Treitermeid

Een vrouw noemt m’n meisjesnaam en vanuit de krochten van m’n puberteit herken ik haar onmiddellijk.
‘Wij hebben samen in de klas gezeten,’ zegt ze.
Ik knik. Haar neus is net zo groot als in mijn herinnering. In mijn dagboek noemde ik haar Pinokkio. “De Gaulle” was toepasselijker geweest.

De vrouw heet Rietje. Zeg maar gerust “Riet” want ze is verdrievoudigd in omvang. Ze heeft een pafferig gezicht vol craquelé, en nog steeds dezelfde mooie blauwe ogen maar de  kraaienpoten ernaast lijken wel winkelhaken.
Toen op de middelbare school mijn hormonen nog in winterslaap verkeerden, loeiden die van haar op oorlogssterkte. Elke week stond ze met een nieuwe verovering in het fietsenhok te vozen. Op haar vijftiende kon je haar met ’n gerust hart een afgelikte boterham noemen.

‘Jij bent Riet,’ zeg ik. ‘Jij stak m’n schoolagenda in de fik. En je hebt een keer m’n kleren meegenomen of weggegooid. Na gym moest ik in korte broek en T-shirt naar Franse les en naar huis.’
Onbeschaamd schatert Riet het uit. Haar onderkin flubbert heen en weer. Kennelijk vindt ze het nog steeds een goeie grap. Ik krijg zin haar in haar gezicht te slaan. Eerst links en daarna rechts.

Klanten draaien zich naar ons om en volgen geïnteresseerd ons gesprek.

Als ze is uitgelachen, informeer ik: ‘Wat heb je met m’n kleren gedaan? Ik heb ze nooit teruggevonden.’
‘In de vuilnisemmer gegooid en om half drie kwam de vuilniswagen langs,’ vertelt ze met een licht gevoel van triomf.
‘Heb je dat echt gedaan?’ vraagt Wout. Hij geeft met de platte kant van een hakmes  stevige klappen op een lap vlees en staart Riet in ongeloof aan.
Riet knikt zoals een duif tijdens het lopen met zijn kop doet.
De slager schudt zijn hoofd over zoveel lompheid.

Riet zegt: ‘Ik heb jou een paar keer in de krant zien staan. Dat je de meeste kilometers bij de Waardrenners hebt gefietst.’
‘Leuk joh,’ zeg ik koeltjes.
‘Ja, mijn ex fietste daar ook. Mijn eerste ex. Niet mijn tweede.’
Ze begint een heel verhaal en negeert vakkundig mijn gebrek aan belangstelling. Zelfs als ik mijn bestelling doorgeef, wauwelt ze door.
‘Zit jij op facebook?’ vraagt ze.
‘Ja,’ zeg ik, ‘maar ik voeg alleen vrienden toe.’

Als ik betaald heb, probeert Riet het nog één keer. ‘Zullen we een keer iets afspreken?’
Het magische woord “sorry” heb ik haar nog steeds niet horen zeggen. Ik geniet  bij voorbaat van de krenkende woorden die ik ga zeggen: ‘Nee, dank je. Als ik gemekker wil horen, koop ik wel een geit.’
De bulderende lach van Wout achtervolgt me als ik zijn slagerij uitloop.

Schrijfles

Keek op de week (43)

Droomde dat ik schrijfles gaf. Geen idee wier domme idee dat was. Moest voor de klas op verhoging staan. Ellendig was dat. Het was ook nog liefdewerk oud papier. Ik leek wel gek.
Weerstond aanvechting weg te lopen. Moest in droom denken aan uitspraak van Churchill: “Succes is de eigenschap om van de ene mislukking naar de andere te gaan, zonder je enthousiasme te verliezen.”
Stond versteld van mezelf. Had e.e.a. voorbereid en deelde in klas stencils uit (bestaat dat woord nog?) over schrijfstijl, stukjes met kop/staart, iets over observerende blik…
Iemand vooraan keek me met strakke blik aan. Begon plots “boe” te roepen.
Daar had je het gesodemieter al!
Weldra volgden meer boe-roepers.
Moest handelend optreden voor ik rode vlekken in nek kreeg. Dacht: stik de moord, en riep vol bravoure: ‘Alle boe-roepers eruit of ik eruit. En ik blijf!’
Kreeg toch vlekken: wat als ze bleven zitten?
Allen verlieten echter zwijgend de ruimte.
Zat daarna ineens met rest van gezelschap op zonnig terras aan zee dat “De Vrijbuiter” heette.

Ze waren afgeserveerd maar wij gaven vijftig stuks een tweede kans. Voorzagen ze van een droge, warme plaats. Eenmaal losgelaten kregen ze op tijd natje, en droogje in de zon. Ze genoten van vrij leven in buitenlucht. Een enkeling gaven we cadeau. De rest zocht één voor één eigen weg. Vijftig tennisballen. En stuk voor stuk zoekgemaakt door Rosa. Een mens zou er emotioneel van worden.

Wilde afspraak met huisarts maken.
‘Is nogal druk,’ zei assistente. ‘Mag het bij co-assistent? Nadien komt huisarts kijken.
Voor gesprek werd halfuur uitgetrokken. Na tien minuten was de zaak rond. Wat doe je als je neus al leeg is? Je knoopt een gesprek aan.
‘Heb je altijd arts willen worden?’
‘Nee, heb lang getwijfeld. Ben geneeskunde gaan studeren omdat het een interessante studie is.’
‘Word je huisarts?’
‘Weet ik nog niet.’
‘Eerst je snuffelstages afmaken,’ grapte ik.
‘Jahaha. ‘Wil waarschijnlijk verdergaan in chirurgie of gynaecologie.’
‘Ik vind dat er meer vrouwelijke gynaecologen moeten komen,’ zei ik.
‘Waarom precies?’
‘Omdat mannen geen ervaringsdeskundigen zijn.’
Co-assistent dacht daar lang over na. Zei uiteindelijk: ‘Weet u wat raar is? Veel studiegenoten vinden geneeskunde interessant maar komen tijdens stages tot conclusie dat ze werken met mensen niet leuk vinden.
a) Daar kan ik met m’n boerenverstand niet bij.
b) Ik kijk er niet eens (meer) van op.

Mevrouw op leeftijd werkte in voortuin. Uitgerekend daar – midden op stoep – draaide  Rosa een drol.
Had hedenochtend m’n winterjas van zolder gehaald en vergeten zakken te vullen met plastic zakjes. Zelfs aan handvat van riem zat er geen.
Shit!
Vrouw keek van berg uitwerpselen naar mij en zuchtte: ‘Hebbie geen zakkie bij?’
‘Sorry, ben ik vergeten. Heeft u er misschien eentje voor me?’
Vrouw bekeek me achterdochtig. Alsof ik m’n hond getraind heb bij haar voor de deur te gaan zitten schijten zodat ik haar huis kan leegroven.
Ze stapte zuchtend naar binnen en met betekenisvol gezicht de voordeur.
Binnen hoorde ik haar praten.
Een man verscheen voor het raam en bekeek me met aandacht: zó ziet een vrouw eruit die een hondenpoepzakje vergeet. Genoeg gezien, liep hij weer weg.
Tweede bedrijf.
Daar was de dappere huisvrouw! Ze reikte mij een veelvuldig gebruikt doorzichtig plastic zakje aan.
Heb persoonlijk liever donker gekleurd exemplaar…
Vrouw keek toe hoe ik missie volbracht en keek me na terwijl ik straat uitliep. Aan deze zaak zat beslist een luchtje…

Held!

Afgelopen week heb ik bewust gezwegen over de hashtag mie toe.
(Weer) Schrijven over m’n ervaringen voelt niet als een opluchting.
Soms vraag ik me af of ik over sommige dingen ooit heen kom. Elk bericht in de krant, elk item op tv, is er één te veel. 

Andere momenten weet ik dat ik “bof” omdat ik geen terug-blikker maar een vooruit-kijker ben: leve de toekomst.
Onverwacht schoot me een incident met een goede afloop te binnen. Liever was ik van de handtastelijkheid verschoond gebleven maar toch, de afloop was een zoetmaker.

Het gebeurde in de sociëteit/discotheek waar mijn broer dj was. Met een getraind oog keek hij vanaf zijn positie naar het gewoel beneden hem.
Bij binnenkomst werd ik steevast verwelkomd met: “Ha Sus!” (niet te verwarren met “Hazes.”)
Ik hoefde nooit te vragen of hij muziek van m’n favoriete zanger wilde draaien: het noemen van een titel was voldoende.
Meestal hadden m’n vriendin en ik dan de dansvloer voor onszelf want de rest van het publiek vond muziek van David Bowie herrie; wat ik weer als een compliment opvatte.

Die avond stond ik met groepje gezellig te kletsen. De sfeer was goed, de stemming zat erin, tot iemand me in m’n kont kneep. Geen bescheiden kneepje maar een flink stuk bil. Ik draaide me om en zag een knul met een voldane, smerige grijns.
Eerst denken, dan doen. Ik vind dat een geweldige eigenschap maar zelf doe ik daar niet aan. In een impuls gooide ik de inhoud van mijn glas chocomel tegen het hagelwitte overhemd van mijn belager. Aanvankelijk trok hij een gezicht alsof iemand een emmer ijsklontjes in zijn overhemd kiepte, daarna spatte de woede uit zijn ogen. Hij wilde naar me uithalen maar mijn broer was sneller.

Als een duivel-uit-een-doos sprong hij van zijn dj-kruk op de vloer, vandaar boven op de bar, over de bierglazen heen, en tussen mij en de billenknijper in.
Mijn broer gaf hem een uppercut, sleurde hem aan zijn overhemd de disco uit en gooide ‘m persoonlijk op straat.
‘Opgeruimd staat netjes,’ vatte hij het samen.
Met een gezicht van business as usual draaide hij even later een toepasselijk nummer: “Heroes” van David Bowie.
En niet voor één dag, hè? (-:

De Sjaak

Keek op de week (42)

‘Ik heb een klacht,’ zei ik tegen de dierenartsassistente nadat ik tubetje zalf voor Saartje had afgerekend.
‘Oh,’ zei ze. De telefoon ging. Ze liet ‘m rinkelen.
Rosa zat naast me. Tot mijn verbazing was ze me zonder dralen de praktijk in gevolgd.
‘Er is drie weken geleden bij Rosa zonder verdoving een teennagel af getrokken,’ begon ik, ‘en ik vind dat een dieronvriendelijke methode. Ze heeft thuis twee weken bang rondgelopen.’
‘Het punt is dat een verdoving pijnlijk is en ook een trauma kan veroorzaken,’ zei assistente op zakelijke toon.
‘Kan zijn. Maar kan er volgende keer minstens overleg gevoerd worden? Ik stel het bijzonder op prijs als u dat in koeien van letters in uw computer zet.’
‘Doe ik, en ik zal de dierenarts erop aanspreken,’ beloofde ze.

16-jarige Neef heeft “carrière-switch” gemaakt. Is van Hout Meubileringscollege overgestapt naar opleiding voor treinmachinist. Stapt in railsporen van zijn vader.
Krijgt onder andere les in simulator.
Vroeg: ‘Als jij nou een keer niet kan, in die simulator, omdat je ziek bent of naar tandarts moet, mag ik dan in jouw plaats?’
Neef knikte ja.
Toffe gast!

Indian-summer-zon scheen uitbundig. Mensen zaten op terrassen, op de fiets, skeelerden en likten aan ijsjes. Wij – Roos, Schone Zus, Neef, Nicht + vriend, en ik – hadden wel wat beters te doen: onszelf binnen een uur bevrijden uit een escape room.
We verloren door falende techniek.
It’s fake news.
Nee, echt waar.
Kregen 50% karting-kaartje voor volgende keer in andere kamer.
Maar mán, wat was het leuk! Soms werkten we samen, meestal renden we als koploze kippen rond. Moesten 4 portretten en wel 10 kistjes met draaisloten openmaken. En telkens bukken want cijfers vlogen ons om de oren.

Zon scheen en er waaide een gezapig windje.
Liep met Rosa door nieuwe wijk. Zag auto van handhaving aan komen rijden. Was zwaar in overtreding: hond liep los te struinen en later onder toeziend oog van controleur de sloot in.
Had wel hondenpoepzakje bij me. Altijd je pluspunten tellen.
Wilde me verstoppen achter boom (easy met mijn Sidonia-figuur) of doen of ik Rosa  nooit eerder gezien had. Maar het is als met je kind, hè? Wat ze ook doen, je blijft ze trouw tot in den dood.
Kortom: ik was de Sjaak.
Rosa rende blij op me af en schudde zich eens goed uit naast de auto. De gemeentelijk toezichthouder keek zeer kritisch.
De aansteller. Z’n auto zat onder de vogelpoep. Slootwater deed de zaak alleen maar goed.
Langzaam schoof het raam van de auto naar beneden. ‘Is dat uw hond?’ vroeg de man.
‘Van kop tot staart.’
‘U weet vast al wat ik ga zeggen?’ vervolgde kerel.
‘Uiteraard. Ik heb geen smoes en ben bij m’n volle verstand. Maar kijk eens: één hele poepzak.’
Er kon zowaar een lachje af.
‘Mooi. Dan weet u dat voor de volgende keer. Ga nu thuis een biertje pakken.’
Knikte dociel en staarde auto na. Kreeg met moeite mijn openstaande mond dicht. Waarom kreeg ik geen bon?
In de verte klonk het carillon.
Boven mijn hoofd ging een gloeilamp branden. Het was 17.15 uur en ambtenaren werken nooit over.
En maandag regent het weer: dan zie je ze niet…

Las hartverscheurende oproep in krant van ene Bep (84 jaar): “Helaas is mijn videoband met “Gejaagd door de wind” gebroken. Wie helpt mij aan een dvd of band met deze film?”
Zie Bep voor me. Draagt Terlenka bloemetjesjurk en beschaafd lilakleurig haar. Ze is bedroefd tot in haar teenpunten en loopt radeloos rondjes achter haar rollator door haar over-gemeubileerde  woonkamer. Weigert naar activiteiten in haar verzorgingshuis te gaan want ze wil niet “bij die oude mensen” zitten.
Iemand…?

Doorloopwagen

Doorloopwagens zijn een uitstervend verschijnsel. (Je hoort er hier voor het eerst over? Geen dank.)
Zonder speciale aandacht aan weidewagens te schenken liep en fietste ik er jarenlang voorbij. Als het stil was, hoorde je tijdens melktijd midden in het land de kettingen rinkelen en het motortje zoemen.
Kijk, zo staan ze in de wei.

En zo ziet-ie er van binnen uit.

De weidewagen is een verrijdbare metalen keet met een ingebouwde melkmachine en een aantal buizen. Voor de wagen langs loopt een stuk schrikdraad dat ervoor zorgt dat de koeien geen losbandig gedrag gaan vertonen door zich vroegtijdig te verdringen bij de ingang.

Meestal worden de koeien in de wagen vastgezet, vandaar dat ze een stal-halster dragen.

De oudste koeien, de bazinnen, komen als eerste aanlopen om gemolken te worden. Een béétje privilege mag er zijn.
Twee aan twee – links en rechts –lopen ze rustig de melkwagen in. De rest wacht ongeduldig op een kluitje.

De boer maakt de spenen schoon met een doek…

…en schuift de tepelhouders om de spenen.

De dieselmotor drijft een afzuigpomp aan die vacuum trekt in het buizenstelsel.
Een op een buis aangesloten slang is gekoppeld aan een ketel waar de melk instroomt.
Na ongeveer 5 minuten is een koe verlost van haar melk.

De boer controleert of de melk goed is: of de kleur oké is en er geen brokjes in zitten.
Wijkt de melk van een koe een paar keer achter elkaar af, dan moet de boer actie ondernemen.

Bij oudere koeien moet extra gecontroleerd worden of de uiers leeg zijn. Restjes kunnen  uierontsteking veroorzaken.
Meestal is een beetje mintcreme voldoende, die stimuleert de doorbloeding. Werkt dat niet dan moet antibiotica gegeven worden.
Vandaar dat de administratie op orde moet zijn!
Koe 31 mag niet voorin. Zou ze aan het muiten slaan?

Als de eerste vier koeien klaar zijn, haalt de boer het vacuum van het apparaat en hangt de zuigers  terug aan de haak.
Klaar.
De koeien lopen recht-zo-die-gaat naar buiten en de volgende vier dames melden zich.

Deze doorloopwagen staat er nog omdat de koeien te ver van de stal vandaan lopen. Ruilverkaveling zit er niet (meer) in want alle omringende weilanden zijn in bezit van Stichting Het Zuid-Hollands Landschap.

Hoe dan ook: zo zien we ze het liefst: in de wei. Dag melkmeiden!

Poespas

Keek op de week (41)

‘Wat is die rijst bruin,’ zei Joris met kritische blik.
‘Heb het op advies van Dien in het water gekookt waarin ik het Eekhoorntjesbrood heb geweld.’
Man wuifde met een hand de geur naar zijn neus – hij heeft wel meer vreemde gewoontes – en nam voorzichtig een hap. Zijn gezicht zei: dit zit niet tegen.
Verdeelde de saus (paprika, ui, courgette, peen, gehakt, kruiden en veel Eekhoorntjesbrood) over de borden en de proeverij begon.
Keek Man en Kind verwachtingsvol aan.
‘Lekker!’ smakten ze met volle mond.
‘En je gaat er niet dood aan!’ kon ik niet nalaten te zeggen.
‘Altijd het laatste woord,’ zei Joris.
We hebben gesmuld, Dien! Ik prijs je inzet ♥

‘Oranje ligt eruit voor het EK en WK,’ zuchtte Man. ‘Voetballen kunnen ze niet, maar verdienen wel miljoenen.’
‘Nee, ze ontvángen miljoenen,’ verbeterde ik.
‘Nou ja, het bespaart me een hoop ergernis.’
‘Ze hadden beter het vrouwenelftal kunnen sturen,’ grapte ik.
‘Jij hebt af en toe werkelijk een tamelijk simpel voorstellingsvermogen,’ sprak Man geërgerd.

Het heeft zeven maanden geduurd maar nu hebben we ook wat: een nieuw kabinet.
Hij Die Altijd Lacht zei: ‘Ons motto is: Vertrouwen in de toekomst.’ Trommelde zichzelf  meteen op knaapjesborst: ‘Wij zijn het groenste kabinet ooit!’
Want…ze sluiten één kolencentrale. Eén hele kolencentrale! Als ze twee jaar geleden – waar heel NL op tegen was – geen nieuwe geopend hadden, dát was pas groen geweest.
De club van vier verdient een groot compliment!’ sprak Buma met zijn ik-ben-het-braafste-jongetje-van-de-klas-blik.
Weet nooit of ik moet lachen of huilen als ik die kerel zie.
Het Jeugdjournaal betrapte Hij Die Altijd Lacht op een fout in de eerste regel van het Wilhelmus. Heb zelden zo gelachen.

‘Een fles droge, witte wijn, rond een tientje. Het is een cadeautje voor m’n Vriendin.’
‘Koken uw vrienden graag?’
Ik schudde nee.
‘Hier heb ik een Chardonnay met een lichte ananassmaak die het uitstekend doet bij een salade met schelpdieren,’ vervolgde verkoper stoïcijns.
‘Een gewone witte wijn, alstublieft.’
Slijter pakte andere fles. ‘Deze Cava is gerijpt en komt uit Catalonië. Dat is een grensstreek tussen Frankrijk en Spanje…’
Rolde nog net niet met m’n ogen.
‘…met één apart soort druif die – ook weer – een lichte ananassmaak heeft en bovendien…’
Ik weerstond de aanvechting de winkel uit te rennen. ‘Gewoon een droge witte wijn voor als m’n Vriendin terugkomt van een strandwandeling, bij een stuk kaas, of wanneer ze het ’s avonds op een drinken wil zetten.’
‘Heeft u voorkeur voor een bepaald land of streek?’
Kreeg zin te stampvoeten en te schreeuwen. Sprak met bovenmenselijke krachtinspanning lang-zaam en be-heerst: ‘Meneer. Een. Fles. Droge. Witte. Wijn. Zonder. Poespas. Alstublieft.’
Slijter keek me uitdrukkingloos aan.
‘Deze is lekker, mevrouw,’ tipte een klant me.
‘Dan neem ik die,’ riep ik blij en rende naar de kassa.

Moordrecept

‘Ogen dicht en ruiken. Flink inhaleren, ja, goed zo.
Wat nou muf? Je ruikt Moeder Natuur; de aarde; een rijk en verfijnd aroma. Dit? Dit zijn stukjes Eekhoorntjesbrood! Verser en biologischer dan deze vind je nergens. Gewoon, uit het bos. Uit een authentiek Brabants bos. Geplukt door kaboutertjes. Haha, nee hoor, Dien heeft ze geplukt, gesneden en opgestuurd. Lief hè?
Ja, dat kan, dat er een hond op geplast heeft. Wat ben jij ineens een kniesoor. We eten elke week een keer champignons en daar heb ik je nog nooit over gehoord. Weet je hoe ze die kweken? Op paardenpoep.

Deze paddenstoelen zijn niet gevaarlijk! Je gaat er echt niet dood aan. Er is in Nederland geen paddenstoel die op Eekhoorntjesbrood lijkt, dat is één. En twee: Dien is boswachteres in de Peel. Ja, dat is een modern beroep. Zij weet álles over planten, bomen, en kruiden. En paddenstoelen zijn haar specialiteit.
Hoezo heb je daar nog wat vragen over? Je bent niet op je werk.
Nee, ik néém geen onnodig risico. Je denkt toch niet dat ik m’n eigen kind vergiftig! Ben ik je vrouw of de vijand?

Weet je wat? Ik zal nu, hier, terplekke twee grote plakjes Eekhoorntjesbrood opeten, en als ik over een uur nog leef, ben je dan gerustgesteld?
Je bent zelf een drama-queen! Je zit gewoon koortsachtig excuses te verzinnen om onder deze delicatesse uit te komen. Zo kinderachtig. Anders word je altijd wild als ik iets nieuws kook. Zal ik een kalmerend tabletje voor je pakken?
Oh, je wilt ze wel proberen als ze uit de winkel komen. Van de Eco-plaza zeker? Daar betaal je een vermogen voor Eekhoorntjesbrood en ze smaken minder dan de helft dan deze bos-exemplaren.
Dan heb je pech, ik heb liever die van Dien.

Geloof me, ik ga hier iets verrukkelijks van koken. Ik heb al een recept op internet gevonden en dan wordt het smikkelen en smullen. Natuurlijk eet jij daarvan mee. Hoezo “Dat bepaal jij niet?”
Ik weet heus wel dat ik dat altijd tegen jou zeg, dus hoef jij dat nu niet tegen mij te gebruiken, na-aper.
Wacht nou maar rustig af, het woord een moordrecept!
Kun je nu even naar me lachen? Alsjeblieft?’

Een muzikale anekdote

Keek op de week (40)

Rosa loopt nog niet als de gesmeerde bliksem maar hinken is voorbij. Elke avond stopte Joris Rosa’s poot vijf minuten in een bak sodawater. Voorheen – lees: voordat de dierenarts zonder verdoving haar nagel eraf rukte – was dat een fluitje van niks.  Nu moest ik Hond de keuken in duwen. Letterlijk. Ooit geprobeerd een labrador van 25 kilo die zich schrap zet te verplaatsen? Een work-out is er niets bij.
Heb nog een heel kistje zure appels met dierenarts te schillen!

Ik keek – in tegenstelling tot velen, schijnt – nooit op Funda. Heb wel wat beters te doen. En waarom mezelf op het spek binden?
Tot Vriendin een link stuurde met juweel van Kakelbonthuis. Geklikt en ja hoor: waanzinnig Pippi-huis met luiken. Compleet met oprijlaan, landgoed, stal, moestuin en een schommel.
En nu…is het verkocht. Verkócht!
Kijk echt nooit meer op Funda.

Op de markt kocht ik een kilo boerenkaas.
‘Wilt u een stukje proeven, mevrouw?’ vroeg marktvrouw in vrolijk geruit schort.
‘Nee, dank u, ik heb net m’n tanden gepoetst.’
‘Is dat omdat je nooit weet wie je tegenkomt op de markt?’
‘Haha, nee, ik ben nogal kieskeurig.’
‘Mag de hond dan een stukje kaas?’
Plakje kaas was druppel op een gloeiende plaat.

Kom dat zien, kom dat zien! Een deksels mirakel! Nog nimmer vertoond!
Kan het een tandje minder, Kakel?
Ja, maar het is zo bijzonder: voor het eerst in negenhonderd-zoveel jarig bestaan van ons dorp, is er kermis.
Eentje met zeven (!) attracties. Dat is inclusief kraam met suikerspinnen.

“Heeft u bijzondere herinneringen aan een concert?” vraagt Rotterdams Philharmonisch Orkest ons per email. “Laat het ons weten!”
Nou, we hebber er één!
Roos was vijf toen Man en ik haar een beetje cultuur qua klassieke muziek wilden bijbrengen. We gingen naar “Een muzikaal verhaal,” speciaal geschreven voor tere kinderzieltjes vanaf vier jaar.
Op het podium stond een orkest en een tweemeter hoge stoel waarop een heuse acteur zat, die met een fanatisme dat je doorgaans alleen bij rebellengroepen aantreft, een verhaal vertelde, dat werd afgewisseld met flarden muziek.
Na vijf minuten vroeg Roosje: ‘Papa, wanneer is het afgelopen?’
Twee minuten later stond ze op: ‘Papa, zullen we weggaan?’
We hebben het – met om de paar minuten een stukje drop – kunnen rekken tot de pauze. Daarna zijn we iets leuks gaan doen.
Denkt iemand dat het Philharmonisch op deze anekdote zit te wachten?

Appelpop

Roos ging met twee vriendinnen en mijn auto naar het Muziekfestival Appelpop. Elk tweede weekend van september wordt dat in den lande georganiseerd.
‘Waar is het precies?’ vroeg ik.
‘In Tilburg,’ zei Kind.
‘Waar in Tilburg?’ informeerde ik verder.
‘Weet ik het! Borden in de stad geven de route aan,’ sprak Roos gemotiveerd.
‘Appelpop….’ bemoeide Man zich ertegenaan, ‘klinkt eerder als de Betuwe.’
Roos maakte een misprijzend geluid over zoveel domheid. Typisch haar vader uit het Stenen tijdperk.
Ik stelde haar wat gerust: ‘Je boft. Op internet staat dat veel evenementen zijn afgelast door wateroverlast maar onder de Moerdijk is het sein veilig.’

Op de dag zelf had Roos helemaal geen zin meer om naar het festival te gaan. De lucht was loodgrijs. Koude regen geselden onze ramen. ‘Ze geven voor heel de dag dit zeikweer op,’ mokte ze.
‘Regen heet dat,’ verbeterde Man.
‘Het is buiten, hè?’ riep ze geïrriteerd. ‘Hier, moet je zien! Nederland zie je niet eens liggen onder de buienradar!’
‘Kom op!’ zei ik, ‘Tom Odell treedt op. Tom! Odell!’
‘Trek je regenpak maar aan!’ appte vriendin Suzanne die er zo snel mogelijk naartoe wilde.

Ik riep verstandige teksten als:
“Je gaat gewoon, het is hartstikke leuk!”
“Hollandse meid!” en
“Het is gratis.”
Ja hoor eens, Joris en ik willen ook wel eens een dag rust.

Roos ging van ellende dan toch maar mee.
De dames zetten eerst koerst naar de Mac in Breda ter vulling van de immer rammelende studentenmagen.
Na de schranspartij loerde vriendin Marcella vanaf de achterbank op de routenavigatie. ‘Waar gaan we heen?’ vroeg ze.
‘Naar Tilburg,’ zei Roos.
‘Daar is Appelpop helemaal niet! We moeten naar Tiel!’

‘Tiel was niet veel omrijden, hoor. We zaten er zo,’ loog Roos. ‘Goddank ben ik geweest,’ zuchtte ze. ‘Er waren drie podia met telkens optredens van een uur. En het was overdekt, hè? Stel je voor dat ik na afloop had gehoord dat Tom Odell in een muziektent had opgetreden, dat…dat…zou rampzalig geweest zijn.’

Ik ken een veel rampzaliger scenario: een blauw autootje, drie studentes – met bij elkaar opgeteld een IQ van ongeveer 400 – en ze reden al bijna in Tilburg waar geen borden stonden die ze naar de parkeerplaats van Appelpop leidden…