Kolder in de polder

 

Het is prachtig weer, de zon schijnt, ik MOET fietsen. Ik heb zo’n haast om erop de fiets vandoor te gaan, dat ik na het op slot draaien van de voordeur, tot de ontdekking kom dat ik m’n fiets vergeten ben. Die staat nog binnen! Willen jullie dit alsjeblieft niet verder vertellen?

 

Vlakbij Schoonhoven – een uur en 25 km verder – heb ik enorme plasdrang. Maar waar kan een fatsoenlijke & keurige vrouw haar fietsbroek ongezien laten zakken? Er zitten nog nergens blaadjes aan de bomen. Denk ik eindelijk een plekje gevonden te hebben, zit er een hengelaar. Ein-de-lijk voorbij Polsbroek zie ik mijn kans. ’t Ziet er wel zwart van de bruine kippen. Die hebben zich natuurlijk rot verveeld in de winter, elkaar warm gehouden en flink aan inteelt gedaan.

 

Als ik bijna op het punt sta, komt er een auto aanrijden die aan de wegkant geparkeerd wordt. Er stapt een oud baasje uit. Hij zal hier toch niet gaan staan urineren?   Bijna wil ik al met mijn rug naar hem toe gaan staan, als ik zie dat hij met een plastic zakje loopt te zwaaien. Hij gaat de kippen voeren. Alhoewel: voeren… hij kiept alleen het zakje leeg. Van heinde en verre komen ze aangetok-tokt. Zouden ze het gekund hebben, dan hadden ze me zeker omver gelopen. Misschien heeft de man de kippen hier illegaal gedumpt en wroeging gekregen. Gelukkig gaat de oude baas snel weg en kan ik eindelijk….

 

Verderop, bij de rotonde in Oudewater, heb ik voorrang. Nu moet je altijd afwachten of je die krijgt, maar in dit geval is de bestuurder zeer galant: hij maakt een handgebaar en ik bedank ‘m met een knikje  Precies als ik in het midden ben, geeft hij gas en op een haar na raakt ie mijn fiets. Ik kan best veel hebben, maar als ze aan m’n kind of m’n fiets komen (mijn man kan uitstekend voor zichzelf opkomen), word ik link. De bestuurder hijst zich uit de auto en begint meteen wilde armgebaren te maken. Hij ziet eruit als een heer (jasje-dasje) maar blijkt dat niet te zijn, want hij wenst me niet veel fraais toe. Ik ben degene die me druk zou moeten maken, tenslotte reed hij mij bijna van de sokken! Rustig, zeg ik tegen mezelf, rustig, Zennn. 

 

Als de man heel even zijn mond houdt om naar adem te happen, stel ik hem snel een heel vriendelijke vraag: “U heeft zeker niet veel vrienden?”  Meteen stap ik weer op, tevreden constaterend dat de man z’n armen heeft laten zakken, en dat zijn mond openstaat. Wachtende automobilisten achter hem toeteren ongeduldig, maar dan ben ik al verdwenen. Ik laat mijn dag niet verpesten door zo’n chagrijnige eikelbijter. 

 

Ik moet alweer een plas doen (zucht). Ik heb een hardnekkige blaasontsteking. Ik drink me zuur aan cranberrysap maar met weinig resultaat. Volgens mij moet ik nu onderhand een azijnpisser zijn, maar mijn blaas is er nog steeds niet van onder de indruk. Gelukkig kan ik plassen bij een benzinepomp.

 

Op de terugweg heb ik de wind mee en scheur ik lekker door. Hekendorp, Haastrecht, Gouda, Stolwijk… het gaat allmaal als een speer. Ik heb haast, want zo meteen staat Kindlief voor de duer. Ze wordt “al” bijna 14 en vindt zichzelf erg volwassen, maar elke dag al haar benodigde spullen mee naar school nemen, is nog wat teveel gevraagd. Zo is ze vandaag   haar sleutels vergeten. Maar nog nooit haar fiets…

6 thoughts on “Kolder in de polder

  1. Ik sta ook tegenwoordig vaak in de garage, of boven in huis, en denr dan: Wat moest ik hier eigenlijk? Ik heb dan iets bedacht en ben mijn brainwave al drie seconden daarna vergeten.
    En tja, die blaas, een probleem voor vrouwen helaas. En vooral ook op vakantie! Sterkte!!

  2. Meid, maak je geen zorgen.
    Als mijn hoofd niet vastzat… dan zou ik die ook vergeten zo nu en dan.
    Maar da’s waarschijnlijk opzettelijk hoor (ahum)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *