Karnemelk met slagroom

’t Is winter en je staat op stal waar het net zo druk is als in een potje met pieren. Samen met je  soortgenoten stink je een uur in de wind. Wás er maar wind. De enige winden die in de stal waaien zijn losse flodders, terwijl je juist zo houdt van frisse lucht. Voor een pluk vers Hollands gras doe je een moord.

Je hebt zó genoeg van de rammelende voederketting en kwijlende buren. Aldoor moet je hoesten van dat droge ingekuilde keleregras, en van het mestoverschot onder je poten krijg je tranende ogen. Rita slaat voortdurend haar staart tegen je kop; Liesje heeft een koemelkallergie en niest continu middenin je bek en je eksterogen steken van het lange staan, dus ga je erbij liggen. Uitgerekend op dat moment doet Martha een plas en spettert je helemaal onder. ‘Stom rund! Kan je niet uitkijken?’ ‘Alsof jouw waterval schoner is dan die van de rest!’ De irritaties lopen hoog op, of zie je alles te zwart wit? Eén ding weet je zeker: je hunkert naar de aanblik van een stier…

Hoe heet dat ding ook alweer dat bovenin in de lucht hangt en dat zo lekker op je kop brandt, terwijl je verkoelende slokjes slootwater drinkt? In gedachten schurk je je welgevormde billen tegen het hek. Je loeit gewoon wat voor de lol. Uiteraard heb je sjans met de stier aan de overkant (‘je kan me toch niet pak-ken’) Oh…buiten zijn is gewoon het áller áller fijnst wat er is.

Zachtjes vallen de eerste voorjaarsstralen door ‘t stalraam naar binnen. Aandachtig volg je de weersverwachtingen op de radio. ’t Kan nu écht niet lang meer duren, hoor. Net als het je toch nog teveel dreigt te worden, gooit de boer de staldeuren open. Eensklaps wordt alles groen en blauw voor je ogen. Het enige wat je nu wilt is je poten in de lucht gooien, huppelen, dansen, ravotten, en schudden met je uiers. Je krijgt opnieuw tranen in je ogen, maar nu is het van de frisse wind.

Eén nadeel voor de boer: twee dagen lang geven de dames door dat gehuppel alleen maar karnemelk of slagroom. Twee dagen? Ja, want dan raken de dames zo vermoeid van dat gehol, dat ze vanzelf weer “normaal” gaan doen: gras eten en herkauwen. In de frisse buitenlucht.


Zestien en een dag

Meestal heeft de verjaardagsvisite bescherming nodig in de vorm van een zonnebril als Kind ze onthaalt in de deuropening, maar deze keer moesten familie en vriendinnen het doen met geblaf, een ijzeren glimlach, en een zware ademhaling met lange pauzes. Vindt ze visite doorgaans onweerstaanbaar gezellig, deze keer voelde ze zich meer het lijdend voorwerp dan het feestvarken.

Vóór het avondeten begon het bij Kind al te wringen en tegen de tijd dat wij onze tanden in de toetjes zetten, had ze ‘t helemaal gehad. De laatste bezoekster had haar hielen nog niet gelicht, of Kind kroop hoestend, en jankend van ellende onder het dekbed. Alle goede gaven ten spijt, konden de cadeaus haar gestolen worden, maar ’t was toch wel bijzonder fijn dat ze er bij het krieken van de dag nog stonden 🙂

Vanochtend vertrok ze niet opgewekt naar school, maar lag ze met koorts op de bank. Bella zorgde voor afleiding door af en toe stiekem op de bank te springen. Zorgelijk vraagt Kind zich af of ze nog iemand heeft aangestoken.
Over een week viert ze haar verjaardag voor vrienden en vriendinnen. Tegen die tijd bruist ze vast weer als champagne!