Onderkoeld

Keek op de week (58)

‘Trek iets warmers aan dan dat blote pakje aan,’ zei ik tegen Roos. ‘Rode kruis waarschuwt voor onderkoeling tijdens carnaval.’
‘Nou en?’ sprak Kind ijzig. ‘Jij doet altijd waar jij zin in hebt, en ik nu ook.’
Goed weerwoord: lekker kort.
‘Thuis lijd je altijd kou en lig je tot je wenkbrauwen onder deken op bank te chillen. Straks ga je in vrieskou zowat naakt lopen recreëren. Je kan beter echt legertenue aantrekken,’ hield ik vol.
‘Zou je wel willen, hè?’ antwoordde nageslacht vilein. Alsof ze zich met teflon had ingesmeerd, vielen mijn woorden van haar af.

Ondanks blote hansop is Roos niet bevroren.
Legde van tevoren bij vriendin thuis goede bodem: pizza. Trok daarna carnavalspekske aan en vertrok met kornuiten naar centrum van Tilburg/Kruikenstad.
Meiden sjouwden van kroegie naar kroegie.
Kind heeft geen kou gevoeld want: “Buiten stonden heaters en ik had nog kniekousen gekocht.”
Ze was onder indruk van gezellige sfeer maar vooral van zelfgemaakte kostuums. Net toen het  gezellig werd – 03.00 uur –  toog het stel naar huis.

Heb Valentijnskaarten verstuurd. Vroeg aan Roos lippenstift om kusjes op enveloppen te drukken in plaats van postzegels te plakken.
Kreeg afgekloven exemplaar en stiftte lippen. Wist meteen weer waarom ik nooit lippenstift draag: is vies, bah!

Slijmerige man van eind in zeventig draaide zich in kassarij naar me om en glimlachte.
We wensten elkaar goedemiddag.
Had ik dat maar niet gedaan.
Kerel wees naar colbert en stropdas en zei: ‘Allebei nieuw. Wat vindt u ervan?’
Protserig geruite jasje in felle kleuren deed zeer aan m’n ogen.
‘Netjes,’ loog ik beleefd.
‘Jaja, ik weet wel wat vrouwtjes leuk vinden,’ zei man zowel tegen mij als tegen vrouw vóór hem in rij. Vrouw en ik keken elkaar aan en rolden eendrachtig met ogen.
Borstklopperij was nog niet voorbij.
‘Ziet u dit?’ Dandy legde handen op zijn kale hoofd. ‘Dat betekent dat daar hersenen zitten. Dit haar aan de zijkant,’ – hij wees naar losse plukken – ‘betekent dat vrouwen je sexy vinden.’
Nou, nou, wat zijn we zelfverzekerd vandaag! Ik glimlachte flauwtjes. Man was overduidelijk uitzondering op eigen regel. Ik kijk nog liever naar enorme sigaar in feestelijke koker, terwijl ik afkeer van sigaren heb.
‘Ik zie u hier vaker. Woont u al lang in het dorp?’ informeerde kerel vrijpostig door aftershave-walm heen.
‘Een kilometer of zeven,’ antwoordde ik.
Vrouw voor me proestte het uit.
Kerel snoof, keek beledigd en draaide zich om.
Rug bleek verreweg zijn meest charmante onderdeel.

Droomde dat ik onder de douche stond met mijn kleren aan. Snap dat niet. Heb daar toch  wasautomaat voor?

In de zwevende hemel

Het wachten op de luchthaven duurt treiterend lang.
Van verveling knipt hij de reserveveters van zijn wandelschoenen in stukken. Halverwege een lange rij, bindt hij enkele bagagewagentjes aan elkaar vast. Het haar op zijn hoofd mag dan reeds lang vertrokken zijn, en het bukken moeizaam gaan, zijn streken heeft hij behouden.
Quasi corrigerend port zij hem tussen de ribben. Wanneer ze na een minuut of tien ziet dat zijn actie ontaardt in wrevelig touwtrekken bij reizigers, giert ze het uit van de lach. Haar gezicht een en al extase.
Te snel maakt de marechaussee een eind aan de stuntelige samenscholing.
Hij staat op om een krant met aandelenkoersen te kopen. Zij diept uit haar tas een thriller op en zet de kartonnen beker met koffie aan haar lippen.

Na rouw met verdriet is hun tijd samen gekomen.
Ze voelen zich verdrietig en gelukkig tegelijkertijd.
Ondanks een vroege vriendschap waarin vanaf het begin een diepe genegenheid voelbaar was, gingen hun wegen uiteen. Ze trouwden maar bleven elkaar kerstkaarten sturen, want vergeten konden ze elkaar niet.

Tijdens de hernieuwde kennismaking kwamen de gedeelde herinneringen met kruiwagens omhoog. Hoe ze fietsend hoge bergen na nederige dalen trotseerden. Ze bladerden door elkaars leven en konden niet stoppen met praten. Al was het dertig jaar geleden, het was alsof ze elkaar vorige maand nog gesproken hadden, en voelden  als vanouds dezelfde genegenheid. Elkaars lachrimpels tellend, was hun besluit snel genomen: samen zouden ze zich vastklampen aan de laatste hoogtepunten van het leven.

Zij is nog nooit zo ver van huis geweest maar met hem durft ze het aan.
Tijdens de nachtvlucht naar Singapore wil hij per sé haar hand vasthouden. Zij valt in slaap; hij ligt wakker en denkt aan gisteren.
Het doosje brandde in zijn zak.
Toen hij het uit zijn jaszak pakte, begon zij meteen te giechelen want ze wist precies wat hij van plan was. Met haar hand had ze een wegwerpgebaar gemaakt. “Laat die knieval nou maar zitten, anders moet ik straks 112 bellen om je overeind te laten takelen.”
Hij had zich een tikkeltje beledigd gevoeld maar waardeerde tegelijkertijd haar bezorgdheid.

Feit blijft dat ze al best een tijdje meegaan, al hebben ze de tijd en hun tanden nog. Feesten op hoge leeftijd heeft  zijn beperkingen maar met een aangepast programma komen ze een eind. Hekjes waar ze vroeger overheen sprongen, duwen ze nu open, en als ze bergen willen beklimmen, huren ze een auto. Praktisch is weer dat ze elkaars leesbril kunnen lenen en dezelfde schoenmaat hebben.

In het donker – met het eentonige vliegtuiggeronk op de achtergrond- houdt hij haar hand teder omklemd. Het dringt voor de zoveelste keer tot hem door dat hij de rest van zijn leven met haar zit opgescheept.
Morgen zullen ze hun intrek nemen in een waterbungalow op de Malediven en per glijbaan de Indische oceaan in plonzen.
Weer eenmaal thuis zullen ze knikkebollend voor het haardvuur in slaap vallen. En wanneer het vuur langzaam uitdooft, hebben ze altijd elkaar nog.

Een moordkop en een pillendraaister

Keek op de week (57)

Baas, kom gauw! Er is iets ergs gebeurd. Sloten waar ik altijd in zwem zijn stuk! Maak jij ze voor mij? Jij kan toch alles?
Ah nee…hondenzwemplas is óók kapot! Wanneer kan ik weer zwemmen, baas?
Nog vier dagen en nachten slapen? Kan ik.
Wat doe je? Is het weer zo ver? Logisch als je met die kou in je blote kont gaat zitten. Doe als ik: neem haar op je billen.

‘Goedemiddag. Herhaalmedicijnen van Kakelbont, alstublieft.’
‘Wat komt u halen? vroeg apothekersassistente.
‘Clonazepam.’
Ze sjokte weg en keerde met lege handen terug. Zuchtte vanuit haar knieholten, vroeg naar dag dat ik uit klei getrokken ben, en keek in computer. ‘Hier staat Rivotril. U zei daarnet iets anders,’ sprak ze verwijtend.
‘Is hetzelfde. Clonazepam is de stofnaam. Is voor mij een raadsel waarom ik ene keer het ene, en andere keer andere middel krijg.‘
Assistente vervolgde zoektocht. Had slechts 1 ½ uur de tijd want dan sloot apotheek.
Als door wonder getroffen vond ze tijdig zakje medicijnen.
‘Een probleem, mevrouw: er zit één pil te weinig in.’
Díe is meelevend! Was hier niet op voorbereid, wankelde en zocht houvast.
Onwetend van mijn gemoedstoestand, vervolgde assistente: ‘Zitten er 89 in, in plaats van 90.’
Dat zijn er dan 19 teveel. Hield wijselijk m’n mond want heb hier reeds verkeerde naam. Bovendien voorzag ik chaos: pillen hertellen, andere verpakking, nieuwe sticker… Dat verdiende deze hulpvaardige assistente vlak voor het weekend niet.
‘Hoe wilt u betalen?’ vroeg ze. ‘Contant of pinnen?’
‘Niet,’ flapte ik eruit.
‘Dat dácht ik wel, mevrouw,’ zei pillendraaister fel. Haar ogen vuurden pijlen af maar ik vond tijdig dekking achter balie.
‘Staat ook in computer,’ haastte ik me te zeggen, en boerde opnieuw geboortedatum op. Vrouw keek en keek, en knikte dat het goed was. Het deed zeer; dat zag ik.
‘Tot ziens,’ zei ik.
Gezicht van assistente zei: ging je maar verhuizen.

Voer verbeten oorlog tegen wegwerpmaatschappij. Ben op zoek naar fluwelen kledingborstel. Diverse winkels trachten mij kleefrollers op te dringen. Héél dom. Wil iets  kopen wat lang meegaat. Waarom is dat zo moeilijk?

‘Ranzige hond!’ schold Roos tegen Rosa. ‘Je hebt op bed gelegen, hè?’
Tegen mij: ‘Ze ruikt naar papa’s pyjama.’
Tegen Rosa: ‘Je weet dat je niet op bed mag!’
Hond keek met treurnisogen, kwispelde zacht met staart en fluisterde: Baas, kon er niets aan doen. Alle vier m’n pootjes werden er als magneet naartoe getrokken.
Roos adviseerde: ‘Gewoon bed dichtslaan, mam, en mond dicht tegen papa. Die ruikt toch niks.’

Broer trakteerde me op etentje. Dat je tijdens zoveel ge-oh nog drie gangen kunt wegwerken… Was giga-gezellig en super-smakelijk. Voor herhaling vatbaar.
Als dank foto van Taiwanese trein via Postcrossing. Ja, ik wéét dat je liever cappuccino met een moordkop hebt!

Legermeisjes en lariekoek

Keek op de week (57)

Welkom op mijn weblog “volgekalkt met lange onzinnige lulkoekbagger.
Een blogger heeft vanwege mijn mening speciaal een blog aan mij gewijd. Met mijn achternaam als titel. Voel me vereerd. Volgende keer graag link erbij vermelden, renee!

Roos had zin in feestje.
‘Waarom?’ vroeg Man.
‘Waarom niet?’ pareerde Roos. ‘Slingers moet je zelf ophangen.’
‘Doen!’ zei ik, en tegen Joris: ‘Gaan wij gezellig avondje kamperen op zolder.’
Kind deed inkopen. Ik telde wat flessen drank, drie zakken chips, pak toastjes en smeersel.
‘Zó weinig voor tien personen?’ riep ik ontsteld. Vertel mij hoeveel lekkere trek studenten hebben.
Roos sprak geruststellend dat iedereen zelf nog eten/drinken meenam.
Feestgangers arriveerden.
Man vroeg oordoppen, plugde die in en dook in bed. Zat ik daar in m’n eentje op de camping.
Om 23.45 uur snapchatte Kind: “Ze mogen nu wel naar huis. Ben moe.”
Gastvrouw kon pas 02.30 in hoogslaper kruipen…

Kwam onbekende man in nieuwe wijk tegen die mij als klankbord gebruikte.
‘Mevrouw, pas maar op, ik heb net bekeuring gekregen,’ deed hij beklag. ‘Van de handhaving. Was vergeten plastic zakkie mee te nemen en liep naar houder met plastic hondenpoepzakkies op straathoek, maar dat vond ambtenaar een zwaktebod. Een zwaktebod! Alleen die taal al!’ Kerel spuugde woorden uit en wapperde verhit met bekeuring.
‘Zestig euro! Smerige bloedzuigers. Moet je zien hoeveel paardenstront hier leg. Daar hoor je de handhaving niet over! Paarden mogen vijgen laten vallen waar ze willen, maar wanneer mijn teckel een drol draait, moet ík voortaan schep meesjouwen. Dat was het advies van die…die…hufter. Zou plastic handschoenen mee motte nemen en de vijgen in nek van paardrijders motte gooien. En naar kop van handhaving…’
‘Weet u wat u ook kunt doen? onderbrak ik kerels tirade. ‘Koop golfstick bij kringloopwinkel. Kunt u zowel vijgen als teckeldrollen het gras in slaan. Douze points per stuk.’
Voor het eerst brak zon door op ’s mans gelaat.
‘Sjezus mevrouw, heb nog golfstick in garage staan! Dank u.’ Man vervolgde weg en ik hoorde hem mompelen: ‘Véél beter dan een schep…’

Blijk toch nog verslaving te hebben.
Na de afschaffing van sterke drank, stoppen met roken, drinken van echte koffie en nuttigen van suiker, dacht ik “schoon” te zijn.
Ik beken schuld. Werd heden terug geslingerd naar Stenen Tijdperk: internet lag eruit.

Roos gaat volgende week dag het leger in. Ontving per post tenue: pet, jumpsuit in camouflageprint en fijnmazige netpanty.
‘Die panty is te klein,’ mopperde Kind. ‘Wat als ik er een gat in trek?’
‘Ben je in combat geweest. Waarom heb je geen holster? Ik heb klappertjespistool.’
‘Had ik politiepak moeten bestellen maar dat was te bloot.’
‘Nog bloter dan blote armen en benen?’
‘Ja, diep decolleté. Dit was goedkoopste pak dat ik kon bestellen.’
‘Logisch met zo weinig stof. Je kan altijd nog douchegordijn om je heen slaan wanneer je het koud krijgt,’ was mijn gratis advies. Werd niet gewaardeerd. Heb in Kind nooit liefhebster van carnaval vermoed. Gaat met groep van tien meiden Tilburg verkennen in “army girl sexy costume.” Nou ja, kan altijd nog erger: klik.