Brombeer en Koekepeer

Een tijdje geleden sloeg het noodlot toe: hoppa, wèg internet. Plus de telefoon  dood. Natuurlijk ben ik gezegend met een mobiel, maar geen internet, dat hakt erin. ’s Avonds is alles nog steeds zo dood als een pier.  Wij huisbewoners kijken elkaar aan. Dat wij 10 jaar geleden nauwelijks nog van het World Wide Web af wisten en nu warempel afkickverschijnselen krijgen.

 

Vrijdag: nog steeds niets. Manlief belt ’s avonds de klantenservicelijn. Eerst ratelt een mechanische mevrouw een riedeltje van vijf minuten af en daarna hoor je dat er een wachttijd van 20 minuten is. Komt de hulplijn om in de hoeveelheid klachten? Zijn ze rete-sloom? Is er personeelsgebrek? Morgen nog maar eens proberen.

Zaterdag: hè hè, eindelijk een medewerker aan de telefoon. Wij treffen het, want maandagmiddag AL komt een monteur. Máándag pas? Katterdekat.

 

 

Maandag: Oh wonder, de landlijn rinkelt. Ik kan het nauwelijks bevatten.

‘Hallo met Mirjam,’zeg ik opgewekt.

‘Jansen,KPN,’ blaft een chagrijnige stem. ‘Doet uw modem het?’

‘???…modem?’

‘Mevrouw, ‘t is maandag…ik moet nog veel mensen bellen. Doet het modem ‘t?’

Nee, nou wordt ie mooi. Ik leef al vijf dagen zonder internet, een mens zou van minder aan de drank raken, en dan is meneer-de- KPN een Brombeer.

‘Hij doet ‘t,’ zeg ik.

‘Weet u dat zeker? Dat ik niet voor niks een monteur naar u toestuur.’

‘Hij doet ‘t,’ zeg ik.

‘Ké.’ tuut tuut tuut. Vriendelijke mensen. Hoe ga je er mee om?

 

 

Een half uurtje later gaat opnieuw de telefoon.

‘Halo mefrau medhoezzein fande kabé-èn’

‘Eh… pardon, met wie?’

‘Medhoezzein fande kabé-èn, zhtoringzdienzt. Ik zta in de kazt.’

In de kast? Wat een vreemd gesprek…

‘U heefde nog gheen ADé-èSh-L?’

‘Oh! U bent van de KPN?’

‘Ja, hihi, Hoessein, ik zta in de ztoringzkazt. Ik kan zien u heefde nu weer ADé-èS-L. Zonder monteur.’

‘Echt waar, heb ik weer internet!?’ Joehoe! Vlag uit! Champagne! Turks fruit!

‘Er waz kabelbreuk. Vanochtend wij hebb ontdekt. U bent laatzt van main klaggtlijzt die inderned kraigd. Iemand moed laatzt zijn, ja?’

‘Ach, nou ja…nu heb ik weer internet! Mag u nu uit de kast?’

‘Ja,hihihi. Heefde u verder…’

Op de achtergrond klinkt ineens een heel luidruchtig: ‘SÉ-SAM-STRAAT, lalala… ‘Main mobiel, evn wagde, zorry mefrou.’ Hij giechelt en praat kort in het Turks.

‘Halo mefrau? hihihi. Iz main zoondje die belde. Hai zegde altait Meenir Koekepir tegen mai hihihi. Hij heeft geleerde op peudershpilzaal. Ik ga nu ophangen, ja?’

‘Bedankt voor uw telefoontje,’zeg ik. ‘Dag meneer… de Koekepeer,’ laat ik erop volgen. ‘Daag mefrouw… Koekepauw hihi HAHAHAAA.’ De man gíert het werkelijk uit.

Fijn. De middag is in elk geval een stuk ‘goeier’ dan de morgen!

 

One thought on “Brombeer en Koekepeer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *