Plattelandsvrouwen

 

Drie weken geleden:

Vóór ons rijdt een lange rij gewone fietsers; allemaal vrouwen. Sjonge, kijk toch eens hoeveel effect al die dames op de mannen hebben! De laatsten rechten hun rug, trekken de shirtjes strak en zetten de zonnebril recht. Hun grijns maakt het áf. Ik mag dan met wat oudere mannen fietsen, het zijn wel heel charmante mannen. Ze worden jolig.

”Zo, dát is lang geleden, dat ik zoveel leuke dames bij elkaar heb gezien,” zegt Jaap vergenoegd. De dames kakelen opgewekt terug. “Oh, echte wielrenners,” roept een mevrouw verbaasd. “Dit is je kans, Jaap,”zeg ik, “geef ze een handtekening.” “Ja, ik ben gekke Gerritje niet.” “Ach meneer, zou u met ons op de foto willen?”vraagt een mevrouw vriendelijk aan hem. “Met mij?” vraagt Jaap ongelovig. Nou zeg! Zijn oogjes beginnen ontdeugend te stralen. Hier staat Jaap en hij is in zijn element.

Meteen wordt het een chaotische bende, want het fietspad wordt geannexeerd en overal fietsen neergestald. Geeft niks, plek zat in de polder. Eén mevrouw verkondigt luid dat ze van het hele groepje wielrenners een foto wil maken. Theo en ik weten niet hoe snel we onze hielen moeten lichten. “Kijk! Er is een vrouw bij!”zegt een dame. Ze wijst naar me alsof ik een circusbezienswaardigheid ben. “Tussen al die mannen, mevrouw?”vraagt ze ongelovig. “Ja, ik heb een omgekeerd harem,”zeg ik. “Ze is stréng,mevrouw, niet normaal!”zegt Jaap met een overtuigende blik, “ik mag van haar nog minder dan van mijn vrouw.” “Logisch toch?”zeg ik.

Een aantal heren heeft wel zin in de fotoshoot en zet de helm af. “Sta ik zo goed?”vraagt Jaap. “Nee,”zegt Henk, “draai je maar om; je achterkant is mooier dan je voorkant.”“Joh, krijg jij fijn het heen en weer,”moppert Jaap. “Zit mijn haar goed?”vraagt Jaap aan niemand in het bijzonder. “Wat ben jij ineens ijdel!”hoont Henk. “Hallo, ik doe het alleen om die dames een plezier te doen!” “Hoe zit mijn haar, Kakel?”vraagt Jaap aan mij. “Vreselijk sloom,” zeg ik. Ja, ik kan echt een enorme steun zijn. “Je neemt haar mee hè”zegt Jaap tegen de dame met het fototoestel in haar hand, “maar de godganse dag vraag je je af waarom.” “Doe een beetje spuug op je haar,”adviseert Theo “en dan je haar met je handen naar achteren kammen.” Jaap likt uitgebreid aan zijn handen en smeer het in zijn haar. “Hier, ik zal er wel even op spugen voor je,”biedt Henk gul aan. “Ben je helemaal besodemieterd!” Jaap springt haastig opzij.

“Scheert u zich? vraagt een mevrouw met appelwangen aan Theo. “Iedere dag,”antwoordt hij voldaan, en haalt de rug van zijn hand over zijn gezicht. “Neeeee! Uw bénen, boedoel ik.” Theo is tijdelijk van slag. “U ziet er wel erg sterk uit,”zegt een andere dame bewonderend tegen Jaap. “Nee,”zeg ik, “hij ís niet sterk, hij ruíkt sterk.” Jaap laat dreigend zijn tanden aan me zien.

“Wat vinden jullie vrouwen hiervan?” “Ach het zijn brave huisvaders hoor,”zeg ik. “Ze bestuderen de menukaart maar gaan altijd naar huis om te eten.” Een mevrouw met stekeltjeshaar verkeert in shock over zoveel onopgevoed gedrag en gaat een eind uit de buurt een zuur appeltje staan eten. “Ik vind het een beetje jammerlijk gezelschap,” hoor ik haar tegen een vriendin zeggen.

Straks gaan we bingoën, roept een dame verheugd. “Oh, ik win nooit wat,”zeg ik, “want ik heb geluk in de liefde.” Ik zeg het zonder te lachen, want ik meen er elk woord van. Goh, dat zou Stekel eens moeten horen, dat zou haar vast goed doen. “Bent u familie van elkaar?” vraagt iemand aan Henk. “Alstublieft niet zeg! Zit ik tijdens verjaardagen ook nog met ze opgescheept!”

“Hoe heet u, meneer?”vraagt een mevrouw aan Theo. “Theo, mevrouw.” “En hoe heet u?”vraagt ze aan mij. “Thea,”lieg ik. Tegelijkertijd ontbloten Theo en ik onze boventanden á la creatief-met-kurk. De dame wil een foto van ons maken, maar er zijn grenzen natuurlijk, en simultaan draaien Theo en ik ons om. Spijtig biecht ik haar even later op dat ik gejokt heb over mijn naam. De fotografe vindt het gelukkig niet erg. “Bent u van de Plattelandsvrouwen?”vraag ik haar. “Ja,”knikt ze,“we gaan naar een zusterorganisatie voor een culturele lezing met aansluitend een bingo.”

“Kom op meiden,”roept Theo tegen de jongens. Dit zorgt voor enige verwarring bij de Plattelandsvrouwen, want die schrikken omdat ze denken dat er van hen iets verwacht wordt. “Nee, nee, geen paniek”maant Theo de gemoederen, “ik heb het tegen de jongens!” Stekel trekt een pruimenmondje. “Hup, op de fiets, jongens!”roept Theo. En tegen een mevrouw naast hem verklaart hij: ”Ik moet voor het avondeten thuis zijn van mijn vrouw en dan moet ik ook eerst nog gedoucht hebben,”somt hij op. “Waar woont u dan?”vraagt de mevrouw geïnteresseerd. “In Capelle,”bekent Theo. “Zó ver?”vraagt ze bewonderend. Opgewonden stemmen. “Zie je die kuiten?”stoot een mevrouw haar buurvrouw aan. “Bij hem is het botox,”zegt Henk, “maar bij mij zijn het spieren. U mag best even voelen, hoor mevrouw.” Stekel boft niet vandaag.

Iedereen stapt weer op de fiets. We worden uitgezwaaid en ‘uitgebeld’ door de dames en we wensen elkaar allemaal nog een prettige dag. Ik zwaai extra naar de fotografe. “Zo, daar zaten leuke wijfies tussen!”zegt Jaap bewonderend. “Ja, maar over ons zeggen ze dat er leuke kerels tussen zaten, hè?” “Ja, maar ik denk niet dat ze jou daarbij in gedachten hebben, Joep.” “Nou,ik heb anders wel mijn buik ingehouden voor de foto’s. Dat staat stukken beter dan jouw dikke pens.” “De eerstvolgende keer dat jij lek rijdt, steek ík geen hand uit.”

“Wat ben jij stil, Kakel,”zegt Jaap ineens tegen mij. “Ja, ehm… het kaarsje gaat uit.” “Het kaarsje uit? Komttatdan?”wil hij weten. “Kweenie,”zeg ik . “Ik fiets wel ff met je mee naar huis,”zegt Jaap. “Hoeft niet joh, ik ben zo thuis.””Toch fiets ik mee.”

Theo gaat er als eerste af. “Dag Thea,”roept ie naar mij. “Doehoei!”roep ik terug. “Thea?vraagt Jaap verbaasd. “Lang verhaal,”zeg ik. “Oh, ik heb immers alle tijd.”

 Later:

“Bedankt voor het meefietsen, Jaap.”

“Graag gedaan, Thea.”

6 thoughts on “Plattelandsvrouwen

  1. Och Mirjam, wat vervelend voor je dat je je zo moe voelt.
    Ik hoop dat de uitslag gauw komt en dat hij gunstig is.
    Dit was overigens een heel komisch verhaal. Maar daar ben jij ook meester in.
    Heel veel beterschap gewenst!
    Liefs,
    Janny

  2. Dag Mir, als ik dit lees doet het mij aan de ziekte van Lyme denken (tekenbeet). Momenteel hier een grote plaag. Wandelen in de bossen en tuinieren kan niet meer in korte broek. Hoeft niet altijd gepaard te gaan met een rode plek op de plaats van de beet en kan met antibiotica goed worden bestreden. Sterkte in afwachting van de uitslag…….

  3. Ik miste je verhalen al, niet wetende dat het aan zoiets zou liggen. Als ik iets voor je kan doen, laat het dan ff weten. xxx

    Kus, schone zus.

  4. Een kennis (al ruim veertig jaar tobbend met reuma en daar nooit over klagend) hoorde ik laatst zeggen dat ze zo moe is, de laatste tijd. ‘Vermoeidheid vind ik akeliger dan pijn,’ voegde ze daaraan toe.

    Pff… Mir, sterkte en heel veel energie gewenst!

  5. Ik: “Goedemorgen.”
    Huisarts: “Goedemorgen. Wat kan ik voor u doen?”
    I: “Kan ik mijn bloed laten prikken.”
    H: “Dat kan. Wat is de reden dat u dat wilt?”
    I: “Ik ben zo moe dat ik het liefst de hele dag in bed lig.”
    H: “Dat is vreemd!”
    I: “Ja, dat vind ik zelf ook héél vreemd.”

    Zeker als je bedenkt dat een uur stil op een stoel zitten voor mij al een hele zit is…
    Nergens zin in. Niet in schrijven, ja echt. Niet in lezen, nee heus. Niet in bloggen, idioot toch? Ja dan is het inderdaad wel serieus… Fietsen? Práát me er alsjeblieft niet van. Alleen al het aanhoren van dat werkwoord vind vreselijk vermoeiend. Dat is toch niet normaal?

    En ik zou naar de Giro d’Italia gaan. Op zaterdag naar de proloog in Amsterdam. En/of op zondag op de fiets naar Utrecht. Nou is dat hele roze circus ging ongezien aan mij voorbij.
    Mijn fiets staat tegen de bank. Kaarten liggen op tafel om routes te plannen. Eentje naar Drenthe staat boven aan mijn lijstje. Verwachtingsvol naar kaarten staren is pure voorpret. Normaal gesproken dan. Nu nog ff niet.

    Ik mag en ga naar de prikmevrouw. “Mooie ader”zegt ze waarderend tegen me. Prompt steekt ze er een naald en tapt vier buisjes bloed af. Zo dan. Nu is het wachten op de uitslag. Wachten, wachten… als ik ergens de pest aan heb, is het wel aan wachten.

    Tijdelijk ben ik dus even buiten werking. Maar het goede nieuws is: het gaat vast gauw over!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *