Lapland: Een Winter Wonderland

De reis van Roos van Kuopio (Finland) naar Lapland ging per bus en duurde ruim tien uur.

In Rovaniemi – de woonplaats van de Kerstman – maakten ze een tussenstop voor een bezoek aan een museum over de geschiedenis en cultuur van Lapland.
Het dorp heeft ook een eigen postkantoor dat dagelijks ongeveer 32.000 (!) brieven voor Santa Claus ontvangt. 

Welkom op de Poolcirkel!
Lapland staat bekend om haar extreme temperaturen. Hoewel de koudste periode nog moet aanbreken (januari-februari), schommelde de temperatuur rond de -18 en -26 graden. Roos droeg drie broeken en vier shirts en vond het zelfs toen nog fris. Wat wil je als je wimpers en sjaal in rap tempo bevriezen? 

Het huisje “Vip Rakka” waar Kind met zeven kornuiten verbleef.   

Spectaculaire uitzichten tijdens de Arctic Ocean Tour per boot naar het topje van Lapland.

Geen Lapland zonder rendieren, dus een bezoek aan een rendierenboerderij hoorde erbij. 

In Lapland wonen 200.000 rendieren en slechts 150.000 mensen. Alle rendieren in Finland hebben een eigenaar waardoor ze redelijk tam zijn.

Qua grootte kun je ze vergelijken met een hert. 

Uiteraard werd er een rendiertocht gemaakt.

Ondanks dat de zon niet opkwam, zorgde het licht voor sprookjesachtige taferelen. 

Dé top attractie was de Husky-safari.
Verborgen in het bos lag het erfgoed van de husky’s en op grote afstand hoorden ze de honden al blaffen en huilen. 

Bij aankomst stonden de sleeën al klaar. Elke slee wordt door zes husky’s voortgetrokken. Om een slee te mogen trekken moet een hond drie jaar getraind worden. Het onderhoud en trainen van de dieren is dan ook een fulltime baan voor de eigenaar.
De sleeën waren goed vastgezet want de honden stonden te stuiteren om te mogen trekken.

Ze mochten zelf de slee besturen, wat super gaaf was maar ook eng. Per slee was er een bestuurder en een berijder, en halverwege de rit werd gewisseld. Door het verplaatsen van hun gewicht veranderde slee van richting, wat een stuk gemakkelijker gezegd was dan gedaan. Ze kregen ook instructies wat de bijrijder moest doen als deze de bestuurder verloor, maar dat hebben ze maar niet uitgeprobeerd
De honden haalden ongeveer een snelheid van 25 tot 35 kilometer per uur. Daarbij moest wel stevig de hand op de rem van de slee gehouden worden, want de husky’s wilden alsmaar harder, harder, harder.   

De tocht was adembenemend; alleen al omdat de husky’s de slee hard blaffend voorttrokken.  

Pas na afloop mochten de honden geaaid worden, omdat ze anders zo dol-enthousiast zouden worden dat ze er uit zichzelf met de slee vandoor gingen.  

Als kers op de taart was de zon opgekomen toen om 11.30 uur de husky-tocht begon en tegelijkertijd met de terugkomst van de slee – anderhalf uur later – ging ze weer onder. Het was een dag om nooit te vergeten!

Aangerand in de tram #wijoverdrijvenniet

imageedit_4_6916265491

“27% EU-Europeanen vindt het oké (‘justifiable’) dat vrouwen in sommige situaties seksueel misbruikt worden. Als een vrouw bijvoorbeeld dronken is of zich uitdagend kleedt, als ze niet duidelijk ‘nee’ heeft gezegd en geen verzet geboden heeft, vindt minstens 1 op de 4 Europeanen het begrijpelijk als ze daardoor tot seks gedwongen wordt. ”
Dat meldde Europees Commissaris van Justitie Vera Jourova in een toespraak in Brussel, tijdens de opening van de campagne ‘Vrouwen tegen Seksueel Geweld’.

Ik las het hier en het was alsof ik een klap in m’n bek kreeg.
Sinds voorjaar 1989 is er niets veranderd….

***

Overdag is het Scheepvaartkwartier een statige buurt. Na kantoortijd – en zeker na overwerk – is de elegantie ver te zoeken: sexclubs openen hun deuren en schorriemorrie bevolkt de straten.

Op de hoek wacht ik op lijn vijf.
Altijd hetzelfde liedje. Alsof ik de eerste de beste stoephoer ben, roepen automobilisten door hun open raam: ‘Hoeveel kost pijpen, schatje?’
‘Schoonheid, wat kost het om jou een uur te verwennen?’
Dat ik ieder oogcontact mijd, ontgaat ze.

De tram is leeg op vijf mannen achterin na.
Ik ga in het midden bij de deuren zitten. Alsof ik de stroop en zij de vliegen zijn, komen de ze op me af. Eén gaat naast me zitten, twee voor me en twee achter me op een bank. Ik kan geen kant op en voel me gemangeld. In mijn hoofd gaat het alarm van de eerste maandag van de maand af.

De kerels zijn zonder douchen de deur uitgegaan, hebben tatoeages, dragen korte mutsen en spreken Zweeds. Waarschijnlijk zijn ze afkomstig van het Zeemanshuis.
Ik spreek mezelf moed in: het zijn maar twee haltes. Zo belangstellend mogelijk kijk ik uit het raam.
Ineens voel ik een hand op mijn rechterknie. Terwijl mijn hart tegen mijn huig springt, roep ik tegen de kerel naast me: ‘Blijf met je poten van me af!’ en kijk hem met intense doodsverachting aan.
De Zweden proberen me na te zeggen en er wordt gelachen. Dit belooft een leuke rit te worden en hij is nog maar net begonnen.

De gluiperd naast me grijnst onaangedaan en legt zijn hand een stukje hoger.
Paniek laait op; ik heb het allemaal al eens meegemaakt. Ik moet weg! Ik moet onmiddellijk weg!
Nadenken is uitgeschakeld; ik handel puur uit overlevingsdrang. Ik spring overeind en geef mijn buurman met mijn elleboog een hengst in zijn gezicht. Hij is even overrompeld, waardoor ik vliegensvlug op de bank kan klimmen en over de kerel heen kan springen.

Trillend over heel mijn lijf kijk ik naar de bestuurder.
Hij kijkt terug en negeert me.

Nu wil de zeeman verhaal halen. Terwijl de rest geamuseerd toekijkt, komt hij bij me staan. Hij loopt twee rondjes om me heen, grijpt me onverwacht van achteren beet en maakt wilde rijbewegingen waarbij zijn hand mijn kruis betast.
Tranen van onmacht springen in mijn ogen. Ik ben bang maar voel vooral woede. Tomeloze woede en die geeft me kracht. De tram staat stil voor het stoplicht en ik grijp mijn kans. Ik worstel me los, doe twee stappen vooruit en trap net zolang tegen de tramdeuren tot ze open gaan.

Bij het uitstappen struikel ik over mijn benen. Ik krabbel overeind en kijk achterom: de Zweden twijfelen maar besluiten de achtervolging in te zetten. Ik weet al waar ik naartoe wil en trek een sprint.
Vierhonderd meter verder trek ik de deur van een tijdelijke politiekeet op het Eendrachtsplein open. Rechts staat een prullenbak, ik buig voorover en gooi mijn avondeten er uit.

Met een papieren zakdoek veeg ik m’n mond af.
Blijkbaar gaan hier vaker mensen over hun nek want de agente achter de balie vraagt zonder blikken of blozen: ‘Wilt u een glas water?’
Ik knik.
Het glas drink ik in één keer leeg. Ik haal diep adem en wil iets zeggen maar breng alleen gestamel voort. Ik sla een hand voor m’n gezicht. Het laatste wat ik wil, is huilen.
Uiteindelijk mompel ik: ‘Mannen…ze vielen me lastig.’
‘Wilt u aangifte doen?’ vraagt de vrouw vriendelijk.
Ik schud nee. ‘Wilt u met me meelopen naar het metrostation?’ vraag ik.

Ze houdt de deur voor me open en we lopen naar buiten. Het plein is zo goed als verlaten.
We lopen de trappen af naar beneden en zien dat ook het perron leeg is. De metro komt er al aan.
De agente wacht tot ik ben ingestapt.

De volgende dag op m’n werk vraag ik of ik voortaan na overwerk een taxi naar de metro mag nemen, omdat ik ben “lastig gevallen.”
Voor het antwoord heeft de onderdirecteur geen bedenktijd nodig. ‘Ga lopen,’ zegt hij, ‘het zijn maar twee haltes.’
Ik had elk antwoord verwacht, maar niet dit. Prompt val ik stil en sta daar te staan.
Hij kijkt me geïrriteerd aan. Zijn blik zegt: wat doe je hier nog?
Mijn tong doet het weer. ‘Ik hoop dat uw dochters later een betere werkgever treffen,’ zeg ik en loop weg. Jammer dat de deur een dranger heeft, anders had ik ‘m achter me dicht gesmeten.

Huilend trek ik me terug op het damestoilet.

Deze blog staat ook gepubliceerd op HoeVrouwenDenken.

pief paf Boef

imageedit_1_4886313542

Just another day at the office.
Zo begon de dag. Tot ik wegreed bij de kPNI-dokter en stil kwam te staan voor het stoplicht bij Capelse Brug. Het licht sprong op groen, rood, groen en er gebeurde niets. Nieuwsgierig helde ik naar rechts. Het uitzicht viel tegen: in de verte zag ik alleen wat hoofddeksels van de Koninklijke Marechaussee bewegen. Het was wel genoeg om de filestress te doorbreken.

Verschillende automobilisten stapten uit.
Links achter me stond een M.ercedesbusje waarvan de eigenaar buiten in strakke lijn recht voor zich uitkeek.
‘Ziet u iets?’ vroeg ik door het open raam.
De man was zo vriendelijk niet om te rollen van de lach en knikte geanimeerd: ‘Ze staan met getrokken pistolen.’
Wát! En dat ging aan mij voorbij?
‘Ze hebben hem!’ sprak de Busjesman vol vuur. ‘Als u hier komt staan, kunt u het zien,’ moedigde hij me aan.
Nou, niet te dichtbij dan. Zo nonchalant mogelijk ging ik op het grastalud en op mijn tenen naast de man staan. Hij was een tikkeltje aan de ronde kant, had een vriendelijk gezicht en droeg een Mart Smeets-trui. Het betere zicht kwam net te laat. De show was over; het begon alweer te rijden.

En ik had zoveel vragen. Waar brachten ze de verdachte naartoe? Hadden auto’s van de KM zijn auto geblokkeerd? Rechts naast me reden twee vrachtwagens en ik verfoeide ze: het was hun schuld dat ik niets zag. Enfin, weer een crimineel minder op vrije voeten. Gans het land kon opgelucht ademhalen.

Thuis hield ik de persberichten in de gaten. Had de aanhouding iets te maken met de terreurdreiging op Rotterdam Airport? Nergens las ik wat.

‘Heb jij nog wat beleefd?’ vroeg Man door de autotelefoon.
‘Jaha!’ riep ik enthousiast. Ik deed mijn verhaal en rondde af met: ‘Als ik na mijn plas mijn handen niet had gewassen, had ik vooraan gestaan bij de stoplichten.’
‘Dan heb je geluk gehad dat ze niet hoefden te schieten,’ antwoordde Joris.
Typisch weer het commentaar van een risicomanager…

Kakmadam

imageedit_1_7399429865

De herfstbladeren dansen door de straat van de nieuwe wijk. Rosa hurkt in het gras en doet een plas. Ik kijk naar spreeuwen die zich verzameld hebben in de bomen wanneer ik een gebiedende stem hoor vragen: ‘Dat ruimt u toch wel op, hè?’
Ik draai me om. Joh toch! Een een auto van de gemeentehandhaving.

Ik kijk in het gezicht van een kleurloze vrouw met praktisch haar en een beginnende maagzweer.
Zou ze mij niet eerst fatsoenlijk kunnen aanspreken? Ik zou beginnen met goedemorgen.
‘Mevrouw, een plas opruimen lijkt me nogal lastig.’
‘Dat is geen plas, uw hond zit te poepen!’
‘Nee. Mijn hond is een vrouwtje en plast gehurkt.’ Voor mijn doen en op dit vroege tijdstip klink ik best vriendelijk
De vrouw houdt vol dat het om een grote boodschap gaat.

‘Kom maar kijken!’ nodig ik haar uit. Mijn wijsvinger gebaart spontaan mee.
Huh, moet zij zich laten commanderen door een burger? Haar bril beslaat ervan.
Zwijgend stapt ze uit, zet haar bril recht en gaat gebogen boven het gras staan.
O, o, o, de teleurstelling. Het is alsof alle natuurkrachten uit het universum tegen haar samenspannen.

‘Wat is dat daar?’ wijst ze een halve meter verder.
Ik bekijk de drol die al een tijd ligt te vergaan en naar alle waarschijnlijkheid afkomstig is van een juffershondje.
‘Die drol is niet van mijn hond. Als Rosa heeft zitten kleien, hoeft niemand z’n bril recht te zetten om het eindresultaat te bewonderen. Die van haar zijn zo,’ zeg ik trots. Mijn handen geven het formaat van een frikandel aan.

De vrouw staat mijn argument zichtbaar te overdenken. Met gestaag afnemend enthousiasme over de hoop, hunkert ze naar haar warme stoel in de auto.
Ze wilde wilde vast bij de Koninklijke landmacht maar werd afgekeurd. Zal ik roepen: Voorrrrwaarts mars?

‘Wat doet u als uw hond heeft zitten kakken?’ vraagt ze streng.
Gedienstig antwoord ik: ‘Dan raap ik het op met een plastic zakje,’ en denk erachteraan: en smeer de brownie uit over je ganse voorruit.
‘Zo niet, dan krijgt u een boete!’ doceert ze streng. ‘Oók wanneer u niet in het bezit bent van een poepzakje.’
‘Wat koste het beledigen van een ambtenaar in functie?’ informeer ik.
‘130 euro. Hoezo? Gaat u schelden?’
Nee…ik was met mijn gedachten nog bij de brownie.
‘Ik ga weer verder,’ zeg ik. ‘Kijken of ze nog meer moet doen.’ Ik hoop dat de twinkeling in mijn ogen de vrouw niet ontgaat.

De volgende dag.
Joris komt terug van een rondje met Rosa. ‘Die vrouw van de overkant…met die twee hondjes…?’
‘Ja…’
‘Die zegt dat ze in de wijk vijf bekeuringen hebben uitgedeeld. Drie aan mensen die met hun hond liepen te ballen; de andere twee omdat de eigenaren de drol van hun hond niet wilden opruimen omdat ze alleen hadden zitten plassen. Jij hebt geluk gehad!’
‘Geluk?’ snuif ik. ‘Ik had een dna-test geëist. Wat denk je?’ vraag ik aan Joris, ‘die functie van die kakmadam…zou dat een baan zijn of een taakstraf ?’

Fien

imageedit_5_2014460097

Een man met de omvang van een binnenvaartschip komt ontspannen aanfietsen. Vlak bij Rosa en mij stopt hij, gespt de hondenriem los en zegt tegen zijn hond: ‘Zo Fien, ga maar lekker spelen.’
Zijn hond – een Briard – is een buitensporig opgetogen beest. Ze is blond, langharig, heeft aaibaarheidsfactor 80, en ze wervelt en bruist.
Helaas wil Rosa niet spelen. Ze heeft een bál, staat naast een slóót en daar komt alleen een eend tussen.

Teleurgesteld stapt de man weer op zijn kolossale fiets, maakt net vaart als Rosa haar bal laat vallen. Beide honden vliegen eropaf en wringen zich in bochten om bij de bal te komen. Ze rennen onbesuisd voor de fiets langs en om de dieren te ontwijken, geeft de bestuurder een ruk aan het stuur en rijdt recht op de sloot af.

Er is geen bedenktijd.

Ik laat m’n jas en werpstok vallen, grijp de bagagedrager en ga er met mijn volle gewicht aan hangen. Het voorwiel belandt in de sloot; daarna blijft de fiets op een trapper in de berm hangen. De man maait tevergeefs met zijn voeten naar houvast en valt uiteindelijk met fiets en al schuin op de grond. Terwijl hij overeind krabbelt, kleuren zijn witte wangen vuurrood en stamelt hij: ‘Dat scheelde maar weinig. Ik ga er maar eens vandoor.’
Fien zet de achtervolging in.

Rosa kijkt me aan: Baas, komt er nog wat van? Ik zit hier al anderhalf uur met die bal in m’n bek. Zeg “los” en geef dat ding een loeier.
Ik ken mijn plaats, voldoe aan haar wens en de bal patst in de sloot.
Alsof het een startschot is, draait Fien zich om, holt richting Rosa en springt achter haar aan de plomp in.
Onder het kroos en de drek klauteren ze allebei weer op de kant.
Uit Fiens lange haren druipt van alle kanten kroos en modder. En ze ziet zwárt…
Het is erg, het is vreselijk, maar ik kan mijn lach niet beheersen.

Aan de blik op het gezicht van de eigenaar zie ik wat hij zal gaan zeggen. Zijn stem slaat erbij over: ‘O. Mijn. God. Hoe krijg ik dat beest schoon?’
‘Eerst schoonspoelen in de grote sloot naast het voetbalveld,’ tip ik hem, ‘en daarna met de tuinslang en groene zeep.’
‘Groene zeep?’ herhaalt de man.
‘Ja. Driehoek groene vloeibare zeep.’
De man knikt en herhaalt als een mantra: ‘Driehoek groene vloeibare zeep. Driehoek groene vloei…’

Terwijl haar baas vertrekt, blijft Fien nog even staan. Haar ogen fonkelen van hartstocht, alsof haar intuïtie zegt dat het goed was.

Toveren

imageedit_3_5237522248

‘Wat is je vraag voor deze In.nerlijke Reis?’ vraagt Tanja, de natuurgeneeskundig therapeute.
‘Waarom ik bij het inslapen hevige stuipen heb,’ zeg ik. ‘De medicijnen van de neuroloog helpen niet meer; ik ben ten einde raad…’ 

(Voor de niet-ingewijden. Uit mei 2016: Drama)

‘Voel je je onveilig in huis? Ben je bang ik het donker?’ wil ze weten.
Ik schud nee.
‘Ik denk dat het met weerstand te maken heeft,’ zegt ze. ‘Jouw hoofd is te sterk. Je zit erg in je mentale weerbaarheid.
Nou, daar is geen woord Spaans bij.
‘Wil je nog koffie of thee?’
Nee, ik wil korte metten. Deze solo-expeditie in het arctisch gebied knelt als een kei in mijn schoen, dus kom maar op met die in.nerlijke geit.

Tanja zet een doos tissues bij me neer voor het geval mijn traanbuizen gaan jeuken.
Ik háát tissues.

De Reis is een soort geleide meditatie: ogen sluiten, lichaam ontspannen en een trap met tien treden afdalen.
‘Waar sta je?’
‘Ik sta buiten.’ Logisch, daar ben ik het liefst.
‘Kies maar een vervoermiddel en een bestemming.’
Een zijspan lijkt me wel leuk en ik wil graag naar het strand.

‘Waarom wil je naar het strand?’ vraagt Tanja.
‘Ik wil mijn tranen naar de zee dragen.’ Ik hoor het mezelf zeggen en schrik ervan. Mijn tweede gedachte is: daar zit een verhaal in (-:
‘Probeer niet te denken,’ adviseert ze, ‘blijf bij je gevoel.’
Ik loop over het strand tot ik met mijn voeten in het water sta.
‘Wat wil je doen in zee?’
Dat is me een raadsel.
‘Als de zee kon praten, wat zou-ie dan zeggen?’
‘Kom maar,’ zeg ik. Hoe weet ik dat nou weer?
Dat “kom maar” klonk anders best vriendelijk. Als die grote, machtige zee mijn vriend is, wie is dan tegen mij? De kust is – zeg maar – veilig.

Ik ga steeds dieper de zee in, totdat ik koppeltje duikel en me naar beneden laat zakken. Het water is helder en glad. Horizontaal dobber ik boven de bodem. Er breekt een koortsachtig verlangen naar rust in me uit en hier is het! Mijn schedel stroomt leeg. Complete stilte, nergens ruis in mijn hoofd; een ultieme rust.
‘Is het fijn daar beneden?’ vraagt de therapeute.
O ja, zij is er ook nog.
‘Ik wil hier wel blijven,’ zeg ik.
‘Denk je dat je daar kunt slapen?’
‘Ja, dat denk ik wel.’

Terug op het strand sta ik op een harde, zwarte steen. Ik probeer op het zachte zand te stappen maar dat lukt niet.
‘Wat is die steen?’ vraagt Tanja.
‘Weerstand,’ zeg ik. Zo langzamerhand kijk ik nergens meer van op.
‘Waarom zit die weerstand daar?’
‘Omdat-ie m’n vriend was. Ik had ‘m nodig om te overleven.’
‘Heb je ‘m nu nog nodig?’
Ik schud m’n hoofd.
‘Bedank de weerstand dat hij je vriend was en zeg dat hij kan ophoepelen.’

Zonlicht schijnt door mijn kruin naar binnen en vult mijn lijf.
Ineens komen er tranen als een vloedgolf over me heen.
‘Maak het groter,’ zegt Tanja en frommelt tissues in mijn handen.
Huilen doe ik altijd als ik alleen ben en het liefst met de stofzuiger aan; vandaag laat het zich niet regisseren. Tanja blijft me tissues geven.
‘Laat de regie los,’ moedigt ze me aan. ‘Geef je over, dan komt er ruimte voor in de plaats.’
Ze kleedt het leuk in. Het verdriet komt en gaat in golven. ‘Geef me heel de doos maar,’ zeg ik. Wat maat het uit? Mijn gezicht ziet er toch al uit als een afdruiprek.

Het laatste restje zwart verdwijnt. Ik word rustiger en haal onbeschaamd mijn neus op.
‘Hoe voelt het?’ vraagt Tanja.
‘Opgeruimd,’ zeg ik naar waarheid. En dan mag ik mijn ogen weer open doen.

Sinds de Reis heb ik voor het inslapen geen heftige schokken meer gehad. Geen als in: nul komma nul. Het voelt als toveren: slapen is niet langer een onmogelijke droom.
Stel dat ze na het slaaponderzoek in het ziekenhuis nog iets aan het gebrek aan een fatsoenlijke REM-slaap kunnen doen, den ben ik een gelukkig mens.

imageedit_5_8371545061

Allemaal beestjes

imageedit_1_5639686010

Keek op de week (17)

Koud drie dagen na onze trouwdag leek huwelijkscrisis nabij.
Sinds ik gestopt ben met consumeren van suiker haal ik menig koolhydraat uit groente/salade. Joris observeerde hoe ik spinazie at en zei: ‘Je lijkt wel een geit!’
Je. Lijkt. Wel. Een. Geit!
Dat zeg je toch niet tegen je vrouw?
Zie – na enig denkwerk – voordeel van opmerking in: kan ‘m tegen hem gebruiken.

Het sneeuwt!
In Finland.
En flink ook. ‘Leven gaat door alsof er niets aan de hand is,’ appt Roos.
Lijkt me heerlijk: wonen in land zonder codes geel/oranje/rood of bemoeienis van overheid  hoe sukkelige burger moet omgaan met “tegenslag.”

Kind heeft warm gevoel want is geslaagd voor tentamen Fins. Wéér een taal(tje) erbij. Nummer zeven. Voel me als ouder wel steeds dommer worden.

Kwam onderweg egeltje tegen. Beest was levensmoe want slingerde sloom langs provinciale weg. Zette auto in berm en pakte het voorzichtig (au!) op. Legde het een eind aan de overkant van een sloot in de bosjes. Egel rolde zich op tot balletje, daarna op de zij en toen op rug. Kon z’n koppie zien. Maakte vliegensvlug foto en rolde ‘m terug.
’s Avonds wezen kijken: egel was weg. Had anders kattenvoer gekocht en ‘m naar opvang gebracht.

Las waargebeurd grapje op internet.
Moeder vertelt: “De deurbel gaat, ik zit in bad. Mijn zoon rent naar de gang (hij mag de voordeur niet openmaken i.v.m. de hond). Ik hoor hem door de brievenbus naar buiten gillen: ‘Mijn moeder zit te poepen, over een halfuur is ze klaar!’ Even later rent hij de badkamer in en zegt op een fluistertoon: ‘Ik heb maar niet gezegd dat je in je blootje in bad zat.”

Kwam oude zwart-wit foto’s tegen van toen we nog in Rotterdam woonden. Ging vaak met favoriete nicht naar Diergaarde Blijdorp. Daar kon je overdag het donkere verblijf van vleermuizen in die omgekeerd aan een stok hingen, of los rondvlogen. Dames die dat niet wisten, renden hysterisch naar buiten. Bewaar daar goede herinneringen aan.

Was prachtig zonnige herfstweer. Man, Rosa en ik reden met auto naar nabijgelegen natuurgebied. Vrijbuiterden rond in de zon. Onze billen raakten net een bankje of we werden belaagd door zwermen lieveheersbeestjes. Zaten in mum van tijd overal: achter brillenglazen, op onze broek, trui, schoen, haar, wang…En je wilt ze niet pletten, hè?
Stapten snel op.
Hádden we maar wat langer gezeten.
Deelden flesje water.
Waren we maar zuiniger geweest.
Terug bij auto: schoenen omwisselen, jas uit en achterklep dicht.
En toen…naar huis lopen want autosleutel zat in jaszak.
Zon scheen. Koeien liepen buiten. Hoorden en zagen buizerds. Ganzen verzamelden zich voor reis naar zuiden. Prijs je rijk!

lieveheersbeestjes

Hooligan

imageedit_4_6035340417

Vergeleken met Saar is de doorsnee rebelse voetbalsupporter een watje. Ons Franse hangoorkonijn heeft het formaat van een uit de kluiten gewassen kat en beschikt van nature over asociale vaardigheden. Ze loopt los en is zindelijk, en daar houdt elk compliment op.

Heeft ze weer een dag dat ze zwanger is van irritatie, dan springt ze op de lage tafel. Alles wat erop staat, moet het ontgelden. Met haar tanden sleurt ze de onderzetters uit de houder en smijt ze achteloos rond, en sodemietert de houder erachteraan. Met haar achterpoten.
Bloemen neerzetten? Kansloze missie. Ze verorbert de bloemen en laat de stelen staan.

Planten in de vensterbank? Ze vreet ze kaal, of trekt ze er af en gaat er bovenop zitten.

Bij het stofzuigen moet ze in haar hok anders hangt ze in het snoer. De klep van haar hok wel met extra ijzerdraad vastzetten anders bevrijdt ze zich in een oogwenk.

Slecht gedrag afleren door middel van een douchebeurt met de plantenspuit doorstaat ze met verve. Met een volstrekt stoïcijns smoelwerk kijkt ze me verwijtende aan: baas, is dat je dank omdat ik zoveel van je houd?

Ook bij konijnen gaat de liefde door de maag.
Open ik de koelkast, gaat Saartje op haar achterpoten staan en probeert in de groentelade te springen. Een achtenswaardige prestatie want onder de koelkast staat een vriezer met drie laden.
Ze bedelt om droog brood dat op de keukenkachel ligt.
’s Ochtends ben ik haar gedienstige lakei die groente op een schoteltje presenteert. Is alles op? Dan krijgt het serviesstuk een jetser met haar achterpoten.

imageedit_6_2315260805

Is haar etensbak leeg dan wil madam nu, meteen, direct, onmiddellijk op de wenkbrauwen bediend worden anders laat ze haar etensbak alle plinten van de kamer zien.
Water drinken doet ze bij voorkeur tijdens het journaal waarbij ze meer herrie produceert dan een laag overvliegende JSF.
Ze komt in volle galop aansnellen zodra de kastdeur opengaat want dáár staat de voorraad knaagdierpatatjes.
Zijn de wekelijkse boodschappen gehaald, nog voor de kratten de grond raken, zit ze er bovenop in de hoop een versnapering aan te treffen.

Wil ik haar gelukkig zien, geef ik haar een klokhuis. Op een stil plekje vreet ze ‘m op – ook de steel en pitjes – waarbij het kwijl uit haar bakkes druipt. Haar goede manieren compenseren het: ze likt de gemorste druppels op en veegt de vloer schoon met haar bef. Per ongeluk, omdat ze er bovenop gaat liggen, maar toch…

Maar roep ik Saartje en behaagt het hare majesteit, dan komt ze, duwt haar koppie in mijn hand en maakt knabbelgeluidjes van welbehagen.

Wat zou het leven zonder onze vandaal saai zijn!  

Heb jij een huisdier?

imageedit_8_4026645798