Regen

Ik droom
Man, Kind en ik zijn op fietsvakantie in een onbekend land. We rijden op racefietsen en zeulen tent, kookspullen, slaapzakken, en kleding met ons mee. We komen bij een splitsing. Man en Kind gaan linksaf een bontgekleurde stad in, en ik moet naar rechts, want op mijn bordje staat: “Eigen weg.”

Ik vind er niks aan. De weg is smal en bochtig, en verkeert in erbarmelijke staat door allerlei kuilen, gaten, en stenen. Ik rijd door een eenzaam landschap naar een ongewisse bestemming.  Dan kom ik in een dorp waar markt is. Dat komt goed uit, want ik lust wel een heel paard. Ik zet mijn fiets tegen een boom die pal voor de kraam staat waar ik wil zijn. Ik koop eten, draai me om naar mijn  fiets en… weg! Ik kijk nog eens, en nóg eens…ik wil niet geloven wat ik zie. Mijn arme Colnago Dream B-stay is weg! Gestolen door een inboorling! Radeloosheid, woede en verdriet strijden om de eerste plaats.

Uit de droom
Als zelfverklaard droomuitlegdeskundige, weet ik dat mijn fiets niet alleen persoonlijk belangrijk voor me is, maar ook symbool staat voor het op eigen kracht vooruitkomen in het leven. Eten kopen is geestelijk voedsel verwerven, en mijn eigen weg gaan, spreekt voor zich. Evenals de slechte staat van het wegdek: mijn weg is er eentje vol hindernissen.

Bovendien kom ik tot de treurige conclusie dat het eigenlijk niet uitmaakt of ik wel of niet een fiets heb. Door mijn allesoverheersende vermoeidheid kan ik er toch niet op rijden. Ik snuit mijn neus in mijn kussensloop.

Beneden raap ik een tijdschrift van de mat, en blader er lustig doorheen. Totdat mijn oog op de extra bijlage van de Fiets- en Wandelbeurs valt. Dit is teveel voor me, en ik sla mijn handen voor mijn gezicht. Het regent van binnen.