Mist

  

Ze is weer thuis. ‘Fijn hè?’ zegt ze. Ze mag het dan de hele dag ijzig koud hebben, na maanden weer terug op je eigen stek, voelt toch aan als een warme deken. ‘Hoe zal het nou verder met me gaan?’ peinst ze hardop; met de thuiszorg en een verpleegster redt ze het maar net. Ze snapt zelf ook wel dat niemand de zekerheid heeft of hij het nieuwe jaar zal halen, maar zij….     

 

‘Durfde je het wel aan, met die mist?’gooit ze het over een andere boeg. ‘Ja hoor,’ zeg ik, ‘mijn autootje rijdt overal.’ ‘Scheuren met die bak,’ zegt ze droog. Wat? Ik weet niet wat ik hoor uit haar mond. Hoe weet zij dat ik dat altijd zeg? Ze houdt haar hoofd schuin en lacht. Ahh…zeker van een roodharige puber gehoord? Ze knikt trots; kleinKind is een geliefd gespreksonderwerp. En veilig. ‘Pubert ze, is ze eigenwijs?’informeert ze. ‘Héél erg eigenwijs,’ zeg ik stellig, ‘maar ja, dat kan ook niet anders met zo’n vader.’ De verontwaardiging is van haar gezicht af te lezen. Dan duwt ze plagerig tegen mijn elleboog: ‘Was ik er bijna ingetrapt, zag je het?’

 

Hierzo, neem nog een stuk chocola. Neem heel de reep maar mee, zij heeft toch geen trek. Mag ze nog een kop thee? Ze heeft zo’n verschrikkelijke dorst. Dat komt door die bestralingen. Net als de kou en de vermoeidheid…je zou bijna vergeten dat ze nog voordelen hebben. Afwezig tekent ze met een lepeltje rondjes op haar kamerjas. Ze huivert, hoewel het hier om te stikken is. Ik zou haar willen inpakken met handschoenen, dikke wollen sokken en een fleecedekentje, maar het helpt niet. Niets helpt tegen de kou, zelfs in bed liggen met een elektrische deken niet.

 

Zeg, zou ik niet eens gaan? Kind is vast al uit school, en de pont doet er tweekeer langer over met die mist. Kon ik de straks de overkant zien? Nee, dat dacht ze al. Ze loopt nog even mee tot aan de voordeur. ‘Zou u dat nou wel doen?’vraag ik. ‘Ja hoor, mijn rollator komt overal,’ grapt ze. Moeizaam werkt ze zich ze omhoog uit haar stoel. Het is net of elk afscheid dat ik van haar neem, zwaarder wordt. De Fransen hebben daar een veelzeggende zin van vijf woorden voor. Hoe vaak zie ik haar nog tot het definitieve afscheid valt? Je wilt er niet aan denken, maar je kan het niet laten. Flink zijn. Dag hoor. Ik zwaai. Ze kijkt me na tot aan het eind van de lange gang.

 

Buiten is de mist dikker geworden. Alles zit potdicht. Dikke grijze wolken hangen boven de Lek; het water onzichtbaar, elk geluid gedempt. Voor me stopt een toerist zijn auto midden op de dijk. Kan ik hem helpen? Hij zoekt de pont, maar durft niet verder te rijden. Ik rijd wel voor. Ik voel me thuis in de grijze nevel. Ook in mijn hoofd kan ik de overkant niet zien.  

11 thoughts on “Mist

  1. Mirjam, je hebt me geraakt met dit (liefdevolle stuk) Mijn moeder was al oud en hulpbehoevend, na het plotselinge overlijden (mei j.l) van mijn 47 jarige broer(tje) gaat het steeds sneller achteruit. Ook ik denk vaak: “Waar zou ik haar nu eens mee kunnen verwarmen?”

    • @ Geesje: idioot hè, dat niets helpt? Een tijdje terug ben ik geopereerd (klinkt indrukwekkender dan het was) en in de verkoeverkamer had ik ’t ook ijskoud. Toen kreeg ik van die heerlijk voorgewarmde dekens. Die gun ik mijn schoonmoeder ook!

  2. Een ontroerend stuk. Als je het zelf op die manier hebt meegemaakt, weet je wat de lading is, kun je de oevers van je gevoel heel goed volgen.

    Sommige ervaringen blijven altijd bij je. Het verpleegtehuis waar moeder in de rechtervleugel en mijn broer in de linkervleugel verbleef. Ik die er tussenin pendelde. Mijn moeder die 15 jaar geleden stierf op de 11e van de 11e. De gevoelens, de realiteitszin van het moment. Het willen janken maar niet kunnen. En vooral: in een relatie zitten en daar niets kwijt kunnen en dus maar eenzaam doorhobbelen. Ach Mirjam, jij schrijft en dit alles komt zo maar ineens weer boven. Ik zie hun graven en hun stenen. En daarna ga ik voort op mijn pad. Want dat moet. Altijd.

    Die vijf woorden ken ik niet. Wil je die ooit nog eens vermelden?

  3. Wat een ontroerend verhaal, Mirjam. Hoewel het hier in mijn werkkamer warm genoeg is krijg ik koude rillingen van je verhaal. Wat naar om iemand zo te zien aftakelen, he? En eigenlijk weinig te kunnen doen.
    Ik wens jou en je familie veel sterkte en kracht.
    Liefs,
    Janny

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *