Twee konijnen en een kanarie

 

23 september 2011 is het precies negentien jaar geleden, maar ik weet het nog als de nacht van gisteren.

 

Onderuitgezakt zit ik op de bank; ik kan niet slapen en verveel me te pletter. Regendruppels tikken op het dak. What’s new? Het getik gaat over in geroffel en ik zit al aan flinke hagelstenen te denken wanneer  flinke knallen klinken. Is dat vuurwerk? Welke halve zool steekt er nou midden in de nacht vuurwerk af? Het geluid komt van achteren. Ik draai me om en het keukenraam  baadt in een fel licht baadt, alsof de zon erop schijnt. Ik spring overeind, ruk het gordijn opzij, en kijk tegen de schuur aan die in een bal van vuur is veranderd. Zie ik werkelijk wat ik zie? Vuur? Vlammen?

 

BRAND! Oh hysterie! Dit gebeurt toch alleen bij anderen? Ik hol naar de trap en gil Man wakker. Lief, die pas over exact één maand officieel mijn man wordt, denkt: wat loopt dat hoogstandje nou weer te raaskallen? Dat mens is zo fantastisch in overdrijven. Eenmaal op de overloop ziet hij vlammen boven het dak uitslaan. Oh shit, er is ècht brand… Met het doosje trouwringen onder zijn arm holt hij de trap af, terwijl ik met trillende vingers het nummer van de brandweer draai.  We racen door het huis, vergaren wat spullen bij elkaar en rennen naar buiten. Achter ons valt de deur in het slot; de sleutel zit nog aan de binnenkant.

  

Buiten heeft zich een volksoploop verzameld. Lief belt bij buren mijn ouders op die twintig minuten later  tegelijkertijd met de brandweer arriveren. Best snel van alle brandvrijwilligers die uit bed getrommeld moesten worden. Best langzaam als je huis met de minuut meer wordt opgegeten. Brandmannen trappen de voordeur in en richten het waterkanon. Hup, maak er een vluggertje van! Man en ik staan er verfrommeld bij: hij in pyjama en op pantoffels, ik met nog een trui en op sokken. Ik moet een beetje huilen, want in de schuur wonen onze konijnen Bruin en Miepie. ‘Ze zijn gestikt door de rook,’ troost Lief me. Ja maar daarvóór zijn ze letterlijk doodsbang geweest.  

 

Zodra de brand geblust en de show over is, gaat de buurt terug naar bed. De brandweer zet een standaard actieplan in werking: er  komen mensen van het gas en licht; al onze kleren worden opgehaald door  een stomerij; en een schoonmaakbedrijf trekt letterlijk en figuurlijk alles uit onze kasten: pannen, cd’s, onderbroeken, schroevendraaiers, bestek, dagboeken, shampoo, tv, konijnenvoer…  

 

Ik mag niet maar moet terug het huis in, want in mijn haast om buiten te kopen ben ik iets vergeten mee te nemen. Ik kan de haren wel uit mijn kop trekken. Binnen in het pikkedonker struikel ik over mijn eigen voeten. Is dat mijn staf? In de nis, waar vroeger de bedstee stond, zit ons kanariepietje zielig te zitten op zijn stokje. Reutelend haalt hij adem. Ik gooi  zijn beroete kleedje over de kooi en neem hem me me mee. Arm vogeltje, zal hij de ochtend halen?

 

Volgende keer: uit de brand.

 

7 thoughts on “Twee konijnen en een kanarie

  1. Vreselijk lijkt me dat: brand! En wat goed van Sante dat ze lijsten maakt wat ze mee wil nemen. Want op het moment dat er brand uitbreekt weet je natuurlijk niks meer uit je hoofd.
    Ik kan me voorstellen dat dit nooit meer uit je hoofd gaat, Mirjam!
    Janny

  2. Ik maak, als ik wat langer wegga, altijd een lijst met de dingen die per se het huis uit moeten als er brand zou komen. Foto-albums, externe harde schijven, de administratie en dat blauwe schilderij.

    Maar ik moet er niet aan denken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *