Onderkoeld

womana
NOVEMBER  2007

Voor het mooie heb ik te ver gefietst (90 km.) Ik heb het ijskoud en wil zo snel mogelijk naar huis. In plaats van bij de splitsing linksaf te slaan, rijd ik rechtdoor een smal, onverhard pad op. Nooit fietste ik hier eerder. Onbegrijpelijk; alsof mijn stuur een eigen wil heeft.
Ik plaats van om te keren, jakker ik vort. Het pad maakt een bocht en meteen zie ik haar zitten. Ik schrik zo dat ik abrupt in mijn remmen knijp en bijna omval. Mijn hersenen kunnen niet verwerken wat mijn ogen zien: een oude vrouw in een bloemetjesjurk zit op een bankje met haar rug naar me toe. Zonder jas. De wind doet haar haar en jurk wapperen. Onbeweeglijk zit ze daar. Zou ze…dood zijn?

Ik durf niet te gaan kijken.
Mijn voeten lijken vastgezogen aan de grond.
Hoe komt ze hier? Het dichtstbijzijnde huis is twee kilometer lopen. En waarom draagt ze geen jas?
Ineens dringt het tot me door: ik moet iets dóen.

Ik leg mijn fiets in het gras en hol naar de vrouw.
Haar ogen zijn dicht. Ze ademt gelukkig wel. Voorzichtig raak ik haar arm aan; die voelt ijskoud. Ze ziet er vreselijk uit: haar gezicht witter dan Sneeuwwitje, haar lippen zwart en haar handen blauw.
Ik trek mijn bezwete fietsjack uit, keer het binnenstebuiten en trek het de vrouw aan. Ze reageert nauwelijks. Ik pak m’n telefoon, bel 112 en kijk of de vrouw een tas bij zich heeft. Ik zie niets.
Met mijn handen probeer ik haar warm te wrijven. Ze opent haar ogen en zegt met een flauwe glimlach: ‘Dat doet mijn moeder ook altijd.’
Ik onderdruk een rilling.

In de verte klinkt een sirene. Ik ren naar de provinciale weg om aan te geven waar de ambulance moet afslaan. De bestuurder ziet me staan, remt en rijdt met een bloedgang de bocht door.

Het is alsof ik naar een film kijk.
Twee mannen stappen uit en hollen naar de vrouw. Eentje trekt haar het fietsjack uit en zijn collega wikkelt haar in goudkleurige folie. Samen tillen ze de vrouw van de bank, sjorren haar op een stretcher en rijden haar de ambulance in.

Als verdwaasd sta ik erbij en kijk ernaar.
‘Trek uw jas weer aan, mevrouw. U koelt hard af,’ zegt een broeder.
Ik knik gelaten.
De oude dame in de ambulance richt zich even op. ‘Kom je nog eens langs?’ vraagt ze aan me.
Ik kan niet praten; ik moet huilen.
De deuren gaan dicht, de ambulance geeft gas, de sirene loeit en weg zijn ze.

Ineens voel ik hoe koud ik het heb. Ik trek m’n jas aan, stap op de fiets en rijd naar huis.
Kind opent de voordeur. ‘Ben je gevallen?’ vraagt ze.
‘Boe-hoe-hoe,’ huil ik en schud nee. Mijn woorden vallen als een waterval. ‘En nou wee-heet ik helemaal niet of het goe-hoedkomt met die vrouw. Ik wee-heet niet eens hoe ze heet!’

‘Doe nou maar rustig,’ zegt Roos terwijl ze koffie voor me zet. ‘Iemand mist haar en belt de politie.  Vannacht slaapt ze in een warm ziekenhuis en morgen weer in haar eigen bed. Hier, opdrinken!’ gebiedt ze me.
Kind heeft gelijk. Ik kom weer een beetje bij.

Eén ding snap ik na jaren nog steeds niet: waarom ik dat onverharde pad inreed…
Geloof jij in toeval?

111 thoughts on “Onderkoeld

  1. Hey Pippeldippeltje,

    je wordt gemist!

    Wij zijn hier bezig met Chanoekah. Een lichtfeest.

    Vandaag drie kaarsen, morgen vier etcetera…
    Ik draag de drie kaarsjes van vanavond helemaal aan jou op…

    Dag schatje,
    liefs van Marlou

    .

  2. Soms doet je onderbewuste dingen die achteraf de juiste blijken te zijn. Die dame heeft in elk geval het geluk gehad dat jouw fiets een eigen willetje had.

    En ja, eigenlijk had je achteraf de mogelijkheid moeten hebben om te informeren of het goed gekomen was.

  3. Dit soort toeval bestaat niet; dit heeft zo moeten zijn.
    Ik zou je een soortgelijk verhaal kunnen vertellen, maar heb er helaas de tijd niet voor. Dit verhaal ging dan om een man, en ik weet wel hoe het met hem is afgelopen… Hij leeft nog steeds en ik heb een leuk aandenken gekregen van hem…..
    Als ik tijd heb zal ik het wel eens schrijven.

  4. je was al een engel….
    maar nu ik dit lees denk ik, jawel hé. ik weet het zeker,
    nee kakel dat is geen toeval geweest,
    jij móest daar zijn op di e dag en dat uur,
    een ander was misschien achteloos voorbij gegaan..
    jij niet jij hebt hart en oog voor je medepiep….

    je bent een engel …

    aaim sjoer,

    xxx

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *