Kraamvisite

Kind is zes en we gaan samen op kraamvisite. Vlak voor vertrek , geef ik haar nog wat instructies: “Gedag zeggen en handje geven als je binnenkomt, het cadeautje geven en je jas en schoenen uitdoen. Ze knikt. “Geef de baby maar geen kusje,” zeg ik, “want je bent verkouden en dan zou je de baby aan kunnen steken.” Ze knikt weer.

 

Bij binnenkomst gaat alles goed. Kind geeft het cadeautje en we kijken samen naar de baby in de wieg, die lief ligt te slapen. Daar ben ik blij om, want baby’s hebben een onverklaarbare behoefte om het in mijn nabijheid op een brullen te zetten. Kind ploft wild neer op de bank. Ik kijk haar aan; ze ontwijkt handig mijn blik.

 

De bank is een ouderwets bol model. Als je erop gaat zitten, zakt de bol iets in en hoor je een zucht. Kind zet haar voetjes op de grond, zet zich af, en de zitting veert omhoog, gevolgd door pffft,een zucht. Wip, pffft, wip, pffft.  Ik  vraag vriendelijk of ze daarmee wil ophouden. Ze kijkt  beledigd en uitgebreid om zich heen. “Kijk eens, mama, daar hebben ze nog een woonkamer met een bank. Raar hè?” “Nee joh,”zeg ik, “dit is gewoon een groot huis en in die kamer kan je ook zitten.” “Maar ze hebben dríé klokken” laat ze zich niet van de wijs brengen. Ze zegt het bovendien op een toon van: da’s pas raar. Ik kijk verontschuldigend naar de kersverse moeder. Die schatert van de lach; wat een geluk. “Zóó, mama, kijk ‘ns…twéé tv’s, kijk dan!” Opgewonden wipt Kind weer op en neer. Nou ja, weet de jonge moeder in elk geval hoe het niet moet… Wij proberen een gesprek te voeren en drinken koffie.

 

Kind gaat uit volle borst zitten hoesten. Wel keurig met haar hand voor de mond, maar dit is geen hoesten, maar ordinair aandacht trekken. Vertwijfeld sla ik mijn ogen ten hemel. Dat kind; je zóu d’r toch! “Neem maar een slokje drinken,”zeg ik. Ze gaat op haar knietjes bij de tafel zitten en drinkt haar kindercola. Verlekkerd laat ze een diepe zucht. Zonder morsen eet ze haar beschuitje met muisjes. Dan ontglipt haar een boertje. Wel snotver!

 

“Zeg ‘sorry’ en ga maar even op de gang staan,”zeg ik streng. Ze trekt haar neusje op alsof ze iets heel vies ruikt, zegt ‘sorry’ en verdwijnt uit zicht. De gastvrouw lacht onbedaarlijk. “Je gelooft me zeker niet als ik zeg dat ze dat anders nooit doet?”vraag ik. Indien mogelijk lacht ze nu nog harder. Kindlief zingt op de gang een liedje, gevolgd door nog een boertje.

 

Ik houd het voor gezien. “Sorry,”zeg ik, “zó erg heeft ze zich werkelijk nog nooit gedragen.” ’t Is nog waar ook, maar ja… “Wil je de baby nog een kusje geven?” vraagt de moeder – die blijkbaar niet bang is voor bacillen- lief aan Kind. “Nee, dat mag niet van mijn moeder,”klinkt het vrolijk. “Omdat je verkouden bent,”zeg ik snibbig en bloos tot achter mijn oren. Oww! Straks als ik thuis ben knijp ik Kind overal tot ze blauw ziet, gevolgd door zes weken geen snoep en geen Sesamstraat.

 

Gierend van de lach worden we uitgezwaaid. Kind lacht ook. Nog wel. 

 

5 thoughts on “Kraamvisite

  1. Kleine kinderen worden groot en boertjes hebben de neiging gelijke tred te houden met die groei en tot boeren met een hoofdletter uit te groeien 😉

    • @ Midlife Me: eh… ja… erfelijk belast, maar ik zeg niet van wíe ze het heeft
      @ Janny: Kindlief deed me een beetje aan Pippi Langkous denken en daar ben ik altijd fan van geweest, dus ja…
      @ Incinta: helemaal gelijk, als het je eigen kind niet is, heb je er veel meer lol van!

  2. Wat een droppie! Kan me voorstellen dat je zelf iets minder enthousiast ben, maar ik zou er ook hartelijk om kunnen lachen! Wees maar blij dat het niet zo’n zielloos kindje is dat netjes alles doet wat moeder zegt:-)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *