Haantjesgedrag

 

Vroegere buren van mijn ouders hadden een haan. ‘Voor de kippen,’zei de buurman. Hang dat maar aan de kapstok de haan was er alleen voor de buurman, een enorme Hork. Zijn vrouw was als dat dood van dat beest. Kwam zij met een fietstas vol boodschappen en liep de haan los in de tuin, dan wist ze zich geen raad want ze durfde niet langs de haan te lopen.  

 

‘Mirjam! Mirjam, de haan zit er weer!’ gilde ‘t arme mens in paniek. Dan holde ik maar weer naar de schuur, pakte de bezem en liep ik naar de buurvrouw, die bibberend van angst voor haar eigen tuinhek stond te wachten.  

 

Gewapend met de bezem liep ik voorop. Hek open. Ja hoor, daar kwam meneer haan vol zelfvertrouwen aangerend. Priemende oogjes, veren rechtovereind, klaar voor de aanval. ‘Je kan kukelen tot je een ei legt,’zei ik tegen ‘m,’maar je gaat opzij. De clou was om de bezem ondersteboven te houden, zodat de haren stevig prikten onder de hanenbuik. Desnoods gaf ik ‘m nog een zwieper met mijn klomp onder z’n kont. De buurvrouw was niet zo kritisch hoe ik het aanpakte als zij maar veilig een sprintje kon trekken naar de keuken. Deur dicht. Gered.

 

Die haan was een linkmichel van de bovenste plank, want zodra ik ‘m de rug toekeerde, probeerde hij me in mijn achillespezen te pikken. Dééd ie het maar eens een keer. Ik had namelijk een appeltje met het beest te schillen. Een hele kist appels zelfs. Ondanks mijn liefde voor dieren kon ik dat kreng wel doodslaan. Iedere zomer was het ’s ochtends half vijf prijs en schoot de haan in de kukeleku-stand. Sliep ik eens een keertje, krijste dat secreet me wakker. En niet alleen ik lag er wakker van, maar ook mijn vader en zelfs buurmans eigen vrouw. Alleen de buurman zelf sliep als een zonnetje door de herrie heen.  

 

Vriendelijk vroeg ik eens aan de buurman (laat ik voor ’t gemak even zeggen dat hij Fred heet) of hij de haan ’s avonds in het nachthok wilde opsluiten, want hanen kukelen pas als ze daglicht zien. Gewoon tot een uur of zeven of zo, vroeg ik, totdat de buurman naar zijn werk ging. Maar nee, dat vond hij zo zielig voor dat beest… Helaas wilden mijn ouders geen beklag doen om de buren te vriend te houden. ‘Straks ben jij het huis uit, en wonen wij nog steeds naast de buren,’zei mijn vader.

 

Toen gingen mijn ouders op vakantie. Broerlief kwam ze midden in de nacht ophalen en bracht ze naar Schiphol. Amper thuis van mijn werk, beende de buurman op me af. Wat dachten wij wel niet? ’s Nachts zoveel herrie  maken, dat hij – Fred – ervan wakker werd? ‘Nou,’zei ik, ‘dan weet u ook eens wat het is om wakker te worden van de buren.’ Hysterisch briesend eiste hij mijn excuus (nót) en later zou hij zijn beklag over mijn grote mond bij mijn vader doen. 

 

Bij toeval zag ik een paar dagen later dat de buurman met de stok van zijn zonnescherm onze tuin in liep. Wat ging hij daar nou mee doen? Ik besloot het even aan te kijken. Veel geduld hoefde ik niet op de brengen, want Fred kwam ogenblikkelijk onze tuin alweer uitlopen. Met een andere stok. Ik begreep er geen hout van. Totdat ik zag dat er aan ons zonnescherm een zwaar geroest exemplaar hing. Aha! De Hork had ze omgewisseld!      

 

Mijn ouders waren koud terug van vakantie of de buurman stond al op de stoep. Hij had een klacht, want ik had hem een grote mond gegeven, durfde ik wel, net als mijn ouders de deur uit zijn? Hij – Fred – vond dat zó stiekem. Hij eiste stante pede excuses. Wedden dat ik het lef niet had gehad om het mijn ouders te vertellen?

 

‘Mijn dochter heeft geen ongetogen woord gezegd…’ zei mijn vader, ‘…bovendien had ze gelijk. En krijg ik nu mijn eigen zonneschermstok terug? Dàt vind ik was pas stiekem.’ Buurmans wereld stortte een beetje in, dat begrijp je zeker wel?

Eind goed, al goed. Mijn vader kreeg de stok terug, mèt een doosje kukelverse eitjes. Ik kocht oordoppen en de haan stierf een natuurlijke dood (ja, echt.)

7 thoughts on “Haantjesgedrag

  1. Dit Harige Hulk Haantje rijd mogelijk dit jaar weer eens de Jan van Arckel toertocht?
    Is die bekend bij jou?
    Die rijd ik dan kukelend.( kun je mij herkennen )

    Wanneer kom ik nu toch eens op jou blogroll?

    • @HaHulk: ha! Die ken ik. Waarschijnlijk de fietstocht rondom de Linge en dan een koffiestop in Buuren?
      Bespaar je de moeite van het kukelen: mij zul je niet tegenkomen!
      Die blogroll? Als ik zin heb 😉

  2. Broea houdt ook van dieren, maar hoopt toch écht dat die 2 kuthondjes van de buren snel een natuurlijke dood sterven. Het liefst nog voor 12’en als het even kan.
    Dat scheelt ons een hoop nacht- én dagrust.
    En Fred? Ach, die had het te druk met zijn sigaren en sjoemelen in de baas zijn tijd. Hij had het druk met zwart verhandelen van teruggevonden spullen bij zijn baas (hij werkt(e) voor een verzekeringsmaatschappij), daar kwam die haan ook vast vandaan.

    • @ Sterretje: geen slecht idee, die vogelgriep!
      @ Janny: dat valt wel mee hoor. Ik heb van mijn 14e tot mijn 16e twee jaar als vrijwilligster op een kinderboerderij gewerkt. Geiten melken, varkens voeren, stront scheppen. Misschien dat ik daarom niet zo gauw bang ben voor een beest. Maar Bokito blief ik niet tegen te komen…
      @ Broeah: hihi, een zwarte haan. Jammer dat ie onderweg niet van de vrachtwagen gevallen is!

  3. Ik ben ook een dierenliefhebber, maar dit gaat te ver, als je nou op het platteland woont geen probleem, maar in een woonwijk…… niet echt handig zo’n haan.

    Jammer dat er toen nog geen vogelgriep was, dan had je de buurman ermee kunnen besmetten. 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *