Johanna Jacoba

Het Algemeen Dagblad deed in november 2016 een oproep aan lezers om te schrijven over hun schoonmoeder. Het mocht onder eigen naam, pseudoniem of anoniem.
“Lucht uw hart. Over de vreselijke, die voor haar zoon geen vrouw goed genoeg vindt. Over de lieve, die drie keer per week op de kleinkinderen past. Over de hinderlijke, die alleen maar zeurt en zanikt. Over de bemoeial, de schat, de intrigant…”
Mijn bijdrage werd gepubliceerd in de weekendbijlage van zaterdag 24 december 2016:

‘Je mag pas van tafel als je al je spruiten hebt opgegeten.’
‘Dan moet u ook al die tijd aan tafel blijven zitten.’
‘Ik zou niet weten waarom.’
‘U mag pas van tafel als de gast klaar is met eten.’
Haar ogen boren zich als de loop van een kanon in de mijne en zo meteen gaat ze schieten.

Ze weet niet wat ze met me aan moet. Haar kledingadvies om op zondag lange rokken te dragen, heb ik ook al naast me neergelegd.
Tot groot genoegen van mijn man, overigens. Het eerste wat hij tegen me zei voordat ik bij hem thuis kwam, was: ‘Je mag van mij alles, behalve met m’n ouders mee naar de kerk.’
Ik mag dan niet van spruitjes houden, ik houd wel van haar jongste. Alleen krijg ik het zuur van haar Calvinistische regels en degelijkheid, en zij de hik van mijn “losbandige leven.”

Gek, hoe de liefde voor een gezamenlijk mens je dichter naar elkaar toe kan brengen. De bitterkoekjes die ze voor me koopt, vind ik om op te vreten; zij vindt mijn eten best te pruimen. En haar hart loopt over voor ons roodharige bruistablet, haar vierde kleinkind. Als je maar lang genoeg zoekt, vind je meer overeenkomsten dan verschillen.

De laatste weken van haar leven zijn een verschrikking. Ze is minder dan een zuchtje van de vrouw die ze is geweest. Terwijl de kanker langzaam haar lichaam verteert en haar lijf verandert in een zak met botjes, blijft haar geest ijzersterk. Ze wil thuis sterven en zo zal het gaan. Om de beurt waken we bij haar; dichter kun je bij een mens niet komen. Als het eindelijk gebeurt, voelt het als een verlossing.
In haar huis vol spullen sta ik met lege handen. Of toch niet: in elke hand ligt een helft van mijn hart.

*****

Hoe is/was jouw relatie met je schoonmoeder?

Een goed begin

Keek op de week (23)

Nogal wiedes dat Roos’ koffers overbelast waren: ze had een vracht aan souvenirs bij haar. Zelfs voor Rosa, en prijsvraag voor mijn blog heeft ze geschenk meegenomen.
Ik kreeg o.a. blauwe fles uit kringloopwinkel van Kuopio. Een meesterzet!

AD had in weekendbijlage speciale editie over schoonmoeders waarvoor lezers verhaal konden insturen. Schreef en verzond bijdrage onder pseudoniem.
Kreeg email van redactie of het onder echte naam mocht; ze vonden het zo’n lieve brief.
Alleen als het zonder woonplaatsvermelding mocht, stelde ik voor.
Ze gingen akkoord. Mijn verhaal staat in bijlage.

Roos wilde een ukelele. Ik probeerde muziekstuk buiten de deur te houden, maar Roos’ wens is Joris’ command.
‘Je zingt in een koor, hebt al een keyboard en een gitaar.’
Dovemansoren.
‘Ga er een middag voor strijken,’ opperde ik.
‘Schat, wil jij soms ook een ukelele?’ vroeg Lief.
Weet niet wat Roos in roodharige hoofd haalt. Misschien wil ze singer-songwriter worden. Mocht ze concert gaan geven, dan verloot ik 100 gratis toegangskaarten onder mijn lezers.

Traditiegetrouw bakken Joris en Roos op oudejaarsdag oliebollen en appelflappen. Ze nemen bestelling van m’n ouders op en bezorgen ze ’s middags vers van de pers.
Vond het dit jaar tijd voor breuk in traditie. ‘Kom ’s middags bakkie koffie drinken en oliebol happen,’ riep ik tegen m’n moeder door telefoon.
Ze had duidelijk oren naar uitnodiging, en vroeg: ‘Kan ik nog iets voor je meenemen?’
‘Je portemonnee. Dan rekenen we je bestelling af als je de deur uitgaat,’ grapte ik.

2016 struikelt naar een eind. Prima, ben er klaar mee.
Op naar 2017: een nieuw jaar met nieuwe kansen!
Doe niet aan goede voornemens maar op valreep schoot me iets te binnen: met jaarwisseling een glas champagne achterover klokken. Daarna nog halfje voor de smaak, aangeschoten naar bed en slapen binnen vijf minuten. Dá’s nog eens een goed begin van het nieuw jaar!

Lieve lezers
Bedankt voor jullie trouwe bezoekjes, aanmoedigingen in tijden van nood en warme reacties op mijn blog.
De aller- állerbeste wensen voor 2017! 

Het kerstkindje

Met glinsterende ogen kijkt Lilly naar de engel in de kerstboom, trekt haar van de tak en geeft er een stevige kus op.
‘Niet zo knijpen, je plet mijn vleugels,’ bromt de engel.
Het kleine meisje laat zich van schrik pardoes op de grond zakken en zet de engel voorzichtig op haar schoot. ‘Sorry,’ zegt ze zacht. Ze heeft altijd gedacht dat engelen lieve, zachte wezens zijn en nu hoort ze boos gemopper.
‘Al goed, al goed,’ zegt de engel. Ze laat haar handen langs haar vleugels glijden, kijkt het meisje plechtig aan en zegt: ‘Nu mag je een wens doen.’
‘Oh!’ roept Lilly verrukt, ‘ik wil zó graag een zusje!’ Ze wil overeind springen, in haar handen klappen en de kamer rond huppelen, maar ze wil vooral vrienden met de engel blijven.
‘Dat kan ik wel,’ knikt de engel. Maar vind je mama het goed?’

‘Van mama mag het ook een jongetje zijn,’ zegt Lilly, en vervolgt op fluistertoon: ‘Alleen…alleen…ik heb geen vader meer. Hij heeft een nieuwe vriendin en nu… vindt hij mama en mij niet meer lief.’
De engel zucht. ‘Dit hoor ik vaker,’zegt ze. Waarschuwend laat ze erop volgen: ‘Babyzusjes huilen veel, en heb je aan kleertjes en luiers gedacht?’
‘We wikkelen haar in doeken en de avondwinkel is open,’ zegt het kleine meisje praktisch.
‘Je moet wel héél lief voor haar zijn, ‘ zegt de engel streng, ‘want ze komt rechtstreeks uit de hemel.’
‘Ja, natuurlijk!’ Alsof Lilly iets anders dan lief voor haar zusje  wil zijn. Boos slaat ze haar armen over elkaar heen.
‘Hoor eens, van mijn baas moet ik die vraag nou eenmaal stellen,’ vergoelijkt de engel. ‘Hang me maar terug in de boom…voorzichtig!’

Lilly doet wat haar gevraagd wordt.
Bewegingloos hangt de engel in de boom. Wat nu? Zonder dat ze het merkt, houdt ze haar adem in.
Ineens klinkt van boven een luide gil. Dat is mama! Die is natuurlijk geschrokken! Lilly hoort wel dat het een blije gil is.
Zo snel haar benen haar kunnen bijhouden, holderdeboldert ze de trap op. Dit is haar snelste tijd ooit.

Buiten adem loopt ze naar de grote slaapkamer en doet de deur open.
Op bed, naast haar moeder, ligt een klein kindje. Haar moeder straalt en huilt tegelijk.
‘Kijk eens wat we hebben gekregen!’ zegt mama. Ze veegt de tranen uit haar ogen. ‘Waar komt ze vandaan? vraagt ze. ‘Ach, laat maar,’ vervolgt ze, ‘we hebben haar nu; dat is het enige wat telt.’
‘Ze komt uit de hemel, ‘ zegt Lilly en aait met haar hand zacht over het hoofd van haar kersverse zusje dat bruine ogen en zwarte haartjes heeft. Ze ziet er heel anders uit dan Lilly zelf.
‘Wat is ze mooi,’ zegt mama. ‘Dit is geluk, puur geluk. Nu heb ik twee meisjes om van te houden,’ en geeft ze allebei een zoen.’ Opeens bedenkt ze iets. ‘Vind je het erg dat ze…dat ze…gekleurd is?’ vraagt ze.
Daar denkt de grote zus even over na. Al snel zegt ze: ‘Nee hoor, wie weet is ze familie van Jezus en hij is in een ver en warm land geboren waar alle mensen een beetje bruin zijn.’

Retourtje Finland

Nauwlettend houden Man en ik de schuifdeuren in de gaten. Waar we in augustus op Schiphol haar laatste glimp vasthielden, is onze blik wederom gefocust op een lang vrouwspersoon met vlammend rood haar.
Het is de hoogste tijd dat Roos terugkomt, want mijn teennagels zijn aan een opknapbeurt toe.

De vier maanden dat ze weg was, zijn omgevlogen, maar het wachten in de Aankomsthal duurt eeuwen.
Eindelijk, daar is ze!
Roos had beloofd á la “All you need is love” met grote passen en wijd gespreide armen in een vertraagd tempo naar ons toe te komen lopen. Aan de praktische uitvoering ervan – het meezeulen van twee koffers, een tas en rugzak – heeft ze geen rekening gehouden. De ontvangst is daarom ouderwets, desondanks straalt ze alsof ze het Noorderlicht heeft meegenomen.

Mensen, rolkoffers, mobiele telefoons, muziek…alles valt naar de achtergrond. Even zijn we met z’n drieën alleen op de wereld. We lachen tot onze gezichten er pijn van doen.
‘Wat is je haar lang geworden!’ valt me als eerste op, en speur haar gezicht af: is ze volwassener geworden? Zelfverzekerder? ‘Je bent helemaal niet veranderd,’ constateer ik verbaasd.
‘Nee suffie, we hebben hartstikke vaak geskypt!’ zegt Roos.

Haar mond staat geen ogenblik stil. ‘Haha, mijn koffer was te zwaar. 22,6 en 27,3 kg. Vroeg die man bij de balie in Kuopio of ik iets kon verplaatsen of weggooien.  Ik zei: nee, dat gaat niet lukken. Toen moest ik 30 euro bijbetalen, maar blijkbaar kan dat alleen met een credit card, en die heb ik niet, dus mocht het gratis.’

‘Hoe rijdt de nieuwe auto? vervolgt ze in rap tempo. ‘Wanneer mag ik erin rijden, pap? En vind je het niet zonde dat Rosa in de vakantie op de boot naar Noorwegen of Zweden de nacht erin moet doorbrengen?’ wrijft ze er nog wat verder in.
Joris zucht. Amper een halfuur staat z’n dochter op Nederlandse bodem en ze probeert ‘m al op de kast te jagen.
Roos en ik klampen ons aan elkaar vast van de lach.
‘Kom maar hier met die koffers want dat gaat zo niet werken,’ zegt Man getergd.
‘Ach pati – een kreet overgehouden van Latijns les – je weet toch dat ik je gemist heb?’ Om dat te bewijzen, geeft ze hem een dikke zoen.
Joris kijkt meteen blijer.

Onderweg – hand in hand op de achterbank – vraag ik wat het meeste indruk heeft gemaakt.
‘Alles. Echt alles, maar het Noorderlicht en de husky-tocht het meest. Zo’n sleehondentocht  vind jij ook tof, mam! Maar niet halverwege van die slee vallen, hè? Vind ik echt iets voor jou.’

‘Ik heb Elstar appels voor je gekocht,’ zeg ik.
En ik latte macchiato!’ roept haar vader.
‘Lékker,’ zegt Kind en ze zucht van welbehagen.
‘Je mag wel vaker lang en ver weg, hoor,’ zeg ik, ‘maar niet meer dit jaar.’

 

Lapland: Een Winter Wonderland

De reis van Roos van Kuopio (Finland) naar Lapland ging per bus en duurde ruim tien uur.

In Rovaniemi – de woonplaats van de Kerstman – maakten ze een tussenstop voor een bezoek aan een museum over de geschiedenis en cultuur van Lapland.
Het dorp heeft ook een eigen postkantoor dat dagelijks ongeveer 32.000 (!) brieven voor Santa Claus ontvangt. 

Welkom op de Poolcirkel!
Lapland staat bekend om haar extreme temperaturen. Hoewel de koudste periode nog moet aanbreken (januari-februari), schommelde de temperatuur rond de -18 en -26 graden. Roos droeg drie broeken en vier shirts en vond het zelfs toen nog fris. Wat wil je als je wimpers en sjaal in rap tempo bevriezen? 

Het huisje “Vip Rakka” waar Kind met zeven kornuiten verbleef.   

Spectaculaire uitzichten tijdens de Arctic Ocean Tour per boot naar het topje van Lapland.

Geen Lapland zonder rendieren, dus een bezoek aan een rendierenboerderij hoorde erbij. 

In Lapland wonen 200.000 rendieren en slechts 150.000 mensen. Alle rendieren in Finland hebben een eigenaar waardoor ze redelijk tam zijn.

Qua grootte kun je ze vergelijken met een hert. 

Uiteraard werd er een rendiertocht gemaakt.

Ondanks dat de zon niet opkwam, zorgde het licht voor sprookjesachtige taferelen. 

Dé top attractie was de Husky-safari.
Verborgen in het bos lag het erfgoed van de husky’s en op grote afstand hoorden ze de honden al blaffen en huilen. 

Bij aankomst stonden de sleeën al klaar. Elke slee wordt door zes husky’s voortgetrokken. Om een slee te mogen trekken moet een hond drie jaar getraind worden. Het onderhoud en trainen van de dieren is dan ook een fulltime baan voor de eigenaar.
De sleeën waren goed vastgezet want de honden stonden te stuiteren om te mogen trekken.

Ze mochten zelf de slee besturen, wat super gaaf was maar ook eng. Per slee was er een bestuurder en een berijder, en halverwege de rit werd gewisseld. Door het verplaatsen van hun gewicht veranderde slee van richting, wat een stuk gemakkelijker gezegd was dan gedaan. Ze kregen ook instructies wat de bijrijder moest doen als deze de bestuurder verloor, maar dat hebben ze maar niet uitgeprobeerd
De honden haalden ongeveer een snelheid van 25 tot 35 kilometer per uur. Daarbij moest wel stevig de hand op de rem van de slee gehouden worden, want de husky’s wilden alsmaar harder, harder, harder.   

De tocht was adembenemend; alleen al omdat de husky’s de slee hard blaffend voorttrokken.  

Pas na afloop mochten de honden geaaid worden, omdat ze anders zo dol-enthousiast zouden worden dat ze er uit zichzelf met de slee vandoor gingen.  

Als kers op de taart was de zon opgekomen toen om 11.30 uur de husky-tocht begon en tegelijkertijd met de terugkomst van de slee – anderhalf uur later – ging ze weer onder. Het was een dag om nooit te vergeten!

De Husky-tocht

Keek op de week (22)

Roos had in Lapland tijd van haar leven. Bivakkeerde in Levi in huisje met zeven vriendinnen. Was dringen op toilet want dat was enige plaats waar wifi werkte.
Husky-tocht bij -28 maakte meeste indruk. Startte om 11.30 uur en op datzelfde moment kwam zon op. Heel bijzonder – had begeleider gezegd – want die schijnt in december zelden.
‘We kregen per twee personen een slee met zes Husky’s. Moesten continu op rem trappen want ze wilden alsmaar harder, harder, harder… Zó gaaf,’ zuchtte Roos. ‘Na afloop mochten we ze aaien. Heb héél veel foto’s gemaakt! Oh…en heb nog cadeautje voor papa gekocht,’ riep ze opgewekt.
‘Voor papa?’ zei ik, ‘Had je écht niet hoeven doen.’

Heb iets doms gedaan, zo dom. Veel tijd in gestoken omdat ik moeilijk kon kiezen en tóen ik eenmaal gekozen had…nee…echt té dom voor woorden.

Saartje had prutoog. Kreeg oog zelfs niet meer open. Met gierende banden naar dierenarts.
Assistentes verwachtten klein hangoor konijn en waren verheugd toen ze Saars omvang zagen. Bleven complimenten roepen. Dierenarts niet.
Die riep: ‘Zoho, wat hoogstandje!’ want  Saar deed nogal opstandig. Ik zwol op van trots.
Zelfs met assistentes erbij was mevrouw Konijn nauwelijks te dresseren.
DA zei: ‘Ontsteking komt door stof in hooi en stro. Voortaan alleen kranten en handdoek in  hok leggen. Tweemaal daags oog schoonmaken en zalf erin doen. Wens u sterkte.’
Is niet nodig; doe het thuis in m’n eentje.
Saar is stikchagrijnig. Scheurt schone kranten onmiddellijk in repen. Lijkt wel puber.

Oké, gun mijn lezers pleziertje. Zal vertellen hóe dom ik ben. In- en intriest.
‘Heb afgelopen jaar levenswijsheid vergaard,’ vertelde ik Joris.
Zag Man aan kaneel denken, maar hij zweeg.
Dat waardeer ik zo in ‘m, hè? Ik zou het erin wrijven.
‘Zelfs vriendinnen valt het op,’ zei ik voldaan.
‘Oh ja?’ zei Man zonder van bord op te kijken.
Wachtte op vervolgreactie maar bleef uit. Wel vroeg hij: ‘Weet je wat nieuwe nummer één is?’
‘Nieuwe nummer één?’ echode ik.
‘Van de top 2000. Bohemian Rhapsody.’
Verslikte me in eten.
‘Wat zie je wit,’ zei Joris.
Wilde huilen, schreeuwen, slaan en gooien met servies om zoveel onbenulligheid. Riep met gevoel voor drama en een snik: ‘Dan ben ik te la-ha-haat.’
‘Heb je je lijst niet ingestuurd?’ Man keek eerst onthuts maar begon daarna te lachen. Kon niet stoppen. Ging na eten Rosa uitlaten en hoorde hem op straat nóg lachen.

Vragen van Roos:
Nog 18 dagen: Als je kon dineren met een historisch figuur, met wie zou dat dan zijn en waarom?
17: Wat is je mooiste kledingstuk?
16: Waarin komen wij overeen?
15: Als er een feestdag naar je vernoemd zou worden, waar zou die dan voor staan?
14: Wat is het mooiste stukje songtekst en van wie?
13: Als je in een boek kon leven, welke zou dat dan zijn?
12: Ben je weleens enorm dronken geweest? Wanneer was dat?

Op verzoek van Melody doe ik een oproep voor haar Nieuwjaars Loghop.
Heb je zin in een onwijs leuke avond op 8 januari 2017 vanaf 19.00 uur?
Geef je dan hier op. Je hopt die avond vanuit je eigen luie stoel van blog naar
blog waar je in het reactieveld van een mede blogger met elkaar kletst.
Hoe meer zielen, hoe meer vreugd!

Raar talent

imageedit_1_6338865544

Keek op de week (21)

Hebben weer buren.
Zagen afgelopen week huisraad voorbij komen dus kennen de inrichting al.

Ik kookte. Doe dat wel vaker. Deed ipv nootmuskaat kaneel over Joris’ spruiten. Zette waterkoker aan, opnieuw water in pan, beetje spoelen, groente afgieten,  klontje roomboter en lading nootmuskaat erover.
Man snifte langdurig. ‘Ruikt vreemd.’
‘Spruitjes ruiken altijd vreemd.’
‘Ja, maar nu,’ snif snif ‘wel héél vreemd.’
Bekende schoorvoetend schuld.
Zijn teleurstelling droop van de wand.

Echtgenoot van mijn poetsende kaboutervrouw weet niet precies zijn leeftijd: 38, 39 of 40? Heeft op nippertje hoofdharen ingeleverd want bijna kaal. Door DNA in zijn haar kan exacte leeftijd bepaald worden. Kan daarna uit 366 dagen zijn verjaardag kiezen.

Rondom bankje in Koeienbos was vuurwerk afgestoken. Vlak ernaast lag dode mol. Zullen nimmer weten of hij van schrik is bezweken. Wel mooi beestje. Kon geen foto maken: telefoon lag thuis aan infuus. Niet zo smart.

Zelfs in digitale tijdperk schrijf ik ouderwets met pen op papier. In huis ligt overal papier en schrijfgerei voor als ik ‘transpiratie’ krijg, zoals Man het noemt.
Kreeg onlangs aanval van koopzucht in Bijenkorf. Zag mooiste vulpen ever. Die prijs: niet normaal! Dacht: zou ik ‘m als schrijfster van belasting kunnen aftrekken? Kreeg na gedachte hevige hoestaanval.
Zie maar één oplossing:

vulpen

Lieve, lieve Sint,
Ben heel lieve meid geweest. Dát ik er nog ben is felicitatie waard. Ben verliefd op blauwe vulpen van Mont Blanc. Hij kost 1320 euro. (Tip: Zeg bedrag snel achter elkaar, dan valt het best mee.) Voor dat geld kunt u geiten en lespakketten bij Oxfam Novib kopen. Ik weet dat want ik vraag die altijd voor m’n verjaardag. Strijk alstublieft één keer over uw goedheilige hart en geef mij dit cadeau in m’n schoen. Zal u eeuwig en nog langer dankbaar zijn.

Dageraad breekt laat aan in Finland. Om 9.15 uur zonsopkomst en om 14.30 uur -ondergang.
‘Moet nog vitamine D kopen,’ zei Roos.
Wilde iets zeggen.
Zij was sneller: ‘Jaha, van kabeljauw!’

Roos is in Lapland aangekomen (halverwege bezocht ze woonplaats van Kerstman.)  Duimdik verdiend want alle noodzakelijke punten zijn binnen.
Ze gaat bekijken/doen: Reindeer Farm; boottocht over Arctic Ocean; Huskytocht en cross country skiën. Hoeveel ze zal ZIEN is onduidelijk. Per dag slechts 1 uur en 50 minuten daglicht want zon komt aantal dagen niet op. Wel hoge kans op Noorderlicht.

Aftellen is mu echt begonnen!
Vragen van Roos:
Nog 33 dagen: Heb je weleens in het bos gepoept?
30: Heb je ooit een koe gemolken?
29: Welk instrument zou je graag goed kunnen spelen?
24: Wat is het aardigste dat iemand ooit tegen je zei?
21: Denk je dat vissen ooit dorst hebben? (Een Willem-Wever momentje…)
19: Heb je een raar talent?

Hier woont de Kerstman!

Hier woont de Kerstman!

Aangerand in de tram #wijoverdrijvenniet

imageedit_4_6916265491

“27% EU-Europeanen vindt het oké (‘justifiable’) dat vrouwen in sommige situaties seksueel misbruikt worden. Als een vrouw bijvoorbeeld dronken is of zich uitdagend kleedt, als ze niet duidelijk ‘nee’ heeft gezegd en geen verzet geboden heeft, vindt minstens 1 op de 4 Europeanen het begrijpelijk als ze daardoor tot seks gedwongen wordt. ”
Dat meldde Europees Commissaris van Justitie Vera Jourova in een toespraak in Brussel, tijdens de opening van de campagne ‘Vrouwen tegen Seksueel Geweld’.

Ik las het hier en het was alsof ik een klap in m’n bek kreeg.
Sinds voorjaar 1989 is er niets veranderd….

***

Overdag is het Scheepvaartkwartier een statige buurt. Na kantoortijd – en zeker na overwerk – is de elegantie ver te zoeken: sexclubs openen hun deuren en schorriemorrie bevolkt de straten.

Op de hoek wacht ik op lijn vijf.
Altijd hetzelfde liedje. Alsof ik de eerste de beste stoephoer ben, roepen automobilisten door hun open raam: ‘Hoeveel kost pijpen, schatje?’
‘Schoonheid, wat kost het om jou een uur te verwennen?’
Dat ik ieder oogcontact mijd, ontgaat ze.

De tram is leeg op vijf mannen achterin na.
Ik ga in het midden bij de deuren zitten. Alsof ik de stroop en zij de vliegen zijn, komen de ze op me af. Eén gaat naast me zitten, twee voor me en twee achter me op een bank. Ik kan geen kant op en voel me gemangeld. In mijn hoofd gaat het alarm van de eerste maandag van de maand af.

De kerels zijn zonder douchen de deur uitgegaan, hebben tatoeages, dragen korte mutsen en spreken Zweeds. Waarschijnlijk zijn ze afkomstig van het Zeemanshuis.
Ik spreek mezelf moed in: het zijn maar twee haltes. Zo belangstellend mogelijk kijk ik uit het raam.
Ineens voel ik een hand op mijn rechterknie. Terwijl mijn hart tegen mijn huig springt, roep ik tegen de kerel naast me: ‘Blijf met je poten van me af!’ en kijk hem met intense doodsverachting aan.
De Zweden proberen me na te zeggen en er wordt gelachen. Dit belooft een leuke rit te worden en hij is nog maar net begonnen.

De gluiperd naast me grijnst onaangedaan en legt zijn hand een stukje hoger.
Paniek laait op; ik heb het allemaal al eens meegemaakt. Ik moet weg! Ik moet onmiddellijk weg!
Nadenken is uitgeschakeld; ik handel puur uit overlevingsdrang. Ik spring overeind en geef mijn buurman met mijn elleboog een hengst in zijn gezicht. Hij is even overrompeld, waardoor ik vliegensvlug op de bank kan klimmen en over de kerel heen kan springen.

Trillend over heel mijn lijf kijk ik naar de bestuurder.
Hij kijkt terug en negeert me.

Nu wil de zeeman verhaal halen. Terwijl de rest geamuseerd toekijkt, komt hij bij me staan. Hij loopt twee rondjes om me heen, grijpt me onverwacht van achteren beet en maakt wilde rijbewegingen waarbij zijn hand mijn kruis betast.
Tranen van onmacht springen in mijn ogen. Ik ben bang maar voel vooral woede. Tomeloze woede en die geeft me kracht. De tram staat stil voor het stoplicht en ik grijp mijn kans. Ik worstel me los, doe twee stappen vooruit en trap net zolang tegen de tramdeuren tot ze open gaan.

Bij het uitstappen struikel ik over mijn benen. Ik krabbel overeind en kijk achterom: de Zweden twijfelen maar besluiten de achtervolging in te zetten. Ik weet al waar ik naartoe wil en trek een sprint.
Vierhonderd meter verder trek ik de deur van een tijdelijke politiekeet op het Eendrachtsplein open. Rechts staat een prullenbak, ik buig voorover en gooi mijn avondeten er uit.

Met een papieren zakdoek veeg ik m’n mond af.
Blijkbaar gaan hier vaker mensen over hun nek want de agente achter de balie vraagt zonder blikken of blozen: ‘Wilt u een glas water?’
Ik knik.
Het glas drink ik in één keer leeg. Ik haal diep adem en wil iets zeggen maar breng alleen gestamel voort. Ik sla een hand voor m’n gezicht. Het laatste wat ik wil, is huilen.
Uiteindelijk mompel ik: ‘Mannen…ze vielen me lastig.’
‘Wilt u aangifte doen?’ vraagt de vrouw vriendelijk.
Ik schud nee. ‘Wilt u met me meelopen naar het metrostation?’ vraag ik.

Ze houdt de deur voor me open en we lopen naar buiten. Het plein is zo goed als verlaten.
We lopen de trappen af naar beneden en zien dat ook het perron leeg is. De metro komt er al aan.
De agente wacht tot ik ben ingestapt.

De volgende dag op m’n werk vraag ik of ik voortaan na overwerk een taxi naar de metro mag nemen, omdat ik ben “lastig gevallen.”
Voor het antwoord heeft de onderdirecteur geen bedenktijd nodig. ‘Ga lopen,’ zegt hij, ‘het zijn maar twee haltes.’
Ik had elk antwoord verwacht, maar niet dit. Prompt val ik stil en sta daar te staan.
Hij kijkt me geïrriteerd aan. Zijn blik zegt: wat doe je hier nog?
Mijn tong doet het weer. ‘Ik hoop dat uw dochters later een betere werkgever treffen,’ zeg ik en loop weg. Jammer dat de deur een dranger heeft, anders had ik ‘m achter me dicht gesmeten.

Huilend trek ik me terug op het damestoilet.

Deze blog staat ook gepubliceerd op HoeVrouwenDenken.

Droomauto

imageedit_2_7048421978

Keek op de week (20)

Zijn er werkelijk nog mensen die denken dat chocoladeletter M van 200 gram meer chocola bevat dan J van 200 gram? Is een gemiste kans van overheid. Had ze postbus-51-spotje van kunnen maken.

Hoorde bij drogist gesprek tussen twee dames. Eentje met peroxide-blond haar had tandenborstel en pasta in hand. Andere dame was een kop kleiner. Ze stonden te bakkeleien maar ik kon helaas niet horen waarover.
Uiteindelijk riep korte vrouw: ‘Jij kan beter je tanden gaan poetsen. Houd je tenminste je mond!’
Blonde vrouw keek haar met mond vol tanden na. Had anders natuurlijk geen pasta en borstel hoeven kopen. 

Heb acupunctuurbehandeling gehad en mag gedurende 24 uur geen metaal aanraken. Niet: de knoop en rits van spijkerbroek – haarspeldjes – autosleutel-  handvatten van deuren, ramen en kasten –doorspoelknop van wc – hondenriem… Moet eten met plastic bestek en dat alles om balans in lichaam te herstellen. Typ dit met latex handschoenen.

Straat opgebroken! Hadden ze geen bord kunnen plaatsen?
Wilde keren, stond ineens vrachtwagen oud papier van ijsclub achter me. We konden elkaar niet passeren.
Zag gaatje naast auto op woonerf. Moest daarvoor wel achteruit inparkeren; mijn favoriete manier. NOT.
Eigenaar van auto kwam uit huis om te kijken of alles goed ging. Vuilnismannen keken toe. Hartslag schoot als bliksemschicht omhoog.
Riep mezelf tot orde. Ik kan dit! Ik ga dit doen! En in één keer!
Gas geven…Meneer, houd uw bierbuik in want ik rijd ‘m er zó af…(Kerel hield vooral zijn adem in)…sturen…
Gelukt.
Heren keken ietwat teleurgesteld.

Reed op rotonde. Auto van rechts minderde vaart om vervolgens turbo aan te zetten. Moest vol in remmen, voelde achterkant van auto slippen maar liep goed af.
Hoorde achter me hevig getoeter. Automobilist maakte wilde armgebaren en besloot  zwaaisessie met getik op voorhoofd.
Alsof ik iets aan bijna-botsing kon doen! Zag tot verbijstering dat kerel uitstapte ondanks dat z’n vrouw ‘m probeerde tegen te houden.
Deed snel autoportier op slot, wachtte tot-ie vlakbij was, en gaf gas. Toeterde iedereen naar hem!

Zaterdag kwam in Finland bij Kind de Kerstman aan. Op slee getrokken door rendier.
‘Vieren jullie nog Sinterklaas?’ vroeg Roos door telefoon.
Riep: ‘Tuurlijk! Hoef cadeaus nu niet met jou te delen, krijg dus véél meer.’
Het zal kind jeuken. Zij bivakkeert dan fijn een week in Lapland.
‘Mam, heb de stroopwafels uit pakket gedeeld met vriendinnen. Vind je dat niet erg?
‘Is juist lief! Alles wat je deelt smaakt beter.’
‘Ze konden “stroopwafel” niet uitspreken. Maakten er “stroepwefel” van.’

Nog 36 dagen. Vraag van Roos: Wat is je droomauto?
Speel ik door naar jullie. Roept u maar!

imageedit_9_9067068170

pief paf Boef

imageedit_1_4886313542

Just another day at the office.
Zo begon de dag. Tot ik wegreed bij de kPNI-dokter en stil kwam te staan voor het stoplicht bij Capelse Brug. Het licht sprong op groen, rood, groen en er gebeurde niets. Nieuwsgierig helde ik naar rechts. Het uitzicht viel tegen: in de verte zag ik alleen wat hoofddeksels van de Koninklijke Marechaussee bewegen. Het was wel genoeg om de filestress te doorbreken.

Verschillende automobilisten stapten uit.
Links achter me stond een M.ercedesbusje waarvan de eigenaar buiten in strakke lijn recht voor zich uitkeek.
‘Ziet u iets?’ vroeg ik door het open raam.
De man was zo vriendelijk niet om te rollen van de lach en knikte geanimeerd: ‘Ze staan met getrokken pistolen.’
Wát! En dat ging aan mij voorbij?
‘Ze hebben hem!’ sprak de Busjesman vol vuur. ‘Als u hier komt staan, kunt u het zien,’ moedigde hij me aan.
Nou, niet te dichtbij dan. Zo nonchalant mogelijk ging ik op het grastalud en op mijn tenen naast de man staan. Hij was een tikkeltje aan de ronde kant, had een vriendelijk gezicht en droeg een Mart Smeets-trui. Het betere zicht kwam net te laat. De show was over; het begon alweer te rijden.

En ik had zoveel vragen. Waar brachten ze de verdachte naartoe? Hadden auto’s van de KM zijn auto geblokkeerd? Rechts naast me reden twee vrachtwagens en ik verfoeide ze: het was hun schuld dat ik niets zag. Enfin, weer een crimineel minder op vrije voeten. Gans het land kon opgelucht ademhalen.

Thuis hield ik de persberichten in de gaten. Had de aanhouding iets te maken met de terreurdreiging op Rotterdam Airport? Nergens las ik wat.

‘Heb jij nog wat beleefd?’ vroeg Man door de autotelefoon.
‘Jaha!’ riep ik enthousiast. Ik deed mijn verhaal en rondde af met: ‘Als ik na mijn plas mijn handen niet had gewassen, had ik vooraan gestaan bij de stoplichten.’
‘Dan heb je geluk gehad dat ze niet hoefden te schieten,’ antwoordde Joris.
Typisch weer het commentaar van een risicomanager…