regen...

‘Mooi weer, hè?’ zegt ze. Ik kijk naar de wind die bellen blaast in de plassen op het asfalt en voel hoe regenspetters onder de paraplu door in mijn gezicht waaien.  Nou valt over smaak natuurlijk niet te twisten, en zei Bob Dylan niet: slecht weer bestaat niet, alleen slechte kleding?

’t Is altijd ergens mooi weer voor,’ vervolgt de vrouw. Ondertussen trekt ze haar t-shirt glad. “Glam princess” staat er in flonkerende letters opgeschreven. Het staat in scherp contrast met haar leeftijd. Ik schat haar ergens in de zeventig, alhoewel ze tegelijkertijd iets tijdloos over zich heeft, en ze een enorme levenslust uitstraalt.

‘Vandaag is ‘t mooi weer om kinderen voor te lezen,’ zegt ze, ‘of om sherry te drinken.’ Ze giechelt en duwt haar elleboog tegen me aan. Wat een gezellig mens, daar kan geen zure recessie tegenop, en ik mag zomaar naast haar op de pont staan. ‘Mooi shirt, hè?’ complimenteert ze zichzelf. ‘In Parijs gekocht. De meeste mensen vinden dit voor iemand van mijn leeftijd ongepast, maar ik word er blij van.

‘We zijn er drie dagen geweest,’ vervolgt ze, ‘en het heeft maar 1 x geregend. Een  bui 72 uur lang. Ben jij wel eens in Parijs geweest?’ Ik schud mijn hoofd. ‘Ik mag je wel tutoyeren toch, je bent nog een jonkie.’ Ik vind dit mens met de minuut leuker worden. ‘Ik ken in Parijs nu de ondergrondse op mijn duimpje,’ vervolgt ze, ‘en heb veel kroegen van binnen gezien. Koffiezetten kunnen ze niet,’ zegt ze stellig, ‘maar theewater smaakt gelukkig overal hetzelfde. Nu ga ik naar mijn werk.’

‘Naar uw werk?’ Ik stamel de vraag bijna.
‘Ik geef yoga-les aan de overkant.’ Ik complimenteer haar met haar souplesse; zowel van lichaam als van geest. ‘Heeft u nog plek?’ vraag ik in een opwelling. Spijtig schudt ze haar hoofd. ‘Ik heb zelfs een wachtlijst,’ zegt ze, ‘er zijn vandaag de dag zoveel mensen aan ontspanning toe.’ Ik kan alleen maar heel bevestigend knikken. Teleurgesteld kijk ik omhoog en zie een scheur in het wolkendek. Eén reepje blauw is mooier dan vijftig tinten grijs.