Geluksdag

Joepie, ik zit weer in de lift! Een aantal weken was ik best ongenietbaar. Eerst die vermoeidheid en tijdens dat ‘niets doen’ kreeg ik pijn in mijn heup. Serieuze pijn. Oh, straks is ie versleten en moet ik een nieuwe, dacht ik rooskleurig (maar dan anders.) Maar de andere heup begon ook op te spelen. Da’s toch raar, twéé nieuwe heupen? Wat een slecht toeval.

 

Toen ging een knie zeer doen. Dapper doorgaan, moedigde ik mezelf aan, net doen of ik van ijzer ben. En ´willen =  kunnen´, toch? Nou die vlieger ging mooi niet op. Met een steunverband om mijn knie trachtte ik te gaan hardlopen. Nou ja… hard… zeg maar lopen. Het was een hel. Strompelend kwam ik thuis. “Ziet er soepeltjes uit,”zei de postbode. Ik gromde, maar dat was van de pijn. De rest van de middag moest ik bijkomen op de bank. Liggend. Want alleen als ik rechtop stond of languit lag, voelde ik geen centje pijn.

 

Het werd gaandeweg erger: mijn knieën knakten, mijn schouders knikten en mijn rug zakte door. Krakend kwam ik uit bed. Zó jong en dan al ochtendstijfheid? Zou het smeermiddel in mijn gewrichten op zijn? Ik praatte tegen de arts alsof hij de Klaagmuur was. Hij wist meteen de oorzaak: een bijwerking van mijn nieuwe medicijn. Homeopátisch medicijn, hè? Altijd gedacht: baat het niet dan schaadt het niet. Mooi niet dus. Meteen gestopt met dat puntje -puntje -middel en na vier weken is het meeste leed geleden. Alleen die ene heup wil nog niet zo, maar die begon als eerste, dus misschien trekt de pijn daar als laatste weg? Ik zit vol goede heup eh hoop.

 

Zo, hè, hè, nu mijn benen weer doen wat ík wil, trek ik de stoute fietsschoenen aan en stap blijmoedige op mijn racepaard. Was het gras vorige week ook al echt zo groen? De klaprozen heus zo rood? De kieviten buitelen, ik hoor de grút-to, grút-to, zie bermen vol kanariegeel koolzaad en ruik het pas gemaaide gras. Komt het door het mooie weer? Door mijn onvermoeibare benen? Hoe dan ook: ik vlieg door de polder. Mijn grijns wordt alleen maar breder. Zó fijn, ik word er een beetje duizelig van. Vandaag is vast mijn geluksdag.

 

In Noordeloos bezoek ik de bakker en ga in het zonnetje langs het bruggetje mijn appelflap op zitten eten. “Is ie lekker, mevrouw?”vraagt een meneer die met z’n gezin in een klein bootje langs vaart. “Héérlijk,” zeg ik geheel naar waarheid, “ik heb al spijt dat ik er maar eentje heb gekocht.” Hij legt aan en klautert de ka op. Ik wil wijzen waar de bakker zit. “Hoeft niet,”zegt ie grijnzend. Niet veel later staat ie voor mijn neus en geeft me een zakje. “Omdat u ze zo lekker vindt, mevrouw.” Nou zeg! Ik ben aangenaam verrast: van dit soort mannen mogen ze er meer maken. “Bedank,”zeg ik, “maarre… ik krijg toch geen ruzie met uw vrouw, hè?” Die zit te schaterlachen in het bootje. “Nee hoor,”zegt ze, “hij heeft ze daar vannacht zelf staan bakken!”

 

In Ottoland zie ik jonge ooievaartjes. Dat is bijzonder, want de laatste vier jaar hebben de ooievaars alleen maar dode jongen voortgebracht en die werden pontificaal door pa n moe uit het nest gekieperd. Iemand op de grond ruimde ze netjes op.

 

En toen…liet het geluk me een beetje in de steek, want ik kreeg een enorme hond achter me aan. Maar daarover morgen meer!

4 thoughts on “Geluksdag

  1. Wat fijn dat je je weer goed voelt.
    Dat klinkt wel heftig, zoals je je afgelopen tijd hebt gevoeld. En wat merkwaardig dat het de bijwerking kan zijn van een homeopatisch middel. Ik dacht eerlijk gezegd hetzelfde als jij. Dat het in ieder geval niet schadelijk kan zijn.
    Maar afijn: jij bent gelukkig weer het zonnetje in huis (en daarbuiten).
    Nou, keep up the spirit, zou ik zeggen!
    Liefs,
    Janny

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *