De kleine OK is niet OKé

 

 

Met een mix van onverschrokkenheid en angst loop ik de kleine OK binnen. Ik zuig mijn longen vol lucht maar kan geen vleugje jodium ontdekken. Ik mag me uitkleden in een hokje en hoor de verpleegkundige met Man smoezen: ‘Is uw vrouw erg nerveus?’ ‘Oh, daar heb ik haar niks over horen zeggen.’ ‘U mag er niet bijblijven meneer.’ ‘Nee, ik ga zo weer weg.’ Ik grijns. Lief wil zekerweten dat ze in mijn linkerbeen gaan snijden en niet mijn rechter. Zo zijn risicoMANagers: safety first.

 

De chirurg heeft sympathieke blauwe ogen en werpt een vluchtige blik naar beneden. Aan de binnenkant van mijn dijbeen zit een aanzienlijke bult. Goddank op een christelijke plaats. De arts trekt een gezicht alsof hij elk moment zachtjes tussen zijn tanden wil gaan fluiten. Hij knijpt en port, stelt vragen, port en knijpt nog wat meer. Maar keek hij eerst nog blij, nu kijkt hij bedenkelijk, en zegt: ‘zo’n grote dermatofibroom als deze heb ik werkelijk nog nooit gezien.’ Ik gloei van trots, want ik ben wel mooi de eigenaresse van deze bult. NOG wel. De chirurg recht zijn rug en zegt om volstrekt onduidelijke reden: ’Hier laat ik mijn baas even naar kijken.’

 

ineens word ik besprongen door de zenuwen. Wat is er met mijn been aan het handje? De baas doet uit de doeken dat de bult te groot is om in de kleine OK weggehaald te worden, want er zit een behoorlijk bloedvat in en als er iets mis gaat, hebben ze alleen in de grote OK de gewenste apparatuur. Bovendien is ie ook te groot om fatsoenlijk te verdoven. ‘Dat wordt dus een dagopname met een ruggenprik,’ stelt hij het kort samen. Ik? Een ruggenprik? Doe eens normaal! Die wil ik helemaal niet. Blijf met je tengels van me af!

 

‘Heus mevrouw,’ zegt de chirurg, ‘het komt heus goed en ik beloof u een jaap van een litteken van minstens 8 cm. Ik hoop niet dat dat een probleem voor u is?’ ‘Nou ja, ik ben toch al getrouwd,’ zeg ik. Ten afscheid piekt hij tegen een teennagel. ‘Heeft mijn dochter gedaan,’zeg ik, terwijl ik zwaar teleurgesteld van de onderzoekstafel stap. Iets te snel. Zwaaiend en zwierend sta ik ernaast. Ook een lage bloeddruk heeft zijn keerzijde.

 

Met een doekje voor het bloeden en een zwaar geforceerde glimlach loop ik naar buiten. Wat een afgang. Wat een teleurstelling. Wat een domper. Niet dat er sprake was van enige feestvreugde, maar toch…

 

Ineens vind ik mezelf boe-hoe-hoe best zielig; nu ben ik er nog niet van dat kelereding af! Ik vind dat ik mezelf wel een mooi boek cadeau mag doen. ‘Koop er maar gelijk twee,’ biedt Man royaal aan. Met één bult, twee boeken en een afspraak met een anesthesist rijker, draai ik de voordeur van slot. 

5 thoughts on “De kleine OK is niet OKé

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *