Beste pootje voor…

Al mijn lezers bedankt voor jullie reacties op mijn blog. Soms per mail, soms per kaart… Altijd fijn te weten dat mensen meeleven!

Ik wens jullie allemaal een prachtig nieuw jaar toe met veel liefde, geluk en een goede gezondheid…

Bella zet in elk geval haar beste pootje voor

Liefs Kakel

P1060649 - Bella zet haar beste pootje voor

De tijd

de tijd

 

Je moet altijd op tijd beginnen,
kunt ‘m doden, negeren, winnen.
Hij is overal, maar nooit concreet,
je zegt nooit: “Ik pak ‘m beet.”
Laat zich niet opjagen of beknotten,
loopt gelijk voor koningen en zotten.

Kunt ‘m vieren met vreugdevuren,
of denken: ‘t zal mijn tijd wel duren.
Hij maakt je ouder, soms ook wijzer,
maar nooit jonger, altijd grijzer.
glipt door je vingers als los zand,
niets zo tijdelijk als een krant.

Decennia, millennia, één jaar, of tien miljoen,
een maand, een week, of even vluchtig als een zoen.
Thans, het hier, het nu, het heden;
duurt eeuwenlang, of is zo vergleden.
De tijd, een tijdje, eindeloos,
vergankelijk of een hele poos.

Babytijd, peutertijd, kleutertijd,
kindertijd, pubertijd, volwassenheid.
Verkeringstijd, verlovingstijd,
in goede en in slechte tijd.
Kantoortijd, de baas z’n tijd,
tijdschema of vrije tijd

Bedtijd, wektijd, koffietijd,
looptijd, rek, sluitertijd.
Bloeitijd, broedtijd, voedertijd,
paartijd, draagtijd, lammer tijd.
Zomertijd, ijstijd, wintertijd,
Joeltijd en komkommertijd.

Te allen tijde, te zijner tijd,
na lange of verloop van tijd.
De hele tijd, de laatste tijd,
onvoltooid verleden tijd.
Tijdens, tijdelijk, tegelijkertijd,
tussentijds of tezelfdertijd.

Een tijd van komen en een tijd van gaan.
Uit de tijd, of eigentijds met de tijd meegaan.
Hij heelt mettertijd alle wonden,
je verliest ‘m of bent aan hem gebonden.
Tijd kost geld, zeker vandaag,
maar hoeveel, dat blijft de vraag!

Mirjam Kakelbont

 

Juweeltje…

Dit juweeltje is te mooi om in mijn reacties te laten staan.
Alleen de titel al… Lefjef bedankt! 

Einde-lijk

ze leefden als paar tot het einde naast elkaar
de man
was een tiran
na zijn dood ging de hemel open…voor haar

Een gelukkig nieuwjaar voor haar

WE-300 van Plato voor Winterwarmte & oud-en-nieuw

Ze opent de deur van de zijkamer, loopt naar de kist en schuift de deksel opzij. Hij ligt er nog steeds. Morsdood. Niet dat ze iets anders had verwacht, maar de  zekerheid doet haar goed.

Het was haar mans uitdrukkelijke wens geweest dat de deksel op de kist bleef liggen; niemand mocht hem zien. “Daar ben ik te trots voor,” had hij gezegd, en zij had erachteraan gedacht: voor het mooie hoeft er ook niemand te kijken. Hij had trouwens alleen máár uitdrukkelijke wensen gehad, die zij stuk voor stuk had moeten vervullen. De losse deksel is haar eerste overwinning. Nu kan ze letterlijk op hem neerkijken.

Over zijn heilige stoel, die zij alleen mocht uitzuigen en verder met geen vinger mocht aanraken,  heeft ze een felroze kleed gedrapeerd. De stoel is nu van haar en gisteravond heeft ze hem ingewijd door haar teennagels er op te knippen.

Ze draait zich om naar het raam en kijkt naar de hemel. Ze heeft altijd geloofd in iets sterkers dan zijzelf. Ook al behandelde haar man haar dertig jaar als een stuk vuil, in haar binnenste was altijd een  vuurtje blijven smeulen in de wetenschap dat ze voor eentje de moeite waard is.
Ze kan niet wachten om met de rest van haar leven te beginnen.

Morgen  – op oudejaarsdag – zal hij gecremeerd worden. Precies volgens zijn wens. Hij had haar geen groter plezier kunnen doen. De begrafenisondernemer had nog het idee geopperd de plechtigheid in het nieuwe jaar te laten plaatsvinden, maar daar was ze niet op ingegaan.

Ze hoopt maar een ding: dat haar man boven, in het hiernamaals, omringd zal worden met louter Licht en Liefde, want ze weet als geen ander dat hij te midden van zoveel moois niet zal kunnen aarden.

 

Juttersjas

Jutten

‘Kijk,’ zegt Vriendin, ‘dit is mijn juttersjas.’
‘Cool,’zeg ik.
‘Nee, hij is juist heel warm. Op Schier (short voor Schiermonnikoog, wat zij hardnekkig Schiermeeuwenoog noemt) is een container aangespoeld, die midden  op zee overboord is geslagen.’
Ze vertelt hoeveel werk het voor de eilanders is, om al het zand eruit te krijgen. Dat ze eerst buiten rubberbootjes met water vullen om het meeste zand eruit te spoelen, want dat zand is tuig voor een wasautomaat.

‘En na dat spoelen worden de jassen gewassen, gewassen, gedroogd, gewassen. En zelfs nú zit er nog zand in, hier, voel maar.’ Gretig graai ik in Vriendins binnenzak, ja hoor, verhip, echt zand!
‘Goed hè?’ zegt ze trots. ‘Op Schier is ook nog een container met printers aangespoeld, maar de container met cartridges weer op Ameland.’
‘Kunnen de eilanders nu met elkaar kwartetten,’ zeg ik, ‘mag ik van jou tien cartridges, dan krijg jij van mij één printer.’
‘Nee, de printers zijn allemaal gezandstraald aangespoeld, dus heel erg nutteloos.’ Ik smul van haar verhalen. Ze vertelt zo smeuig, ik kan de zee bijna ruiken.

‘Ja, lekker,’ zegt ze, ‘ik lust nog wel koffie.’ Brutaal is ze ook.
Als ze weer weggaat, na nog een koffie,  zegt ze: ‘En dit is echt vossenbont’, wijzend naar de harige rand rondom haar capuchon.
‘Nietes,’ zeg ik.
‘Welles.’
‘Dan vind ik jou een dom bontje.’
‘Ach, maar het geeft toch nix, die vos is al lang dood.’ Daar meent ze anders niets van, want zij en dieren…
‘Dom bontje!’ herhaal ik.
‘Oh, maar hij is hartstikke nep.’
‘Wist ik toch. Kom maar gauw weer een bakkie doen.’
‘Ja, tot gauw.’
Dat gauw duurt altijd veel te lang.

Kerstverhaal: Een alledaags wonder

Geschreven voor parapsychologiezaanstreek  

Kerst. Wat Sanne betreft niets meer dan een verzameling letters. Sinds haar ouders elk contact met haar verbroken hebben, voelt ze zich rond de “feestdagen” een emotionele dweil, en wordt ze verscheurd door een verlangen naar verzoening.

Haar laatste poging tot gezinsvereniging was jaren geleden gestrand op de stoep bij haar ouders. Als een waakhond was haar moeder voor de deur gaan staan, haar armen demonstratief over elkaar geslagen en een granieten blik in de ogen. Sanne was als bevroren geweest; niet in staat iets te zeggen. Haar hersens waren gewoonweg in staking gegaan. Luid snuivend – alsof ze ineens heel verkouden was – had haar moeder haar vader naar binnen gedirigeerd, en was ze snel achter hem aangelopen.

Ze was er al bang voor geweest: haar moeder is een geharnast mens. In haar aderen stroomt geen bloed maar anti-vries. Wanneer alles niet gaat zoals zij wil, kun je rekenen op scheldpartijen, tirades, kleineringen en treiterijen. De blauwe plekken op Sannes ziel zijn niet te tellen.

Het beste was niet goed genoeg. Alles moest perfect zijn. Dat begon met de knutselwerkjes op de peuterspeelzaal en de hoge verwachtingen groeiden op met Sannes leven: haar kleding moest schoon blijven, haar rapporten uitmuntend zijn, en haar vriendinnen van uitstekende komaf. Toen haar vriendje niet werd goedgekeurd, kreeg Sanne de keus: uitmaken met hem of zij eruit.
Het liefst zou ze haar moeder in een kast opsluiten, alhoewel dat geen kerstvriendelijke gedachte is.

Haar vader is een ander verhaal. Hij kan haar naam zeggen zoals niemand anders dat kan; hij heeft  er een speciale toon voor. Ook al wordt hij getiranniseerd door zijn vrouw, wanneer de prijs hoog genoeg is, zal hij een kans op hereniging niet uit de weg gaan. Als ze hem maar op de juiste plaats weet te raken…
Ze heeft gewoon een extraatje nodig om het ijs te breken. Iets waardoor haar vader onder de rokken van zijn overheersende vrouw vandaan durft te komen. En je weet maar nooit: wie weet zou haar moeder lichtelijk ontdooien.

Het had een tijdje geduurd, maar uiteindelijk had ze een goede ingeving gekregen, die bovendien nog  verbazingwekkend makkelijk uit te voeren was ook.
Soms heb je een wonder nodig, en vandaag gaat ze er eentje afdwingen.
“It’s the most wonderful time of the year…” blert de autoradio. Sanne legt ‘m het zwijgen op, en bekijkt zichzelf in de achteruitkijkspiegel. Ze ziet er uit of ze vannacht niet naar bed is geweest. Lizzy heeft heel de nacht haar peuterlongetjes uit haar lijf gehoest, en wanneer ze niet hoestte, ging Sanne uit bed om te kijken of ze nog ademde.

Naast haar op de passagiersstoel niest haar dochter vol overgave. Geroutineerd veegt Sanne de snottebel weg met een tissue, en trekt de kerstmuts een stukje omhoog. Het meisje had er op gestaan om vanochtend haar kerstmuts te dragen. Het ding is alleen te groot, en zakt telkens een stukje lager over haar hoofd.

Sanne  parkeert de auto, maakt Lizzy los uit de stoel, en hand in hand lopen ze naar het bewuste huis. De lichtjes van de kerstboom glinsteren door het raam.  Je weet wat je moet zeggen, hè?’ vraagt Sanne een laatste keer aan haar dochtertje. Het meisje schudt zelfverzekerd, en haar rode vlechtjes wippen op en neer. Sanne drukt op de bel, zoekt dekking en wacht. Eénentwintig… tweeentwintig… drieentwintig…
De deur gaat open. Sanne houdt haar adem in en doet een schietgebedje.
‘Dag meneer. U bent mijn opa.’’ hoort ze Lizzy zeggen. Sanne gluurt heel voorzichtig  om het hoekje. Verbaasd en lichtelijk van slag kijkt haar vader naar de dreumes op zijn stoep. Veel tijd om aan zijn nieuwe rol te wennen krijgt hij niet, want Lizzy snottert: ‘Hatsjoe!’

Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, diept Sannes vader een zakdoek op, zakt door zijn knieen, en veegt de snottebel van zijn kerstverse kleindochter weg. Lizzy’s kerstmuts zakt over haar gezicht, de belletjes tinkelen vrolijk en ze giechelt van pret. Sanne weet het zeker: haar vader wil zijn kleindochter beter leren kennen. Véél beter. Ze ziet het aan zijn ogen.
Met een gemanicuurde hand voor haar mond heeft haar moeder er al die tijd roerloos naast gestaan, haar ogen vastgezogen aan het kind. Haar stilte is veelzeggend. Sanne zou er bijna een kerstgevoel van krijgen.

Wokken

Lief heeft een hoog cholesterolgehalte. Niks nijpend maar toch… We eten al reuze verstandig, dus waar valt nog winst uit te halen? Ik dacht: laat ik eens gaan wokken. Man kocht de pan en ik de ingredienten. Recepten genoeg, maar Kind en ik moeten er ook van mee-eten en daar wrikken onze teenslippers: allebei heetgebakerd maar een afkeer van gepeperd eten. Deze keer zou ik echter niet moeilijk doen over knoflook, gember en pepers, maar als een volwassen vent mijn bord leegeten.

Tijdens de bereiding, loerde Kind angstvallig in de pan. Die kleine rode ringetjes hè, dat is toch dat rode tuig waar je lippen van in brand vliegen en naar buiten toe omkrullen? Om over je tong maar te zwijgen. Ik moest haar gelijk geven: het eten rook pittig, en ik begon al spijt te krijgen van mijn stoere voornemen. Ik hield Bella een stukje voor. Ze snuffelde eraan en trok haar neus op: vreet dat zelf maar op. Dat gaf te denken, want Mevrouw Konijn lust alles, zelfs hulstblaadjes en distels.

Wij gingen aan tafel. Man proefde even, deed er nog wat likken sambal door, en viel verlekkerd aan. Kind en ik namen voorzichtig een hap.

Ha-ha-héét! We keken elkaar aan en dachten hetzelfde: op de verpakking van het zakje saus had “mild” gestaan. Dat was absoluut een grove leugen! Echt, Kind en ik deden ontzettend ons best, maar al naar enkele happen kregen we een loopneus, en stonden de tranen in onze ogen.

Ik proefde zelfs geen groente of vlees meer, voelde alleen maar felle prikken op mijn tong. Alsof ik in een egel beet. In paniek pakte ik het glas cola, hing mijn tong erin en dronk gulzig het glas leeg. Kind krijste dramatisch, duwde haar stoel achteruit, en vloog naar de keuken, waar ze haar tong onder de stromende kraan hing. We hoefden niet met haar naar het brandwondencentrum, maar de rest van de avond zag ze er wel verhit uit, en had ze een verschroeiende dorst.
Met Man heb ik een pittig gesprek gevoerden sindsdien eten we milder.

Winterwende

Winterlichtjes

              Het feest van het licht op de
                         donkerste dag

Vandaag – vrijdag 21 december 2012 – is er een reden voor een feestje, zij het klein en bescheiden. Terwijl het eigenlijk om iets heel groots gaat, want vandaag is officieel de kortste dag van het hele jaar; de winterwende of midwinter. De zon bereikt op deze dag het hoogste punt, de Kreeftskeerkring. Ten noorden van de noordpoolcircel  komt de zon niet op en blijft het donker.

Al duizenden jaren wordt de winterwende in vele culturen op het noordelijk halfrond als feest gevierd, omdat deze het moment bepaalt, waarop het licht na een periode van duisternis keert maakt, en de dagen gaandeweg beginnen te lengen. Daarom gaat het feest rond de winterwende gepaard met het maken van licht, waarbij alle middelen geoorloofd zijn: het branden van kaarsen, vuren, bomen…Vanaf dan keert het licht weer terug.

Tegen het donker kun je niet vechten. Je kunt hooguit een licht aansteken.
Doe je mee?

Kunsthal

Kunsthal

‘Wat denken ze wel niet bij die Kunsthal! Dat middelbare scholieren criminelen zijn?’ schampert Kind.
Na de schilderijenroof hebben ze de bewaking zo aangescherpt, dat leerlingen zich alleen onder begeleiding van vijf veiligheidsmensen en drie leraren, van de ene naar de andere ruimte mogen verplaatsen!’ Ze spreekt de woorden met nauwelijks verborgen afschuw uit en kijkt er veelbetekenend bij. Mensen, waar gaat onze samenleving naartoe?

Alsof zij voor d’r plezier naar die Hal was gegaan. De schilderijen konden haar sowieso niet bommen, want ze gingen voor de tentoonstelling van Maillol. Die heeft trouwens erg mooie beelden gemaakt. Alleen maar van vrouwen. Dat vindt ze wel wat raar. Niet dat ze blote kerels hoeft te zien, alsjeblieft niet, laat haar daar vooral van verschoond blijven.

Waar was ze ook alweer? Oh ja. Iedereen moest zijn telefoon inleveren. Zijn ze bang dat iemand foto’s gaat nemen en die later op Feestboek zet? Tsssk, alleen het idee al. Ze vond er geen reet aan, aan die schilderijen. Ze zou ze nog niet gratis willen hebben.
Er hing daar een lijst aan de muur met vier gelige plakkers.
‘Ohh…’ had iemand uit haar klas gezegd, ‘het schilderij dat daar hing, hebben ze gejat!’
Beledigd had iemand van het museum gesnauwd: ‘Nee, dat is óók een kunstwerk.’
Toen was Kinds reactie geweest dat ze het logisch vond dat de dieven dat schilderij hadden laten hangen. Vreemd, die reactie werd niet gewaardeerd, maar dat ze het gezegd had, gaf haar wel een stoer gevoel.

Wat het leukst was geweest, was dat ze met vriendinnen in een “klein, schattig cafeetje” omelet had  zitten eten. Dat was voor haar dé uitsmijter van de dag geweest.
‘…maar die gasten van die Hal, man, man…’ foetert ze.
‘…die zouden ze in een boomhut moeten zetten,’ vat ik het beleefd samen.
Kijk, dát bedoelt ze nou!