De Nachtwacht

In het donker doe ik een ontdekking: ik geef licht. Het kastje voor mijn borst geeft een blauwe gloed en na een snelle handbeweging zie ik een rode streep voor mijn ogen (tsssk, alsof ik daar een vingerhartslagmeter voor nodig…)

Het matras is ijskoud en kraakt bij elke beweging. Wat een kutnest. Ja, sorry hoor, ik kan geen doeltreffender woord bedenken. En ik voel ik me begluurd, want of ik nou door mijn neus of mond adem; hoest, nies of slik; geeuw; krabbel of met mijn ogen knipper: alles wordt geregistreerd. “U doet toch wel uw best om in slaap te vallen, hè…?” had de laborante vanmiddag gevraagd. “…dus dat u wel met uw ogen dicht gaat liggen…” Ze had me daarbij achterdochtig aangekeken alsof slapeloze mensen tuig van de richel zijn. “Elke minuut van uw slaaponderzoek wordt nagegaan,” had ze er waarschuwend aan toegevoegd. Welja, ik doe gewoon of ik thuis ben. Daar slaap ik ook regelmatig met snoeren in mijn onderbroek.

…gaap… een klok tikt… de ambulance komt terug met loeiende sirene… ergens blèrt een infuus… haastige voetstappen op de gang…het gekletter van een po…een patient die op de alarmbel drukt…

Iemand schijnt met een zaklamp op mijn gezicht. Ha, ’t is de nachtwacht.
“Slaapt u nog niet? Het is half twee!”
“Nee.” Zucht. Bibber.
“Wilt u een pil?”
“Een slaappil? Oh ja!”zeg ik begerig.  Ik hoor ‘t verlangen in mijn eigen stem.
“Ach, wat stom van me, die mag niet. U heeft een slaaponderzoek!”
“Ja, maar dat geeft niet, dan neem ik ‘m mee naar huis.”
“Nee, nee, dat mag niet,”zegt ze onverbiddelijk. Flauw mens, mij een beetje blij maken met een dooie mus…
“Heeft u het koud?”
“Ja, verschrikkelijk.”
“Dat komt door het matras. U ligt op een reanimatiebed.”
“Oh…”
“Wilt u een extra deken en wat warme melk?”
“Graag,”zeg ik. Toch wel lief van die flauwerd.

Het wonder geschiedt en ik sudder even weg. Niet voor lang gelukkig! Verkleumd en verstrikt in kabeltjes word ik wakker. Na dit logies met ontbijt mag ik alle toeters en bellen er door dezelfde laborante als gistermiddag eraf laten halen. De zuignapjes maken bij het verwijderen vieze geluiden waar ik heel kinderachtig om moet giechelen. De laborante schudt meewarig haar hoofd. Zittend onder een afzuigkap schrobt ze ruim een half uur lang mijn hoofdhuid schoon, waarbij ze niet kijkt op een decilitertje aceton meer of minder.

Als alles eraf is, ren ik met spoed naar het cafetaria voor koffie. Klanten in de koffiecorner werpen me een argwanende blik toe. Vermoedelijk verwarren ze de acetonlucht met alcoholgebruik en mijn ontplofte kapsel maakt ook al geen goede indruk. Onderweg in de auto heb ik overal jeuk en ook nog op de vreemdste plaatsen. Wachtend voor een geopende brug, bied ik mijn medeweggebruikers afleiding, door me in allerlei bochten te wringen en me flink te krabben. Lijkt het zo of draait mijn buurman zijn autoraampje iets verder dicht? Mijn haar blijkt thuis totaal onontwarbaar. Voeg daarbij de zwarte wallen onder mijn ogen en je snapt dat Man en Kind blij zijn dat ik er weer ben!

Nu is het alleen nog wachten op de inslag…

5 thoughts on “De Nachtwacht

  1. Wat een gekke nacht joh… slapen in het ziekenhuis valt ook helemaal niet mee, kon ik ook niet M net geboren was. Overal piepjes en zachte stappen op de gang, om helemaal gek van te worden. Ben erg benieuwd wat eruit gaat komen.

  2. Wacht je op de inslag?
    Kan me het voorstellen na dit “avon(d)tuur”. Dan hoop je toch dat het wat oplevert en dat ontdekt wordt waar je slapeloosheid aan ligt.
    Hopelijk is inmiddels de haardos ontwart en de jeuk over.
    Hoewel het natuurlijk wel tot mooie taferelen en verhalen uitnodigt!
    Groetjes en fijn weekend,
    Janny

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *