Bloody Mary

Roerloos staat ze op de stoep, zwaar steunend op haar rollater. Al de tijd dat ik op de drukke kruising sta te wachten, verroert zij geen vin. Zou ze niet goed geworden zijn? Zal ik stoppen? ’t Is hier net de Sahara met al dat zand. Twee rijen auto’s rijden beurtelings langs de opgebroken weg. Overal een stopverbod; nergens kan ik de auto kwijt. Als ’t licht op groen springt, geef ik gas en rij impulsief de stoep op tot vlak achter de dame. Onvast op haar benen kijkt ze wiebelend achterom.

‘Is alles goed met u, mevrouw?’vraag ik. ‘Oh kind…,’zegt ze,‘…ik ben zo moei… pfff, bekaf…ik moest door al dat zand…en over die hoge tegels…’ Ze begint te giechelen. ’En ik ben een beetje tipsie,’  bekent ze. ‘Ik heb net bij m’n vriendin een advocaatje op… met slagroom,hihihi.’ ‘Eentje maar?’ vraag ik. ‘Nou, ’t waren er meer hoor! Ohhh…ik ben bekaf van dat getippel. Moet je die zandbak zien die ik moet oversteken. Ik  heb meer zin om er middenin te gaan zitten,hahahaaa!’

Sjonge jonge, heb ik weer. Maak ik me zorgen om iemands welzijn, blijkt ze een dronken lor te zijn. ‘Waar woont u?’vraag ik. ‘Daar…Geerestein.’ Met haar hand wil ze wijzen van “daar ergens”, maar ze weet niet hoe snel ze de rollater weer vast moet pakken. ‘Oei oei hihi….daar ging ik bijna,’ giebelt ze. Dat mens is zo kachel als wat. ‘Zal ik u even naar huis brengen?’ Haar gezicht klaart op. Enthousiast wil ze me op de arm slaan, maar ze zakt ongecoördineerd tegen me aan.

In aangeschoten toestand krijgt ze de gordel niet om dus help ik haar een handje. Nu alleen nog even de rollater achterin zetten…

Nou zeg, das ook raar! Zo is de stoep achter mijn auto leeg en zo staat er een politieauto achter. Beide agenten stappen uit. Zie ik er soms risicovol uit?

‘Dag mevrouw. Parkeert u wel vaker op de stoep?’vraagt de langste van de twee. ’t Is maar beter niet te zeggen dat ik regelmatig onvoorspelbaar gedrag vertoon. ‘Nou,’ zeg ik, ‘die mevrouw is…eh…onwel geworden, en ik dacht ik breng haar even naar huis.’
‘Niks ernstigs?’ informeert hij vriendelijk.
‘Nee hoor,’ zeg ik. Ze is alleen straal bezopen, denk ik. Met moeite houd ik mijn gezicht in de plooi.
‘Waar woont ze?’vraagt hij. Ik noem het verzorgingsflat. Zal hij even bellen zodat ze weten dat we eraan komen? Nou ja, ik kan  moeilijk nee zeggen. ‘Graag,’zeg ik maar. Hij belt.

Zijn collega en ik staan stil te staan op de stoep. Ik besluit iets te zeggen. ‘Wilt u mijn rijbewijs zien?’vraag ik. De agent – een kogelronde man – trekt fronsend een wenkbrauw op. ‘Hoezo?’ ‘Nou, tien jaar geleden heb ik ‘t met veel moeite gehaald, maar er heeft nog nooit een agent naar gevraagd. En ik heb ook nog nooit een blaastest gehad.’ Ik kijk hem aan. Hij moet het leed toch van mijn gezicht af kunnen lezen? Maar nee, vóór me staat een no-nonsens-mens, geschapen voor de grote dingen in het leven. Klein leed regelt zijn collega. ‘Zie dat maar zo te houden, mevrouw,’ knort hij. Ik zie ‘m denken: dat mens is tiereliere. Heeft hij dat oude besje nog niet gezien… ‘Volgens mij past dat looprek niet in uw auto.’ zegt hij.

Oh nee? Moet hij eens opletten. Klep omhoog, hoedenplank eruit, achterbank naar voren, et voila: plexat! De agent kijkt demonstratief de andere kant op. Dat is maar beter ook, want de spraakwaterval voorin wilde net een geanimeerd gesprek beginnen. Ik kwak als de sodemieter dat looprek in de auto en smijt  de klep dicht.

De lange agent beëindigt het telefoongesprek. Wij worden verwacht, zegt hij, wij kunnen gaan. Hij houdt met zijn auto het verkeer tegen, zodat ik de stoep af kan rijden. Drie seconden lang voel ik me de koningin. Het besje vindt het allemaal prachtig. ‘Anders zie je ze nooit, he?’ zegt ze gierend van de lach. Opgetogen zwaait ze naar beide agenten; met haar hoofd maakt ze kleine knikjes als dank. Ik schaam me dood. Straks voelen die agenten zich genaaid en word ik alsnog aan de kant gezet.

Wijdbeens zit mevrouw naast me. Tot mijn ontzetting begint ze ook nog luidkeels te zingen. ‘Ze heette blooooody Mary…en was de schrik der zee…’ Alsof ze zelf op de woelige baren zit, deint ze met haar lijf van links naar rechts. ‘Vroeger heb ik op zangles gezeten,’ vertelt ze tussen twee zangregels door. Nou, niet lang genoeg dan; een kraai klinkt nog beter.

Vrij snel komt het verzorgingsflat in zicht. Ik rijd maar weer de stoep op; het begint al te wennen. Twee dames in witte kostuums komen op de auto toegelopen. Het besje kan maar niet ophouden met giechelen. Rollater eruit. Mevrouw eruit. Ze voelt zich hoogstwaarschijnlijk Bloody Mary op volle zee, want ze slingert als een schip heen en weer. Met onder elke arm een medewerkster loopt ze naar de ingang van het tehuis. Ze werpt me nog snel een poeslieve blik toe. ‘Bedankt,’ zegt ze met glimmende oogjes. ‘Graag gedaan,’ zeg ik grijnzend.

Fluitend rijd ik weg. Bloody Mary dreunt in mijn hoofd nog lang na.

8 thoughts on “Bloody Mary

    • @ Janny: nou, aantrekkingskracht…volgens mij heb ik eerder ergens een magneet zitten die rarigheid aantrekt. Wist ik maar waar dat kreng zat, dan kon ik ‘m af en toe ff uitzetten. Maar deze dronken bejaarde had ik niet willen missen!

      @ Schone zus: bedankt voor je reactie. Xieje zaterdag!

      @ Sterretje: ja, die medewerkers wisten van de hoed en de rand. ’t Mooiste was, dat ik de mevrouw hielp met uitstappen en bijna vergat de rollator uit de achterbak te pakken. Ik zag ze denken: zeker ook een advocaatje op.
      Zoals “Mary” wil ik ook wel oud worden!

      @ Trui: bedankt! Ja, ik was de BOB, zoals Margreet al opmerkte. Zo had ik t’ nog niet eens bekeken.

      @ Margreet: ’t liefst eigen foto’s, maar ik pluk ze ook royaal van internet 😉

      @ Hulk: helaas heb ik de TEP nog niet, dus kan ik niet nakijken wanneer ze welke tocht rijden, maar de Alblasserwaard is prachtig. Als je bij Kinderdijk heel hard roept, kan ik je misschien aan de overkant horen.
      Binnen sporten stom? Ben je gek. Lekker in de winter: raam open, mp3, Kind op de crosstrainer en ik op de fiets.

  1. Ow, jij maakt nog eens leuke dingen mee, zeg!
    Ik kon dat liedje vroeger helemaal uit mijn hoofd, volgens mij was het een hit van Jan Boezeroen.
    Dat ik nog op zo’n naam kom verbaasd mij zeer.
    Denk dat ik een advocaatje neem?
    ———————————————–
    Baaj de weej, de Jan van Arckeltocht gaat over de Kinderdijk en is supergoed uitgepijld met gele bordjes met rode punten.
    Ik heb hem ongeveer 8 jaar geleden eens gefietst!
    Één van mijn ploeggenoten heeft contact met één van de organisatoren, die komen elkaar jaarlijks tegen op een wielerclinic op Mallorca
    Elk jaar zijn wij van plan hem te rijden maar steeds is het weer superslecht, dus slaan we dan maar weer een jaartje over.
    ———————————————–
    Ik zit echt niet op een Tacx.
    Binnen sporten vind ik stom!

  2. Haha, wat een heerlijk verhaal.
    Als ik ooit achter een rollator loop en behoefte krijg om de bloemetjes buiten te zetten, kom ik bij jou in de buurt wonen. Dan kom ik in ieder geval weer veilig thuis.:-)

  3. Jammer dat die agent niet naar dat kostbare papiertje wilde kijken!

    Fijn dat mevrouw door jou is thuisgebracht, had ook je stalker kunnen zijn die haar zijn vogeltje had willen laten zien en een nestje zocht.

    Ik denk dat het verpleeghuis wel meer met deze dame te maken heeft gehad, gelijk heeft ze om op haar oude dag nog gezellig met haar vriendin een flesje advocaat soldaat te maken.

  4. Ik heb echt vréselijk gelachen: wil je m’n rijbewijs zien? Hahahaha! De tranen rolden over m’n wangen.
    M’n collega’s keken me alleen wat gek aan en de baas kwam vragen of we het zo gezellig hadden???

    xxx

  5. Wat een kostelijk verhaal.
    Mirjam: wat maak jij altijd veel mee op straat. Ik weet niet of het aan mij ligt maar ik zie zelden tot nooit dronken bejaarden op straat en word ook nooit gestalkt door “heren” bij de bieb en zo.
    Jij moet wel héél veel aantrekkingskracht op deze types hebben, hoor:-)
    Janny

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *