Ik neem knollen voor Lief

-Taart uit eigen tuin

Onze achtertuin is een georganiseerde bende, en ik doe er alles aan die zo te houden. Door Liefs inspanningen staan de laurierboompjes, buxusbollen en halfronde beukenhaag er gelikt bij, en ik wil niet flauw doen, maar netter moet het niet worden.
De klusjes die over blijven doe ik. Zonder al teveel structuur zwaai ik de hark over de tuin. Kieskeurig ben ik niet: akelei, stokrozen, vingerhoedskruid, zonnebloemen, riddersporen, vrouwenmantel, zenegroen en (o, alleen die naam al) wildemanskruid.

In het voorjaar, als Man en ik samen onkruid rukken – daarbij zwaar in de weg gelopen door Saartje  –  vraagt hij, wijzend naar een bladrozet: ‘Is dat iets?’
‘Ja,’ zeg ik dan.
‘Dat worden toch niet van die lange stengels hè?’
‘Nee hoor.’ Bij “nee hoor” kruis ik mijn vingers, want dan telt de leugen niet.

Stokrozen en vingerhoedskruid, Lief gruwt ervan. Ik probeer hem hun schoonheid bij te brengen. ‘Hoor je de hommels bbzzztik-tik-tikken in de hoedjes van het vingerkruid? En als ze eruit komen, zien ze geel van het stuifmeel.’
Man denkt er het zijne van.
Klaprozen? Vindt-ie rommel.
‘Heb je hun zaaddoosjes weleens gezien? Als je met de stengel schudt – hoor dan! – zijn het net sambaballen.’
De blik van Lief, ik zal ‘m je besparen.

Joris houdt van dahlia’s en gladiolen. Gladiolen, nou vráág ik je… Maar goed, uit liefde poot ik de bollen – die ik minzaam knollen noem – op een door mij uitgezochte geschikte locatie. Je ziet ze alleen niet vanuit de woonkamer…
Als ik geen zin  tijd heb gehad de uitgebloeide stengels uit de vrouwenmantel te knippen, geef ik ze toch water.
‘Waarom geef jij dat dooie gras water?’ wil Man weten.
‘Omdat daar kikkers onder wonen, plus nog een grote dikke pad met bulten. Die vinden dat vochtige klimaat fijn,’ zeg ik naar waarheid.
‘Heb je soms van het papaverzaad gegeten?’ vraagt-ie achterdochtig.
Daar ben ik dan mee getrouwd, mensen…

In de herfst: ‘Graaf jij die lange stengels even uit? Weg met die bende!’
‘Oké.’
Lief is onder de indruk dat ik doe wat hij zegt, en knikt tevreden. Ik graaf de stengels uit en zodra Joris zich heeft omgedraaid, schud ik kwistig het zaad in het rond, gelijk een pastoor met een wierookvat. Zo, met die lange stengels komt het volgend jaar weer goed.

Tuinieren, je kunt het een beetje vergelijken met een huwelijk: het blijft geven en nemen.

85 thoughts on “Ik neem knollen voor Lief

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *