Doorloopwagen

Doorloopwagens zijn een uitstervend verschijnsel. (Je hoort er hier voor het eerst over? Geen dank.)
Zonder speciale aandacht aan weidewagens te schenken liep en fietste ik er jarenlang voorbij. Als het stil was, hoorde je tijdens melktijd midden in het land de kettingen rinkelen en het motortje zoemen.
Kijk, zo staan ze in de wei.

En zo ziet-ie er van binnen uit.

De weidewagen is een verrijdbare metalen keet met een ingebouwde melkmachine en een aantal buizen. Voor de wagen langs loopt een stuk schrikdraad dat ervoor zorgt dat de koeien geen losbandig gedrag gaan vertonen door zich vroegtijdig te verdringen bij de ingang.

Meestal worden de koeien in de wagen vastgezet, vandaar dat ze een stal-halster dragen.

De oudste koeien, de bazinnen, komen als eerste aanlopen om gemolken te worden. Een béétje privilege mag er zijn.
Twee aan twee – links en rechts –lopen ze rustig de melkwagen in. De rest wacht ongeduldig op een kluitje.

De boer maakt de spenen schoon met een doek…

…en schuift de tepelhouders om de spenen.

De dieselmotor drijft een afzuigpomp aan die vacuum trekt in het buizenstelsel.
Een op een buis aangesloten slang is gekoppeld aan een ketel waar de melk instroomt.
Na ongeveer 5 minuten is een koe verlost van haar melk.

De boer controleert of de melk goed is: of de kleur oké is en er geen brokjes in zitten.
Wijkt de melk van een koe een paar keer achter elkaar af, dan moet de boer actie ondernemen.

Bij oudere koeien moet extra gecontroleerd worden of de uiers leeg zijn. Restjes kunnen  uierontsteking veroorzaken.
Meestal is een beetje mintcreme voldoende, die stimuleert de doorbloeding. Werkt dat niet dan moet antibiotica gegeven worden.
Vandaar dat de administratie op orde moet zijn!
Koe 31 mag niet voorin. Zou ze aan het muiten slaan?

Als de eerste vier koeien klaar zijn, haalt de boer het vacuum van het apparaat en hangt de zuigers  terug aan de haak.
Klaar.
De koeien lopen recht-zo-die-gaat naar buiten en de volgende vier dames melden zich.

Deze doorloopwagen staat er nog omdat de koeien te ver van de stal vandaan lopen. Ruilverkaveling zit er niet (meer) in want alle omringende weilanden zijn in bezit van Stichting Het Zuid-Hollands Landschap.

Hoe dan ook: zo zien we ze het liefst: in de wei. Dag melkmeiden!

Poespas

Keek op de week (41)

‘Wat is die rijst bruin,’ zei Joris met kritische blik.
‘Heb het op advies van Dien in het water gekookt waarin ik het Eekhoorntjesbrood heb geweld.’
Man wuifde met een hand de geur naar zijn neus – hij heeft wel meer vreemde gewoontes – en nam voorzichtig een hap. Zijn gezicht zei: dit zit niet tegen.
Verdeelde de saus (paprika, ui, courgette, peen, gehakt, kruiden en veel Eekhoorntjesbrood) over de borden en de proeverij begon.
Keek Man en Kind verwachtingsvol aan.
‘Lekker!’ smakten ze met volle mond.
‘En je gaat er niet dood aan!’ kon ik niet nalaten te zeggen.
‘Altijd het laatste woord,’ zei Joris.
We hebben gesmuld, Dien! Ik prijs je inzet ♥

‘Oranje ligt eruit voor het EK en WK,’ zuchtte Man. ‘Voetballen kunnen ze niet, maar verdienen wel miljoenen.’
‘Nee, ze ontvángen miljoenen,’ verbeterde ik.
‘Nou ja, het bespaart me een hoop ergernis.’
‘Ze hadden beter het vrouwenelftal kunnen sturen,’ grapte ik.
‘Jij hebt af en toe werkelijk een tamelijk simpel voorstellingsvermogen,’ sprak Man geërgerd.

Het heeft zeven maanden geduurd maar nu hebben we ook wat: een nieuw kabinet.
Hij Die Altijd Lacht zei: ‘Ons motto is: Vertrouwen in de toekomst.’ Trommelde zichzelf  meteen op knaapjesborst: ‘Wij zijn het groenste kabinet ooit!’
Want…ze sluiten één kolencentrale. Eén hele kolencentrale! Als ze twee jaar geleden – waar heel NL op tegen was – geen nieuwe geopend hadden, dát was pas groen geweest.
De club van vier verdient een groot compliment!’ sprak Buma met zijn ik-ben-het-braafste-jongetje-van-de-klas-blik.
Weet nooit of ik moet lachen of huilen als ik die kerel zie.
Het Jeugdjournaal betrapte Hij Die Altijd Lacht op een fout in de eerste regel van het Wilhelmus. Heb zelden zo gelachen.

‘Een fles droge, witte wijn, rond een tientje. Het is een cadeautje voor m’n Vriendin.’
‘Koken uw vrienden graag?’
Ik schudde nee.
‘Hier heb ik een Chardonnay met een lichte ananassmaak die het uitstekend doet bij een salade met schelpdieren,’ vervolgde verkoper stoïcijns.
‘Een gewone witte wijn, alstublieft.’
Slijter pakte andere fles. ‘Deze Cava is gerijpt en komt uit Catalonië. Dat is een grensstreek tussen Frankrijk en Spanje…’
Rolde nog net niet met m’n ogen.
‘…met één apart soort druif die – ook weer – een lichte ananassmaak heeft en bovendien…’
Ik weerstond de aanvechting de winkel uit te rennen. ‘Gewoon een droge witte wijn voor als m’n Vriendin terugkomt van een strandwandeling, bij een stuk kaas, of wanneer ze het ’s avonds op een drinken wil zetten.’
‘Heeft u voorkeur voor een bepaald land of streek?’
Kreeg zin te stampvoeten en te schreeuwen. Sprak met bovenmenselijke krachtinspanning lang-zaam en be-heerst: ‘Meneer. Een. Fles. Droge. Witte. Wijn. Zonder. Poespas. Alstublieft.’
Slijter keek me uitdrukkingloos aan.
‘Deze is lekker, mevrouw,’ tipte een klant me.
‘Dan neem ik die,’ riep ik blij en rende naar de kassa.

Moordrecept

‘Ogen dicht en ruiken. Flink inhaleren, ja, goed zo.
Wat nou muf? Je ruikt Moeder Natuur; de aarde; een rijk en verfijnd aroma. Dit? Dit zijn stukjes Eekhoorntjesbrood! Verser en biologischer dan deze vind je nergens. Gewoon, uit het bos. Uit een authentiek Brabants bos. Geplukt door kaboutertjes. Haha, nee hoor, Dien heeft ze geplukt, gesneden en opgestuurd. Lief hè?
Ja, dat kan, dat er een hond op geplast heeft. Wat ben jij ineens een kniesoor. We eten elke week een keer champignons en daar heb ik je nog nooit over gehoord. Weet je hoe ze die kweken? Op paardenpoep.

Deze paddenstoelen zijn niet gevaarlijk! Je gaat er echt niet dood aan. Er is in Nederland geen paddenstoel die op Eekhoorntjesbrood lijkt, dat is één. En twee: Dien is boswachteres in de Peel. Ja, dat is een modern beroep. Zij weet álles over planten, bomen, en kruiden. En paddenstoelen zijn haar specialiteit.
Hoezo heb je daar nog wat vragen over? Je bent niet op je werk.
Nee, ik néém geen onnodig risico. Je denkt toch niet dat ik m’n eigen kind vergiftig! Ben ik je vrouw of de vijand?

Weet je wat? Ik zal nu, hier, terplekke twee grote plakjes Eekhoorntjesbrood opeten, en als ik over een uur nog leef, ben je dan gerustgesteld?
Je bent zelf een drama-queen! Je zit gewoon koortsachtig excuses te verzinnen om onder deze delicatesse uit te komen. Zo kinderachtig. Anders word je altijd wild als ik iets nieuws kook. Zal ik een kalmerend tabletje voor je pakken?
Oh, je wilt ze wel proberen als ze uit de winkel komen. Van de Eco-plaza zeker? Daar betaal je een vermogen voor Eekhoorntjesbrood en ze smaken minder dan de helft dan deze bos-exemplaren.
Dan heb je pech, ik heb liever die van Dien.

Geloof me, ik ga hier iets verrukkelijks van koken. Ik heb al een recept op internet gevonden en dan wordt het smikkelen en smullen. Natuurlijk eet jij daarvan mee. Hoezo “Dat bepaal jij niet?”
Ik weet heus wel dat ik dat altijd tegen jou zeg, dus hoef jij dat nu niet tegen mij te gebruiken, na-aper.
Wacht nou maar rustig af, het woord een moordrecept!
Kun je nu even naar me lachen? Alsjeblieft?’

Een muzikale anekdote

Keek op de week (40)

Rosa loopt nog niet als de gesmeerde bliksem maar hinken is voorbij. Elke avond stopte Joris Rosa’s poot vijf minuten in een bak sodawater. Voorheen – lees: voordat de dierenarts zonder verdoving haar nagel eraf rukte – was dat een fluitje van niks.  Nu moest ik Hond de keuken in duwen. Letterlijk. Ooit geprobeerd een labrador van 25 kilo die zich schrap zet te verplaatsen? Een work-out is er niets bij.
Heb nog een heel kistje zure appels met dierenarts te schillen!

Ik keek – in tegenstelling tot velen, schijnt – nooit op Funda. Heb wel wat beters te doen. En waarom mezelf op het spek binden?
Tot Vriendin een link stuurde met juweel van Kakelbonthuis. Geklikt en ja hoor: waanzinnig Pippi-huis met luiken. Compleet met oprijlaan, landgoed, stal, moestuin en een schommel.
En nu…is het verkocht. Verkócht!
Kijk echt nooit meer op Funda.

Op de markt kocht ik een kilo boerenkaas.
‘Wilt u een stukje proeven, mevrouw?’ vroeg marktvrouw in vrolijk geruit schort.
‘Nee, dank u, ik heb net m’n tanden gepoetst.’
‘Is dat omdat je nooit weet wie je tegenkomt op de markt?’
‘Haha, nee, ik ben nogal kieskeurig.’
‘Mag de hond dan een stukje kaas?’
Plakje kaas was druppel op een gloeiende plaat.

Kom dat zien, kom dat zien! Een deksels mirakel! Nog nimmer vertoond!
Kan het een tandje minder, Kakel?
Ja, maar het is zo bijzonder: voor het eerst in negenhonderd-zoveel jarig bestaan van ons dorp, is er kermis.
Eentje met zeven (!) attracties. Dat is inclusief kraam met suikerspinnen.

“Heeft u bijzondere herinneringen aan een concert?” vraagt Rotterdams Philharmonisch Orkest ons per email. “Laat het ons weten!”
Nou, we hebber er één!
Roos was vijf toen Man en ik haar een beetje cultuur qua klassieke muziek wilden bijbrengen. We gingen naar “Een muzikaal verhaal,” speciaal geschreven voor tere kinderzieltjes vanaf vier jaar.
Op het podium stond een orkest en een tweemeter hoge stoel waarop een heuse acteur zat, die met een fanatisme dat je doorgaans alleen bij rebellengroepen aantreft, een verhaal vertelde, dat werd afgewisseld met flarden muziek.
Na vijf minuten vroeg Roosje: ‘Papa, wanneer is het afgelopen?’
Twee minuten later stond ze op: ‘Papa, zullen we weggaan?’
We hebben het – met om de paar minuten een stukje drop – kunnen rekken tot de pauze. Daarna zijn we iets leuks gaan doen.
Denkt iemand dat het Philharmonisch op deze anekdote zit te wachten?

Appelpop

Roos ging met twee vriendinnen en mijn auto naar het Muziekfestival Appelpop. Elk tweede weekend van september wordt dat in den lande georganiseerd.
‘Waar is het precies?’ vroeg ik.
‘In Tilburg,’ zei Kind.
‘Waar in Tilburg?’ informeerde ik verder.
‘Weet ik het! Borden in de stad geven de route aan,’ sprak Roos gemotiveerd.
‘Appelpop….’ bemoeide Man zich ertegenaan, ‘klinkt eerder als de Betuwe.’
Roos maakte een misprijzend geluid over zoveel domheid. Typisch haar vader uit het Stenen tijdperk.
Ik stelde haar wat gerust: ‘Je boft. Op internet staat dat veel evenementen zijn afgelast door wateroverlast maar onder de Moerdijk is het sein veilig.’

Op de dag zelf had Roos helemaal geen zin meer om naar het festival te gaan. De lucht was loodgrijs. Koude regen geselden onze ramen. ‘Ze geven voor heel de dag dit zeikweer op,’ mokte ze.
‘Regen heet dat,’ verbeterde Man.
‘Het is buiten, hè?’ riep ze geïrriteerd. ‘Hier, moet je zien! Nederland zie je niet eens liggen onder de buienradar!’
‘Kom op!’ zei ik, ‘Tom Odell treedt op. Tom! Odell!’
‘Trek je regenpak maar aan!’ appte vriendin Suzanne die er zo snel mogelijk naartoe wilde.

Ik riep verstandige teksten als:
“Je gaat gewoon, het is hartstikke leuk!”
“Hollandse meid!” en
“Het is gratis.”
Ja hoor eens, Joris en ik willen ook wel eens een dag rust.

Roos ging van ellende dan toch maar mee.
De dames zetten eerst koerst naar de Mac in Breda ter vulling van de immer rammelende studentenmagen.
Na de schranspartij loerde vriendin Marcella vanaf de achterbank op de routenavigatie. ‘Waar gaan we heen?’ vroeg ze.
‘Naar Tilburg,’ zei Roos.
‘Daar is Appelpop helemaal niet! We moeten naar Tiel!’

‘Tiel was niet veel omrijden, hoor. We zaten er zo,’ loog Roos. ‘Goddank ben ik geweest,’ zuchtte ze. ‘Er waren drie podia met telkens optredens van een uur. En het was overdekt, hè? Stel je voor dat ik na afloop had gehoord dat Tom Odell in een muziektent had opgetreden, dat…dat…zou rampzalig geweest zijn.’

Ik ken een veel rampzaliger scenario: een blauw autootje, drie studentes – met bij elkaar opgeteld een IQ van ongeveer 400 – en ze reden al bijna in Tilburg waar geen borden stonden die ze naar de parkeerplaats van Appelpop leidden…