Moos

Elke ochtend wordt Nicht E. wakker met een kater. Niet in haar hoofd maar in haar hart. Sinds kort heeft ze namelijk een nieuwe lover. Veel liever nog wilde ze twee lovers, om de praktische reden dat ze geen keus tussen beide kon maken, maar twee werd haar echtgenoot te gortig. Het was dan ook een loodzware beslissing voor E., maar het is haar gelukt!   

 

Zeg nou zelf: een bink van een kater toch?

 

 

Een heus fotomodel, en dat voor zo’n jong knaapje! Tot half maart woont hij nog in bij zijn moeder en tot die tijd wordt het voor Nicht watertanden boven foto’s. De fokker stuurt wekelijks nieuwe exemplaren en dat maakt het wachten ietsiepietsie goed. ‘t Wachten is een ware marteling voor E. maar ’t wordt vanzelf maart en dan verhuist Moos van het ene warme nest naar het andere. 

 

Officieel heet de bink “Dakota van Amor’s Acker”. Dat staat prachtig op papier, maar zeg nou zelf: dat bekt toch niet lekker? Vandaar dat Dakota vanaf heden kortweg Moos. Nu maar afwachten of Moos er ook naar wil luisteren, want dat weet je immers  nooit bij een kat.

 

Zie je die mooie ogen; de pluimpjes aan zijn oor; en de dunne snorhaartjes? Bedenk eens hoe zacht de kussentjes onder z’n pootjes voelen, en dan dat vachtje: zó lekker zacht. Wat een schatje, hè?

 

Maar ha! Wedden dat Moos een rebelse rakker wordt? Een regelrechte dondersteen die kwaad uithaalt, want hé: hij ’s een kat!  Eén ding  is  zeker: hij kan zich niet vergrijpen aan de gordijnen, E. heeft lamellen.

 

Moos’ pensioen is goed geregeld: hij mag net als zijn voorganger op de vensterbank boven de warme kachel, lekker genieten van het zonnetje. En best zijn vochtige neusje tegen de versgezeemde ramen duwen.  

Echt: Moos krijgt het mieters!

 

 

Op tilt

 

 

Oh, oh, gruwel, wat een paniek bij de bibliotheekmedewerkster: ik heb een boete openstaan van 80 cent. Tachtig cent! Hoe heb ik ‘t  zover durven laten komen? Ontsteld kijkt ze me aan. ‘Nee,’ leg ik uit, ‘het is geen boete, ‘t zijn de kosten voor een gereserveerd boek. Zal ik ‘t vast betalen?’ Nou, nee, dat hoefde niet. De voorgaande verwarring herhaalde zich echter en toen er de vierde keer nog geen lampje ging branden, gaf ik ’t op, en betaalde braaf de “boete.” Vanaf die tijd ben ik: De Vrouw Die Altijd Zoveel Boete Moet Betalen, en word ik bekeken met een Blik. Het is duidelijk dat ik niet in de bieb top 3 van voorbeeldige leners kom te staan. Als ik daar nou maar overheen kom. Gelukkig beschik ik over een enorm incasseringsvermogen. Een ander mens zou misschien gebukt kunnen gaan onder een dergelijke belasting.

 

Vorige week: op een goede (!) dag, ging ik naar de bieb, waar net een nieuw uitleensysteem is  ingevoerd (voor ons nieuw, de rest van Nederland heeft het al decennia.) Als klant kun je per computer zelf je boeken lenen en inleveren. Om te lenen toets je “lenen” in op het scherm, check, dan laat je je lezerskaart aflezen, check, een boek op het witte vlak leggen, check, bon printen, check…klaar! Op deze manier scande ik vier tijdschriften en liep weg. Door de kakelnieuwe beveiligingspoortjes heen.

 

Plots klonk het geluid van een toeter die harder loeide dan de sirene op de eerste maandag van de maand. Rode zwaailichten flitsten als vuurtorenlampen door de ruimte. Voor mij een groot schrikmoment want ik heb een rein hartje en net als de beveiligingspoortjes, sloegen mijn hartkleppen op tilt. 

 

De bibliothecaressen vielen bijna over elkaar heen om mij als eerste te bereiken. Oei, oei, ik had het vast he-le-maal fout gedaan. Of had ik per ongeluk (ahum) twee tijdschriften in één map gedaan? Zij hielpen wel vriendelijk en waren één en al bereidwilligheid. Ze legden uit hoe het systeem werkte. Ik luisterde  geboeid beleefd en zei maar niet dat ik bij een bieb elders 5 jaar van hetzelfde systeem gebruik maak. Ze deden ook zo hun best.

 

Gerustgesteld liep ik voor de tweede keer door de beveiligingspoortjes. Wat ik vreesde geschiedde: de zwaailichten en toeters gingen opnieuw af. De biebmevrouw keek bedrukt, mummelde wat en begon te transpireren. Om te laten zien dat ik welwillend was, legde ik de tijdschriften neer en  slingerde mijn schoudertas aan het lange hengsel door de poortjes. Er gebeurde niets. Om de biebedame een plezier te doen zou ik zelfs mijn pacemaker – indien aanwezig – eruit hebben willen halen. Troostend biechte ik op dat ’t waarschijnlijk niet aan haar lag, ook niet aan ’t nieuwe systeem, maar aan mij. Ik jaag wel vaker systemen in de war. Ook bij de Hema, en het Kruidvat.

 

Huh, van mensen die machines op tilt doen slaan, had ze weleens gehoord, maar dat vond ze zo’n flauwekul. Ik moest vooral niet denken dat zij daarin geloofde. Ze trommelde me mee naar de balie en daar scande ze op de ouderwetse manier mijn tijdschriften. Dat was zo gepiept. Ik bedankte haar vriendelijk en prees haar inzet. ‘Graag gedaan,’zei ze telkens weer, ‘graag gedaan!’  Graag gedaan dacht ook ik, toen ik wederom door de poortjes liep en het luchtalarm afging.

 

Opperlans!

Al ging het niet van harte, ik blijk toch meer geduld te hebben dan ik altijd dacht. Maar ik vrees ik dat het voor de rest van het jaar op is. Anderen hadden ook moeite met wachten, begreep ik, want tussendoor werd er stiekem en op slinkse wijze geinformeerd of ik toch niet al wist wat er in het pakket zat. Geraffineerd zeg! Vooral in de familie. Dat Kind goed geheimen kan bewaren is bij deze ook bewezen, want ze gaf geen krimp toen ik het haar probeerde te ontfutselen. Waar ik het over heb? Over het pakket natuurlijk!

Wat zat erin? Opperlans! van Battus. Jottem, wat een heel erg fijn en mieters boek. Beide drukken zijn overal uitverkocht. Een volgende druk zit pas rond 2013 in de planning. Jammer hè, dat doen ze vast om het spannend te houden. Of hard to get.

 

Er staan zulke fijne woorden in. Allemaal taal waarvan de regels op vakantie zijn. Eeuwige vakantie. Want wat zegt Battus: wat kan dat mag en wat niet kan dat mag altijd!

 

De knappe Fries

Wat komt dáár nou aan? Zoiets buitengewoon aantrekkelijks… en hij loopt recht op mij af! Zijn haren wapperen losbandig in de wind en breedgeschouderd straalt hij één en al mannelijkheid uit. En moet je die stevige spieren zien in zijn bovenbenen. Of ik wil of niet, mijn ogen zitten als zuignappen aan hem vastgezogen; op het ordinaire af. Dat heb ik nooit met mannen.

Achter hem holt een figuur met woest zwaaiende armen. Ze rent achter de knapperd aan maar is volslagen kansloos. ‘Houd hem tegen!’schreeuwt ze tegen mij, ‘HOUD ‘M TEGEN!’  Mezelf voor een vreemd paard gooien? Ik dacht het niet. Ik ga fijn links rijden op de fiets. Het paard dendert opgezadeld en met bonkende stijgbeugels als een furie langs me heen. Vlokken schuim staan om zijn mond en de teugel hangt slap langs zijn hals. Zodra die teugel op de grond valt, en zijn benen erin  verstrikt raken, zijn de poppen aan het dansen. Abrupt keer ik mijn fiets en zet de achtervolging in. Achter me stapt de ruiter in een toevallig passerende auto.

Groots en indrukwekkend draaft het paard midden op de weg. Steeds dichter kom ik bij de paardenbillen, totdat ik tenslotte naast ’t beest rijd. Hij ziet er helemaal niet als op hol geslagen uit, volgens mij wilde hij degene op z’n rug gewoon een lesje leren. Precies wanneer ik de teugel wil grijpen, slaat het beest onverwacht linksaf, een halfverharde weg in. Meteen moet ik aan Mieke Telkamp denken, want waarheen leidt deze weg?

De weg wordt een geitenpad en de auto achter ons geeft ‘t op. De ruiter in de ‘taxi’ gilt nog wel snel naar mij: ‘Pak ‘m!’ Het smalle pad komt uit bij een pont en een snackbar. Pal voor de patattent komt het paard tot stilstand. Een mevrouw – likkend aan een softijsje – komt naar buiten, ziet ineens een zwart harig beest staan en slaat gillend op de vlucht (geef mij dan toch liever maar een paard). Ik zet mijn fiets neer en graai naar de teugel tussen de paardenbenen. ‘Zie je nou wat ervan komt?’zeg ik. Ik tik tegen een voorbeen van het paard en meneer doet welwillend het been omhoog. ik trek het leer eronder vandaan…en krijg als dank een duw van het paardenhoofd. Ik kukel opzij en lig gestekt op de grond, tot groot plezier van het meestarend publiek. Het paard hinnikt zachtjes. Het klinkt als lachen. ‘Gluiperd,’zeg ik, als ik weer overeind sta en de kruimels van mijn kont veeg.

Kijk eens aan, daar is mevrouw de amazone. Hijgend en met driftige passen beent ze op me af, en grijpt de teugel uit mijn hand. ‘U had ‘m tegen moeten houden,’ zegt ze kortaf tegen mij. Ik onderdruk de neiging om te salueren. ‘U had er niet af moeten vallen,’zeg ik zo nederig mogelijk. Ze zucht diep, zegt een tijde niets en dan: ‘Sorry,…de zenuwen…ik was als de dood dat ‘m wat zou overkomen.’ Ik knik; klinkt aannemelijk. ‘Hoe heet ie?’vraag ik. ‘Tjeerd,’zegt ze. Ze pakt een stijgbeugel en bergt ‘m op. ‘Klimt u er niet meer op?’vraag ik. ‘Nee, mijn man komt me ophalen. In de verte komt een paard en wagen aanrijden. ‘Kijk, daar heb je zijn moeder. Die is zó makkelijk…’

Tjeerd staat loom te wezen, zijn nek langgerekt, zijn ogen halfgesloten in het zonnetje. De aandacht in de vorm van klopjes op z’n hals bevalt hem prima. Hij ziet er meegaand uit. ‘…maar Tjeerd’ vervolgt ze, ‘is een varken. Ik geloof ‘t direct.  Het hoefgetrappel komt dichterbij. De berijder springt van de bok en bindt Tjeerd vast achter de wagen. De amazone neemt plaats en het span neemt direct de kuierlatten. Met  golvende manen en zijn hoofd fier geheven, blinkt de knappe Fries als een zwarte parel in het zonlicht. Alle mensen kijken…en hij weet het.

Rijkdom

 

‘Je hebt meer balans nodig in je leven,’ zegt Vriendin.  ‘Balans,’zeg ik, ‘wat is dat?’  ‘Zie je?dat bedoel ik nou. Vind je ’t gek dat er geen balans is.’  ‘Als balans een weegschaal is, hangt één bakje op de grond, waar ik nu op zit, en het andere bakje staat klem tegen het plafond. Hoe krijg ik dat omlaag? Het enige lichaamsdeel dat nog naar behoren functioneert, is mijn tongspier en daar lukt ‘t niet mee.’ 

 

‘Je hebt altijd alleen maar energievretende dingen gedaan. Ga eens iets doen waar je energie van kríjgt, zonder je ervoor in te spannen!’ Misschien concentreer ik me teveel op wat ik niet kan…,’mijmer ik, ‘…en moet ik kijken naar wat ik nog wel kan. Tijdelijk  dan, want ik doe liever veel.’  ‘Waardoor er geen balans is. Laat het los.’  Ja, jemig, HOE dan?’

 

‘Weet ik veel! Jij zit heel de dag te bankhangen en te bedenken wat je allemaal NIET kan doen. Ga gewoon terug naar je bed als Man en Kind de deur uit zijn. Volgens mij knap je daarvan op.’ ‘Je bedoelt overdag naar bed?’ ‘Ja, wat kan jou dat nou schelen?’ ‘Nou, ’t is zo… kweenie…voor luie varkens. Maar ’t is geloof ik wel tijd om iets verstandigs te gaan doen, beetje serieuzer  worden. Iets totaal anders te gaan doen. Wat klinkt dat verstandig, hè? Je kan wel merken dat ik binnenkort 94 word.’ 

 

‘’t Komt ook door de leeftijd. Pas als je ouder wordt, weet je dat rijkdom in dingen zit, die niet met geld te koop zijn. Dat wij allebei onze ouders nog hebben. Wanneer mensen vroeger tegen me zeiden: geef je ouders aandacht want straks zijn ze er niet meer, vond ik dat slap geleuter. Nu weet ik dat ze gelijk hebben.’ Ik knik en citeer Lucebert: ‘alles van waarde is weerloos.’

 

Door het keukenraam zie ik buiten op straat een meneer met een hond voorbij lopen. Drie tellen later horen we een oorverblindend geblaf en gegrom in het huis naast ons. ‘Rijkdom is ook een goedopgevoede hond hebben, die zijn erf goed bewaakt.’zegt Vriendin voldaan. Ze gloeit van trots. 

 

Bella trekt vanuit de keuken de sprint aan en holt een jolig rondje om onze benen, waarbij ze haar achterpoten frivool de lucht in schopt en drie keuteltjes in de rondte zwiert. Daarna gaat ze bovenop mijn pantoffels liggen.  ‘Rijkdom is ook een onopgevoed konijn,’ vul ik aan.  

Èn een cadeau in de kast, hihi!

 

 

 

See you!

Kind weet dat ze vandaag bij haar op school komt, maar de timing is van cruciaal belang om haar ook daadwerkelijk te kunnen zien. Wie? Haar jongere nichtje Nicht S. Ook geen kind meer, want weet je dat je tegenwoordig in groep 8 al bij de volwassenen hoort? Een volwassene met beugel en jeugdpuistjes? Nou en, lekker belangrijk. Kind heeft Griekse les in hal A en rond die tijd zit Nicht in hal B. Ergens. En ze wil, nee, ze ZAL Nicht zien, want zij wil zwaaien, pertinent. In de klas blijven zitten en deze kans aan haar voorbij laten gaan? Kind heeft het geen moment overwogen. Zo fijn om met je giechel ergens bovenop te zitten.

 

Half 12: Nu is het onderhand tijd om ertussenuit te knijpen en geen betere smoes dan een sanitaire stop. Kind holt het lokaal uit: let’s go party! Wel even bukken in de gang, want links is de plee en rechts is de B hal. Ze loert in een lokaal links en een klas rechts. Noppes. Daar ook niet daar… en niet daar…nou zeg! Zucht. Nog één lokaal te gaan. ’t Zal toch niet waar zijn dat ze haar misloopt…Oh maar wacht…daar zit ze, ze ziet het toch zeker zelluf! Haar eigen Nicht te midden van de rest van haar groep 8.  

 

Nu is ’t Kinds taak om haar aandacht te trekken, maar hoe moeilijk kan dat zijn als je in je eentje voor de deur van het lokaal staat? Appeltje, eitje. En inderdaad: alle aanstaande Bruggers kijken. Nicht ook… ziet ze ‘t goed? Ze knippert even met haar ogen…krijg nou tandjes, ze is het echt! Ze zwaait terug. Eerst een beetje gedempt, maar qua enthousiasme en temperament doet ze niet onder voor haar grote nicht, dus vooruit met de geit.

 

Hun lach wordt breder en de leraar Latijn werkt ook mee. Hij kijkt naar de zwaaiende passent die de aandacht trekt… hé, die kent hij, dat is dat roodharige bruistablet uit de derde. Hij knikt haar vrolijk toe. Kind grijnst. Missie geslaagd. Zo zeg, wat geeft dát haar een goed gevoel. Dat ze daarna uit de verkeerde richting bij haar eigen lokaal komt aangelopen, interesseert haar geen bliksem.

 

 

Een pakket!

 

Trrrring! Trrring! De voordeurbel gaat. (Zo klinkt onze deurbel niet, die geeft een irritant wekkergeluid, maar daar is ’t een schel voor, natuurlijk).

Zou ’t bezoek zijn? Vriendin misschien? Oh…de postbode met een pakketje. Zeg maar gerust pak! Zo, en nog zwaar! Zwaarder dan een stoeptegel. Wat zou erin zitten? Eens kijken, wie is de afzender? Hé, ’t komt van een antiquair… Mijn spanning stijgt. Een antiquair verkoopt doorgaans alleen tweedehands en bijzondere boeken. Man heeft niets voor Kind besteld, want dan had hij dat wel tegen me gezegd. En Lief leest niet, hooguit een boek dat vol cijfers staat. Blijft er één persoon in dit huishouden over. Eentje die van boeken nooit genoeg krijgt. En nee, dat is niet Bella. Ik schud. Zou ’t voor mij zijn? Ergens deze maand ben ik jarig en word ik net zo oud als ik me voel: 94 jaar.

 

Het pakket is gericht aan Man. Zijn post maak ik nooit open. Maar een pakket altijd wel. Op de verpakking zit een factuur. Als ik die nou eens openmaak, dan weet ik meteen wat erin zit, ha! Zal ik ‘m openmaken? Dat is toch niet leuk! Wat is daar niet leuk aan dan? Voelt dat niet als huisvredebreuk of als schending van Man z’n  rechten? Ja, maar dat maakt toch niet uit als ik nieuwsgierig ben? Dan oefen je maar in geduld .Oké, jij je zin. Het zal een marteling worden, maar ik houd het vol. Ik zet de doos weg. Weg uit de kamer. Maar nu nog zien om ‘m uit mijn hoofd te krijgen.   

Dokter House

 

De huisarts heeft me geen eerlijke kans gegeven. Tijd voor een second opinion bij de Nederlandse Dokter House. Zijn voornaam is niet Gregory, maar Georg. What’s in a name?

 

Tot nu toe ben ik 5x bij hem geweest, waarvan de laatste keer vorige week. Na veel (bloed)onderzoek en gepraat, ging Dokter House met zijn handen in zijn haar zitten. ‘Ik vind het heel erg dat ik u niet kan helpen,’zei hij, en hij meende het. Want hij is een Mens. Al zijn patiënten mogen hem 24/7 bellen op zijn 06. Als ik een mailtje stuur krijg ik nog dezelfde dag een mailtje terug. En hij is een aimabel mens.

 

Ik zie dat u verdrietig bent,’zei hij, ‘maar dat komt omdat u lichamelijk niet fit bent. Deze klachten worden níet door een depressie veroorzaakt. Helaas weet ik niet wat het wel zou kunnen zijn.’ Knap dat ik weer iets buitenissigs heb, alleen lijdt (correcte spelling) het nergens naar.

 

Dr. House haalde zijn handen uit zijn haar en zei:’Laten we nog één keertje bloedprikken, een laatste controle op de functie van al uw organen.’ Vanzelfsprekend stemde ik daarmee in. Tegen beter in; een laatste strohalm. Maar hé, ik heb nog ’n kans, en elke kans is er één! Hup, Kakel, kom op. BAF! (ik geef mezelf een schop onder mijn kont.)    

 

Nieuwe hobby?

Het is lang en dun, heeft rood/blond haar en zit heel de dag op de bank en haar ouders doen het huishouden. Rara wie is dat? ‘IK,’zei de gek. Ongelofelijk hè, dat een mens zo achteruit kan gaan? Ik ben extreem moe, heb spierpijn en… ach, nou ja, laat de rest maar zitten.

’s Ochtends schreeuwt de wekker me uit bed. Ik moedig Kind aan (wassen, aankleden…) en help  haar de deur uit. (Heb je je brood? Ja. Heb je je drinken? Jaha. En je mobiel? JAHA. Je gymkleren? Oh sjit.) Smak. Zwaai, zwaai. Ik geef Bobo- ons altijd hongerig buitenkonijn – te eten en wat aandacht, en daarna… bbrrrr!… snel naar binnen.

Binnen plof ik neer op de bank. Eerst wilde ik alle dagen uit gemakzucht ongewassen en in pyjama rond blijven lopen. Wat maakt het ook allemaal nog uit? dacht ik. Dat ieniemieniebeetje energie dat ik heb, moet ik dat in zoiets onnozels steken? Bij nader inzien houd ik de uitwendige verzorging toch maar vol. Het ergste wat een mens kan overkomen – althans volgens mijn moeder – is dat je plotsklaps door een ambulance naar het ziekenhuis vervoerd moet worden waar ze aldaar direct constateren dat je vies en afgeragd ondergoed draagt. Je begrijpt dat ik mijn moeder zoiets niet wil aandoen. Enkel om die reden zit ik dagelijks in piekfijne staat en verzorgd ondergoed op de bank.

Na het wassen zet ik een kopje thermoskan koffie bij mezelf neer. Voordat ik een kopje koffie drink, vind ik het mijn plicht aan enige lichaamsbeweging te doen. Opdrukoefeningen. Maak je niet ongerust: ik druk alleen mijn hand op de bank. Af en toe wissel ik even van bank, anders wordt het zo’n sleur. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar van luieren word ik slap. Na een dag niets doen, voel ik me toch afgepeigerd en (veel erger) volstrekt overbodig.

Al heel vaak liep ik naar de drogist liet ik iemand voor me naar de drogist gaan. Dozen ‘lichaamseigen’ vitaminebevorderende Q10 energiepillen heb ik opgegeten, maar energie? Not!

Gezien de omstandigheden zit ik dringend verlegen om een nieuwe hobby. Er zijn wel een aantal voorwaarden aan verbonden: 1) het mag geen linkse hobby zijn, 2)niet te vermoeiend en 3)het moet niet te zwaar wegen 4)niet teveel kosten.

Mijn eerste ingeving was: postzegels! Want, die wegen niks, ik kan er dozen vol mee sparen. Worden het er teveel, dan lik ik er meerdere aan elkaar. Man heeft vroegah ook boeken vol zegels gespaard. Totdat hij mij leerde kennen; toen had hij wel wat anders te doen. Ruim twintig jaar liggen de boeken op zolder te verdorren, dus daar zou ik mee kunnen beginnen, maar ik geloof niet dat postzegels goed voor mijn (ooit zo snelle) imago zijn. Ja, ik wel graag ergens áchter kunnen staan, natuurlijk.

Dit vorige gelezen hebbend, zul je begrijpen dat kantklossen, macrameeën en tunisch haken ook afvallen. Aquarelleren? Nou, in kliederen ben ik in elk geval een kei. Mandala’s tekenen? Mwah. Meedoen aan de vogeltelling? Die is net geweest. Een boek schrijven? Wens me inspiratie. Recepten sparen? Zou kunnen. Breien? ‘k Heb net een Noorse trui af, dus voorlopig ff niet. Borduren? Zelfs met een leesbril op kan ik het errug moeilijk te zien.

Mijn hardloopschoenen heb ik maar verbrand. Ze roken precies naar wat er altijd in gezeten heeft: zweetvoeten. Nu denk ik er over principieel tegen sport te worden. Alleen maar kommer en kwel in Huize Kakelbont? Ben je gek! Ik heb nog opgewekte bloginspiratie zat! 

Uit de kast

Ken je dat programma van de EO met Arie B, waarbij homo’s uit de kast komen? Nou, ik niet. Tenminste, ik heb erover gelezen in de krant, maar that’s all.

 

Zelf vind ik ’t nu welletjes om uit mijn eigen kast te komen. Je zal van mijn bekentenis niet steil achterover van je stoel glijden, want ik ben niet lesbisch, heb geen minnaar, ga me niet bekeren, wil geen man worden en niet scheiden van Man en Kind. Ik heb niets gestolen of iemand geslagen, nee, eigenlijk is het doodgewoon. Maar tegelijkertijd toch weer niet, want ik zwijg erover als het graf. Ik heb er nog niet één blogwoord aan besteed.

 

’t Is heus niet moeilijk te beschrijven, hoor. ’t Zijn maar drie woorden. Maar ze staan zo akelig zwart op wit. Zodra ik ze geschreven heb, wil ik ze terstond deleten. Alsof daarmee de klacht ook weg is.

 

Ik ben moe, hondsmoe, rete-moe, jankmoe en misselijk-moe. Al een half jaar niet gesport (en gespoord ook niet), heel soms een rondje op een gewone fiets (wat weer volstrekt niet-gewoon is.) Als ik een goeie dag heb, ga ik shoppen…bij de Albert Heijn dan. Na het leveren van deze krachtinspanning is de koek wel op. Ik breng de dagen zittend op de bank door en verveel me te pletter. Over mijn gezicht hangt een grauwsluier en ik heb zin om de hele dag keihard schuttingwoorden te gillen. Strontvervelend is het en stikchagrijnig ben ik.

 

De fles is halfleeg, want: ik houd niet van rust. Ik wil de Krimpenerwaard onveilig maken met fietsen of hardlopen. Lekker shoppen en geld verkwisten. De stadse lucht in Rotterdam opsnuiven en naar Dudok voor koffie met gebak. Kontsleeën met Kind, en tijdens oud-en-nieuw met haar samen  vuurwerk in hondendrollen duwen en daarna afsteken.

 

De fles is halfvol, want: goh, ik kom aan! Shoppen kan ook via internet! Ik kan Kind helpen met huiswerk; Bella pesten; koken; buiten royaal het vogelvoer bijvullen; op jacht naar verjaardagscadeautjes;  ideeën opdoen voor het vernieuwen van de slaapkamer; muziek downloaden; gedichten leren schrijven bij Poëzie in Beweging.  En… mijn fiets heeft geen winterbeurt nodig, nou zeg, dát scheelt nog eens scheppen geld.

 

Soms staat Vriendin op de stoep. Zij is een doorzetster van de bovenste plank: ‘Ja, ik dacht, ik kom gezellig even bij je langs.’ Zei ze nou gezellig? Dapper ding! Laten we ‘t maar op gezelschap houden. ‘Je weet waar de koffie staat, he?’zeg ik dan, ‘en doe mij ook meteen een bakkie.’

Luiheid dient de mens. Was het maar luiheid!