Rijles

Met Man zijn voet is serieus iets aan de hand en vereist een medisch oog. Telefonisch maak ik een afspraak met een plaatselijke huisarts. En hoe gaat Man naar die arts? Niet lopend, nee, nee, want dat kan hij niet. Met de auto dus. Iemand moet dan wel achter het stuur van Mans auto – een Prius -kruipen. Dat is niet Man zelf. Ook niet Kind. Blijft er één persoon over en ik kan haar met mij neus aanwijzen als ik voor de spiegel sta.

 

“Kijk,”wijst Man, terwijl hij de sleutel in het contact duwt, “met je linkervoet haal je de handrem er af, dan je voet op de rem, op ‘start’ drukken, de versnelling in ‘d’ zetten, en klaar is Kees. Nou, Kees mag dan klaar zijn; ik moet nog beginnen. Ik heb altijd alleen maar náást het stuur van de Prius gezeten, pfff, Spaans benauwd krijg ik het opeens. Wedden dat straks het zweet op mijn rug staat?  Ik fiets nog liever 14% omhoog, da’s stukken minder vermoeiend.

 

Achteruit uitparkeren gaat goed, vooruit rijden ook, daarna zonder schade parkeren voor de deur van de dokter. “Naar het ziekenhuis voor een foto,”zegt de man, in ruil voor een hand contanten (!) Zonder ongelukken haalt de Prius het ziekenhuis. Een brutaal mens heeft de halve wereld en ik parkeer de auto op een invalidenparkeerplaats.( Trouwens… wat scheelt het?) “Als er bij terugkomst een bom op zit, vreet ik die gewoon op,”zeg ik stoerder dan ik me voel.

 

Wij melden ons bij de ‘Urgence’ en 5 min later al zet Man hinkend de achtervolging in op een verpleegster die rap achter twee klapdeuren verdwijnt.

 

Kind en ik wachten.

 

Drie kwartier later komt dezelfde verpleegster op me afstappen en duwt me een bruine envelop in mijn handen. “Alstublieft,” zegt ze opgewekt. “Bedankt,”zeg ik. Krijg ik mijn man nog terug?” “Voila!”zegt ze, wijzend naar de klapdeuren. Ik zie niks. Oh wacht… langzaam gaan de deuren open. Daar komt Lief aangehinkt. Van verbazing ga ik rechtop staan. “Wat hebben ze nóu met je gedaan?”vraag ik. Mijn mond valt open. Zijn rechterbeen zit van zijn tenen tot zijn knie in het gips en hij draagt in elke hand een kruk.  

 

Asjemenou!

 

Hij mag niet op zijn voet staan. Huh, komt dat even goed uit, hij wíl ’t niet eens! Wel moet hij elke dag een spuit. “Misschien dat jij dat kan doen?”zegt hij tegen mij. “In je bil,”vraag ik hoopvol. “Nee, in een rol babyvet in mijn buik. En over 8 á 10 dagen kan dit gips eraf en mag ik loopgips.” “Nou,”zeg ik, “dan zit er in ieder geval vooruitgang in. Sjonge, net gips gekregen en meteen iets om naar uit te kijken!” zeg ik opgewekt. “Jij ook, mam,”zegt Kind. “Ikke? Hoezo?” “Ja, nu moet jij ons terug naar huis rijden.”

 

Amai…

 

 

4 thoughts on “Rijles

    • @ Incinta: nou ik had niet veel keus dus ik heb maar gewoon de knop omgezet. Ik voelde me alleen wel een beetje een Gooische mevrouw in een SUV die voor de zekerheid maar op het midden v/d weg rijdt. In Belgie zag ik ook wel het voordeel in van de Prius, want ik kon met gemak 120 km/u rijden op de rechtse baan. Als ik dat met mijn Starlet doe, begint ze zo’n herrie te maken dat ik mezelf niet meer kan horen denken. Nu staan er TWEE auto’s voor de deur en gaat Man binnenkort met de taxi naar het werk. Het kan verkeren!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *