Effies naar Leimuiden

APRIL 2010:

Onderweg knijp ik ‘m al een tijdje, maar het tempo zit er zo lekker in, dat ik geen spelbreker wil zijn. Alsof mijn gebed verhoord wordt, gilt iemand:‘LEK!’ Hiephoi, kan ik eindelijk de bosjes in. ‘Wat…rijd jij nou alweer lek?’ hoor ik Jaap vanachter mijn struikgewas mopperen. ‘Koop toch eens fatsoenlijke spullen…moet je die banden zien, man, het canvas komt er doorheen! Wacht je op de kinderbijslag?’ Zoals altijd wordt ’t slachtoffer materiële bijstand verleend en zitten we vijf minten later weer op onze fietsen.

 

Onze smeekt om vulling en we staan al met een half wiel in de kroeg, als in Leimuiden de bel van de tolbrug klinkt. Met een sneltreinvaart jakkert de ene helft van de groep rap onder de zakkende bomen door en heeft de andere helft het nakijken. ‘Allemaal dubbel gebak bestellen, jongens, dan heeft de groep na ons niks meer!’brult Jaap. De achterblijvers moeten ’t tenslotte wel goed kunnen horen. ‘Ik heb een haarspeld van mijn vrouw bij me, en daar prik ik straks jouw banden mee lek,’ gilt Theo naar Jaap. ‘Voorlopig sta ik hier en jij daar!’De openstaande brug maakt de rest van ‘t gesprek onmogelijk.

 

Pal tegenover de brug parkeren we de fietsen en rennen onze vaste pleisterplaats in. Helmen gaan af, de jacks uit, en de bananen komen op tafel. De bediening – een leuk, jong meisje – brengt ons koffie en appelgebak. “Oh, hoe heet jij? Ik heet Adrie.” Het meisje lacht. Haar vader houdt de heren goed in de gaten. ‘Heb jij al een vriendje?’vraagt Adrie geïnteresseerd. Ze knikt en lacht nog harder. ‘Zoenen jullie al?’wil Adrie weten. Ik geef ‘m een schop onder tafel. Pa komt zich ermee bemoeien. ‘Ik doe deze tafel wel, doe jij die daar maar.’ Al het lekkers gaat erin als koek.

 

Zodra onze buiken gevuld zijn, gaat de stempel rond en rekenen we af. Wij stappen alweer op onze fietsen als de andere helft van de groep luid mopperend aan komt rijden. ‘Wat duurde dat lang!’ zegt Jaap, ‘jammer hoor, al het gebak is op.’ Joop moppert: ‘Die burgwachter was zijn klomp kwijt… daardoor konden de plezierbootjes het geld er niet ingooien. We begonnen al te collecteren, man, man, er kwam geen eind aan die brug.’ ‘Kijk eens, Mirjam heeft me geschopt.’ Adrie wijst naar een zogenaamde blauwe plek op zijn been. ‘Dan zul je ’t wel verdiend hebben,’is Theo’s conclusie. ‘Dag Theo!’ zeg ik met een zoet stemmetje als we wegrijden. ‘Gatver Mirjam, moet dat nou?’ Jaap trekt een vies gezicht. ‘Ik zeg alleen een goede vriend gedag.’ ‘Voorlopig praat ik niet tegen jou.’ Eens kijken hoelang de kletsmajoor dat volhoudt.

 

Snel hebben Henk en Jaap weer een akkefietje. Henk springt nijdig weg. Morrend zet Jaap de achtervolging in. ‘Kom,’zegt Adrie, ‘steken wij bij Ter Aar de weg af. Zij gaan daar vast op ons staan wachten en dan zijn ze ons kwijt.’ We rijden als beesten om beide kornuiten voor te blijven. Op een strategisch punt gaan we staan kijken. Ja hoor, daar staan Jut & Jul. Druk met armgebaren. Ze wachten en wachten. Proestend komen we tevoorschijn.

 

‘Jongens, opschieten!’ zeg ik, straks worden we ingehaald door de achtervolgers.’ Nee, dat nooit! Dan moeten wij de rest van ons fietsleven aanhoren, hoe wij geklopt zijn door een groep met een achterstand van twintig minuten. Die schande, die afgang, nooit! Alle remmen los, op het grote blad wordt er nu gereden. In Waddinxveen sprinten we ouderwets om wie er het eerst bij ’t plaatsnaambord is. We beginnen moppen te tappen, die met de minuut smeriger worden. ‘Hallo,’zegt Jaap, ‘er fietst wel een dame in ons midden,ja.’ ‘Joh,’ ’zegt Bob,’waar zie jij die dan? Ik zie alleen een vrouw.’ Alle hoofden draaien zich om naar mij. Iedereen verwacht gesputter, maar ik zeg niks. ‘Wat! zeg jij niks? Pik jij dat?’ zegt Jaap verontwaardigd. Ja hoor, ikke wel, ik ben toch ook geen Deftige Dame? Eerder een Dolle Mina. ‘Dat moet je niet pikken, Kakel,’ dringt Jaap aan, ‘hup, zeg ff wat bijdehands!’ ‘Misschien straks Jaap, de middag is nog lang.’ Teleurgesteld geeft hij ’t op. 

 

 

In sneltreinvaart scheuren we door Moordrecht en langs de woonboten naar Nieuwerkerk. Domweg gelukkig op de fiets. Kon het maar eeuwig duren… De laatste tien kilometers hebben we een flink bekkie wind tegen, maar we ruiken de stamkroeg. Aldaar aangekomen nemen we onze racefietsen -zoals gebruikelijk – gewoon mee naar binnen en annexeren direct de grootste tafel. Vreemd genoeg staat daar een emmer met sop op, maar die schuiven we wel opzij.

 

‘Duurt minstens DRIE kwartier voordat die knaapjes binnenvallen,’stelt Jaap vast. Voor je-weet-maar-nooit wordt alarmerend snel vocht besteld. Terwijl we het zweet van ons voorhoofd deppen, horen we in de gang bekende geluiden. ‘WAT?’ zegt Jaap, ‘zijn ze er NU al? Die hebben afgestoken bij Boskoop, ik zweer ’t je, die vuile verraders,’ schampert hij. ‘Jullie zitten hier zeker nog maar net?’ valt Theo met de deur binnen. ‘Sodemieter op, min-stens twin-tig minuten! Hier, kijk dan! Zelfs Mirjam heeft haar biertje al op,’ wijst Jaap. Snel heeft hij onze glazen stiekem verwisseld en klokt hij in een keer mijn kriekje naar binnen. Bob die aan komt lopen met een volgend glas, zet zijn biertje  op tafel om zijn wisselgeld op te bergen. Dit is mijn kans…Ik grijp zijn bierglas en zwieper het in één keer leeg in de emmer met sop. Zo dan. Dat was dat. Het is je vast al opgevallen: van je vrienden moet je het NIET hebben…

 

 

6 thoughts on “Effies naar Leimuiden

  1. Het klinkt zowel heel macho als oude jongens krentenbrood. Kortom, het zou niets voor mij zijn, ik ben niet zo van de tongriem gesneden 🙂 Doe je al weer aan dit soort tochten mee?

    • @ Margreet: jij niet van de tongriem gesneden? Volgens mij ben jij nog een tandje erger dan ik. Nee, dit rondje Leimuiden was 130 km en nog een beetje teveel van het goede. Maar ik ben blij dát ik weer fiets. Had ik in januari niet kunnen bedenken…

  2. Wielrenners veranderen in BEESTEN zodra ze op de fiets zitten.
    Zeker als er nog een paar bij zijn met ‘haantjesgedrag’.

    Ik zal je route proberen te volgen op de kaart.
    .
    Ooit was er vanuit Beverwijk een grote toertocht langs vele ijsbanen die elkaar in de winter op de Haarlemse kunstijsbaan bestreden ( en dat doen ze nog steeds )
    IK heb ooit die toertocht gefietst en als ik in Leimuiden kom vraag ik aan de stempelaar, “hebben jullie nog schaatscracks in de gelederen, zoals wij bijvoorbeeld Jos Niesten hebben”?
    “Nou, kijk eens achter je”, zegt de man.
    Ik kijk achter me en zie een min mannetje staan met krullend zwart haar.
    Bleek het Bob de Jong te zijn.
    Was echt lachen!

    • @ Judith: ja joh, vandaar dat ik me zo op m’n gemak voel bij dat zooite ongeregeld. Maar we doen niemand kwaad hoor.
      @ Trui: leuk dat je een reactie achterlaat. Valt wel mee dat aftroeven, we/ze willen gewoon een beetje stoer zijn. It realy is my cup of tea!
      @ Hulk:Krimpenn/Kralingse Veer/Bergschenhoek/Pijnacker/Rijpwetering/Bilderdam/Ter Aar/Alphen a/d Rijn/Boskoop/Waddinxveen/Moordrecht/Nieuwerkerk/Krimpen. Aha, dus jij komt ook weleens in Leimuiden?
      Wel een toevalstreffer om Bob de Jong daar tegen te komen.

  3. Jemig! Er moet heel wat gebeuren, wil je mij op een fiets krijgen. En dan ook nog eens met een groep, die elkaar alleen maar wil aftroeven. Not my cup of soup.:-)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *