Leven als godinnen in Vlaanderen

Met Roosje-in-de-knop fiets ik de pont op. Aan de overkant wacht oma haar op, krijg ik m’n fietshelm terug en zet ik koers richting de Biesbosch. Eenmaal over de Moerdijkbrug fiets ik binnendoor naar Oudenbosch waar ik tegenover de basiliek mijn lunch gebruik. Via Rucphen rijd ik over de Kalmthoutse heide het Vlaamse land in. De voorjaarszon schijnt uitbundig. Ik fiets over smalle wegen, door boerengehuchten, langs kapelletjes en velden met beginnende maïs. Ik fiets van de kaart, verdwaal heerlijk en verlies zelfs de tijd.
Na Botermelk, Schoten, Wijnegem en Wommelgem beland ik in Ranst.

Daar moet ik dringend op zoek naar een overnachtingsadres. Over een half uur gaat het schemeren; ik heb trek en krijg het koud. Een bord langs de kant van de weg belooft een hotel. Aan een scheve gevel kleven de letters: H…el Rembrandt.

Ik stap naar binnen. Alles ziet er grauw en groezelig uit. De eigenaar zit vadsig op een stoel, krabt afwisselend aan zijn kruis en baard, en heeft een gebit als een afgebrand kerkhof.
Ik twijfel. Heeft deze man van schone lakens gehoord of moet ik mijn bed delen met wantsen en  mijten?
Ja, hij heeft een kamer, zegt hij, maar mijn fiets moet in de hal naast de ingang blijven staan.
Ik ren weer naar buiten.
Wat nu? Onder een brug slapen of stennis schoppen bij Rembrandt en overnachten op een politiebureau?

Aan de overkant gaat een deur open. Een gezette vrouw in een gebloemd jasschort loopt naar me toe. ‘Zoekt u een gerief voor de nacht?’  vraagt ze. ‘Ik heb een kamer. Ik woon alleen en uw fiets kan in de schuur op mijn binnenplaats staan. Alleen moet de schuurdeur openblijven want er nestelen boerenzwaluwen in.’
De vrouw heeft een lief, rond gezicht en ik kan haar wel zoenen.

Met haar Rottweiler raak ik snel bevriend. Ik zet mijn fiets in de schuur en tel zeven zwaluwnesten. Binnen wijst ze me een kamer en waar ik kan douchen. Alles is even proper.
Schoongewassen, zet ze me een Vlaams stoofpotje voor en een kriek. Wat een voorrecht!

Jeanne vertelt. Behalve de hond, heeft ze een varken dat elk voorjaar haar moestuin omspit; kippen en twee Vlaamse reuzen. Haar man Jules is overleden in de oorlog. Hij zat in het verzet en is gefusilleerd nadat hij een voorraaddepot van de Duitsers had opgeblazen. Iemand heeft hem verraden. Haar zoon – hun enig kind – is omgekomen bij een verkeersongeluk.
Ik vind haar een bijzondere vrouw. Ondanks haar gemis bruist ze van levenslust en is ze jong van geest.
We praten tot diep in de nacht. Het is alsof ik een lang verloren familielid heb teruggevonden.

Ik slaap een gat in de ochtend.
Het ontbijt is net zo weelderig als Jeannes boezem en na de koffie nemen we afscheid. We zuchten er beiden van. Het doet een beetje pijn maar we hebben mooie herinneringen gehamsterd.

Dakloze met zonder hond

Keek op de week (34)

Heb me bedacht. Wanneer ik twintig miljoen win, rijd ik niet m’n blauwe doos op maar koop nieuwe. Mét airco!

Een vriendin kennis klaagde: ‘Mijn man werkt zóveel over. Doet die van jou dat ook?’
Schudde ontkennend.
Vroeg me onderweg naar huis af: wat doe ik verkeerd? Wil ook wel eens avond voor mezelf.
Zag in verte overbuurman aankomen. Vrijgezel, leuke man (geen bochel), immer verlegen om praatje, lang van stof en monotoon van stem. Ongeacht waar hij me ziet sjokken, ben ik de sigaar.
Hij stapte van fiets en begon gesprek.
Sociaal als ik ben, verleende ik een oor. Snifte met neus want rook ook kans. Joris had buurman beloofd ’s avonds eens naar zijn 8700 foto’s van georganiseerde trektocht op Malta te komen kijken. Of Joris nog kwam?
‘Reken maar!’ zei ik geestdriftig, ‘wat Joris belooft komt hij na. Ga hem aan afspraak herinneren!’
Al moet ik Lief persoonlijk naar voordeur van overbuurman begeleiden, hij zál die foto’s gaan zien!

Wilde met trein naar Breda.
Liep met air van: ik doe dit dagelijks, ik ben forens, naar incheckpoortjes op Rotterdam CS. Hield ov-kaart bij poortje. Poortje piepte: toegang geblokkeerd.
Ander poortje: toegang geblokkeerd.
Was dit oefening in geduld of iets persoonlijks tussen NS en mij?
Liep naar kaartautomaat. Toetste wat knoppen in. Ging grote gloeilamp boven m’n hoofd branden: of ik 1e of 2e klas wilde reizen. Logisch: poortje weet anders niet welk bedrag het van saldo moet afschrijven.
Was kort, krachtig en keilgezellig bezoek aan Breda.
Viel bijna van m’n stok: automobilisten stoppen nog voor voetgangers bij zebrapad.

‘Er is een gast die zich jou nog herinnert van peuterspeelzaal,’ vertelde Roos.
Kneep ogen tot spleetjes. Dacht diep, diep na.
‘Hij heet Jeffrey,’ gaf Kind als hint.
Had werkelijk geen idee.
‘Je hebt ‘m héél boos aangekeken en dat weet hij nu nog.’
Sakkerju, wist het opeens. ‘Is dat dat ventje dat jou met houten trein op je hoofd timmerde? Alsof jij kop van Jut was?’
Roos knikte.
‘Mijn gemeenste gezicht heeft indruk gemaakt, hè?’ gniffelde ik.

‘Waar is uw hond?’ flapte ik eruit.
Man aan wie ik vraag stelde bukte zich voorover en mompelde iets.
‘Wat zegt u?’
‘Ze is dood!’
‘Oh…oké,’ zei ik. Realiseerde me dat er weinig oké is aan dode hond. ‘Sorry,’ zei ik snel. ‘Is het al lang geleden?’
‘Elf dagen,’ antwoordde man. Hij ontweek m’n ogen, keek naar de grond, naar de lucht of over me heen.
Wist dat hij praatje waardeert want eens had deze dakloze dat in interview in Straatkrant gezegd. Samen op de foto met z’n onafscheidelijke hond van onbestemd merk. Hond had altijd genoeg eten. Mensen gaven man behalve geld ook blikken hondenvoer. Iemand een blikopener.
‘Wat zult u haar missen,’ zei ik. ‘Sterkte meneer.’
Dat was woensdag.  Maak me nu nog zorgen om man.

Hemeltergend

‘Welkom. Het is gebruikelijk overledenen hun lichaam te tonen als bewijs dat ze zijn overgegaan. In uw geval zou het vergaren van alle stukjes tijdverspilling zijn,’ zegt een man in een lichtblauwe mantel ter begroeting.
Manc-zwart-247 wil vragen: wat doe ik in deze naargeestige omgeving, maar kan slechts dociel knikken. Hij wijt het aan de spanning van de afgelopen tijd.

Wanneer hij wakker wordt, is het nog steeds donker en is de man in het gewaad er weer.
‘Noem me Elias,’ zegt laatstgenoemde, terwijl hij Manc een schaal water aanbiedt.
‘Breng me wat fatsoenlijks te drinken!’ roept Manc verontwaardigd en wil de schaal uit de handen van de oude man slaan, doch de schaal verdwijnt raadselachtig in het niets. ‘Ik wil met respect behandeld worden!’ vervolgt hij snauwend. ‘Daar heb ik recht op na mijn zelfopoffering. U bent een nachtmerrie voor mijn ogen: een baardloze man in een lichtblauwe jurk. Ga weg!’
Elias verdwijnt onmiddellijk. Het licht dat hij uitstraalt neemt hij met zich mee; zijn voeten zweven boven de grond.

Alleen, in het schemerduister begrijpt Manc-zwart-247 er niets van. Alles is anders dan voorspeld. Geen grazige weiden, geen oase in een woestijn, hij wordt niet op zijn wenken bediend en geen zeven maagden. Hij heeft het koud en het tocht als de hel. De hel… Als hij niet in de hemel is waarom is hij dan niet in de hel? Daar is het tenminste warm.
Als hij door de donkerte verpletterd dreigt te worden, verschijnt Elias weer.
‘Schijnt hier nooit de zon?’ vraagt Manc terwijl hij uit de aangeboden schaal water drinkt.
‘U bevindt zich in het schemergebied tussen Aarde en Hemel, overeenkomstig uw daden. God heeft u gewogen en te zwaar bevonden.’

‘Weet u wel wie ik ben?’ gromt Manc.
‘U bent Manc-zwart-247.’
‘Zo heet ik niet!’
‘Hier wel. Beseft u wat u gedaan heeft?’ vraagt Elias. ‘Overdenk uw daden en kom tot inkeer.’
‘Waarom ben ik niet in de hel?’
‘Te gemakkelijk. Door proeven te doorstaan en liefdevol werk te verrichten, kunt u uiteindelijk in het Licht komen.

In het duister heeft hij geen benul van de tijd. Is hij hier weken? Maanden? Er overvalt hem een enorm gebrek aan levenslust.
Als geroepen verschijnt Elias. Manc-zwart-247 bespeurt een verandering in de houding van de man. Achter de invoelende ogen gaat een standvastigheid schuil die Manc een mengeling van irritatie en bewondering bezorgt.
‘Sta op en volg mij,’ gebiedt de oude man.

Zou hij eindelijk naar zijn beloofde zeven maagden gebracht worden?
Elias – die aldoor zijn gedachten schijnt te kunnen lezen – antwoordt: ‘Ze zijn inderdaad met zeven. Ze worden Vrouwentongen genoemd. U mag de ruimte pas verlaten als u bij allen een glimlach teweeg hebt gebracht. Neem de tijd voor uw eerste opdracht. Onze schatting is dat u er 247 jaar voor nodig heeft.  Sterkte. U zult het nodig hebben.’
Na een hoofdknik van Elias zwaait een deur open, een inktzwarte duisternis in.

Filmpje!

Keek op de week (34)

Roos moest maandagochtend naar Erasmus. Mopperde bij thuiskomst: ‘Kon amper metro in! Kreeg NL alert op telefoon om binnenstad te mijden. Alsof ik daar naartoe wilden. Stond opgehokt tussen Feyenoordfans met schalen van karton in hand.

Vergenoegd kwam Man thuis en zat met big smile aan tafel. Had op werk dag via laptop naar inhuldiging van Feyenoord op tv Rijnmond gekeken.
Keek thuis naar journaal, daarna naar samenvatting op mobiel. Zei gniffelend: ‘Altijd al gezegd dat Ajax een wandelvereniging is.’ Gaf licht van blijdschap. Glimlach was niet van z’n gezicht te slaan. Heb het ook niet geprobeerd.

Boodschappenzegels kopen en sparen vond ik voorheen zinloze, onbenullige bezigheid. Totdat ik me realiseerde dat AH 6% rente geeft. Dat is 5,85% rente meer dan op mijn bankrekening! Ga nu zegels sparen. Als boekje vol is, inleveren en met Roos lunchen bij Hotel New York. Wat heb je aan geld op de bank?

‘Shit!’ zei ik en staarde verbijsterd naar m’n hand. Hoofd vol vraagtekens: hoe kon dit gebeuren?
‘Wat izzer, mam?’ vroeg Roos en kwam naar keuken gesneld.
‘Heb ineens bovenkant van mengkraan in m’n hand.’
‘Hoe kan dat? Vlug!’ maande ze, ‘papa komt eraan!’
‘Moet ik doen dan?’
‘Duw ‘m er gewoon weer op!’
Frommelde met kraan…
Deur ging open.
‘Wat doen jullie?’ vroeg Joris toen hij Kind en mij naar gootsteen zag staren.
‘Oh niets,’ zeiden Roos en ik in koor en verlieten keuken. Kraan was net op tijd weer één geheel.

Ondanks Joris’ inspanningen vond hij dood mereljong onderaan boom. ‘Zonde,’ zei hij, ‘jong was al groot.’ Heeft beest met militaire eer begraven.

Weten jullie het nog? Dat Rosa in Koeienbos als razende naar mollen graaft? Aarde die alle windrichtingen opvliegt; haar snuit die dieper en dieper wroet? En het ineens op een janken zet.
Baas, net zat hier nog een mol en nu is-ie weg!
Dat argeloze voorbijgangers denken dat het beest wordt afgeranseld?
Een zeker bloglezeres – ik noem geen rugnummers, wel dat haar naam begin met een R en eindigt op oelien – geloofde niet dat “dat onschuldige hondje op de foto zo kan graven.”
Bij dezen het bewijs: filmpje! Met dank aan Roos en vooruit: ook een beetje aan Rosa (-:

 

Twintig miljoen!

Deze foto is van Dien

‘Sommige Finland-vragen heb je niet beantwoord,’ zegt Roos tijdens een lunch op een zonovergoten terras. ‘Bijvoorbeeld: als ik vijf namen zou hebben, hoe luiden dan de laatste drie?’
‘Eh…Lilly Aurora Isabel,’ verzin ik ter plekke.
Kind knikt tevree. ‘Waar word je blij van?’
‘Ik ben blij als jij blij bent. Een niet-opkruipende onderbroek is fijn. Een veld klaprozen. Stoplichten die op groen staan. Op houten klompen in de tuin  werken klossen…’
‘Laat maar,’ zegt Kind. ‘Het was de bedoeling dat je dingen opnoemt die je kunt kopen. De vraag is eigenlijk: wat zou je doen met twintig miljoen?’
‘Ik weet het! Ga ik de vulpen kopen!’
Roos rolt met haar ogen over zoveel domheid. ‘Die kost maar 1350 euro, mam.’
‘Oké dan. Een huis met luiken’ zeg ik. ‘Een aparte kamer voor mijn boeken. Een rustig schrijfplekje. En een Vlaamse reus in huis die ik Pim of Puck noem.’ Dit gezegd hebbende neem ik een hap bruinbrood met kroket.

‘Ik wil een zwembad en een sauna!’ roept Roos met stuiterende geestdrift.
‘Ik gruwel van sauna’s,’ zeg ik met afgrijzen.
‘Blijf jij buiten,’ zegt ze luchtig. ‘Wat wil je nog meer?’
‘Een tuin waarover is nagedacht. Met een tuinman; ik ken een heel leuke. Verder ganzen, kippen, en  een bruine vriendin voor Rosa. Eentje uit het asiel,’ som ik op. Gul zeg ik: Jij krijgt een auto van me.’
Roos grinnikt terwijl ze een paar frietjes naar binnen werkt. ‘Zal ik een klein of een stoer model nemen?’
’Allebei. Wel een milieuvriendelijk soort.’
‘Wat voor auto neem jij?’ informeert ze.
‘Ik rijd m’n blauwe doos op. Ze heeft me nog nooit in de steek gelaten en kan nog makkelijk tien jaar mee.’

Ineens slaat Kind met haar hand op tafel. ‘Ik wil een paard!’
‘Ja, een paard. Gaan we samen rijden.’
‘Nemen we wel een stalknecht, hoor.’ Roos ziet zichzelf duidelijk geen stallen uitmesten.
‘Weet je wat ik écht graag wil hebben?’ roep ik. ‘Een toffe boomhut!’ Waarna ik er enigszins beschaamd aan toevoeg: ‘Ik lijk wel gek me zo mee te laten slepen door een geldprijs.’
‘Waarom?’ zegt Roos, ‘Je zit al heel de tijd te lachen.’

Omdat ik anderen ook graag zie lachen, ga ik (zogenaamd, red.) geld uitdelen aan m’n bloglezers met een maximum van 10.000 euro per persoon.
Roep maar wat jullie ermee gaan doen!

Dik, mooi en gelukkig

Keek op de week (33)

Roos en ik keken naar Lin.da magazine met thema: obese. Staarden naar foto van vrouw van 165 kg die zegt dat ze dik, mooi en gelukkig is.
‘Ongelofelijk,’ zei Kind, ‘wij samen wegen minder dan zij.’
Lieten het even op ons inwerken.
‘Moet je voorstellen dat wij met haar op de wip moeten zitten!’ riep Roos. ‘Zij aan één kant; wij aan de andere, en dan nóg krijgen we haar niet omhoog…’
‘Misschien als Rosa op schoot spring,’ opperde ik.
Zagen het voor ons en tuimelden van bank van het lachen.

Liep van ziekenhuis terug naar parkeergarage.
Mevrouw in rolstoel zat bij uitgang op grasveldje in de zon.
‘Jammer dat hier geen bediening is,’ grapte ik.
Vrouw begon hard te lachen.
‘Zal ik uw bestelling opnemen? Koffie met appelgebak’ stelde ik voor.
‘Met slag-hag-room,’ zei vrouw hikkend van lach.
‘Komt eraan!’
‘Ik voel me net Opa Flodder,’ bekende vrouw schuddebuikend.
‘Alleen het bordje ontbreekt,’ constateerde ik.
Vrouw kwam niet meer bij. Haalde gierend adem, alsof zij spoedig door verstikking zou sterven.
Overleefde het zonder tussenkomst van medische verzorging.

Man fungeert als levende vogelverschrikker. In grote conifeer huizen drie nesten: één van tortelduiven en twee van merels. Wanneer Joris alarmerend geluid van merel hoort, springt hij overeind, rent naar buiten, slaat zijn handen tegen elkaar en maakt angstaanjagende geluiden tegen eksters of kat.
‘Pap, ze schrikken toch wel van je! Hoef je geen kabaal bij te maken!’
Beste stuurlui zitten altijd op de bank.
Ik vind: zoveel dierenliefde verdient schouderklop. Gaf Joris mep zoals Bea iemand tot ridder sloeg: arm recht omhoog en BAM! Ik deed andere schouder ook anders loopt Man scheef.

‘Wout, ik heb drie varkens gekocht! Gele varkens. Ze lopen bij mij achter in het land.’
Interesse van onze dorpsslager was gewekt. Hij kwam dichterbij en maakte hoofdbeweging van: hierzo, zij wel.
‘Ze zijn nog jong, het zijn biggen,’ vervolgde voormalige eigenaresse van plaatselijk tuincentrum. ‘En ze zijn léuk! Dragen geen oor-labels maar hebben chip.’
Ik hing aan vrouws lippen. Als ik te zwaar werd, moest ze het maar zeggen.
Gezicht van slager stond op standje jaloers. ‘Weet je wel aan hoeveel regels je je moet houden?’ informeerde hij.
‘Valt mee want het zijn hobbyvarkens. Kom eens een keer kijken!’
‘Waarom zeg je dat wel tegen Wout maar niet tegen mij?’ vroeg ik vrouw.
Ze keek me aan en zei tolerant: ‘Kom jij toch?’
Binnenkort op deze blog: een diepte-interview met drie biggen.
De foto is van Dien!

De bloterik

Keek op de week (32)

Leven van onze studente gaat over rozen.
Naar Ziggo Dome voor concert van Shawn Mendes. Aansluitend overnachting op loopafstand in hostel voor vrouwen. Volgende dag werken in Haarlem.
’s Nachts om 02.00 uur bus in voor dagtrip met vriendin naar Euro Disney. ‘Voor 35.00 euro mam, da’s geen geld,’ aldus Roos. ’s Nachts zelfde tijd weer retour met bus.
Uitje met pannenkoekboot van Erasmuskoor. High-tea met vriendin op Euromast. Lunchen met vriendinnen in stad en BMG-uitje van studiegroep naar escape-room.
Plus nog twee dagen werken en naar bijleskind. Alles in één week. Iemand nog peultjes?

Ken je dat? Dat je in ziekenhuis toiletruimte instapt. Je drie deuren ziet. Bij één naar binnen stapt, plast, naar buiten stapt, handen wast en niet meer weet welke deur naar uitgang leidt. En dat dat steevast laatste deur is?

Had ik weer. Liep op Piratenpad (you name it en de Krimpenerwaard heeft het) en halverwege in bocht bij veel bosjes stond man in adamskostuum. Piemeltjenaakt met nadruk op TJE.
Mijn hoofd dacht: bloot-  buiten – koud: die is mesjogge. Vast een type met matige impulsbeheersing.
Was niet van plan om te keren. Had probaat middel in hand: Rosa’s ballenwerper. Oh…woordspeling.
Waar was die hond eigenlijk? Keek achterom en zag aan beweging in Koolzaad en Fluitenkruid waar ze liep. Riep hard: ‘Roooooo-sa!’
En verrek – doet ze anders nooit- ze kwam hoppend door hoge kruid aanrennen.
Ik gebaarde met ballenwerper naar TJE en zei met killerblik tegen kerel: ‘Pas maar op, je bent ‘m zo kwijt.’
Niet gezelligste openingszin, wel uiterst functioneel.
Glimlach van man verdween als die van Melania zodra Donald zich omdraait.
Heb nimmer gebukte man met twee handen tussen zijn benen zó snel bosschages in zien vluchten.
I hope he fell somewhere with his reet in the prikkeldreet.

Heb onderscheiding gekregen. Niet geslagen als ridder – had terug geslagen. Geen kruis – heb ik al. En ook geen lintje. Wat dan wel?
Het heeft Compassion in world farming behaagd mij een roze Moeder-voor-Moedervarkens’ armband te schenken vanwege solidariteitsactie. Doe mee en ban krappe kraamkooien in de vee-industrie! Teken hier de petitie.

Ga verder met boekje over Joris open te doen. Titel luidt: zo zag u hem nog nooit.
Man leest nooit mijn blog, kan dus schrijven wat ik wil.
Deel twee: Joris klaagt dat ik nooit iets doe wat hij wil. Aansteller! Als hij Roos en mij aanspoort kleding van nieuwe collectie te kopen, hóllen we voor ‘m. Geven hem niet teveel zijn zin. Alles met mate. Ik hoor het ‘m zeggen.

Stuurde dit schots en scheve handschrift op een kaart naar Dien. Zij maakte een foto, zette ‘m op haar blog waar ik ‘m weer vandaan jatte. Cirkel is nu rond.
Niet bepaald voer voor psychologen: handschrift is van persoon met chaotische inslag.

David

Na het voeden legt Martha haar zoontje terug in zijn bedje en geeft een kus op zijn donkere haartjes. Terwijl ze haar omslagdoek strakker om haar heen trekt, klinkt er een klop op de buitendeur.
Martha schrikt van het geluid. De angst zit diep vanbinnen. Razzia’s, huisuitzettingen, vergeldingsmaatregelen, deportaties…ze heeft het allemaal gezien.
Ze luistert. Buiten is het stil op het huilen van de wind na.
Haar man is eten en brandstof vergaren. Het is geen vetpot maar ze kan elke avond zonder honger naar bed omdat haar man de helft van zijn rantsoen aan haar geeft.

Het geklop klinkt weer; ditmaal vier keer kort achter elkaar, alsof het haast heeft.
Martha sluipt naar het verduisterde raam en gluurt tussen de afgeplakte kranten door. Een smal silhouet. Het zou een vrouw kunnen zijn. Of niet. Eén ding weet ze zeker: het is geen mof.

Ze rilt, loopt naar de deur en opent ‘m.
Voor haar staat een vrouw. Haar jas slobbert om haar lichaam; haar gezicht is getekend door stress, angst en uitputting maar vooral door een honger die zijn weerga niet kent.
In haar armen draagt ze een kind. Ze strekt haar armen uit en gebaart tegelijkertijd dat Martha de baby van haar moet aanpakken.
‘Zorgt u voor hem,’ smeekt de vrouw.
Martha laat haar het kind in haar handen duwen. Onbeweeglijk blijft ze staan. Het lijkt of haar hersenen stilstaan, en haar ogen en oren slechts kunnen waarnemen.
De magere vrouw loopt alweer weg. Haar benen lijken op dunne stokken. ‘Zorg goed voor hem!’ roept ze huilend. ‘Hij heet David.’ En zachter: ‘Hij is een Joodse baby…’

Werktuigelijk klemt Martha het kind tegen haar borst en wikkelt de omslagdoek om hem heen. Ze wil roepen, schreeuwen, maar elk woord loop vast in haar keel.
Pas als de vrouw uit het zicht verdwenen is, komt Martha tot leven. Gehuld in kippenvel stapt ze naar binnen en sluit de deur. Verbijstert kijkt ze naar de baby in haar armen. Hij lijkt te zwak om te huilen. Ze gaat zitten en geeft hem de borst. Ze kijkt naar het sterk ondervoede gezichtje met een mondje dat nu nog krachteloos van haar melk drinkt.

Wat zal haar man van David vinden? Terwijl ze de vraag formuleert, weet ze het antwoord al. Hij zal geen kind aan zijn lot overlaten. Nooit! Joods of niet.

Wist de vrouw dat zij een kind aan de borst heeft? Waar komt ze vandaan? Zouden de buren iets van het bezoek gemerkt hebben? Wat is Davids achternaam? Voor een vrouw alleen is het een hachelijke onderneming tegen spertijd op straat te zijn.
Hoe langer ze er over nadenkt, hoe meer bewondering ze krijgt voor de wanhoopsactie van de moeder. Een daad van oprechte liefde. Met een hand veegt ze haar wang nat. Hoe graag ze ook zou willen, ze kan dingen niet veranderen door ze te betreuren.

Martha’s vragen zullen voor altijd onbeantwoord blijven.