Het gouden paasei

Moeizaam haalt ze een zware boodschappentas van haar fietsstuur en sjouwt ‘m de trap op. Haar knieën kraken bij elke tree, maar als ze aan de lekkere dingen denkt die ze voor haar kinderen en kleinkinderen gaat koken, is ze bij voorbaat gelukkig, en neemt ze haar gammele lichaamsonderdelen voor lief.

Bovenaan de trap, hijgend, pakt ze de sleutel en opent de voordeur. De deur klemt door de grote stapel post, kranten en folders op de kokosmat. Ze bukt en veegt alles op een hoop. Haar oog valt op de voorpagina van de krant: “Vandaag gaat hij vallen: anderhalf miljoen ballen!”

Zij heeft nog nooit geluk in het spel gehad, maar dat was vanwege haar geluk in de liefde. Toch heeft ze drie lootjes gekocht, maar waar heeft ze ze gelaten? Onderweg naar de tweede boodschappentas, loopt ze nadenkend de trap af en duwt de buitendeur open. Ze rommelt wat in een fietstas. Tussen oude kassabonnen, lege plastic zakjes en een bonuskaart, ziet ze drie goudkleurige vodjes papier in de vorm van een ei liggen. Zo’n verfrommelde toestand! Ze zou zich bijna schamen als het winnende lot daartussen zou zitten. Met de troostprijs van 10.000 euro zou ze de koningin te rijk voelen: nooit meer aanbiedingen aflopen, geld overhouden voor een dagje uit…

Haar gedagdroom wordt onderbroken door een joviale begroeting. ‘Oma!’
‘Ha Matthijs!’ roept ze blij, en ze loopt ‘m tegemoet. Ongewild verslapt haar greep op de lootjes en ze vallen op de grond. Ze zal ze zo oprapen, het belangrijkste eerst. Pontificaal geeft haar kleinzoon haar op elke wang een dikke zoen. Zomaar op de openbare weg; tel uit je winst! Dergelijke gebaren van een puberkleinzoon koestert ze.
‘Ik draag uw boodschappentas wel naar boven, oma,’ biedt Matthijs aan.

Te laat denkt ze aan de lootjes. Ze zijn al meegenomen door een zacht briesje, fladderen naar boven en zwieren in golvende bewegingen omhoog naar de dakrand. Zonder spijt kijkt ze ze na. Zelfs met de hoofdprijs kan ze haar overleden man niet terug kopen. Hij was en blijft onbetaalbaar.

Hansje Pansje kevertje

‘Wat is je vraag voor deze Innerlijke Reis?’ vraagt Tanja, de natuurgeneeskundig therapeute.
Ik zeg dat ik een bouwlamp wil richten op mijn chronische vermoeidheid.

Bij zo’n Reis pak je gebeurtenissen aan die op je harde schijf staan opgeslagen. Zoiets als een “reset.”
Ik word al ziek/zwak/misselijk bij de gedachte. Het liefst zou ik ‘m onder narcose ondergaan maar ik moet juist naar mijn gevóel toe. Een zware opgave. Ik zie het maar als een potje worstelen met mezelf.
Het is een soort geleide meditatie: ogen sluiten, lichaam ontspannen en een trap met tien treden afdalen. Ik mag zelf een vervoermiddel en een bestemming kiezen.

Ik parkeer mijn Mini Cooper op het strand en stap uit. Het is koud en bewolkt. Met mijn rug sta ik tegen het prikkeldraad van het duin. Voor me strekt zich het strand en de eindeloze zee uit. Er is geen levende ziel te bekennen.
‘Hoe voel je je?’ vraagt Tanja.
‘Opgesloten,’ zeg ik.
‘Waarom voel je je opgesloten?’
‘Door de vermoeidheid in mijn lichaam.’
‘Waar wordt die door veroorzaakt?’
Meteen voel ik een dreun van eenzaamheid en pak met twee handen de stoelleuning vast.
‘Wat gebeurt er?’ vraagt T.
‘Zo raar,’ zeg ik, ‘ik dacht dat ik viel.’
‘Waar wordt de vermoeidheid door veroorzaakt?’ herhaalt ze.
‘Eenzaamheid, verdriet en onveiligheid.’ Ik som het op alsof ik de antwoorden van een kaartje lees. ‘Ik voel me nog alleen-der-der op de wereld dan Remi,’ voeg ik eraan toe.
Dat boek moest ik vroeger lezen en herlezen. “Het is zó mooi,” vond m’n moeder, en ik maar janken.

Stuk voor stuk moet ik de gevoelens groter maken. Een deksels karwei.
Bij binnenkomst had ik de doos tissues al zien staan die Tanja voor me had neergezet voor het geval mijn traanbuizen gaan jeuken. Ik háát tissues.
Ik voel me zwaar; alsof de zwaartekracht me tegen het zand wil drukken. En zwart. Alles in mij is zwart.
‘Hoe krijg je dat eruit?’ vraagt T.
‘Door onweer,’ zeg ik. Zo langzamerhand kijk ik nergens meer van op.
‘Maak er een wervelende show van!’ moedigt de therapeute me aan.

Ik maak er apocalypserig rotweer van. Het knettert, het flits, het rommelt en dondert. Inktgrijze wolken laten roffelend hun lading vallen. Ademloos en zeiknat sta ik eronder en geniet. Dan laat ik repen blauw in de lucht langzaam dichterbij komen.
En daar is de zon. Ze schijnt op m’n gezicht en in een mum van tijd ben ik droog. Ik voel me net Hansje Pansje kevertje. Al het zwart in mij is in één keer weg; wat een feest! Ik voel me zo licht als een veertje.

Ineens ben ik weer omhuld door duisternis. Er dringt zich een groeiende berg irritatie in me op. Wat nou weer?
‘Waar ben je nu?’ vraagt T.
Goeie vraag…
Met duim en wijsvinger doe ik een aansteker na: het geeft een glimpje licht. Genoeg om te zien dat ik in de donkere kelder onder ons huis in Rotterdam sta. Waar het altijd donker en vochtig was en grote spinnen zaten. Een druk op de lichtknop leverde 20 seconden zicht op; daarna floepte het automatisch uit. Te weinig tijd om naar de trap naar boven te rennen. Doodeng vond ik dat als
kind. Maar ik ben geen kind meer, en niet meer bang voor spinnen of duisternis! Op de tast vind ik de deur naar de binnentuin. Ik trek ‘m open. Zonlicht prikt in mijn ogen en ik zie dat het goed is.

De heks van Hans en Grietje

Keek op de week (28)

Het was dringen bij kaaskraam op de markt. Moeder zei tegen kleine jongen: ‘Ga wat lekkers kopen bij stroopwafelkraam,’ en stopte geld in z’n knuistjes.
‘Waar dan, mam?’
‘Aan de overkant. Daar, achter het boord in de hoek,’ wees ze.
Ventje deed paar stappen en bleef weifelend staan. Keek naar overkant van markt alsof het overkant van de wereld was.
Ik liep naar ‘m toe en vroeg: ‘Zal ik met je meelopen?’
Ventje hield acuut handen met grijpstuiver op z’n rug. Was deze stokoude vrouw de heks van Hans en Grietje? Of wilde ik alleen z’n geld afpakken?
‘Je hoeft me geen hand te geven. Loop gewoon mee,’ stelde ik voor.
Knaapje knikte kort. De lefgozert.
Bij stroopwafelkraam was het opstellen in rijen van vier. Laveerde jongen tussen volwassenen door, zette ‘m pal voor neus van bakker en zei: ‘Deze kerel heeft ont-zet-ten-de trek. Mag hij voor één keer voor?’
Dat mocht.

Zoiets fijns meegemaakt. Mijn vingers staan in brand het te vertellen. Mijn boek was uitverkocht en heb derde druk besteld! Helaas geen herziende uitgave dus lezers zullen het met foute nummering in inhoudsopgave moeten blijven doen.

Sinds maart loopt Roos drie dagen per weer stage in Haarlem. Onder mom: wat je ver zoekt, is lekker.
’s Ochtends 5.45 uur jaagt Man haar met vleesvork uit bed.
06.15 rijden ze weg.
Kind ontbijt en doet make-up in auto. Pakt in Den-Haag trein naar Schiphol, stapt aldaar over op andere trein en vervolgens met bus naar eindbestemming.
Is laaiend enthousiast over bedrijf, “collega’s” en werkplek, maar man, man, die terugreis met OV naar huis.…
Zaterdag vroeg op om naar haar werk te gaan.
‘Ben je moe?’ vroeg ik ’s middags, kijkend naar haar wallen.
Wie? Zij? Huh! Ze ging boven even sporten. Kon dat nog voor het eten?
Welja, tijd zat.
Wat was het stil…Ik ging eens kijken.
Ach gut, was ze onderweg naar de zolder gestruikeld over ons bed en erop in slaap gevallen.

Hing gemoedelijk tegen Lief aan op bank met voeten op tafel. Op tv bewoog de toestand van de wereld.
‘Wat heb jij aan?’ vroeg Joris.
‘Kleren,’ zei ik.
Man, narrig: ‘Wat zit daar?’ en wees met wijsvinger.
Wist wat hij bedoelde maar deed of ik gek was.
Joris’ drukte wijsvinger in mijn linkerknie. ‘Een! Gat! In dit huis geen spijkerbroek met gaten!’
‘O, en jouw klusbroek dan,’ hoonde Kind vanaf de canapé. ‘Daar komt heel je knie doorheen!’
‘Daarvoor is het een klusbroek,’ kaatste Man.
‘Ha! Dus je geeft het toe!’ riep Roos voldaan.
Trots sprak ik: ‘Schat, mensen kopen spijkerbroeken met twee sneden op de knie alsof ze allemaal hetzelfde ongeluk hebben gehad. Dit gat is pure slijtage.’
Joris verloor belangstelling voor journaal. Jutte Rosa op: ‘Kom, we gaan naar buiten!’
Rosa trok één oog open en liet het onmiddellijk dichtvallen.
‘Wat een huishouden. Echt nie-mand luistert naar me,’ bromde Joris.
‘Is toch nooit anders geweest?’ wreef Kind erin.
‘Waarom zijn jullie het altijd met elkaar eens?’ informeerde Man.
‘Simpel,’ zei Roos, ‘omdat we altijd gelijk hebben.’

Durban, bloesems en oordoppen.

Keek op de week (28)

Vroegah – toen wij nog portiekwoning in Rotterdam huurden – wilde mijn moeder het voorjaar in huis halen. Toog daartoe met keukenschaar naar gebloesemde bomen. Een hele tippel. Zette thuis afgeknipte roze takken tevreden in vaas.
Haar gelaat betrok: zij snufte iets. ‘Een pislucht,’  sprak ze rillend van afschuw. Haar neus volgend, kwam ze uit bij de lieflijke bloemen op tafel waaruit als toetje een oorwurm kroop.
Voorjaar verdween voorgoed in de vuilnisemmer.

Liep slaapkamer in en zag dat iemand mijn kussen opzij gesmeten had. Aan manier waarop kon dat door slechts één iemand gedaan zijn.
‘Wat heb jij gedaan?’ vroeg ik Rosa.
Hond keek me met omfloerste ogen onschuldig aan.
Ik trok mijn dekbed opzij op zoek naar m’n oordoppen. Nada.
Keek onder bed. Niente.
‘Waar zijn mijn oordoppen, nou?’ vroeg ik hardop aan mezelf.
Als antwoord roffelde Rosa’s staart zacht op de grond terwijl ze haar bek aflikte.
Gafferdamme, ze heeft ze opgevreten!
Eén troost: Oost-Indischer doof dan ze is, kan ze niet worden.

‘Mijn vriend heeft een Alfa Romeo, een sportuitvoering,’ vertelde kapster. ‘Daar rijd ik in als we ergens naartoe gaan. Ben voorzichtig met parkeren bij stoepranden maar raakte onlangs toch trottoir. Vriend boos, want kras op de velg. Hij heeft twee dagen tegen me gezwegen. Ik liet de velg repareren en vroeg daarna of-ie weer kon lachen.
Reed-ie afgelopen week voorkant van auto in puin. ‘Moet ik nou drie weken m’n mond tegen jou houden?’ vroeg ik. Hij gaf toe dat zijn reactie overdreven was geweest.’
‘Nou, zoiets zal mij niet gebeuren!’ riep ik stoer. Moest schreeuwen want was nogal herrie.
Had amper opmerking geroepen of alle droogblaasapparaten zwegen.
‘Oh nee?’ vroeg kapster.
Er viel lange, akelige stilte. Een ieder hield haar adem in.
‘Nee, ik mag niet rijden in auto van m’n man.’
Vreugde alom was groot.

Ontving via Postcrossing kaart uit Durban, South-Africa. Van ene Frank met absolutely terribel handwriting. Oplossing: typed message van liefst 22 regels. Over zijn outstanding life en magnificant house; his job at High Court met huge salary. Hij doet dagelijks workouts in zijn eigen gym at the George Club. Op www punt.nog.iets staan great pictures van hem. Hij sluit every day af met kijken naar sunset op zijn private beach, lurkend aan glas Cabernet whatever. Only: he is so very lonely.
Heb Frank bedankt voor wat mij meest imponeerde: de postzegel met olifant.
It’s true. 

Eén-en-twintig!

31 maart 1996.
Zondag 23.00 uur breken mijn vliezen op de wc. Mijn tot barstens toe gezwollen buik heeft z’n langste tijd gehad. In bed heb ik direct weeën en blijf heel de nacht wakker. Man niet. Hij stapt in bed en valt acuut in coma; een enorme steun.

1 april 1996.
9 uur. Daar is de verloskundige. Ze vraagt om de hoeveel minuten ik weeën heb en rent weer weg. ‘Tot 12 uur.’
Tot 12 uur? Duurt het nog zo lang?

12 uur. De VK komt, voelt en gaat weer weg. ‘Tot 15 uur!’
Tot 15 uur? Ik kan haar wel sláán.
Man zegt: ‘Ik ga eten. Wil je ook een boterham?’
Echt hè? Ik verkeer in barensnood en hij denkt aan eten.

13 uur. Mijn vader komt een extra pak kraamverband brengen.
Door de continue lekkage ben ik er doorheen.
‘Het valt niet mee, hè?’ zegt-ie.
En dat vertelt-ie me nu pas!

15.30 uur. De VK komt en blijft. De kraamhulp verschijnt ten tonelen.
Ik weet niet meer hoe ik de weeën moet opvangen. Tevergeefs probeer ik alle standjes uit.

17.00  uur. Ik ben kapot. Ik kap ermee! Ik stuur iedereen de deur uit. Ook Joris. Vooral Joris: ‘Het. Is. Jouw. Schuld!’
Ik kijk intimiderend maar iedereen blijft.
‘Nu moet het binnen een uur geboren worden anders moet je naar het ziekenhuis,’ dreigt de VK.

18.00 uur. Mijn gezicht en kleren zijn drijfnat. Ik pers alsof mijn leven ervan afhangt. Ik doe net of ik moet poepen, maar dan anders.
‘Wil je het geboren zien worden?’ vraagt de kraamhulp. ‘Dan pak ik de spiegel uit de badkamer.’
‘Alsjeblieft niet.’

18.40 uur. Ik beval op de grond in de slaapkamer. Er verschijnt een hoofdje met navelstreng om de nek.
‘Doe maar even rustig aan,’ adviseert de VK.
Net nu ik een lancering in gedachten had.

18.45 Ik ben moeder! Maar van wie?
Alle drie kijken ze met obsessieve interesse tussen mijn benen.
Ik hoor en zie niets, en word op zes verschillende manieren zenuwachtig.
‘Ze (!) krijgt zuurstof,’ zegt Joris geruststellend.

Dan een brul en er wordt iets op mijn buik gelegd.
Wat is dat? denk ik. Oh ja, een baby! Door de pijn was ik vergeten waar ik mee bezig was.
‘Ik doe het nóóit meer,’ zeg ik hartgrondig tegen de VK.
‘Dat zeggen ze allemaal,’ lacht ze.
‘Maar ik meen het,’ werp ik tegen. ‘Hecht mij maar met schrikdraad.’
‘Meid, je bent een wonder. Bevallen van een negenponder zonder knip of scheur.’

Ik kijk naar mijn levende kunstwerk: een meisje met rood haar en een verkreukeld gezicht. Ik heb het gevoel alsof een loc met 67 goederenwagons over me heen is gereden, maar ze is het waard.

Lieve Roos ♥ de wereld werd pas mooi met jou erbij.
Van harte gefeliciteerd met je éénentwintigste verjaardag !

Fibro…eh…myal-dinges

Die dag begon zo goed totdat mijn wekker afliep.

Het waaide debiel hard. Vogels hingen zeeziek in de bomen en tijdens mijn rondje met Rosa overleed de stormparaplu. Meestal is het één balein die het begeeft, maar ditmaal waaide de ene helft van de plu volledig over de andere heen.
’s Avonds constateerde Man: ‘Vakkundig gesloopt, je moet het maar kunnen.’

Onderweg naar het ziekenhuis in Gouda stond ik stil bij een stoplicht. De auto voor me trok op, ik deed hetzelfde, tot m’n voorganger abrupt op de rem ging staan, ik een fractie te laat was en een zachte duw het resultaat was.
Een zijstraat verder stapten we uit onze auto.
‘U heeft me aangereden! U heeft me aangereden!’ krijste de bestuurster hysterisch.
Op haar achterbank ontwaarde ik een maxi cosi met baby en snapte haar doorgedraaide emotie.
Ik gunde me geen tijd het schadeformulier in te vullen en schreef mijn privégegevens op een kladje.

In de parkeergarage waren alle zes verdiepingen inclusief het dak bezet. De terugreis naar buiten duurde twintig minuten. Ik besloot m’n koekblik bij een hoog flat neer te prakken, holde naar het ziekenhuis en meldde me exact op tijd bij de balie.
Waar mag je tegenwoordig nog ongeremd zeuren en zaniken? Bij de internist.
Gewapend met mijn handtas liep ik zijn spreekkamer binnen. De arts straalde een serene rust uit.
Moe van het nietsdoen en krom van de spierpijn klaagde ik: ‘Als ik hier druk, doet het daar pijn, en als ik niet druk overal.’
‘Waar zit de pijn precies?’
‘Hoofd, schouders knie en teen, en overal ertussenin. Ik heb zo’n spierpijn, als deze neerwaartse spiraal doorzet, word ik nog hersendood.’
‘U ziet er niet depressief uit,’ sprak de arts welwillend. ‘De meeste mensen stappen hier naar binnen met hun hoofd naar beneden.’
‘Emotionele oprispingen reserveer ik voor thuis,’ bekende ik.

Hij keek somber alsof hij het antwoord op mijn klachten al wist.
Ik ook. Al een half jaar, maar ik wilde het van een expert horen.
‘Fibromyalgie, een pijnsyndroom zonder ontstekingen. Ook wel weke delen reuma genoemd.’
Het klonk geruststellend. Ik voelde me acuut een stuk beter. Zonder etiket ben je – waar ik vandaan kom – een aanstelster.
‘U gaat een traject in: naar de reumatoloog, fysiotherapeut en krijgt begeleiding hoe om te gaan met pijnklachten.’
Ik slikte alles voor ongezoete koek en kon weer gaan.

Terug bij de auto fladderde een wit vel papier uitdagend onder de ruitenwisser. Een parkeerboete van 61 euro 80. Ik voelde me genaaid  een hond die zijn vacht uitschudt na een lange wandeling in de regen.
Terwijl ik naar huis reed, scheen de waterig winterzon spookachtig door grillige wolken op de polderwegen. Met de wissers op de hoogste stand-  evenals de verwarming – besloot ik dat ik in ieder geval droog zat.
Mijn glas is nooit halfvol. Ik weet waar de kraan is.

Stamper

Keek op de week (28)

Dubbel en dwars gebruik gemaakt van stemrecht. Man had weer last van gebrek aan belangstelling. Achtervolgde hem afgelopen woensdag door het huis met mattenklopper.
‘Iedere stem tegen die geblondeerde idioot telt. En als jij niet stemt, mag je ook vier jaar lang niet klagen!’ riep ik dreigend.
Joris ging. Doet werkelijk alles om z’n vrouw tevreden te houden.
‘Weet je nog hoe het moet?’ vroeg ik vals toen hij de deur uitging en gaf hem op valreep nog tip mee: ‘Flink aan het rode potlood likken.’
Joris, Roos en ik hebben alle drie op andere partij gestemd en alle drie “gewonnen.”

Heb nieuw woord geleerd dankzij verkiezingen. Scrabbelaars, wordfreuders, cryptogrammers en puzzelaars opgelet: stembusstamper.
Door hoge opkomst en riante kandidatenlijst moest papier aangestampt worden met speciaal stuk hout dat door stembus past.

Blijkt dat ik zout-tekort heb. Verzin dit niet. Advies van biologische dokter: chips eten.
Ging op ontdekkingsreis in voorraadkast en vond zak naturel ribbelchips. Leeg gegeten tot de bodem. Kan er maar weer van af zijn.
Bleek volgende ochtend geen gram aangekomen. Beetje jammer.

‘Is de verbouwing van je huis al begonnen?’ vroeg ik Vriendin.
‘Ja!’ gilde ze door telefoon. ‘Er lopen allemaal knappe, stoere, hardwerkende jonge kerels door mijn huis. In zweterige T-shirts zonder mouwen en met tatoeages op de schouders. Voel me net een cougar.’
‘Toch alleen overdag?’ informeerde ik vrijpostig.
Liet Vriendin zich niet over uit.
‘Kom ik nog geen pyjamaparty bij je doen,’ liet ik haar weten.

Vriendin H. kwam bakkie doen. Spreken elkaar regelmatig; zien elkaar zelden.
H. heeft gestroomlijnd huishouden. Werkt twee dagen in de week. Ziet er immer op top uit en is sociaal buitengewoon handig. Kortom: geslaagd mensch. Petje af. Voel me vergeleken bij haar een chaotische slons en rommelkont.
Wij namen laatste dorps-roddels door. Althans: zij praatte; ik luisterde.
Vriendin nipte van koffie toen Saartje plots onder koffietafel vandaan kroop en als volleerd hoogspringster naast H. op de bank sprong.
Ons gesprek viel stil.
Koffiekopje van H. trilde.
Vriendin heeft juffershondje en bood haar wijsvinger ter reuk aan. Mevrouw Konijn echter gaf H. ferme duw met neus, sprong van bank en liet als aandenken één ronde keutel naast H. achter.
Zou visite me geloofd hebben als ik had gezegd: ‘Dat doet ze anders nooit?’

Roos sleurde me af en toe onder steen vandaan toen ik gevangen zat in m’n eigen individuele privé winter. Wist precies wat ik nodig had. Dit was mijn uitkomst:
“Je Nederlandse woordenschat is 23.560 woorden. Je bent Harry Mulisch! Je kan zelfs nieuwe woorden creëren die het Nederlandse woordenboek zullen uitbreiden.”
Doe de test. 

 

De koningin van Lombardijen

Keek op de afgelopen zes weken (-: (27)

Ik is er weer.
Heb een tijd in het duister vertoefd maar zie de zon weer schijnen. Het Speenkruid bloeit en de kieviten buitelen. Leve de lente! Nog even en de bbq kan weer in de hens.

Bea zat er met kersttoespraak 2009 faliekant naast: digitale vriendschap is geen virtuele leegte maar een geschenk. Terwijl ik van de leg was, ontving ik bezorgde mailtjes, lieve appjes, bemoedigende kaarten en zelfs bossen bloemen. Een diepe buiging voor alle lieve reacties van mijn lezers!

Zag tot ontsteltenis dat voorraad paracetamol zo goed als op was. Kreeg acute aanval van hoofdpijn. Roos had al hoofdpijn, want griep. Wilde niets eten. Ja toch: Ben & Jerry ijs Cookie Dough. Wat doe je dan als moeder? Rennen naar de buurtsuper.

Uitslag slaaponderzoek is niet om over op m’n blog te schrijven. Aangezien opkroppen slecht voor gezondheid is, gooi ik het er voor geïnteresseerden toch uit. Blijk helemaal geen REM-slaap meer te hebben.
‘Fenomenaal verschijnsel,’ vertelde neurologe. ‘Maak ik zelden mee.’
Zoiets als hoofdprijs in de Staats maar dan anders. Is me raadsel waarom er wel karretjes op Mars staan maar er geen fatsoenlijke slaappillen  gefabriceerd kunnen worden.
Neurologe complimenteerde me wel met kekke cowboylaarjes. Alsof ik daar in bed plezier van heb.
Eet verdriet weg met pure chocolade. Aanrader!

Had Valentijnkaart gekocht voor Man.
‘Wat staat er op?’ vroeg Roos.
‘The best thing about you is everything.’
Peinzend zei Roos: Everything…da’s wel veel, hè?’
‘Waren nog twee andere kaarten,’ expleende ik. ‘Eentje met: “Hé knapperd” maar het mooie heb ik er na 24 jaar afgekeken, en op andere: “Ik houd meer van jou dan van mijn mobiele telefoon.’”
‘Goeie keus gemaakt, mam,’ complimenteerde Roos.

Openbare leven in dorp lag op z’n gat. Totale ontwrichting door crisis op Brienenoordbrug. Alle toevoerwegen naar pont stonden vast.
Ik stond klem in de file. Kon niet vooruit, achteruit of naar rechts.
Maar…wel linksaf het trottoir op. Langs het Cultuurhuis en dwars over bergen zand het bouwterrein op- en weer afrijden.
Gaf enorme dot gas. Omstanders keken met verbazing toe. Bouwvakkers lieten mond op de grond vallen.
Voelde me net de koningin van Lombardije.
Bleek kortste route aller tijden naar achtertuin van therapeut.
Ga dit vaker doen.
Zal volgende keer wuiven.

Ontving fanmail van lieve neef & nicht naar aanleiding van m’n schrijfsel over schoonmoeder in het AD.
Ze vroegen zich af of de kaart nou ook op m’n blog kwam. En vooraf claimen ze copyright. Van je familie moet je het hebben!

En de winnaar is…

Tada…..

Gewonnen met 10 punten:
1. Marja gaf als eerste de antwoorden door en bleek qua score alleen te evenaren.
2. Wiebeltjes schreef dat ze “reteslecht” is maar sleept ondertussen de prijzen in de wacht.
3. Karin wist niet alleen dat ik saxofoon wil leren spelen, maar moedigde me meteen aan les te nemen.
4. Frederique zei – bescheiden als ze is – dat ze zeker één antwoord goed had; het bleken er tien!
5. Ekim vroeg zich af of hij me na jaren vriendschap nog een beetje kent. Dat blijkt een retorische vraag.

Vijf winnaars betekende dat er geloot moest worden. Ekim gaf aan geen prijs te willen (hij woont nogal klein) dus bleven er vier kandidaten over.

Roos vouwde briefjes met winnaars dicht. Deed ze in een emaillen vergiet, grabbelde erin rond en de winnares is….KLIK.
Lieve winnares, wil je me je adres mailen?

Er zijn geen verliezers, alle deelnemers krijgen eeuwige roem!

Op een gedeelde tweede plaats (met 9 punten) zijn geëindigd:
Marlou: vulde de lijst in met een uitstekend resultaat.
Minoesjka: zei dat ze veel moest gokken. Ga op paarden wedden; je bent een natuurtalent.
Mrs Williams: moest uren zoeken voor ze de antwoorden had.
Gwennie: we blijven beiden Martin Bril-fan!
A’tje: mijn complimenten: jij hebt als twee van de weinigen vraag 14 goed beantwoord: de tekst op mijn waarschuwingslabel.

Op een gedeelde derde plaats zijn geëigend:
Lutje: (8 punten) was zo inventief mijn juiste email-adres te vinden.
Petr@: wil vast net als ik dierenbeulen strenger straffen.
Dien: helaas, ik ben geen stoer wijf, maar we blijven partners in crime.
Anneke: dacht dat ze weinig antwoorden goed had, maar een score van acht is niet slecht.
Riet: (7 punten) Heel sportief! Ze deed mee maar hoefde geen prijs.
Karel: werd pffff moe van al die antwoorden invullen.
– Mrs T: dacht dat ik de tijd wilde stilzetten als ik kon toveren.
Frank: (6 punten) de originaliteitsprijs is voor jou! Om je eigen favoriete beroep (machinist) tussen mijn antwoorden te zetten was een meesterzet.
Di Mario: je antwoord op vraag 7 verbaast me niets, vredesactivist als je bent.
Fotorantje: dacht dat ik onzichtbaar wilde zijn. Typisch een wens van een fotografe.
Logbankje: (5 punten) nam als muziekkenner aan dat mijn ultieme liefdesliedje tóch van David Bowie was.

De antwoorden:
1.Mijn favoriete boek kon je lezen op de link naar Liebster Award. Het eerste antwoord is raak: The deathly hallows van J.K. Rowling. waarin alle afzonderlijke delen van Harry Potter samen komen. Een ongelofelijke prestatie.
2. Later als ik groot was, wilde ik dierenarts worden.
3. Als ik een slechterik kon zijn: Juf Bulstronk. Als enige met filmpje. De andere linken verwijzen naar Wikipedia.
4.Mijn favoriete zanger? David Bowie. Who else?
5. Als ik kon kiezen zou ik niet steenrijk willen zijn maar willen slapen, slapen, slapen. Een makkie voor de kenners.
6. De kekke laarsjes. Zie foto.
7. Toverspreuk. Een conflict met mezelf: vrede voor iedereen is een nobel streven maar ik blijk wraakzuchtiger dan gedacht en kies voor dierenbeulen strenger straffen.
8. Ik zou willen dineren met Aletta Jacobs. Sorry, sorry, sorry, ik stel velen teleur. Ipv voor een “stoer wijf” te kiezen, kies ik voor een feministe die studeren voor vrouwen op de kaart zette.
9. Het ondeugendste was Roos heeft gedaan? Ik weet het niet. Ze deed het alle vier! Elk antwoord is daarmee goed. Zie je dat ik meeval?
10. Mijn favoriete winkel is: O zo mooi. De enige link die naar een blog van mij doorverwijst. De overige linken verwijzen naar de betreffende winkels.
11.Mijn ultieme liefdesliedje is van Roberta Flack. In de link naar Marja staat mijn antwoord in haar reactieveld.
12. Ooit wil ik sax leren spelen. Staat in hetzelfde Award-blog als de boektitels (-:
13. Favoriete quotes: alle antwoorden zijn goed. Ik maakte een fout door vroegtijdig op “publiceren” te klikken. Mijn blog was nog niet af, waardoor er twee varianten in omloop waren.
14. Het waarschuwingslabel. Dit was dé instinker met afstand. Het is waar: ik wil vooral met rust gelaten worden. Voor het geval dát heb ik mijn mening paraat.
Slechts twee personen gaven het juiste antwoord: A’tje en Ekim.

Iedere deelnemer krijgt als hij/zij dat wenscht een persoonlijke kaart.

Geef me een seintje én je adres als je die kaart wil ontvangen! Mailen kun je naar pippi at freeweb punt nl.

Stank voor dank

Keek op de week (26)

Zondag: crisis.
Roos werkte aan sollicitatiebrief en hoofdvragen van scriptie. Worstelde zich zuchtend naar deadline. Hoorde bliep, pakte telefoon en riep hard: ‘Wat erg! Wat vreselijk!’ Met gevoel voor drama bracht ze handen naar haar hoofd.
‘Wattizzer?’ vroeg ik.
‘Appje van Suus,’ zei Kind, liet alles uit handen vallen waarmee ze bezig was en holde naar boven. Hoorden gestommel. Hijgend kwam Roos kamer in met onder elke arm een schaats.
‘Schaatsbaan is open!’ riep ze triomfantelijk.
‘Je zei net “vreselijk?”’ riep Joris geïrriteerd. ‘Wij dachten dat er wat met Suus was.’
‘Het is ook vreselijk: heb geen tijd om te schaatsen.’
‘Waarom dan toch gepakt?’ interviewde Joris verder.
‘Omdat ik toch ga.’
Man opperde bezwaren over deadline.
Roos ging met rug naar hem toe staan en zei tegen mij:  ‘Saskia wil ook mee.’
‘Pak mijn auto maar. Sleutel hangt aan kapstok.’
Wég was Roos.

‘Nou hebben we nieuwe auto met stoelverwarming, maar op toilet vriezen m’n billen aan wc-bril vast. Gru-we-lijk koud!’ klaagde ik.
‘Ja, echt hè?’ deed Roos duit in zakje. ‘Dóe daar eens wat aan!’ maande ze haar vader vanaf de 3-zits.
Joris – wiens achternaam Goedbloed is –  toog deur uit om aan dames’ wens te voldoen.
Kwam terug met nieuw ventilatierooster.
‘Het oude staat 24/7 open, maar deze,’ – Man hield nieuw aangeschafte product omhoog alsof het hoofdprijs in Staats betrof – ‘gaan lamellen pas na twee minuten open. Op voorwaarde dat jullie licht aandoen,’ doceerde hij streng.
Enkele dagen later hing nieuwe afzuiger aan wc-muur.
‘Als jullie naar wc geweest zijn, zal er buiten wel rioollucht hangen,’ gniffelde Man.
‘Een wonder dat de pot nog heel is als jij geweest bent,’ wierp Roos tegen.
‘Ja schat, als jij je billen licht, mogen toevallig passerende voetgangers van geluk spreken als ze het zonder tussenkomst van ambulance kunnen navertellen,’ riep ik.
Man keek naar mij. Man keek naar Roos. Verliet hoofdschuddend kamer.
‘Wel het licht aandoen, hè?’ riep Roos hem na.

Reed op Tiendweg en zag een muisje kriskras weg over trippelen. Remde en keek toe. Muisje hield midden van weg halt, keek naar mij in blauwe koekblik en liep tollend verder. Was-ie dronken? Miste voice-over van Sir David Attenborough. Miste ineens enorm Vriendin die zijn stem kan imiteren. Bah, rotmuis!

Tot nu toe 16 deelnemers voor Finland-prijsvraag.
Antwoorden kunnen tot maandag 30 januari 23.59 uur worden ingeleverd.

Ondanks nieuwe ventilatierooster vriest mijn delicate derriere nog immer aan wc-bril vast.
Toen viel bedankbrief van “Varkens in nood” in brievenbus. Met Sinterklaas-actie heb ik jute zakken gedoneerd. Zeugen die gaan bevallen hebben oerinstinct om nest te bouwen wat in kale stallen van vee-industrie onmogelijk is. Zeugen kauwen jute stuk en maakt nest voor haarzelf en koters. Heb dankbrief op toilet gelegd. Nog steeds koud aan mijn kont maar warm aan mijn hart.