De kleren van de pennenlikker

Hij kijkt graag naar zichzelf in de spiegel. Zelfgenoegzaam constateert hij dat de nieuwe aankoop hem als gegoten zit. Zijn collega’s zouden eens moeten weten welke stoere kleding deze pennenlikker thuis draagt. Niet elke kerel is mans genoeg daarvoor!

Toen hij dit charmante jurkje in de etalage had zien hangen, was hij er meteen verrukt van geweest. Hij was naar binnengestapt, had een verkoopster aangesproken en gezegd wat hij wilde hebben. De verkoopster had zijn goede smaak geprezen,  en dat hij de kledingmaat van zijn vrouw weet! Lachend had hij haar opmerking weggewimpeld.

Thuis had hij de jurk van ellende aan zijn vrouw cadeau gegeven. Ze was er stil van geworden. Hij ook, toen ze een paar dagen later zíjn jurk op háár verjaardag droeg.
Eindelijk was hij moederziel alleen thuis zodat hij van de nieuwe aankoop kon genieten.

Jammer dat hij de schoenen van zijn vrouw niet past, want die zouden het geheel onder de vleeskleurige nylons áf maken. Hij ergert zich dat zijn stugge, zwarte haren door de panty heen steken. Misschien moet hij wielrenner worden, dan kan hij zonder achterdocht zijn benen scheren. Aan harsen moet ie niet dènken!

Hij denkt aan de keer dat hij euforisch was geworden na het lakken van zijn teennagels. Wat hij nu gaat doen is vergelijkbaar, al hoewel hij er wel een beetje tegenop ziet. Zou ’t niet te dik worden rond zijn…eh…hamer- en klokkenspel? Tenslotte heeft hij die de rest van zijn leven nog nodig.

Hij laat zijn broek zakken en pakt het dunne plastic pakje. Zittend op de wc-bril maakt hij met rode oren de verpakking open, verwijdert de plastic stripjes, en legt het damesverbandje verwachtingsvol in zijn onderbroek. Helaas voor hem met de plakrandjes naar boven.

Leeg…

Haar huisje is leeg. Alles wat ze in 82 jaar tijd vergaard heeft, is in minder dan een maand verdwenen.

Alles gaat door onze handen: handcreme, schoenen, nachtponnen, foto’s, dekbed, koektrommels,  lampen, telefoon, tandenborstel, handtassen, OV-pas, bijbels, een kerstboom, theedoeken, paraplu’s, kruiden,  koffiezetapparaat, serviezen, wc-papier, naaigerei, pannen, bestek, sieraden, afwasmiddel, washandjes, bloempotten, schilderijen, stofzuiger, zakdoekjes…

Haar meeste kleding gaat naar het leger des Heils. In haar kast vinden we ouderwets bedlinnen; handgemaakt en geborduurd. Het is antiek en tegelijkertijd nagelnieuw, want nooit gebruikt. Vond ze vast zonde. Witgoed verkopen we voor een habbekrats via MP. De meubels en overige inboedel laten we ophalen door Stichting het Lichtpunt.

En nu is alles weg. Leeg.

Man en ik hebben er niets meer te zoeken, maar we dralen. Zeggen: ‘Kom, we gaan,’ maar stellen het vertrek uit. Alsof we bang zijn dat het onvermijdelijke gat dat komen zal, ons op de nek zal springen zodra we de deur van haar huisje achter ons dichttrekken.

Uiteindelijk sluiten we alles af. We zeggen niets. Alles is al gezegd.
Buiten is het grauw en grijs. Dikke wolkenpartijen hangen boven de rivier en in de verte valt een bui. Dan breken onverwacht twee zonnestralen door het wolkendek. Zomaar ineens vallen ze uit de lucht naar beneden en verplichten pal voor ons de weg op de dijk. Alsof ze boven begrijpen dat we er allebei eentje kunnen gebruiken.

Hyper-de-piep

Joelend hollen ze door de schoolgangen. High five! Bijna is het zover! Tijdens lessen wisselen ze belangrijke informatie uit: wie heeft welk merk/soort/smaak tussendoortje gekocht; bij wie lig je op de kamer; hoeveel zakgeld neem je mee?
Een schoolreisje? Laat Kind niet lachen! Toevallig is dit iets bijzonders, want het is alleen voor de bovenbouw, èn je moet zijn ingeloot. Lekker belangrijk dus.

Máánden geleden viel Kind met de voordeur in huis binnen. Haar ogen leken op die van een hongerige bloedhond die tijdens een zwaar dieet, smeekt om een droge boterham. ‘Mam, mag ik in de voorjaarsvakantie met school mee op snowcamp?’
‘Hoe bedoel je?’ vroeg ik onnozel.
‘Nou, skieen…een week….Oostenrijk.’ Ik flikkerde bijna achterover. Bezorgd keek ze me aan.

Dat komt, van mij mag ze weinig. Haar touwtjes houd ik stevig in handen. Zeuren werkt averechts, tijd = tijd, en afspraak = afspraak. Eén vergeten sms’je dat ze na schooltijd onverwacht met een vriendin meegaat, en de poppen staan geheid te volksdansen. Als ze mij “om” krijgt, volgt haar vader vanzelf. Van hem mag ze bijna alles.
‘Zal ik een bakkie koffie voor je zetten?’ vroeg ze gewiekst.
‘Alleen als ik er de laatste gevulde koek bij krijg,’ zei ik, want ik maak graag misbruk van dergelijke situaties.

Sinds ze is ingeloot, is ze een zielsvergenoegd Kind. Haar tas heeft ze met een welhaast religieuze toewijding ingepakt, en staat al een week klaar. Vanavond om 22.00 uur vertrekt de bus. Overdag hebben de vakantiegangers nog gewoon school. Nou ja, gewoon: allemaal hyper opgewonden, drukke, en stuiterende pubers.

Kind zingt, dans, huppelt, dolt, holt, joelt en jodelt door het huis. Man en ik worden er krankjorum en zelf ook een beetje hyper van. Met een veelbetekenende blik kijken we elkaar aan: vanavond wordt het  stil.
Muisstil.
Héérlijk stil.
Te stil…

Om de onderlinge band tussen alle deelnemers nog te versterken, hebben ze een trui  gekregen met alle namen erop. Ook die van Kind…

Harrie – vervolg op overwinnen

Voor Margreet: vervolg op Overwinnen

Meestal spreekt ze op nederige toon tegen hem, precies zoals het een vrouw betaamt, maar nu vertelt ze dat ze een baantje voor drie dagen in de week heeft aangenomen. Zónder zijn doorwrochte mening te vragen! Hij heeft haar al eens alle kleuren van een herfstpalet geslagen, maar dit onbeschofte gedrag verdient een ander soort afstraffing.

Harrie loopt naar de garage, en komt terug met een jutezak en een hamer. Hij pakt haar kat Mientje bij de nekvel en propt haar in de jutezak. Zijn vrouw gilt het uit als ze ziet wat hij van plan is. Ze smeekt hem haar poes niets aan te doen, en gooit zich voor zijn voeten, maar haar gesoebat laat hem koud.  Hij slaat net zolang met de hamer op de jutezak tot er geen geluid meer uitkomt, en gooit de met bloed bevlekte zak naar zijn vrouw. Ze kokhalst. ‘Met jou zou ik precies hetzelfde willen doen!’ schreeuwt hij. Ze gelooft hem op zijn woord.

Haar hoofd lijkt te exploderen. Er gaat een hittegolf van woede door haar heen, en dat gevoel is nieuw voor haar. Ze kijkt haar man aan, niet langer met een onderdanige blik, maar eentje die verandert van afgrijzen en woede, naar zin in een allesoverheersende wraak. ‘Ben je eindelijk boos?’ vraagt Harrie honend. Hij slaat zijn armen over elkaar en lacht haar uit. Tranen rollen over haar wang, terwijl zich in haar hoofd een strijd afspeelt.

Ze is niet sterk, dus moet ze slim zijn, en ze heeft maar één kans. Ongegeneerd haalt ze haar neus op en spuugt een rochel in de richting van haar man z’n gezicht. In een reflex stapt hij naar achteren en dat is precies waar ze hem hebben wil. Hij stoot tegen de salontafel, verliest zijn evenwicht en valt op de glasplaat die versplintert onder zijn gewicht. Met een smak knalt zijn hoofd tegen de punt.

Met kille ogen kijkt ze op hem neer. Bloed sijpelt uit een oor en hij is finaal van de kaart.  ‘Harrie!’ roept ze. De niet zo op tegenspraak gerichte man opent zijn ogen. ‘Ik kan mijn benen niet meer bewegen,’ zegt hij zacht. Mooi,’ zegt ze, ‘Ik zal 112 voor je bellen, maar denk niet dat ik je ooit maar één keer kom opzoeken. In dit huis heb je nóóit meer iets te zoeken. Het is mijn ouderlijk huis. Begrepen?’ Geen reactie. ‘Begrepen!’ Hij kreunt. Ze vindt het een prachtige geluiid.

Verdrietig graaft ze buiten onder de perenboom een gat en legt Mientje erin. Fier recht ze haar rug: het leven ligt voor haar open en zij gaat er wat van maken!

JoepieDePoepie!

In een weekblad dat ik nooit lees, stond een oproep om mee te doen aan een schrijfwedstrijd. Gelukkig stond de oproep op de voorkant anders had ie aan mijn verwende neusje voorbij gegaan. En rara, wat gebeurde er? Oh wonder, mijn verhaal werd gepubliceerd samen met nog negen andere. Ik heb niks gewonnen hoor. Of nou, helemaal niks…eeuwige zevendaagse roem.

Het volledige verhaal kun je teruglezen op: Noordsingel

Afwisseling

WE-300 schrijfuitdaging van Plato

Deskundig speurt hij met de Swiffer in zijn hand de woonkamer rond. Vanochtend heeft hij alles gezeemd, maar stof valt heel de dag door naar beneden. Dat zie je, zeker wanneer je zoals hij dagelijks de  ramen zeemt en zonnestralen vrij naar binnen schijnen.

Hij kent mensen die boekenplanken hebben met een grijze waas eroverheen. Of die televisie kijken zoals ze vroeger in barre winters naar buiten probeerden te kijken: eerst tegen het glas blazen en  dan met je hand een opening in een ijsbloem poetsen. Of mensen bij wie je voeten vastplakken aan de keukenvloer. Zelf poest hij alles tot het blinkt. Hij is trots, dat zijn kookplaat zo glanst dat hij zijn spiegelbeeld erin kan zien.

Na de dood van zijn vrouw kreeg hij zo’n enorme dreun van eenzaamheid, dat hij bedacht ter afleiding de meest vlekkeloze schoonmaker ooit te worden. Niet dat hij er plezier aan beleeft. Na zichzelf een weekend lang grondig geobserveerd te hebben, was het tot hem doorgedrongen dat hij een slaaf van zichzelf geworden was. Dat hij geen leven meer had, zo ernstig zat hij bij zichzelf onder de plak.

Sinds hij in therapie zit, gaat het gelukkig wat beter. Hij kan er al voorzichtig grapjes over maken: ik ben S en heb metvrees. Dat was het begin van de stap vooruit. De therapeut had gezegd dat hij niet mocht verwachten dat hij van de ene op de andere dag genezen zou zijn, maar dat het juist in kleine stapjes moest gaan. Daar is hij zich van bewust en daarom is hij ook zo tevreden over zichzelf. Twee vliegen in een klap, daar houdt hij van!

Glimlachend pakt hij de bloemenvaas. Hij gooit de bloemen weg, spoelt de vaas schoon en gooit er een tablet Kukident in, samen met zijn kunstgebit.

Speldenkussen

‘Heeft u weleens muizenoor gegeten?’ Muizenoor? Voelt die snuiter zich wel helemaal lekker? Ik gooi er meteen ‘Nee’ uit. De man tegenover me trekt een gezicht alsof ik een culinaire delicatesse mis.

‘En duif?’ vraagt de snuiter die Cheng heet. Duif. Best handig  om ze op te eten: ’s ochtends koeren ze je je nest uit, ze schijten heel de boel onder, en het krioelt van die beesten. Ik val in herhaling en zeg wederom nee. ‘Er staan ook nog andere ingredienten op uw dieetlijst, hoor,’ zegt de man gul. Ik lees maar kan er niets eetbaars in ontdekken: mosselen, oesters, inktvis, slakken…

Ik bedank hem hartelijk. Cheng is zichtbaar teleurgesteld. ‘En de Chinese kruiden?’ waarschuwt hij, ’die smaken pas echt vreselijk. Gek genoeg klinkt dat als een uitdaging en ik hoef er maar 3 x daags een theelepeltje van in te nemen.
Als laatste wil hij nog weten of ik veel sambal eet. Ik schud mijn hoofd. Ik ben namelijk van mezelf al heet genoeg, maar dat zeg je natuurlijk niet tegen een vreemde man.

Dan is het tijd voor mijn behandeling.
‘Au!’ roep ik, als de snuiter een naald in het kraakbeen van mijn oor steekt.
‘De naald gaat maar 1 mm diep, hoor,’ zegt Cheng. Hoor ik in zijn stem aanstelleritis doorklinken? Vriendelijk erkent hij dat het oor een gevoelig punt is. Doe mij nog zo’n naald, denk ik, en word op mijn wenken bediend. Net als ik veel overeenkomst met een speldenkussen begin te vertonen, zet de traditioneel Chinese genezer een Chinees muziekje op. ‘Ter ontspanning,’ verduidelijkt hij. Fijn dat hij dat erbij zegt, want uit mezelf was ik daar niet opgekomen. Twintig minuten lang worstel ik me door een nerveus pling-plong muziekje heen. Tussendoor draait Cheng rondjes met de geplaatste naalden. Een uitermate heerlijk gevoel als het wegtrekt.

Halverwege de priksessie breekt buiten een noodweer los. Het stormt, en regent bakstenen. Cheng schuift het gordijn en de luxaflex wat opzij en zegt: ‘Wees maar blij dat u hier binnen bent, en niet buiten.’ De logica van de man ontgaat me geheel.

Na afloop krijg ik een speciaal kruidenmengsel mee dat anderhalf uur in de wind stinkt. De beste manier om de gemalen muizenoren in te nemen, weet ik inmiddels, is door ze in een kop thee te kieperen en in  warme staat tot mij te nemen. Succes verzekerd. Het opdrinken dan hoor, een goede nachtrust laat nog op zich wachten.

Bij de volgende behandeling is het de bedoeling dat ik op mijn buik ga liggen, want dan gaat hij in mijn rug prikken. Wie weet ook in mijn billen. Maar denk je dat ik een half uur in mijn blote kont op die behandeltafel ga liggen? My ass! Hij zoekt maar fijn een ander plekje, en anders zal ik hém eens als speldenkussen gebruiken. Of nog beter: als dartbord.

Overwinnen

WE-300 Schrijfuitdaging van Plato met als titel: overwinnen.


Te laat ziet ze de grote kuil in het wegdek, en voor het goed tot haar doordringt, ligt ze op de grond. Auto’s jakkeren door plassen voorbij. Geschrokken en gekneusd krabbelt ze overeind, en zet haar fiets op de standaard. Grote grutjes, moet je zien hoe ze eruit ziet: een hak van haar schoen is afgebroken; in haar panty zit een grote knol; tel daar nog de ontbrekende knoop van haar jas bij op, en ze is een wandelende zak van Max. Ze kan wel janken. Heeft het nog wel zin naar het sollicitatiegesprek te gaan?

In een wanhoopspoging heeft ze een eenregelig sollicitatiebriefje geschreven, waarin ze naar een baan vraagt, ongeacht welke. Toen ze in het antwoord de beschikbare vacature las, moest ze even slikken, maar ze concentreert zich keihard op de voordelen: eindelijk zal ze onder de mensen komen.

Thuis zit haar man die op zijn wenken bediend wil worden. Iedereen in Nederland moet langer doorwerken, maar wie mocht er profiteren van de VUT? Harrie; haar hork van een man, die haar uitkaffert en vernedert. ‘s Nachts ligt ze ervan wakker. Heel haar leven zit ze al gevangen in een keurslijf van brave burgerlijkheid, en ze weigert langer onder zijn juk te leven; er zijn grenzen aan wat een mens verdragen kan. Vastberaden stapt ze op de fiets. Ze móet die baan hebben. Thuis gaat ze dood.

Veertig minuten later staat ze bezweet weer buiten, waar het droog is en de zon schijnt. Het sollicitatiegesprek is wonderbaarlijk goed verlopen want ze is aangenomen! Nu al vreest ze Harries schamperende en honende opmerkingen. Maar zij heeft A gezegd en desnoods gaat ze door tot de Z, maar zij gaat voortaan drie dagen per week als toiletjuffrouw in de Hema gaat werken. Ze kijkt omhoog en ziet geen vuiltje aan de lucht.

L.O.V.E.

De zanger Nat King Cole wist wel waar love (in de bekendste betekenis) voor stond.

Hij zong in 1965:

L is for the way you look at me

O is for the only one I see

V is very, very extraordinary

E is even more than anyone that you adore

Happy Valentinesday!

Voetstappen in de sneeuw

Krijg nou tandwielen: de voordeur gaat niet open! Zoals gewoonlijk zit ie niet op slot gedraaid, maar op allebei de knippen. Wat ráár. De bovenste knip heb ik eraf gedraaid, maar de  onderste zit vast. Muurvast. Ik ruk, ik trek en duw. “Met beléid” hoor ik Man in gedachten zeggen, maar dat stemmetje negeer ik. Trouwens, mijn wanbeleid helpt ook geen zier. Dan kunnen we dus ook niet naar buiten. Ach, was
ik maar een Hulk, dan zou ik de buitendeur zo uit zijn hengsels lichten. Ik kijk naar de dichte deur en weiger het te begrijpen. Het is ook nog zo vroeg. Met mijn slaaphoofd kan ik al wel passende verwensingen uiten.

‘De deur gaat niet open,’ zeg ik binnen tegen Kind.
‘Als ie aan de onderkant klemt, moet je de knip eraf draaien,’ adviseert ze. Ja hoor, de beste stuurlui zitten op het bankstel. Oh wacht, Bruce Lee van Aikido komt er persoonlijk vanaf om de situatie in ogenschouw te nemen. Stoer grijpt ze de onderste knip beet…hij zit vast. Nou zeg, verbazing alom.

‘Cool, mam! De deur zit vastgevroren! Dan kan ik niet naar school,’ joelt ze. Ja, dat had ze gedacht. Al moet ik haar persoonlijk door een raam naar buiten duwen, zij stapt nog ditzelfde uur op de fiets.

Lief heeft vanavond heel wat uit te leggen, want hoe is hij vertrokken naar de zaak? Ik zet mijn fantasie aan het werk, hol naar de tuindeuren en kijk naar buiten. Ja hoor: de voetstappen van Mans zevenmijlslaarzen staan in de sneeuw. Kind grijpt elk excuus aan om haar vader te bellen en huppelt zorgeloos naar de telefoon om dit heuglijke feit met hem de delen.

Man is inderdaad via de tuin door de garage naar de straatkrant gelopen. Kan het er in Huize Kakelbont dan nooit eens normaal aan toe gaan? Nee dus. Never a dull moment.