ontspannen

Mijn hoofd is een kronkelpad zonder enige doelgerichtheid. Ontspannen? Laat me niet lachen, ik sta altijd OP spanning. Lief daarentegen is de rust zelve. Daar krijg ik soms zó de zenuwen van. Dan zit hij relaxed op een stoel uit het raam te staren, en kabbelen zijn gedachten luchtig voorbij. Als hij al gedachten heeft, want vaak denkt hij helemaal nergens aan.

Dat week ik, want als ik vraag: ‘Waar denk je aan?’, kijkt hij me verwonderd aan. Hij zit gewoon lekker, en denkt aan niets. Ontelbare keren ben ik dicht tegen hem aangekropen in de hoop dat het besmettelijk is, maar tot op  heden zonder resultaat.

Als mijn geheugen geen loer met me draait, ben ik twaalf jaar naar yoga en een jaartje naar zen-meditatie geweest. Mijn lerares zei altijd dat ik in de vijfde versnelling binnenkwam. Ik was geen vlotte leerling, maar uiteindelijk hebben alle lessen me geleerd dat ik wel één hele minuut aan niets kan denken, op  voorwaarde dat ik tijdens die zestig seconden geen kriebel aan mijn neus, of onder mijn voet krijg, want dan zwiepen mijn gedachten weer naar links en naar rechts.

Ik zou zo graag eens langer aan niks willen denken. Gewoon wat staren, zonder dat mijn hoofd alle kanten op wappert. Altijd dringen zich boodschappenlijstjes, uit te voeren taken, verhalen, of nutteloze gedachten in me op. Ik heb een verzameling to-do lijstjes waar een werkloze jaloers op wordt, maar dan nog zitten er veel oprispingen in mijn hoofd, die onmogelijk op een kladje passen. Ik krijg dan ook een punthoofd van mezelf.

Er zijn echter grenzen aan mijn zelfkastijding. Voortaan als ik man ongeremd leeg zie genieten, denk ik maar zo: in het denken van nutteloze gedachten ben ik nummer één, en ik moet toch èrgens fantastisch in zijn?