Niet aanbellen!

deurbel

Haar portemonnee is er een van uienleer: als ze ‘m opentrekt, springen de tranen in haar ogen. Voor een drie cent goedkoper brood fietst ze om, en bij het snijden ervan eist ze de kontjes. Bij de slager vraagt ze altijd om ietsje minder, en op het toilet gebruikt ze nooit meer dan twee velletjes wc-papier.

Ze ergert zich misselijk aan de spilzucht van anderen. Neem nou haar vriendin: die wil bij ieder kopje thee een nieuw zakje terwijl je er makkelijk een hele dag mee kan doen; en dan rijdt ze ook nog op een elektrische fiets  die geregeld moet worden opgeladen. Zij gaat gillen bij het idee.

Pasgeleden sprak ze een uiterst charmante man; een weduwnaar. Weliswaar eentje met dreigend overgewicht en doorschijnend haar, maar tijdens een praatje dat ze maakten, had zij meteen genegenheid voor hem gevoeld. Ze hadden hun beklag gedaan over mensen die die de ganse dag maar bij je aanbellen, meestal met de vraag of je geld wilt geven voor een goed doel. Het wekte bij hem dezelfde irritatie op als bij haar. Ze hebben dus iets gemeen! Werkelijk een uitstekende basis voor een relatie. Dat kale nonnenbestaan zonder ook maar enig tintje grijs is ze goed zat. Oh, wat zou ze graag een avondje met de charmeur willen doorbrengen. Op zijn kosten.

Op een miezerige avond trekt ze de stoute schoenen aan. Haar hart gaat tekeer alsof ze naar de tandarts gaat, maar dan honderd keer erger.
Bij zijn huis aangekomen, gaat haar hand richting zijn deurbel, als haar oog op een briefje op de deur valt. Bij het lezen van de tekst is het alsof ze een stomp in haar gezicht krijgt, en ze houdt zich ternauwernood staande tegen de muur. De tekst liegt er dan ook niet om:

“Niet aanbellen! Wilt u toch dat ik naar de deur kom?
Bel me dan op mijn mobiel: 06 – 98765432
1.95 euro per minuut.”

Hoe alles toch nog goed kwam

kapotte laptopHet wachten op de reparatie van m’n laptop duurde treiterend lang.
Na twee weken liep ik rond met verwachtingsvolle tintelingen: het kon nu niet lang meer duren. Van mijn comateuze apparaatje moest een simpel onderdeeltje vervangen worden, en daarna zou ik weer naar hartenlust kunnen bloggen.

Toen ik thuiskwam na het doen van een boodschap (geen grote), wachtte Roos me bij binnenkomst bovenaan de trap op, en riep luidkeels: ‘Slecht nieuws! Je laptop kan niet meer gemaakt worden, het moederbord is kapot! Vervangen kost 300 euro dus je kan beter een nieuwe kopen.”

De betekenis van haar woorden gingen mijn gevoelstemperatuur te boven. Ik kreeg een tijdelijke bewustzijnsvernauwing, en was bijna van de stress overleden als Roos niet tijdig had geroepen: ‘Als je een externe harde schijf brengt, zetten ze alle foto’s en documenten over.’

Lief stelde me gerust: ik mocht zo lang als ik wilde zijn laptop lenen, maar ik ben in mijn diepste wezen een hebberd en wilde een klapdoos helemaal allenig voor me ègge. Mijn man is te goed om waar te zijn en vervulde mijn wens. Ik ben weer een hysterisch opgetogen vrouw en kan eindelijk mijn blogneuroses weer loslaten op mijn digitale vrienden.

Laptobben

Als de cv aanstond en een Kakelbontje onder de warme douche ging staan, begon de ketel te blazen alsof ie elk moment als een op hol geslagen vuurpijl van de muur kon opstijgen. Een installateur op klossende bergschoenen had een daglang werk aan een nieuwe, en die brandt nu als een tierelier.

Toen de wasautomaat. Het wasgoed kwam er vuiler uit dan het erin ging. ‘Heb je weer zitten kwijlen?’ vroeg Lief aan mij, terwijl hij een shirt met zwarte vlekken omhoog hield. ‘Op jouw 7-mijls onderbroek zeker,’ wierp ik tegen, de lap textiel als een rokje voor mijn lijf houdend, ‘je weet wel beter, schat.’
We hebben het apparaat nog een keer op 90 graden met een flinke berg soda laten draaien, maar vuil bleef-ie. Ach, hij was ook al zo oud, het was beter dat we afscheid namen.

Dingen komen altijd in drieen, en die derde bleek mijn laptop te zijn. Vóór het avondeten zat ik er nog lekker op te roffelen, en na het eten lag-ie ineens in coma. Ik streek ‘m liefdevol over zijn bovenkantje wat ik misschien beter over zijn onderkantje had kunnen doen, sprak ‘m venijnig toe, joeg 220 volt door ‘m heen, haalde zijn accu eruit/erin/eruit/erin, maar hij vertikte het. Zo dood als de Scheveningse Pier. En ik was net van plan om de volgende dag mijn nieuwe verhalen op de externe harde schijf te (laten) zetten. Welgeteld één dag te laat…

Twee jaar lang vertrouwde ik hem mijn diepste geheimen toe, toonde hem mijn foto’s en zeldzame selfies, en wat kreeg ik ervoor terug? De smerige verrader! Mijn liefde sloeg ogenblikkelijk om in haat.
Ik keek mijn huisgenoten lief aan. Ik moest wel. 
‘Tentamens,’ mompelde Kind.
‘Werk,’ zei Man.
‘En ikke dan?’murmelde ik. Ze trokken alleen hun wenkbrauwen op. Echte rotsen in de branding! Maar zodra een van hen de hielen licht, klim ik achter hun dekselse apparaat.

Lief heeft mijn dooie doos naar de reparateur gebracht, maar die heeft het “erg druk. Het kan gerust twee weken duren.” Twéé weken! Vind je het gek dat de wereld verloederd? Heb geduld lieve blogvrienden, dan heb ik het ook (NIET.)

Plassen in de bieb

Bieb

In de krappe dorpsbieb is het een drukte vanjewelste, en dat komt vooral door een partij stuiterende snotneuzen die ieders zenuwen weten te prikkelen. Met name die van één bibliothecaresse – een vreselijk beroep – wiens verhitte wangen verraden dat ze haar kookpunt nadert. Haar behulpzame bazin maant de kwajongens tevergeefs tot kalmte, en zegt verzoenend tegen haar kokende collega: ‘Nog even, dan is de onweersbui overgedreven en hollen ze weer naar buiten.’ In een adem erachteraan vraagt ze aan drie meisjes aan de leestafel: ‘Hebben jullie zin in een kleurplaat?’ De meisjes – zusjes met vlechtjes – nemen de potloden en kleurplaat gretig in ontvangst, en gaan aan de slag met het kleuren van hun dag.
‘Ze zitten hier elke dag,’ bromt Kookpunt geirriteerd, ‘alsof wij de naschoolse opvang zijn.’
‘Ze vinden het hier gezelliger dan thuis, dat is een compliment,’ weerspreekt de bazin. 

‘Heb je de wc doorgetrokken?’ vraagt het oudste zusje aan de jongste die terugkomt van een toiletbezoek.
‘Nee, vergeten,’ antwoordt ze toonloos.
‘Het hóórt wel,’ zegt de oudste bazig, maar spoort de jongste niet aan tot verdere actie. 

Een schel geluid vult de ruimte.
‘U loopt te dicht met uw boeken langs het poortje, mevrouw,’ vermaant Kookpunt.  Ene mevrouw Kakelbont – met haar boeken al onderweg naar het uitleenpunt – maakt rechtsomkeert en kijkt voldaan als de schellen een tweede maal rinkelen.
‘Ook dat nog…’ somt Kookpunt op in verzuchting, ‘provocerende volwassenen.

Ze kijkt naar de klok. ‘Theetijd,’ zegt ze resoluut, en laat er hardop op volgen: ‘Eerst maar even naar het toilet.’
Een kort moment is het stil, dan roept het jongste zusje op gebiedende toon: ‘En niet vergeten door te trekken, hè!’