Eén april!

In Huize Kakelbont heerst doorgaans een harmoníe, mensen, niet normaal. Maar sinds 15 jaar wordt de situatie op 31 maart kritiek. Dan moet een klus geklaard worden waarvoor Man en ik de messen slijpen, want het is onze vrolijke plicht feestelijke slingers op te hangen en dán praat je ergens over. Ken jij dat probleem niet? Prijs jezelf. Alles komt eraan te pas: het huishoudtrapje; een potje (met geplette) punaises; slingers met een vaag ophangtouwtje of juist een heel dikke met halverwege een knoop. En je zal zien: toevallig bewaar je de kortste slinger voor het langste eind. Denk je klaar te zijn, flikkert de eerste slinger alweer naar beneden.

Goed nieuws! Tijdens de verjaardagsboodschappen bij AH, zie ik een slingerophangset. De set bestaat uit een tentstok met bovenin een plastic dopje met haakje waar de slinger aan past. Wat belooft de verpakking: “slingers ophangen wordt hiermee makkelijker.” Voor het eerst in lange tijd zal er op 31 maart sprake zijn van een geoliede samenwerking. Voldaan rijd ik naar huis waar ik de aankoop aan Man laat zien.
Hij bekijkt het pakje drie twee tellen en spreekt de woorden: ‘Dat gaat niet werken.’
‘Kijk dan..’ zeg ik, ‘..het beste idee van Nederland!’
‘Dat gaat niet werken,’ houdt Man vol.
Kijk en dan moeten we nog BEGINNEN met ophangen.

Na DWDD is het zover. Man klautert op het huishoudtrapje – hij laat gemakshalve de tentstok onbenut – en drukt het plastic dopje tegen het plafond. ‘Als ik maar heel even zo doe,’ zegt Man, waarbij hij het dopje lostrekt van het plafond, ‘dan laat ie meteen los.’
‘Dan moet je niet heel even zo doen.
Man duwt het dopje weer vast. Dopje valt. ‘Zie je nou, werkt voor geen meter.’
‘Je moet harder duwen.
Je ziet ’t toch, dat ding plakt niet.’
Na veel moeite plakt het dopje, slinger aan het haakje, klaar. Kant twee van de slinger. Dopje één valt meteen op de grond, ik reik nummer twee aan. Valt ook. Alsook nummer drie.

Manlief zegt nooit lelijke woorden, dat vindt hij not done, maar op 31 maart 2011 – het staat op mijn trommelvlies gebrand – zegt hij vanuit zijn tenen: ‘Kutdopje!’ Daarna kleeft nummer vier wonderwel. Slinger eraan, je als de sodemieter omdraaien en niet meer omkijken. Na ruim drie kwartier, hangen welgeteld twee slingers. Aan dopjes.
‘Dat ging toch wel werken,he?’ zeg ik vals.

Nog één slinger te gaan. De dopjes zijn op en we gaan over op punaises. Man prikt punaise in muur…Kedeng! storten ALLEBEI de zojuist opgehangen feestartikelen op de grond. Lief kijkt me áán en stapt het trapje af. Een geweldig timing van Bella, want uitgerekend op dat moment komt ze vanuit de keuken aangesprint en gaat uitgerekend onder het trapje zitten. Man stapt op Bella, grijpt zich nog net op tijd vast,  waarna mevrouw Konijn vloekend naar de keuken verdwijnt.
Manlief Man tiert: ‘Doe dat beest in haar hok!’
Nou, voorlopig niet, want ik ben nogal gehecht aan mijn vingers.
Lang verhaal kort: een uur later hangen alle slingers. Aan punaises.

Ik geef het niet graag toe, ik krijg het nauwelijks uit mijn toetsenbord, maar de ophang-set werkte niet. Mijn praatjes waren dan ook op.
Man zei niet van:  ik zei toch al dat het niet ging werken, wat ik een ongelofelijke prestatie vind. Dat was mij nooit gelukt.
In de geruststellende wetenschap dat ons huwelijk voor het komende jaar gered is, ga ik op stok. Manlief neemt het logeerbed nog een borreltje.

Na 31 maart…komt 1 april, kikker in je bil.

Verheugd zing ik Kind in bed toe en geef haar presentjes. Alsof het een haastklus betreft pakt ze ze uit, want zij wil maar één ding. Daarvoor roetsjt ze van het bedladdertje, holderdeboldert de trap af, rent naar de telefoon, toetst het nummer in, wacht en roept: ‘Hoi pap, gefeliciteerd met mij!’
Man zegt waarschijnlijk zoiets als: ‘Ha Kind! Gefeliciteerd met je 15de verjaardag!’
(…)
‘Ja! Deodorant, een taartsnijder en een kaart met kusgeluiden, hihi.’
(…)
‘Wat… ligt alles plat?…echt waar?’ hoor ik Kind zeggen.

Alles plat, denk ik, …alles plat?…je bedoelt het besturingssysteem…van De Nederlandsche Bank, SWIFT, Reuters en de hele mikmak? Wat vreselijk, wat erg. Grote gruwel, ik sla mijn handen voor mijn gezicht.
‘HaHa, mama trapt erin: 1 april!‘
Wat! Hebben ze míj in de maling genomen? Dat stelletje geteisem, dat…dat…ggrrr.

‘Wat..dat méén je niet…oh..wat erg voor je,’ hoor ik Kind plots welgemeend zeggen. ‘Moest je het helemaal alléén doen?’ In haar stem klinkt zowel oprecht medelijden als immense bewondering. Door de telefoon spreekt ze sussende woorden.
Duh, denk ik, wat kan er nou erger zijn dan het uitvallen van het systeem?
Kind verbreekt de verbinding en zegt: ’Gisteravond – net toen papa naar bed wilde gaan – vielen er twéé slingers naar beneden. Papa moest ze he-le-maal alleen ophangen.’
Ze kijkt me aan. Dringt de volle betekenis van haar zojuist gesproken woorden helemaal tot mij door? Dat deed ie.

Reken maar dat ik het lef had om te lachen!