Hoge nood

Eerst wilde ik een boek over mijn verblijf in het SKZ schrijven, maar daar zou toch niemand vrolijk van worden, ikzelf al helegaar niet. Toen dacht ik aan een fietsboek, over lange ritten met aparte mensen onderweg, maar vanaf vandaag ben ik er uit: het wordt een boek over een vrouw die altijd en overal moet plassen. Dat is verreweg het spannendst. Want waar kan een keurige vrouw met hoge nood ongezien haar corrigerende ondergoed fietstriootje laten zakken? Dus goede plasplekken? Ik koester ze. Vandaag was ik weer bij zo’n plaats en ’t was nodig, hoor!   

 

Hink, over het kreupelhout
Stap, over hondendrollen (wat een berg zeg, vast van een Deense Dog)
Sprong, over het kreupelhout

 

Dan laat ik mijn plas varen… Goh, wat zit ik hier fijn ongezien vanaf beide kanten van de weg. Beter kan ik het werkelijk niet treffen. Okeej, daar staat een huis, maar ik heb daar nog nooit een teken van leven, laat staan een mensch gezien.
Sooow, hè, hè, da’s lekker. Klaar.
Hansopje omhoog en sprong, stap, hink, terug naar de fiets. Hé, er staat een man bij mijn fiets. Wat moet die man? Zo te zien wacht hij ergens op. Moet dat per se naast mijn fiets?

‘Dag meneer.’
Hij zegt niets terug. Wel trekt hij een gezicht alsof heel de Krimpenerwaard van hem is. Uitslover. En wat kijkt hij streng. Zo streng als de bovenmeester vroeger naar me keek, als ik teveel had zitten kletsen in de klas. Vooral een keer in het bijzonder keek hij boos. Dat was nadat ik voor straf op de gang moest gaan staan, maar van nijd naar huis gelopen was. Dat had ik beter niet kunnen doen, want stressen dat ze op school deden, ze dachten dat ik door iemand was meegenomen. Zo te zien zou deze meneer het helemaal niet erg vinden als ik door iemand werd meegenomen.
De man schraapt zijn keel.

 

‘Mevrouw… dit stuk land is van mij…van daar (hij wijst naar de horizon) tot daar (hij wijst achter mij) tot daar (hij wijst naar zijn huis.) Hij spettert terwijl hij praat en ik vind dat niet fris. Ik staar naar zijn aardappelneus die langzaamaan roder en roder wordt.
‘Mevrouw… ik heb al verschillende keren gezien dat u hier gaat zitten…eh…zitten… urineren en dat neem ik u ten zeerste kwalijk! Wilt u dat voortaan niet meer doen?’
Djiezes, heeft hij mij hier elke keer zien zitten? OMG! Ik word overvallen door een immense haast. ‘Sorry meneer,’ mompel ik, ‘ik zal ‘t ècht nooit meer doen.’ Nee. liever nog plas ik de volgende keer op schrikdraad. Verkrampt van schaamte spring ik op m’n rijwiel. Vier  kilometer verder dringt een gedachte zich aan me op, zó plotseling, dat ik op slag stop met trappen. Wel snotver, ik ben me daar gediscrimineerd, en niet zo’n beetje ook! Bergen hondendrollen lagen daar in de berm. Echt niet van een of twee keertjes hoor; die Deense dog draait daar dagelijks zijn bolussen. En over mijn wildplasje ging die man staan zeiken!

 

Het eerste wat ik zou doen als ik een man was? Loeihard tegen een boom piesen. Desnoods tegen de wind in.

4 thoughts on “Hoge nood

  1. laten ze geoon om de zoveel kilometer een dixie plaatsen. en dan alleen voor vrouwen, de mannen laten het maar tegen een boom lopen.
    ben ik nog wel nieuwsgierig of je nu wild heb geplast of heel rustig.

    • @ Broea: dus jij vindt ‘t niet zo’n goed plan, een (zeik) boek uitgeven? Hmm. Ik wilde jou nog wel vragen om voor de foto’s te zorgen, omdat je altijd zo in je element bent als fotograaf. Ik dacht aan een hoogwerker met een wc-pot bovenin. En dan ik er onherkenbaar bovenop in mijn blote kont (zonder bult) ofzo. En dan een pasfoto’tje van mij achterop (achterkant of course). Nou ja…dan geen boek. Hmm, anders wel een goeie titel: “dat gezeik ook.”

      @ Erna: goed plan! Tenzij die Deense dog van hem is…

      @ Hannreke: ik plas zoals ik ben: een zacht en gedwee natuurtje (uch)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *