Discipline in de Doelen

‘De koffie en thee was gratis. Grátis!’ jubelt ze. Tevreden kijken Man en ik elkaar aan en constateren dat ons Kind een rasecht Nederlands product is. Het concert moest nog beginnen, maar zij was toen al tevreden. De muziek vond ze prachtig, nou ja, de meeste stukken dan, maar die meneer L.angschmidt,’ vertelt ze klaaglijk, ‘man, man, wat een man!’

(Even tussendoor:  leraar Griek, een erudiete man met een goedontwikkelde buik en een vriendelijk gezicht. Twee jaar geleden had hij al beloofd met pensioen te gaan, maar  steeds blijft hij hangen. Wekelijks is hij in de Doelen te vinden, en offert vrijwillig vrije avonden op om de jeugd te begeleiden.)

Theatraal slaat ze haar ogen ten hemel.

‘Wat denk je? Zaten er voor en achter ons mensen te slapen. Eentje was het ergst want hij snurkte, echt niet normaal. Als de muziek stilviel, schrok hij wakker en zag je ‘m denken: waar ben ik? Oh sjit, in de Doelen… Boven ons zat er eentje met zijn mond open te kwijlen. Hij schrok juist wakker van het applaus. Met slaapogen klapte hij mee, maar bij de eerste muziektoon sliep ie gewoon weer verder. En wij mochten daar dus niet eens om lachen, nee, wij mochten echt helemaal niks!

Zo stom, andere mensen zaten gewoon hun e-mail te checken, te fluisteren, te kuchen en hardop te geeuwen. Meneer L.angschmidt vond het een grof schandaal. “Die mensen moeten een toontje lager zingen,” declameert Kind jaar hraar na, “een concert behoort een rustpunt te zijn.” Het liefst had hij het stokje uit de handen van de dirigent gerukt om er hard mee op een balustrade te tikken. Hij riep zijn favoriete kreet: “Discipline!” en daarna zei hij:“Neem een voorbeeld aan mijn jeugd.” Hahaha…een voorbeeld aan zijn…hahaha, nou in de klas praat hij héél anders over de jeugd!

Van mij was ie hartstikke onder de indruk, want ik las de bladmuziek mee tijdens het concert. Oh, wat vond hij dat knap. Heb ik ff een puntje gescoord, maar ja, met Grieks heb ik daar niks aan, jammer hè?’

‘En die dirigent, mam…een oude knar…en máger,’ zo’n middeltje,’ wijst ze met haar handen. ‘Dat was Frans Bruggen!’ weet ik. ‘Die man is levende legende. “Een zeer gerespecteerd en eerbiedwaardig mens met veel muziekautoriteit,” citeer ik het stencil van meneer Lang.
‘Oh nou ja, whatever,’ mompelt ze.

Het hoogtepunt van Kinds cultureel avondje uit? ’s Avonds om 11 uur een softijsje eten bij Mac.

Parels voor de zwijnen!

 

 

 

Blauw oog

 

 

De prikjes doen zo’n zeer dat ik er tranen van in mijn ogen krijg. ‘Gemeen hè?’ zegt de plastisch chirurg. Laat dat nou precies het woord zijn dat ik in gedachten heb. Denk nu niet dat ik de jaarringen rond mijn ogen laat wegwerken, want ik heb een fout plekje boven mijn linkerwenkbrauw dat dringend weggehaald moet worden.
‘Het wordt nog een flink litteken, mevrouw. Dat vind ik altijd vervelend in iemands gezicht.’
‘Geeft niet hoor,’ zeg ik geruststellend, ‘ik ben toch al getrouwd.’
‘Ligt u een beetje comfortabel?’ vraagt hij vriendelijk. Mijn bed thuis ligt vele malen beter, maar je wilt als patient niet ondankbaar overkomen dus prijs ik het operatiebed.

 

‘U bent niet erg nerveus,’ constateert de dokter.
‘Daar weet u niets van,’ flap ik eruit.
Om het ijs te breken vraagt de assistente of ik nog iets in mijn schoen heb gekregen.  
‘Alleen zweetvoeten,’ klaag ik. Die grap is van mijn broer, maar hij doet het altijd goed, en er wordt gelachen. Opeens gaat de telefoon en vraagt de arts of ik het goedvind dat hij even wegloopt? Ik heb niet de indruk dat ik een keuze heb. Traag gaat de tijd voorbij. Weer terug zegt de chirurg dat hij hoopt dat de verdoving zijn werk nog doet, anders moet ik maar een seintje geven. Ineens is het of al mijn zintuigen zich verzamelen boven mijn linkeroog. Krampachtig klem ik mijn handen om het bed. Het mes komt dichterbij en ik probeer oogcontact of afleiding te zoeken, maar dat mislukt jammerlijk, want ik word verblindend door het operatielicht. Ik voel geduw en getrek boven mijn oog. Als de pijn uitblijft, voel ik me net een rolfluitje dat ontspant.     

 

Twintig minuten later naait de chirurg de laatste hechting erin. Een beetje Disney  dizzy krabbel ik overeind. ‘U mag al uw bezittingen weer  meenemen,’ zegt hij gul, waarna ik welgeteld één brillenkoker uit de “patientendoos” vis. Ik krijg een hand, wat doekjes voor het bloeden en een controleafspraak. Plus nog wat adviezen.
‘U mag er mee douchen en in de regen lopen,’ zegt hij. ‘Straks zal het gaan trekken en wordt het wat dik.’ Het beste bewaart hij voor het laatst.
‘Morgen heeft u een blauw oog.’

Ik kan niet wachten…

Paardenkracht

Vandaag ging hij zich uitsloven voor de vrouw met wie hij ging trouwen. Zij wist nog niet dat hij voor haar de ideale partij was, maar dat was slechts een detail. Ze spraken elkaar regelmatig – of nou ja, eerlijk gezegd eerder toevalligerwijs – maar hij wilde haar nu eenmaal hebben, bezitten, en de zijne maken, en als een man iets wilde, moest een man zorgen dat hij het kreeg. Het enige wat hij hoefde te doen was te leren paardrijden en dat zag er héél simpel uit.

Toen hij eenmaal voor het paard stond, viel het ‘m tegen, want dat beest bleek vrij groot. Hadden ze geen korter model? Afijn, een vent een vent. Hij wachtte tot het paard door zijn knieen zakte om er bovenop te kunnen gaan zitten, maar dat bleek de volgende tegenvaller: het paard bleef staan. Hij moest een voet in de stijgbeugel zetten – ‘nee, nee, we stappen altijd aan de linkerkant op!’ – het zadel vastpakken, en zijn been over de paardenrug zwieren. Nou ja, zwieren…maar goed toen hij zat, kon wat hem betreft de privéles beginnen.

In stap – een gewoon mens noemt zoiets lopen – ging het uitstekend. Hij hoorde termen als “van hand veranderen” en een “grote volte maken”, maar die besloot hij te negeren. Toen mocht hij in draf. Of hij dat zag zitten, vroeg het meisje. Hoezo, hij zat toch al? Ineens moest hij van alles tegelijk doen: klakken met zijn tong – ja hallo! – het paard aansporen met zijn hakken, en een tik geven met de zweep.

In een keer begon dat beest te hollen! Het meisje riep dat hij moest “lichtrijden”, iets van staan zit, staan zit, op de stijgbeugels. Nog een geluk dat hij een snelle leerling was en alles vlug onder de knie kreeg, maar mensenkinderen, wat bonkte dat paardenlijf onder zijn kruis, was dat normaal? Hij ergerde zich aan het gecommandeer van dat kind, dat hij weer van hand moest veranderen. Had hij niet twee handen op exact de goeie plek? Hij zweette hij zich rot en alsof dat nog niet voldoende was begon zijn bilnaad te schuren.

Zomaar ineens, van de ene op de andere tel, stond het paard stil. Zo abrupt dat hij uit het zadel gleed, en tussen het paard en de grond in bleef hangen. Het meisje kwam op hem toegesneld en zei dat het paard gestopt was omdat hij onverwacht een ruk aan de teugels had gegeven. Maar dat had hij helemaal niet gedaan! Die knol leidde gewoon een eigen leven. Moest het soms nog afgericht worden? Immens genant vond hij het om geholpen te worden met afstappen. Toen hij eenmaal op de grond stond, moest hij er van dat paardenkind direct weer opstappen. Ja zeg, wie gaf hier de orders?

Het mocht dan de grootste hobby van zijn aanstaande zijn – want zo was hij haar voor ’t gemak al gaan noemen –  na een half uur later wist hij het zeker: voor paardrijden was hij niet in het zadel gelegd. Meteen kreeg wel hij een nieuw idee waarmee hij ook indruk zou maken. Ze zwichtte vast voor een man die een groot huis met een ruime stal voor haar zooitje eigen paarden kon kopen. Hij wist ook al hoe hij dat geld kon vergaren: hij zou zich gaan toeleggen op de beleggersmarkt. Voor iemand met zijn potentie, wilskracht en doorzettingsvermogen moest dat een makkie zijn. Fluitend reed hij op de brommer naar huis. Onderweg zou hij het Financieel Dagblad, en de Telegraaf voor de beursnoteringen kopen. Geld stonk tenminste niet, wat je van paarden niet kon zeggen.

 Een kort verhaal, puur fictief. Mocht iemand zich in de laatste alinea aangesproken voelen, dan berust dat op louter toeval  😉  

Uitnodiging

Schrijfuitdaging van Aline.
Thema: kaart

Hij heeft een vaste baan, een ordentelijk huis met bedstee en luikjes, plus nog een moestuin. Wat wil een man nog meer? Hij wil een vrouw. Alleen valt het vinden van een zorgzame vrouw  om de sodebliksem niet mee. Zich laten inschrijven bij een relatiebemiddelingsbureau of het plaatsen van een contactadvertentie is niks voor hem. Stiekem hoopt hij dat het lot hem onverwacht een vrouw of een uitnodiging zal bezorgen. Toen hij dat eens tegen een collega vertelde, opperde deze dat hij ze waarschijnlijk zag vliegen. Uitnodigingen komen niet uit de lucht vallen!

Hij zet extra aan op de pedalen en hijgt van inspanning. Na deze laatste bult komt een lange, gulle afdaling. Hallucineert hij of beweegt daar echt iets rozigs? Daar in de lucht…een stipje. Het stipje wordt een vlek die nerveus op en neer fladdert, een moment roerlos blijft hangen, en tenslotte verderop in een struik verstrikt raakt.

Hij gooit zijn fiets in de greppel en graait met twee handen in de takken. Beet!
Het is een restje ballon met een kaartje. Hij draait het om en om in zijn handen en kan niet geloven wat hij ziet. Hier houdt hij een stukje toekomst in handen en hij voelt zich er Disney van worden. Hier op dit stukje papier staat ze!

Een foto van een lachende vrouw met blozende hamsterwangen en daaronder de tekst:
“sportieve vrouw met diervriendelijke manieren, zoekt kennismaking met serieuze man voor diepzinnige relatie. Kinderen en huisdieren dringend gewenst.”

Doordrenkt met een groot geluksgevoel kust hij het papiertje.

Voor de gewone man

Stapt van der Schans nou naar binnen? Ja hoor, verrek, het is ‘m! De nare zelfingenomen man die haar ouders tot wanhoop heeft gedreven. Jarenlang stonden ze hun schamele inkomsten af, om hun lening af te betalen, en telkens verhoogde van der Schans tussentijds de rente. Haar ouders konden niet anders dan berusten in hun droeve lot. Haar vader zou zich omdraaien in zijn graf als zij deze klojo fatsoenlijk van dienst zou zijn.

 

De winkel in anti-inbraak apparatuur die Lize met haar man runt, loopt uitstekend. Niet alleen het beste van het beste maar ook betaalbare mogelijkheden voor de gewone man. Je moet altijd open blijven staan voor de gewone man, was haar vaders stokpaardje. Dit is een kans die ze niet mag laten glippen, maar hoe bedenkt ze zo snel een waterdicht plan? Terwijl ze met haar vingers op de balie trommelt, speelt ze ondertussen voor luistervink. Van der Schans wil een  degelijk beveiligingssysteem rondom zijn woning…Die woning kent ze, wie niet in deze omgeving? Geheel vrijstaand, rietgedekt, diverse schuren…

 

In Lizes hoofd beginnen radertjes te draaien. Hoe zou de gewone man het willen? Op hetzelfde moment dat ze zich de vraag stelt, weet ze het antwoord. Zo simpel! Onmiddellijk loopt ze naar achteren en belt haar broer die aan een half woord genoeg heeft. Hij schat het aantal kubs in en berekent de kosten. Met veel plezier zal hij dit klusje op zich nemen. ‘Spreek voor een vrijdagmiddag laat af,’ adviseert hij, ‘dan heeft hij er het hele weekend plezier van.’ Ze gniffelen.

 

Met een smoes stuurt Lize haar medewerker naar achteren en helpt zelf van der Schans verder. ‘Wat ik zojuist al zei…ik wil dus het meest simpele systeem, geen gedoe met alarm op ramen en deuren; mijn vrouw vindt dat te ingewikkeld. Gewoon een waarschuwing die indringers op anderhalve meter afstand van mijn eigendommen houdt.’  Lize beheerst zich om niet vals te lachen: zijn wensen passen precies binnen haar steengoeie plan. Ze stelt een simpele overeenkomst op.
‘Hoe gaat het met betalen?’vraagt de klant.  
‘De ene helft vooruit, de andere helft na levering.’ Die tweede helft zal ze nooit krijgen, maar dat hoeft niet, want de aanbetaling dekt de gehele lading. Inwendig gloeit ze van triomf.
‘Vrijdag aan het eind van de middag,’ stelt ze voor?
Ze hebben een deal.    

 

Vrijdag vier uur. Een truck arriveert bij van der Schans’ huis. Brutaal draait de bestuurder het erf op, rijdt  een rondje om de luxe woning en verdeelt de inhoud met een donderend geraas rond het huis.  Hortensia’s, buxussen en rozen die binnen de anderhalve metergrens staan, worden door de zware wielen resoluut verpletterd en onder de lading bedolven. Voordat de bewoners er erg in hebben, is de klus geklaard. En hoe! Rond het huis ligt een dikke laag grind. Het beste alarm aller tijden.
Voor de gewone man.

 

Spelvauteplisie

 

Kind zit sociaal te netwerken.
Krijg nou tandjes, wat leest ze daar? “Ik vindt …(onze plaatsnaam) de stomste dorp.”
Nou ja zeg…hoezo stomste? In dat dorp is zij anders wel geboren! Okeej, het had weinig gescheeld of ze was in het streekziekenhuis ter wereld gekomen, maar dat ging niet door omdat haar moeder na 21 uur baringsnood letterlijk het huis niet meer uit te slepen was. Haar geboortedorp afkatten? Zij dácht ’t niet.

 

Over smaak valt te twisten; spelling is een ander verhaal. 
Kind stuurt een krabbeltje terug: “Ik vind is zonder t, en het is HET dorp.” Zo, die kan de ontvangster fijn in haar zak steken.

 

Na een half uurtje zie ik Kind iets mompelen, haar gemompel gaat over in een enorme lach en kronkelend laat ze zich van de bank op de grond vallen. Oh, oh, oh, zo’n goeie heeft ze sinds tijden niet gehad!
‘Tizzerdan?’ vraag ik nieuwsgierig.  
‘Een nieu-hieie-we  re-aaaaac-tie,’ hikt ze.
Als ze zich bij elkaar heeft geveegd en weer rechtop op de bank zit, kan ik lezen: “Wie denk jij wel dat je bent, bijdehandtje?” Kind stuurt een krabbelt terug: “BijdehanDJE.”

 

Uiteindelijk heeft de ontvangster de opmerkingen maar verwijderd.

Zondag: check!

tijdens de bui

voor en na de bui

Lief gaat buiten even de benen strekken. Alleen, want de dames houden een pyjamadag en zijn niet naar buiten te branden.

Man kijkt naar de lucht: geen donkere wolken. Check.

Kijkt op buienradar: droog. Check.

De stormparaplu? Blijft thuis. Check.

 

Koud een kwartier later trekken ze buiten alle sluizen open. Naar later blijkt de enige bui van heel de dag. Man loopt reeds ergens middenin de polder, geen boom te bekennen… Jammer hè?

 

 

Happy feet

‘Sooooow! Wat hier staat wil ik hebben! Dit is ècht iets voor mij!’
Kind en ik kijken elkaar aan en sprinten om het hardst naar de eettafel, waar Man boven een verse stapel reclamefolders hangt. Wat In Hemelsnaam Wil Hij Dolgraag Hebben? Hij wil NOOIT wat! We drommen samen rond de folder. Zijn vinger wijst naar een afbeelding. Huh, is dat alles? En dan ook nog zo goedkoop…
‘Jammer, pap,’ zegt Kind met een brede grijns, ‘die winkel zit helaas voor jou niet hier in de buurt.’
Ze geeft haar vader een amicale schouderklop. Buiten Liefs gezichtsveld wenkt ze mij met een subtiele handbeweging. Ik snap er niks van, maar zij is dan ook een stuk slimmer dan ik. Wij nemen  onze uitgangspositie weer in en begraven ons in ons boek. Kind reikt mij onderhands een briefje aan.

 

Twee dagen later: lang leve internet!
Kind zet Paps cadeautje in de magnetron en zodra hij binnenstapt, verwisselt ze dat als de sodemieter met zijn pantoffels die altijd onder zijn stoel staan. Liefs stapt binnen en zijn gezicht is één groot vraagteken.

‘Wat zijn dat voor badslippertjes?’
‘Die zijn voor jou.’
‘Voor mij? Is het de bedoeling dat ik die aantrek?’
‘Ja hoezo, deez wilde je toch?’ vraagt Kind ietwat beledigd. ‘en je loopt hier toch privé en uit het zicht?’  Begeerte gaat niet bepaald met hem  op de loop, maar uit liefde voor zijn gezin wil hij best met opgeheven hoofd een vernederend rondje lopen. Hij trekt de voorverwarmde bordeelsluipers  slofjes aan en paradeert ermee door de woonkamer. Slof, slof, hij draait galant een pirouette, slof slof, een rondje om de bank…  

 

Alleen al van het kijken ernaar krijgen Kind en ik warme voeten. Lief, doorgaans een tank in menselijke verpakking, ziet er ineens een stuk minder stoer uit. De emoties lopen hoog op. Kind en ik houden het niet helemaal droog. Gierend en slap van de lach vallen we elkaar in de armen.  Je moet wel enorm stevig in je tijgersloffen staan om in deze toffeltjes gezien te willen worden.

 

Lief kijkt naar zijn voeten en weet niet wat hij ziet. Bij elke stap die hij zet, laat hij een spoor van korreltjes achter. Bella holt er als een stofzuigertje achteraan, totdat de smaak van een korrel tot haar doordringt en ze die minachtend uitspuugt: ze kauwt nog liever op een droog strootje…

 

Happy feet

 

Man geeft toe dat de slippertjes héérlijk warm zijn. Kind en ik vinden dat hij ze binnenshuis best kan dragen, we zullen hem heus niet elke dag onder zijn neus wrijven dat het geen porem is. Zo zijn wij gewoonweg niet.