Achter de Rododendrons

Ken je ze: Rododendrons? Die fijne, betrouwbaar winterharde heesters. Je kunt echt op ze rekenen; ze stáán ervoor! En ze zijn enorm ‘blikdicht’. Je voelt zeker al aan je water waar ik heen wil?

 

Wat doe je met je fiets als je gaat wildplassen? In ieder geval: nóóit eenzaam en alleen tegen een paal of hek zetten, dat is geheid vragen om problemen. Want? Iedereen die voorbij komt en de fiets ziet staan, denkt: hé, een fiets, leuk, vanwieissie?, de eigenaar doet zeker een plas, eens kijken waar hij staat (zij zit). Ze loeren in de rondte, tot ze tevreden een gekleurd stuk textiel door een struik zien schemeren. Missie volbracht. Voor de kijker dan, hè!

 

Terug naar de Rododendron. Plasplekken ken ik als mijn naadje broekzak. Elk nuttig adres onderweg, koester ik. Ik heb één speciaal adres waar ik praktisch het alleenrecht op heb, want vlak bij de struik staat een bordje: ‘verboden voor onbevoegden’. Uiteraard ben ik onbevoegd, maar tijdens het plassen voel ik daar niks van. Nee, ik plas niet in iemands achtertuin, zó brutaal ben ik nu ook weer niet (alhoewel…). Het bordje staat bij de ingang van een natuurterrein, met kilometers plat weiland erachter.

 

Kom ik vandaag bij mijn vast plek: staat daar een heel charmante mevrouw. Naast haar fiets. Oh, een vrouw. Heeft ze een lekke band? Hmm. Nee. Wat doet zij hier? Ehm. Wat nou? Tussen nu en de eerste 25 kilometer weet ik geen geschikte locatie. Da’s best lang ophouden, hoor, op zo’n bonkend zadel.

 

Ik wacht. Pompiedompiedom.

 

Ik probeer de deftige dame een beetje weg te kijken. Daar geneer ik me voor, want ik vind het erg onaardig van mezelf. Bovendien stond zij er eerder dan ik. Maar op een ‘luisteraar’ naar mijn klaterend beekje zit ik ook niet te wachten. Wat ga ik doen? Het is nu, of nooit…

 

NU! Ik til mijn fiets op (doorns en lekke banden), en verdwijn achter de Rododendron.

 

IEIEWKK!!

 

Ik weet waarom de deftige dame niet weggaat! Haar man is drukdoende met een grote boodschap. Naast zijn fiets. “Stoor ik?”vraag ik. Maar dat is van de schrik. Het antwoord wacht ik niet af. Als een haas draai ik me om en ‘hol’ weg.

 

Met een knalrood hoofd kom ik achter de bosjes vandaan. “Sorry,” zei ik tegen de deftige dame.  

 

Van mijn plas zie ik af.

 

 

8 thoughts on “Achter de Rododendrons

  1. Wat ongelofelijk gênant, hahaha! Dank voor je lieve berichtje onder mijn schoenen, trouwens. En in dat opzicht: jij kunt er ook wat van hoor (schrijven, bedoel ik uiteraard).

  2. Ik zie het! Ongelofelijk. Misschien moet je je belevenissen gaan bundelen: De (on)Aangename Avonturen van een Fietster langs de Nederlandse Fietspaden. Ik zie er wel wat in! 🙂

    • @ ekim: Ha! het is zonder ‘h’. Ik heb het meteen veranderd. En ook nog verzorgingstips van een kenner. Ik heb hardop zitten schateren achter mijn lappie!
      @ Henry: eh…tja, ik weet niet wie/wat het roodst kleurde.
      @ Janny: ja, ik voelde dat ik de verkeerde vraag had gesteld, maar ik ben (helaas) nogal een flapuit. Prachtige cryptische omschrijving van je commentaar, trouwens. Maar helemaal mee eens: mijn man zou ik ook niet voor joker laten zitten.
      @ Midlief me: lijkt me mieters!
      @ aeorB: fiets-japon…. Jij en muziek(teksten)! Ik houd de japon erin.

  3. Zie je nou, Midlife Me, dat ik er ècht niets aan kan doen? Het overkomt me gewoon. Bovendien: ik heb best veel fantasie, maar zelfs ik krijg dit niet verzonnen.
    Oh, ik realiseer me ineens dat dit geen compliment voor mezelf is, nou ja…)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *