Kakel ziet ze vliegen

Onderweg richting boerengehucht Achterbroek waaien de vliegen me als zwarte wolken tegemoet. Bah, van die kleintjes die overal in gaan zitten. Ik sputter tegen; het helpt niet. Ik wapper wild met mijn handen; vruchteloos. In Lopik durf ik amper adem te halen, in Benschop hoest ik vliegjes en in Uitweg proest ik vliegjes. Op de Viaanse brug gaat het een stuk beter want daar waait de wind alle vliegjes weg. Poeh, eindelijk rust.

  

Aan de overkant van de Lek – met uitzicht op de uiterwaarden –  eet ik mijn boterham. Er waait een vlieg op, jakkes. Gek word ik van die krengen. Ik stap op en probeer het later nog eens in Ameide. Oh ja, kijk dáár, een prachtplek, met uitzicht op buitelende kieviten! Wat denk je? Krioelt het van de koeienvlaaien vol strontvliegen. Misschien dat ze op de vlucht slaan als ik mijn schoenen uittrek? Blijf dromen, Kakel. Ik  zie het niet meer zitten. De vliegen mij wel.

 

In Goudriaan fiets ik heel onhandig met mijn hoofd schuin naar beneden, ondertussen loerend naar tegenliggers. In Ottoland stap ik af. Door mijn dichtgeknepen wimpers tuur ik omhoog naar mevrouw ooievaar die daar elk jaar braaf op de kerk zit te broeden. Ik kan haar niet zien. Jammer dat ze niet even haar kontje optilt, maar ja, dan krijgen haar eitjes het koud. Ik hoop voor haar dat er daarboven net zoveel vliegen zijn als hier beneden. Hoeft ze alleen maar haar snavel open te houden en zwermen ze zo haar keelgat in.

 

Vanaf Bleskensgraaf laat het geluk me in de steek: ladingen vliegjes waaien mijn helm in en tot overmaat van ramp achtervolgt een dikke bromvlieg me. Een menselijke bromvlieg weliswaar, maar daarom niet minder irritant. Hij heeft zich nijdig vastgebeten in mijn achterwiel.

 

Nieuw-Lekkerland is een drama. Overal zijn boeren aan het gieren, de mestsproeiers draaien overuren. De vliegjes ook. De fietser achter me haakt af, maar een andere vlieg in mijn helm neemt zijn plaats in. Bzzz, pok, pok. Vliegjes jeuken in mijn ogen en kriebelen in mijn neus.

 

In Kinderdijk houd ik mijn lippen stijfdicht. Hallelujah: de pont ligt er. Ik rijd erop, wurm me tussen de Italiaans campers door en ga links naast een andere fietser staan. Hij kijkt me  aan met een ‘kijk mij eens een killer zijn-blik’. Pfff, over bromvliegen gesproken…

“Ik wil er langs,”zegt hij. “Sorry?” vraag ik, terwijl ik ondertussen een tranend oog vliegvrij probeer te vegen. “Ik Wil Er Langs!” Dat toontje van die man. Zo praat Kindlief van 14 niet eens meer tegen me. “Ik Wil Daar Staan.” Hij wijst naar links van mij. “Ik ben snelverkeer, ziet u!” Joh toch; ik schrik ervan!

En ja, links van mij kan hij tweetiende seconde eerder door de hefboom. Ik ben geen eerzuchtig type maar nu giert de prestatiedrang in mij hoogtij.

 

Ik gluur voorzichtig tussen zijn benen door naar zijn verzet. Slechts met grote moeite kan ik een grijns onderdrukken: hij staat groot voor, en klein achter geschakeld. Dit wordt naar grote waarschijnlijkheid voor hem een wandeletappe. In zijn haast om als eerste beneden de pont op te komen, is hij vergeten vooruit te denken èn te schakelen. Klassiek geval.

 

Tuurlijk mag hij links staan. Ik maak een royaal gebaar: uitslovers eerst. Hij gunt me een minzaam knikje. Toch prettig zo’n middelbare vrouw die haar plaats kent. Deze meneer is geen bromvlieg, besluit ik, maar een ééndagsvlieg. Eentje met een beperkt bioritme, namelijk die van een ochtendvlieg. En het is nu ver in de in de namiddag.

 

De man met de stoere look neemt zijn plaats in. Hij staat te popelen en trommelt met zijn vingers op zijn borst. Mijn kuiten kriebelen net zo hard als dat vliegje in mijn ene oog. De bomen zwaaien opzij.  Zelfverzekerd zet hij aan. Ik wacht drie tellen en ze de achtervolging in.

Kijk hem eens harken, zie ik tevree. Ik rijd ‘m voorbij. “Je kan beter gaan lopen joh, straks val je om,”adviseer ik. In plaats van mij dankbaar te zijn voor deze gratis tip, vloekt hij stevig en schakelt. Kkgggg ketting eraf. Hij worstelt en komt lopend boven. Ik keur ‘m geen blik meer waardig en peuter het vliegje uit mijn oog. Eindelijk.

 

Twee vliegen in één klap!

 

6 thoughts on “Kakel ziet ze vliegen

  1. Aan Incinta………., waar je naar moet kijken is een “meisje” op gevorderde leeftijd (nog steeds 6 jaar jonger dan mij) met prachtige rode haren en uiteraard een helm met spiegeltje. Maar ze vliegt inderdaad voorbij……..

  2. Altijd weer ad rem. Ik bedenk achteraf meestal wat ik had kunnen zeggen (of moeten zeggen). Wat zal die eendagsvlieg zich opgelaten hebben gevoeld. Heerlijk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *