Een mooie dag

Al bij het opstaan gaat het mis: ik stap met mijn verkeerde been uit bed. Zoals gewoonlijk stapt Kindlief vreugdevol uit haar door opa’s handgemaakte prinsessenbed. Gelukkig merkt ze niets van mijn chagrijnige stemming.

Opgewekt – zij iets meer dan ik – stappen we samen op de fiets. Zij op haar K3-fiets en ik op mijn racepaard. Tot school mag zij even mijn helm op. Ik loop samen met haar naar binnen, krijg nog een afscheidsknuffel en zwaai bij het weggaan. Ik zet mijn fietshelm op, wat denk je? Zit mijn velletje ertussen. Lekker gevoel als het wegtrekt. Het komt mijn ongezellige bui niet ten goede. Valt deze dag nog te redden? Als ik iets doe, doe ik het goed. Dat geldt ook voor chagrijnig zijn. Niet dat ik trots ben op mezelf.

Na een uur doet mijn achterwiel bonk-bonk-bonk op de Havenstraat in Schoonhoven: lekke band. Tuurlijk, waarom ook niet? Verbaast me niets op zo’n dag als vandaag. Tien minuten later rijd ik verder. Ik kijk naar de ooievaars in de wei en naar de ‘Zonnebloemboot’ op de Lek, maar al het moois gaat aan mij voorbij. Tachtig kilometers in de buitenlucht rijden, maar zonder iets gezien te hebben. Ik moet nog veel leren.

Weer thuis, loop ik met fiets en al naar binnen, parkeer mijn bolide in de kamer en ga een bakkie koffie zetten. De bel gaat: Kindlief komt thuis. Enthousiast zwaaiend staat ze in de deuropening.

“Kijk, ik heb een tekening voor je gemaakt!” Ik zie een kind met een uitbundige bos bloemen en een mevrouw met gele krullen. Die laatste zal ik zijn. Ze lacht wel, de dame op de tekening; wat een meevaller. Ik krijg een natte zoen van Kind; ze is een beetje verkouden, maar een kniesoor die op een loopneus let. Ik kan nog net voorkomen dat ze haar snottebel aan de mouw van haar jas afveegt.

“Gaan we zo iets leuks doen?” vraagt ze.
Zeg daar maar eens nee tegen.
“Dat is goed,” beloof ik, “maar eerst gaan we smullen.”
Psychologisch vast niet verantwoordt, maar dan smaakt het wel dubbel zo lekker. We eten zelfgekochte cake met zelfgeklopte slagroom, met voor Kind een extra ‘topping’ van hagelslag. Ze lurkt tevreden van haar chocomel en morst royaal een teug op haar bloemetjesjurk. Voorzichtig kijkt ze naar mij of ik iets gezien heb, maar dat heb ik niet.

Ze is goed bezig, want nu ze een klodder slagroom met hagelslag. Snel legt ze haar hand over de klodder en wrijft het geheel geroutineerd in haar jurk. Gelukkig zie ik nog steeds niets.
Ze heeft wel zin om met me te gaan skeeleren, vertelt ze.
“Nou, dan doen we dat toch?” zeg ik.
Ze is blij.
“Moet jij eerst nog douchen?” vraagt ze voorzichtig, bang voor elk naderend uitstel. Ik schud van nee. De boeren zijn buiten aan het gieren, daar valt de lucht van een bezweet mens bij in het niets.

Als we naar buiten stappen, zie ik dat de zon schijnt. Of heeft ie al die tijd al geschenen en heb ik als een blind paard op de fiets gezeten? Dan gaan we, zij met veel beschermde lichaamsdelen. Om haar knieen knellen ze een beetje, maar ze geeft geen krimp. De Tiendweg is pas geasfalteerd, dus we rollen lekker. Bovenop een ‘heuvel’ zegt ze dat ik ‘beneden’ op haar moet wachten. Van haar handen vouwt ze een toeter en zet die voor haar mond. “Zullen we doen wie-komt-er-in-mijn-huisje?” gilt ze. Ik spreid mijn armen zo wijd mogelijk en gil de gewenste kreet van harte. Even later stort ze zich, gillend als een volleerde keukenmeid, in mijn armen.

Mijn dag kan niet meer stuk!

6 thoughts on “Een mooie dag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *