Springtouw met vuurwerk

Ik hou ontzettend van vieze woorden. Als kind al. Had ik net anderhalve meter springtouw gekocht bij “Het Goedkope Zeephuis” dan vierde ik dat door het zingen van een zelfbedacht vies liedje tijdens het springen.

Bleef het daar maar bij.
Bij ons door de straat reed een SRV-wagen. Was de buurvrouw niet thuis, dan zette de SRV-man  haar tas in ons portiek neer. Moe geworden van ‘t springen, huppelde ik naar binnen  en gluurde in  de  boodschappentas. Op de flessen met merklimonade zaten kleurige labels, die ik niet kon sparen, want wij dronken alleen gazeuselimonade. In buurvrouws tas stonden vijf flessen. Vijf! Met vijf labels! Stuk voor stuk sprookjesachtig mooi. Over de plaatjes van Paulus de Boskabouter zaten glimmertjes en als je een label in het licht hield, bewoog het figuurtje. Kijk toch eens…de heks Eucalypta zat erbij! Mijn moeder deed haar vaak na. Dan ging ze krom staan, hield haar armen hekserig in de lucht en dan sprak ze met griezelstem: ‘In het diiieeepe donk’re bos, waar spinnen en padden wonen…’ Voordat ze bij “padden” was, liepen bij mijn vader de rillingen al over zijn rug, en stonden zijn haren recht overeind, zelfs die in zijn neus. Ik zou Eucalypta best mee wilen nemen. Niemand die wist dat ik hier stond, niemand die zag dat ik er een label  afhaalde. Of twee, of…Ik haalde alle labels eraf was er verguld mee. Totdat de buurvrouw ’s avonds verhaal kwam halen, of liever gezegd: haar vijf labels. Dat chagrijnige egoistisch rotmens,

 

Het wordt erger.
Ik had ook een klein broertje, een ondernemend ventje dat geen vlieg kwaad deed. Okeej, op die ene keer na dat hij de vuilnisbak in de brand stak, maar dat is toch niet iets om je als ouders voor te schamen? Hij ging naar school, zat op judo en had een druk sociaal leven. Dan moet je èrgens je rust pakken en hij deed dat door te vissen. Met een kromme bamboestok en een stukje henneptouw gooide hij op woensdagmiddag zijn hengeltje uit. Triest maar waar: NOOIT had hij beet. Op een dag zag hij door het gaas in de kelderbox van de buurman, een pracht van een hengel staan. Eentje met een dobber en een molentje erop. Met die hengel kon hij zeker de hele singel leegvissen. De keus was niet moeilijk. Hij pakte zijn sleutel en stak hem in buurmans kelderslot. De goden waren hem goedgezind want het slot klikte meteen open. Alleen kreeg hij de deur niet meer op slot gedraaid, maar dat was een kleinigheid; in ons portiek woonden zuiver eerlijke mensen.

’s Avonds bonkte iemand op onze deur. Het was de buurman. De goede man (hij heette Snoek…) vroeg op een toon van diepe verachting of mijn broertje soms zijn hengel gestolen had? Gestolen? Néé, hij had ‘m geleend, hij stond allang weer in buurmans kelder, daar hoefde de man niet zo opgewonden over te doen!

Kan het nog erger?
Jazeker. Buurmans boze woorden hadden mijn broertje gekwetst en dat stak. Toen hij ‘s ochtends thuis kwam van school, zag hij in buurmans kelder vuurwerk liggen. Wijzer geworden, maakte hij niet de deur met een sleutel open, maar schoof hij met een latje rotje voor rotje onder de deur door. Het liep gesmeerd. Met afsteken moest hij wachten tot ’s middags na schooltijd. Heel de tijd brandde het vuurwerk in zijn broekzak. De middag leek eeuwig te duren maar eindelijk was het zover. Zijn plezier ging in rook op want met één ding had broertjelief geen rekening gehouden: harde knallen trekken enorm de aandacht. Zeker bij de buurman die knorrepottend achter zijn geraniums zat. Het portiek sprak vreselijk schande van ons schorriemorrie. Ze begrepen het niet: zulke voorbeeldige ouders en dan van die losgeslagen kinderen. Voor de buurt liep het goed af, want wij verhuisden naar “buiten” waar het stikte van de boerenslootjes. Maar nergens heeft mijn broer zo fijn gevist als met buurmans hengel in hartje Rotterdam.

13 thoughts on “Springtouw met vuurwerk

  1. wat een heerlijk meeslepend verhaal, zie het zo voor me.
    ik heb ook zo’n exemplaar in huis: hij bedoelde het niet fout, maar het liep altijd verkeerd af….

  2. Raar genoeg heb ik nu juist een hekel aan vieze woorden en praatjes. Altijd gehad. Ook als kind. Ben dan ook de eerst die afhaakt als het daar over gaat.
    Vind het flauw en kinderachtig.
    Maar de verleiding iets te pakken dat je niet toebehoort, kijk: daar kan ik me nu volledig in verplaatsen:-) Ik heb als kind een heel benauwd moment meegemaakt toen ik een pakje bubblegum probeerde te jatten in ons buurtwinkeltje. Ik moest van mijn moeder een gasmunt gaan kopen en had de gasmunt in mijn ene hand en afgepast geld in mijn ene hand, plus de bubbelgum (met plakplaatje). Ik kon dus niks anders doen dan mijn hand openen bij het betalen en mijn schande laten zien. Gelukkig mocht ik het terugleggen alsof het een vergissing was:-) De eigenaar van de winkel kwam vaak bij ons over de vloer maar heeft nooit iets gezegd tegen mijn ouders.
    Leuke herinneringen!
    Janny

    • @ Ha Janny: als kind heb ik ook geprobeerd iets uit een winkel achterover te drukken. Ik dacht een pakje kauwgum te zien en stopte het stiekem in mijn jaszak. Buiten bleek er druivensuiker in te zitten, zo ontzettend smerig, dat ik meteen genezen was van mijn kleptomane gedrdag.
      Maar niet van de vieze woorden…Ach, niks smerigs, gewoon kleutertaal 😉

  3. Broea is nog steeds de onschuld zelve. Hij is het heiligste boontje van zijn buurt, draait nooit harde muziek en is o-zo netjes.
    Waar hadden we het ook alweer over?

  4. Een fenomenaal verhaal, Mirjam. Het leest als de welbekende trein en al lezende zie ik mijn eigen schorriemorrietijd weer terugkomen. Dat is de waarde van jouw verhaal. Het doet doordenken aan vroeger EN het geeft beeldjes bij de situaties. Ik zag buurmans schuurtje, buurmans knorrigheid, een broekzak vol vuurwerk en een springend, zingend kakeltje voor ogen. Fijn om te lezen.

  5. Had ie vroeger maar wel wat gevangen, dan had ik (!) het haakje niet uit de bek van de vis hoeven te halen toen zoonlief ook eens wilde proberen te vissen (met de oude hengel van opa B.).
    xxx

    • @ Schone Zus: denk je eens in hoe zwaar het in die kelder was. Ik zeg: donker, vochtig, joekels van spinnen. Om het licht aan te doen, moest je op de tast naar de deur van het trappenhuis hollen, dan had je één minuut licht en moest je snel terug rennen naar de kelder. Daar moest je echt wel een lefgozertje voor zijn hoor!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *