Tussen kerst en oliebol

Keek op de week (52)

Laatste week van jaar is tevens de vreemdste. Ben alsmaar kluts kwijt welke dag het is.
Hoedanook: nog één dag en dan is 2017 geschiedenis. Prima; ben er klaar mee.

Roos hervond zich snel na overdosis slaap. Ging naar kerstmarkt in Maastricht (wat je ver zoekt, is lekker), naar hightea, had filmavondjes en bakte er lustig op los. Homemade granola, bananenbrood en overheerlijke koekjes. En dat alles zonder suiker. Als dát niet zoet is…

Hoezee! Kon regenlaarzen ophalen.
‘Dat is dan 75 euro,’ zei verkoopster in schoenwinkel.
Amuseerde me kostelijk.
‘Er zitten nieuwe zolen onder, hoor mevrouw,’ zei het kind nuffig.
‘Nieuw? Moet je zien, de kiezelsteentjes van m’n laatste rondje zitten er nog tussen. Wat staat daar op je kaartje?’ wees ik.
Verkoopster bekeek het langdurig; alsof ze iedere letter afzonderlijk spelde.
Ik had het woord ondersteboven al zien staan.
‘Garantie,’ zuchtte ze en keek erbarmelijk teleurgesteld.
‘Bedank je bazin voor de service,’ zei ik terwijl ik de winkel uitliep.

Kwam terug van wandeling met Rosa. Onderweg naar huis besloegen alle autoramen. Moest ’s middags nog weg en had geen zin ramen aan binnenkant droog te maken, dus liet raam aan bestuurderskant 10 cm openstaan.
Tijdens lunch ging de bel. De buurman: ‘Weet je dat je autoraam openstaat?’
‘Bedankt dat je het komt zeggen! Ik doe het expres, dan kan het vocht eruit.’
‘Het regent!’
‘Ja, dan nog is m’n auto vanbinnen vochtiger dan buiten.’
Buurman voelde nog net niet aan m’n voorhoofd.
Halfuur later: weer de bel. Hield m’n hart vast. Voor de deur stond onbekende, verregende vrouw achter kinderwagen. ‘Weet u dat uw….’
‘Fijn dat u het komt zeggen, dank u wel! Ik zal ‘m meteen dichtdraaien,’ loog ik. De kans dat ze binnen halfuur weer langs zou lopen, leek me klein.
Dat ge-bemoei: je zou er een warm gevoel van krijgen.

En nu: op naar 2018! Een nieuw jaar met nieuwe kansen.
Lezers: bedankt voor jullie trouwe bezoekjes, aanmoedigingen in tijden van nood, en reacties. Mijn diepe dank voor jullie lieve kaarten, whatpps en cadeautjes. Ga daar vooral mee door.
Veel liefde, voorspoed maar vooral een goede gezondheid. Met veel slaap (-:

♥ Dat het beste van het afgelopen jaar, het slechtste mag zijn in het nieuwe ♥

Stukslaan

Keek op de week (51)   

Had 2,50 euro gespaard bij Krui.dvat en ging die stukslaan. Wilde smeersel voor na het douchen en Niv-ea was in aanbieding: 1 + 1 gratis. Pakte twee flessen en oh…horror, las waarschuwing: “Bij twee producten gratis cd van Nick en Simon.”
Wond me vreselijk op. Kunnen ze wel? Alsof leven van gemiddeld mens vlak voor kerst al niet ingewikkeld genoeg is.
Weet trouwens na tig jaar en diverse ezelsbruggen nog steeds niet wie wie is.
Wat moest ik doen om aan cd te ontkomen? Eén fles terugzetten? Aan m’n roodkoperen fluitketel! Zou cd weigeren of – indien caissière aandrong – ‘m aan eerste de beste voorbijganger geven. Desnoods als sjoelschijf gebruiken in winkelcentrum…
Maakte me nodeloos ongerust: cd was op. Ongelofelijk.

‘Schrijf jij nog steeds?’ vroeg man naast me in apotheek.
Kreeg terplekke bijkans zenuwinzinking. Vroeg aan binnenkant van m’n hoofd: wie ís die man? Kreeg geen antwoord.
‘Hoe…eh…weet u dat ik schrijf?’
Kerel keek me wazig aan; alsof ik uit een ui kwam.
‘We hebben ooit op schrijfles gezeten. Vier bijeenkomsten; tien personen.’
Gaapte man aan. Hij had een door het leven getekend gezicht en piepende longen. Maar wát een geheugen.
Het begon langzaam te dagen in mijn Oosten: dit was de man die altijd voorlas uit eigen werk. Hij zag er onschuldig uit.
‘Ik schrijf nog wel eens,’ bekende ik. ‘En u?’
‘Geen tijd meer voor,’ zuchtte hij.

Lekkende regenlaarzen weggebracht.
‘Ik moet speciale lijm bestellen, mevrouw, dus het kan even duren,’ zei bazin van schoenenwinkel.
‘Geeft niet,’ zei ik, ‘áls ze maar gemaakt worden.’

Kind verkeerde afgelopen week één dag in vegetatieve toestand.
Sinds september doet ze dubbele Master aan het Erasmus. Met logischerwijs dubbele tentamens, terwijl dubbele colleges gewoon doorgingen. Ook ’s avonds.
Na tentamen nummer negen, kwam ze thuis met krijtwit gezicht. Zag niet waar Roos ophield en de muur begon.
Ik duwde haar trap op naar boven en Kind liet zich languit op ons bed vallen. Ze sliep voor haar lijf het matras raakte. Deed haar naam eer aan: DoornRoosje.

‘Mannen,’ hoorde ik een vrouw voor me met breek-me-de-bek-niet-open-gezicht tegen een kennis zeggen. ‘Hij ziet het verschil niet tussen een citroen en een grapefruit. Allebei geel, zegt-ie dan.’
‘Die van mij kan ik ook niet om een boodschap sturen,’ sprak kennis moedeloos.
Wilde iets zeggen maar bedacht me. Stel dat ik – naar eer en geweten – zeg dat Joris zelf boodschappenlijsten maakt, alle inkopen doet, let op uiterste verkoopdatum en thuis alles inruimt, dan wil een van die vrouwen ‘m straks hebben, en kan ik zelf boodschappen voor heel de week gaan halen. Doei!

De kerstboom staat. Kaarten stromen binnen. Zelfs cadeautjes!
Kreeg van lieve Zus een DIY optuigkerstboom door brievenbus (-: Met lichtjes: een baken in het donker.

Lieve lezers: fijne kerstdagen! Maak het vooral gezellig met allen die je lief zijn…

 

Een wees van 200 kilo

Schoonbroer en –zus kochten in september een nieuw huis. Daarin stond een wees van ruim 200 kilo die nog door de zoon van de (dementerende) eigenaresse verkocht moest worden.
‘Iets voor jou, nicht?’ vroeg Zwager. ‘Het is een bekend merk: een Schimmel.’
Ook al sprak Zwager het op z’n Duits uit, ik moest toch meteen aan het paard van Sinterklaas denken.

Roos was op slag zwanger van de zenuwen. Verlangend keek ze haar vader aan maar die kapte het meteen af. ‘Dat krengt dateert nog van voor de Golfoorlog!’
‘Nou en? Op een oude piano kan ze het toch leren?’ suggereerde ik maar Joris zweeg in alle plaatselijke dialecten.
Jammer, want Roos is vier jaar geleden op keyboard-les gegaan om ooit over te kunnen stappen op piano.

De eigenaar zette het muziekinstrument op MP: “Bieden vanaf 100 euro.”
Er brak een storm los. Een kenner belde op: ‘Meneer, u weet niet wat u in handen heeft. Aan een muziekhandelaar kunt u er minstens 1200 euro voor vragen. De piano dateert van 1970 en is er een uit “de vijfde serie.”’
Whatever that may be.

Van de eigenaar mochten wij de piano voor 750,00 euro kopen.
Dat bericht raakte bij Man de juiste snaar. Die oude piano was geen risico maar een investering.
Roos verloor gek genoeg op slag alle belangstelling want zij vond het muziekinstrument te duur.
Ik zei: ‘1200 euro? Zijn die toetsen soms van ivoor? Dan komt die piano er bij mij niet in!’
Joris lachte honend. ‘Onnozel halsje. Eén ivoren toetst kost al 1200 euro.’
Daar zat wat in, waarop ik maar knikte.

’s Avonds ontving Kind een appje van oom Tony: “Als je de piano nog wil, moet je snel zijn!”
Joris lag al gestrekt.
Wat nu?
Ik stelde voor: ‘We vragen de maten en als we plaats hebben, doen we het.’

We hadden geen rolmaat maar wel twee linialen en…plek.
Roos – eeuwige twijfelkont – moest zowat aan de zenuwpillen.
‘We doen het,’ zei ik.
‘Je bent gek!’ riep Roos.
‘Nee hoor. Die piano valt je toe. Zie het als een buitenkans.’
Vol verwachting klopte haar hart, zwijmelend ging ze overstag en appte: ‘Ja!’
Ze legde een briefje op haar vaders ontbijtbord: “We hebben de piano gekocht!” en sprong daarna butsen in de parketvloer van blijdschap.

Nu zijn we een piano rijker. Onderhand kunnen we een huiskamerorkest beginnen met een keyboard, gitaar, ukelele, en diverse mondharmonica’s. (Iemand trek in koffie?) En er komt een geluid uit dat oude kreng!

Vorige week vroeg de buurvrouw: ‘Wie van jullie speelt er piano?’
‘M’n dochter,’ zei ik. ‘Hebben jullie er last van?’
‘Oh nee! We vinden het práchtig.’

Wanneer Roos speelt, zitten Joris en ik op de eerste rang.Ze speelt muziek van de Beatles, Keane, Coldplay en Tom Odell maar ook klassiek.
Deez bijvoorbeeld. Toevalligerwijs ook uitgevoerd op een Amerigo.

 

De verschrikkelijke sneeuwvrouw

Keek op de week (50)

Joris, Roos en ik betraden oude sodafabriek. Het pand van eind 19e eeuw – waar fotografen camera’s te kort komen – was een feest.
En koud! Maar binnen moesten onze hersenen zo hard werken dat we kou vergaten.
Wij – drie volwassenen in bezit van volledig verstand – lieten ons vrijwillig en tegen betaling, een uur opsluiten voor zinloze maar onweerstaanbare bezigheid. Opdracht: zoek de ketting die een zielig meisje bevrijdt uit klauwen van Dracula.
Alles draaide om cijfers en codes. Code op juiste kistje leverde nieuw spel-onderdeel op: een legpuzzel, sudoku, vreemdsoortige letters, XVI “vertalen” in vier cijfers, geurzakjes determineren en veel, veel raadsels oplossen, zoals:
1) Ik kan niet zonder zuurstof maar heb geen longen
2) De maker wil het niet houden. De koper wil het niet hebben. Degene die het krijgt, weet het niet.
De minuten tikten weg…
Uiteindelijk leverden al onze inspanningen één vreemd woord op. Een woord met te veel letters om slot van doodskist van Dracula te openen. Roos had ergens woordenboek gezien en zocht vertaling: ‘Steen!’
In doodskist naast Dracula lag ketting met daaraan een sleutel.
Nog 1 minuut en 39 seconden…
Sleutel paste in enig overgebleven niet-gekraakte kleine kast. Deur open, tuinmeubelhoes viel naar buiten en daar was het ontsnappingsluik. Op het nippertje!
Joris en ik waren het volgende dag met elkaar eens: zonder Roos zaten we nóg opgesloten in escaperoom. Zij heeft aangeboren intellect en overzicht dat wij ontberen.

Ging met lekkende laarzen naar schoenenwinkel.
‘Heb deze pas laten verzolen maar ze laten los.’
Verkoopstertje keek naar zolen die erbij hingen als natte kranten, en zei met hardgrondige desinteresse: ‘Tja…ze zijn gelijmd. U hebt er zeker mee in de regen gelopen?’
‘Mensen met regenlaarzen doen dat vaker,’ bekende ik.
‘Dáár komt het dus door. Ik denk niet dat ze nog gemaakt kunnen worden.’
‘Denk dan nog eens opnieuw,’ moedigde ik haar aan.
Verkoopster toonde gelaatsuitdrukking van iemand voor wie denken tegennatuurlijk is.
‘Mag ik je bazin even spreken?’ vroeg ik.
‘Die is er vrijdag pas weer,’ klonk het kortaf.
‘Prima. Tot vrijdag!’

‘Wat een herrie van jewelste bij jullie. Is iemand de woonkamer aan het verbouwen?’ vroeg Opa Kakelbont door de telefoon.
‘Nee, dat is Saar. Die wil een groen blaadje, en dat laat ze weten door haar lege schoteltje heen en weer te smijten op de parketvloer.’
‘Sjonge, jonge, het zal je huisdier maar zijn.’
Stiekem vindt Opa Saar wel lief, want mevrouw Konijn staat kwispelstaartend naast Rosa om Opa bij binnenkomst te begroeten.

Zocht plekje midden in de polder want het was weer zo ver.
Jas omhoog, vest en T-shirt ook. Ha, daar waren knoop en rits van m’n spijkerbroek.
Pssssssssssssssst.
Klaar.
Daarna alles weer ophijsen.
Dacht ik klaar te zijn, bolde jas vreemd op. Was geen gezicht. Alles weer omhoog. Bleken franjes van vest in m’n spijkerbroek te zitten. Ik rukte en trok…
‘Hebbie de kouwe pies?’ hoorde ik vrouwenstem vragen. Keek in gezicht van  Verschrikkelijke Sneeuwvrouw. Haar strak getrokken capuchon, jas, skibroek en laarzen waren volledig besneeuwd. Ze was in prettige gezelschap van twee labradors.
Mijn schaamte kende grenzen: met Roos’ Laplandmuts was ik zo goed als onherkenbaar.
‘Ik heb hier ook m’n vaste plekjes, hoor,’ sprak ze geruststellend.
Sneeuwvrouw bleek veel minder verschrikkelijk dan ik dacht.

Vurwende soddemieters

Het is windstil met een helderblauwe lucht. Mijn adem stoomt in wolken naar buiten. De overgang van de wal naar de sloot is op sommige plaatsen moeilijk te zien en bij tijd en wijle zak ik kuitdiep weg in de sneeuw. De witte wolbalen midden in het weidse landschap blijven dicht bij elkaar staan en krabben met de voorpoten de sneeuw weg op zoek naar gras. Eentje houdt de boel in de gaten zodat de rest op grasjacht kan.

Halverwege liggen drie roerloze gestalten. Zouden het dode schapen zijn of liggen ze op hun rug? Er zit totaal geen beweging in. Ik klim over een hek en loop in hun richting. Vlakbij gekomen zie ik dat het gedeeltelijk ondergesneeuwde bonken hooi zijn. Aha, bijvoer voor de dames! Da’s mooi, want hun buiken zitten vol pootjes.

Als ik me omdraai voor de terugweg, staat de boer bij het hek. Ik steek m’n hand op. Een minimaal knikje met zijn hoofd is zijn antwoord. We kennen elkaar van gezicht.

Alhoewel, met de muts die ik op heb…

Zonder muts, sjaal of handschoenen staat hij met open jas doodleuk tegen het hek geleund. Een verrekijker om zijn nek. Tweemaal daags controleert hij de kudde.
‘Daagie daat ze dot ware?’ vraagt hij als ik dichterbij kom.
Ik knik en voel me ietsiepietsie betrapt.

‘’t Binne vurwende soddemieters,’ zegt hij. ‘Ze krabe liever met du potte de sniw weg voor un plukkie dot graas, dan da ze ingekooild graas vrete. Net zo eigenwijs als vrouwen,’ vervolgt hij in dialect. Hij kijkt me recht in de ogen, zodat ik goed begrijp wat hij bedoelt.
Ik grinnik; hij zegt het met een twinkeling. ‘IJzersterk soort hè, om onbeschut bij min tien de nacht door te komen,’ zeg ik bewonderend.
‘Mijn zoon heeft voor hij vanochtend naar zijn werk ging het hooi neergegooid, maar ze blieven het niet, zie je ‘t? Ik zou ze liever binnen halen, maar dat moet met de veewagen en dat levert te veel stress bij ze op.

Heb je het koud? vervolgt hij op dezelfde toon. Vol verbazing ziet hij hoe ik me tot de wenkbrauwen heb ingepakt en het nog niet warm heb. Dat moderne volk ook!
Hij stapt in zijn auto, waarvan het raam tot halverwege openstaat, en ik graaf mijn fiets uit.
Als de sodemieter naar huis. Hopen dat ik niet doodvries onderweg in mijn dikke jas, thermohemd en handgebreide 100% wollen schapentrui.

Waar is hier de nooduitgang?

Keek op de week (49)

In Cultuurhuis stond delegatie mensen in deftige dracht. Plus een tv-camera. Als ik ergens stress van krijg, is het van een (tv)camera.
‘Wat is er aan de hand,’ vroeg ik aan willekeurig slachtoffer.
‘Om vier uur wordt het wandkleed naast ingang onthuld.’
Bracht vliegensvlug geleende boek terug bij bieb. Wilde weg, maar daar had je het gedonder al. Buitendeur bleek gesloten en presentatie begonnen. Keek koortsig in het rond op zoek naar ontsnappingsmogelijkheid.
Pedante man met zijden sjaaltje om de nek riep gezaghebbend: ‘Pak een stoel en ga zitten!’
Dat maak ik toevallig zelf wel uit.
‘M’n hond zit buiten,’ mompelde ik.
‘Die zit er over een halfuur nog steeds, mevrouwtje.’
Wat een poeha! Neem ik toch de nooduitgang. Drong dwars door menigte in richting van verlossende deur.
‘Wilt u naar buiten, mevrouw?’ vroeg zeer, zéér vriendelijke man.
‘Graag,’ zei ik met stralend gezicht. Hij leidde me naar artiestenuitgang en hield zelfs de deur voor me open. Ga deze vrijwilliger voordragen voor lintje bij de koning.

Schreef jaar geleden in Keek op de Week dat ik wilde huilen, schreeuwen, slaan, en gooien met servies. Want: ik was te laat met insturen van Top 2000-lijst. Lurkende binge lezeres was zo vriendelijk mij op deze grove misrekening te attenderen. David Bowie staat maar vijf keer in m’n lijst. Heb me ingehouden. FB-vrienden kunnen lijst bekijken.

Joris’ driedaags congresbezoek aan hoofdstad was moeite waard.
‘Portier voor de ingang. Waanzinnig vriendelijk personeel. Jas en gepakte biezen werden bij balie aangepakt en naar hotelkamer gebracht. Lunch was toppie. Niet deelgenomen aan gezamenlijk diner. Duurde drieënhalf uur! Heb gewoon in restaurant van hotel gegeten.’
Ik voelde iets merkwaardigs in mijn maagstreek. ‘Ben je burgerlijk ongehoorzaam geweest?’
‘Inderdaad,’ gniffelde Man. ‘Je hebt gelijk: je voelt er niets van. De douche was apart, joh. Die stond midden in de kamer. Als je in bad lag, had je uitzicht over de stad. En op andere badgasten.’
‘Kon je die zien liggen?’
‘Uh… nee. Ze lagen te ver weg.
‘Had nou de verderkijker maar meegenomen.’
‘Jaha, een gemiste kans. Toen ik terugkwam van diner, was m’n bed opengeslagen, en lag er op de grond een handdoek met twee pantoffels erop.’
‘Dat méén je niet.’
‘Jawel.’
Ik complimenteerde Man: ‘Knap dat je naar huis teruggekomen bent.’
‘Miste m’n bed. Heb nog een keer aan je gedacht.’
‘Eén hele keer? Toe maar.’
‘Was bij presentatie. Werd kort filmpje getoond waarin David Bowie in 1999 geïnterviewd werd door BBC-journalist Jeremy Paxman. Bowie voorspelt dat over 20 jaar internet hét communicatiemiddel wereldwijd zal zijn. Journalist had z’n bedenkingen en keek very bored.’
‘Jij niet,’ zei ik. ‘Jij ging staan, maakte van je handen een roeptoeter en brulde: “My wife is Bowie’s biggest fan!” Waarna eerst verbaasde blikken, maar daarna een daverend applaus volgde.’
Man schaterde van de lach, maar werd tegelijkertijd beetje blozerig van het idee.
Zo leuk sneu! Heb hard gelachen  geweend. Joris kon niet slapen in eenpersoonsbed. Hotelkamer lag op tiende verdieping pal naast vier liften…

Automatiek

In het begin van mijn persoonlijke jaartelling maakte mijn moeder in de avonduren wel eens kantoren schoon. Het was aanpoten maar er werd veel gelachen want meestal deed ze het samen met haar vriendin.
Ik weet dat want ik mocht soms mee. Waarschijnlijk omdat mijn vader thuis ook eens de pyjamabroek aan wilde hebben.

Zo kwam het dat ik ooit een brief schreef aan iemand die overdag aan een groot, donkerkleurig bureau werkte. De stoel achter het bureau was een maatje te groot maar er kwamen heerlijke zuchten uit. Wanneer ik m’n voeten met moeite afzette op de grond, veerde de zitting omhoog, gevolgd door een zucht.
Wip, zucht, wip, zucht.
Ik plofte tot me iets opviel: het bureau was vergeven van de as. Ik volgde het spoor en vond een asbak waar stompen sigaar in lagen. Er zaten geen bandjes meer om, dat was jammer.

Ongehinderd door gene trok ik de bovenste lade open en vond een notitieblok. Er lagen plenty pennen op het bureau en na rijp beraad koos ik een chique vulpen.
In schoolschrift – met ongetwijfeld de nodige spelfouten – schreef ik op het bovenste vel een verzoek aan de eigenaar van het bureau. Dat moest een man zijn want van sigaren rokende vrouwen had ik nog nimmer gehoord.
“Beste meneer,
Wilt u niet meer zo knoeien met het as op uw bureau…”
Na de “u” viel een klodder inkt op het papier. Ik zocht vruchteloos naar een vloeiblad. Bij gebrek daaraan depte ik de klodder met mijn handpalm droog, waardoor de rest van het papier vlekkerig werd. Ik blies, en wachtte tot het droog was, waarna ik de tekst vervolgde: “…want mijn moeder moet het steeds schoonmaken.”
Voldaan legde ik het blocnote terug in de la waar de eigenaar het de volgende ochtend zou vinden.

Mijn moeder kreeg vurige vlekken in haar nek toen ze later met het schrijfsel geconfronteerd werd.
Pas jaren later durfde ze erom te lachen.

Was het poetswerk gedaan, dan werd het feest.
Om thuis te komen moesten we langs een automatiek fietsen. Tenzij we Rotterdam een slag in de rondte wilden rijden maar dat wilden we niet.
Kwijlend stopte mijn tante bij de patatzaak. Ze stelde weinig eisen: als het maar vet en veel was.
Namen we een kroket (toen nog als “croquet” geschreven), een frikadel (mag tegenwoordig ook als “frikandel”) en met of zonder broodje?
Eenmaal onze keus gemaakt, gooiden we geld in de automaat en graaiden het eten uit de muur.

Stapten we weer op de fiets, dan stapte mijn tante steevast weer af. ‘Kijk dan, Miek! Mijn voeten gaan uit zichzelf weer terug naar de automatiek!’
‘Gré, we kunnen ook een ijsje kopen bij Cries!’

Pas later vroeg ik me af hoeveel er van het pas verdiende salaris overbleef…

Gepakte biezen

Keek op de week (48)

Ik heb een onbedwingbare hunkering naar schriften en notitieboekjes. Je mag me ermee doodgooien. Ik schrijf, klieder en plak ze naar hartenlust vol. Noteer titels van nog te lezen boeken, bewaar er wachtwoorden en brieven van geheime minnaars in.
Pakte liefdevol dit exemplaar op. (Heb voor foto wat van onder- en bovenkant afgezaagd.) Een dun A4-formaatschrift voor de somma van…16,50 euro. In geen 1650 jaar!

Heb nieuwe telefoon: Hua.wei 8 Lite 2017. Een smart ding. Kan met vingerafdruk inloggen, weer Whatsappen, foto’s maken, internet bevuilen en bellen. Alleen m’n slaapapp doet het niet. Rara?

Man heeft z’n biezen gepakt.
Voor een driedaags congres aan onze hoofdstad.
‘Ik ga mee,’ zei ik. ‘Ga ik op m’n gemak naar het Rijks.’
‘Kan niet,’ zei Man. ‘Moest van tevoren opgeven of ik één- of tweepersoonskamer wilde.
‘Hoezo? Eénpersoons is altijd duurder.’
‘In dit geval niet want het is een internationaal gezelschap met partnerprogramma. En het is een duur hotel. Zo leuk is het niet,’ probeerde Man nog. ‘Ik ben de enige van de bank die gaat en moet naar cocktailparty en gezamenlijk banket.’
‘Moeten? Moeten?’ schamperde ik. ‘Je bent 54! Behalve je pak zal een beetje burgerlijke ongehoorzaamheid je goed staan.’
‘Pati, wel een cadeautje meenemen, hè?’ fleemde Roos.
‘Voor mij ook, graag. En zónder het woord “Amsterdam” erop,’ zei ik streng.

Meisje holde naar me toe. Dik ingepakt, blonde paardenstaart, een jaar of tien.
‘Mevrouw!’
‘Ja…’
‘Nou…’ begon ze aarzelend. Ze keek van Rosa naar mij naar haar schoenen.
‘Zeg het maar. Ik eet je niet op. Ik lust geeneens kinderen.’
Ze giebelde. ‘Heeft die hond het niet koud na het zwemmen?’
‘Nee hoor. Ze loopt uit zichzelf de sloot in. Alleen als het buiten vriest, mag ze niet zwemmen.’
‘Oh. Dus ze heeft het niet koud?’
‘Nee, écht niet.’
‘Vindt u het erg dat ik dat vraag?’
‘Nee joh, vind ik juist stoer!’
‘Echt? Wat cool! Dan zijn we nu vriendinnen,’ en ze huppelde weg.
Kreeg ook zin om te huppelen. 

Mijn nieuwe mobiel ging.
‘Mam, er ligt hier een kraai op de grond. Ik dacht dat-ie dood was maar toen Rosa eraan snuffelde, bewoog-ie. Hij ligt midden op het grasveld en rolt alleen nog met zijn ogen…Wat moet ik doen?’
Kon Kind door telefoon horen gruwen.
‘Leg ‘m ergens in de bosjes.’
‘Die zijn wel vijf meter weg,’ protesteerde Roos. Ze zag zichzelf duidelijk niet met de vogel slepen.
‘Pluk een paar handen gras en gooi die over ‘m heen. Misschien voelt-ie zich dan veilig en gaat-ie sneller dood.’
Idee beviel Roos reuze.

Kreeg drie leuke berichten van Postcrossing.
1.“Hello Mirjam!
Hurray! You joined Postcrossing 4 years ago!
Thank you for sticking around and making the world a better place, one postcard a time.”
2. E
en bedankje: “Thank you for the beautiful card with the nice windmills! You’ve a toilet trained bunny? Sounds great! My friend has a bunny. I do not know how it was in the sense of the toilet, but he chewed all the wires in the apartment! ((-: Have a great winter!”
3. Kr
eeg kaart met postzegel van David Bowie ♥