Effe een paar bomen killen

Keek op de week (62)

Roos ging voor tentamen leren in UB (universiteitsbieb). Ook in weekend. Kind arriveerde 9.45 uur en zag lange rij wachtenden. Deuren gingen 10.00 uur open en studenten hólden naar binnen.
‘Wat mankeert die gasten?’ vroeg Roos aan medestudente.
‘Echt bizar! Het lijkt de Drie Dwaze Dagen wel. Ik heb het gefilmd.’
Kind droeg stippenshirt maar was allesbehalve in haar nopjes. Hield me via snapchat op hoogte van vorderingen/activiteiten:
#ff paar bomen killen (printen)
#echt lachen in die UB (gaap)
#recht is ruk
#en we zijn nog lang niet klaar, nog lange niet, nog lange niet…

Vond portemonnee in AH. Op rare plaats: vlak voor kassa. Was iemand boodschap van lijstje vergeten en teruggehold naar desbetreffende schap? Zag niemand terug komen rennen. Heb portemonnee in jaszak gestoken.

Lag wakker en had het koud. Half maart en nog kouder dan Kerst vorig jaar…
Moest denken aan Elfstedentocht van 1986.
Werkte bij Engelse bank en belde bedrag door naar Frieslandbank in Leeuwarden (start- en aankomstplaats schaatstocht, red.)
Stem aan andere kant vroeg: ‘Wat moet ik doen met deze informatie?’
‘Uw cliënt adviseren,’ zei ik.
‘Dat wordt morgen, hoor. Ik ben directeur en heb alle personeel ijsvrij gegeven.’

Is grap. Heb portemonnee afgegeven bij klantenservice.

Pok, pok, pok, tikte stok op smalle brug. Oude man die stok vasthoudt liep kromgebogen vooruit. In z’n hand riem waaraan hondje schuifelde. Man en dier hadden tempo aan elkaar aangepast.
Wachtte beleefd tot beide voorbij waren. Kon in tussentijd duikbrevet halen. Maande mezelf op te passen straks niet op hondje te trappen. Hield Rosa vast aan trektuig.
‘Doe maar aan de riem, want mijn hond is blind,’ zei oude man. Gevolgd door verwijtend: ‘Honden mogen hier niet loslopen.’
‘Weet ik, meneer.’
‘Waarom doet u het dan toch?’ vroeg hij met blik van boze bovenmeester.
‘Omdat dat wat niet mag leuk is,’ antwoordde ik.
Man snakte zowat naar adem. ‘Welja, straks bijt uw hond die van mij dood!’
‘Mijn hond doet niets, hoor.’
‘Zeggen ze allemaal maar honden zijn niet te vertrouwen. Die van u kijkt vals.’
Vond oude baas eerst zielig, maar nu irritant. Kreeg neiging mijn lippen op te trekken en te grommen. Maar kerel is bijna 100. Straks krijgt-ie hartaanval en is het mijn schuld.
‘U heeft geen weerwoord, hè?’ zei man net zo vals als zijn tanden.
‘Kan wel zeggen dat u hard van stapel loopt, maar u zult nooit meer hard zult lopen.’
Man snoof en sjokte verder.

Vertelde thuis voorval aan Roos.
‘Tsssk, achterlijke vent om te zeggen dat Rosa vals kijkt!’ riep Kind. ‘Hoe zou dat er uitzien?’ vroeg ze zich hardop af.
Ze riep Hond en die kwam. Roos trok hondenlip op. ‘Ik denk zo,’ zei ze.
Zien jullie ook een valse hond?

Het duivelsverbond

‘Je zal de mooiste romans schrijven en beroemd worden,’ belooft de onbekende haar.
Een halfuur geleden had hij naast Julia plaatsgenomen op het parkbankje. Ze had zitten dagdromen, haar gezicht naar de zon, een dichtgevallen boek op haar schoot.
‘Hoeveel kost dat?’ vraagt ze. De man heeft iets ondefinieerbaars. Een glad gezicht met oude wijze ogen, en een warme uitstraling die haar onderhuids doet rillen. Ze had zijn naam gevraagd maar daar had hij overheen gepraat.

‘Als tegenprestatie wil ik je gedachten lezen,’ antwoordt de vreemdeling.
Zoiets simpels? Julia had een gigantisch geldbedrag verwacht om haar vurigste wens in vervulling te laten gaan. Ze vindt het een vreemd voorstel; misschien moet ze er een nachtje over slapen…
De man staat op en zegt: ‘Ik moet gaan. Per dag kan ik een beperkte hoeveelheid wensen vervullen, begrijpt u?’

Julia’s ster is rijzende. Ze schrijft roman na roman, wordt uitgenodigd voor het Boekenbal en ontvangt onderscheidingen bij de vleet. Overdag lijkt haar leven een volmaakt vijfsterrenfeest.
’s Nachts echter lijdt ze ondraaglijke pijnen. Een niet te stuiten oorlog in haar hoofd.
‘Jij…jij…Creep! Je hebt tegen me gelogen!’ schreeuwt Julia wanhopig. Snikkend laat ze erop volgen: ‘Waarom doe je me dit aan?’
‘Jouw duisternis is mijn brandstof.’
‘Op het bankje kon je mijn gedachten ook al lezen, hè?’
Zijn voldane lach lijkt door Julia’s merg en botten te stromen.

Julia kan niet meer. Zittend op de houten vloer wiegt ze huilend heen en weer. Ze piekert in het donker. Ze is verdwaald in haar eigen leven. Hoe verslaat ze de duivel, want dat hij de duivel is weet ze inmiddels zeker. Als hij van duisternis leeft, moet ze hem bestrijden met licht…
Geniepig lacht de duivel: ‘Elke kaars en lucifer blaas ik uiuiuit!’

Midden in haar ellende herinnert Julia zich een uitspraak van haar oma: “Hoop is een lichtje in je hart.” Dát kan hij niet uitblazen! ‘Ik moet sterk zijn!’ roept Julia. Hardop spreekt ze zichzelf moed in: ‘Ik zal flink zijn! Ertegenin, ertegenaan!’
Ze staat op en holt naar de zolder. Daar pakt ze de oude stormlamp, en sleept trede voor trede een leeg aquarium achter haar aan naar beneden. In een kast rommelt ze tot ze een kaars gevonden heeft.

De volgende dag, wanneer de duivel nieuwe dagdromers ronselt, steekt Julia laat in de middag de kaars in de stormlamp aan en tilt het aquarium eroverheen.
Zodra de zon onder is, pakt ze een spa, graaft een gat in de tuin en begraaft symbolisch de duivel.
‘Ik leef nog!’ knarst hij.
‘Voor mij ben je dood!’ gilt Julia.

Ze loopt naar binnen, naar de stereo, en pakt een cd uit het rek. Zodra ze de eerste tonen hoort, zet ze het geluid harder, véél harder. Ze wil de bas in haar buik voelen bonken. Het is of de muziek speciaal voor deze situatie geschreven is. Theatraal. Majestueus. Zo hard ze kan zingt Julia mee:

‘Jouw hemel blauw met gouden hallen
Jouw wolkentorens, ijskristallen,
Kometen, manen en planeten, aah, alles draait om mij…’

Op de muren flakkert het lamplicht.
De stormlamp gaat bijna uit!
Julia knielt en tilt het aquarium een stukje op om er wat zuurstof in te laten. Op datzelfde moment ziet ze een dunne, stroperige sliert naar binnen bewegen. Van schrik laat ze de glazen bak los. Te laat: de duivel blaast haar kostbare lichtje uit.

Angstig deinst ze achteruit. Zullen de lamp en het aquarium exploderen? Ze wacht en wacht…
In de duisternis verliest ze ieder gevoel van tijd. Terwijl ze het steeds kouder krijgt, lijkt alles in haar langzaam lichter te worden. Julia moet er zelfs aan wennen dat het in haar anders zo drukke hoofd verbazingwekkend stil is…

Koninklijke ruis

Keek op de week (61)

Droomde dat ik met koning WA op slee zat. In plaats van achter, zaten we naast elkaar. Zoefden met bloedvaart berghelling af. WA – mét baard – zat rechts van me, en had stuurtouw in handen wat me allerminst beviel.
Praten die majesteit! Leek wel dolgedraaid Duracelkonijn. Kreeg er geen letter tussen en op tv leek hij me zo’n menselijke man. Koning of niet, zou me zijdelings van slee in sneeuw laten glijden om te ontkomen aan deze bron van vermoeienis.
Helaas verdwenen we op dat moment ondergronds de sneeuw in. Een soort overkapte bobsleebaan. Heb ik altijd gewild alleen niet met Wim-Lex. Keek opzij naar koning. Zijn bakkebaarden blowing in de wind. Vond het bespottelijk en dacht: kánnie waar zijn; dit is een droom. Zweepte mezelf op wakker te worden en aldus geschiedde. Precies op zelfde tijd als altijd: 02.23 uur. Wekkerradio kan er vijf minuten naast zitten, hoor.

Joris heeft aanrijding gehad. Zonder persoonlijke schade behoudens een enorm gebutst ego. Kreeg van herstelbedrijf leenauto. Een Maz.da. Nou en? Een blauwe!
Vroeg: ‘Schat, zullen we deez houden?’
Man kromp zowat in elkaar.
Na ophalen van herstelde heilige koe was Joris uitermate getergd: auto moet nog keer terug om sensoren erin te laten plaatsen. Moet door specialist gedaan worden, en niet wanneer het Man maar wanneer het specialist uitkomt. Mijn voorstel om sensorloos door leven te rijden werd gediskwalificeerd.

Verkiezingskrant gemeente viel op kokosmat. Bladerde blad geesteloos door. Oog bleef hangen op tekst van stichtelijke partij en wierp krant acuut op leesstapel in schijthuis. Aan politiek zit tenslotte ook luchtje.
Roos kwam thuis van uni en deed plas.
‘Mam!’ joelde ze, ‘dit is jouw partij!’ (Wij plassen altijd met deur op kier.) Roos las hardop:  “Wij willen dat prachtige buitengebieden worden behouden waaruit nieuwbouw geweerd wordt. Zijn tegen jacht en megastallen.’”
Hier met dat krantje! Sociale punten lazen ook voor vuist weg.
Ga voor eerst stemmen op plaatselijke partij.

Roos’ mobiel viel in emmer water. Onmiddellijk graaide ze ‘m eruit. Zonder te vloeken; het mag vermeld.
‘Mam, stop jij ‘m met onderkant naar beneden in rijst,’ instrueerde ze op toon van iemand die in tijdnood verkeerde.
Voldeed aan verzoek en propte rijskorrels in diverse openingen.
Kind verwijderde later kleffe rijstkorrels met satéprikker.
‘Hij doet het nog,’ zei ze met immense blijdschap. Zucht waarmee Kind zich op canapé liet zakken was niet in woorden uit te drukken.
‘O, niet tegen papa zeggen, hè?’
‘Tuurlijk niet, darling!’

Ontving blauwe Postcrosskaart van Angelica uit Germaniè. Zij is “blue lover too.” Haar favoriete voetbalploeg draagt blauw. Ze houdt van blauwe luchten, heeft (ook) blauwe fiets, (ook) blauwe auto en huis met blauwe luiken en deuren (zíj wel!)

Het diner

‘Voortaan gedraag je je, Elsemieke!’ moppert haar man wanneer ze in de auto stappen.
Ze had geweigerd tijdens het diner bij de ambassadeur een kreeft op haar bord met één vinger of stuk bestek aan te raken.
‘Marnix, je kent mijn principes,’ sprak ze kalm. ‘Voortaan stuur je ze maar een vel handgeschept papier met producten waar ik zogenaamd allergisch voor ben. Kreeft, slakken, mosselen – alles wat levend gekookt wordt. En verder: walvis, tonijn en kalfsvlees. O, en oesters, want die vind ik smerig. Zoek anders maar een gezelschapsdame die je begeleidt naar je chique diners.’
‘Dat kan ik toch niet maken!’
‘Dan weet je wat je te doen staat.’

Elsemieke prikt weer een vorkje weg. Dit keer bij de consul van Ghana. Van deze man druipt de ijdelheid af. Knap dat hij het met zichzelf uithoudt.
De gastheer klapt in zijn handen en roept trots: ‘Nu komt hét hoogtepunt van het diner! Het is een verboden delicatesse – dat zijn tevens de smakelijkste, kan ik u verzekeren– maar het is bovenal een goed bewaard geheim wát u eet en dat zal het helaas ook moeten blijven.’

De borden worden opgediend. Te midden van een saus in de kleuren van de Ghanese vlag ligt een stuk gebraden medaillon.
Elsemieke snijdt een stuk af en wacht zo onopvallend mogelijk op de reacties van haar disgenoten.
‘Heerlijk!’ roept een mannenstem.
Een vrouw zegt goedkeurend: ‘Zacht als kalfsvlees.’
De consul kijkt Elsemieke verwachtingsvol aan.

Beleefd stopt ze haar vork in haar mond. Voor het mooie net een iets te grote hap.
Ze kauwt en kauwt, en er trekt een huivering van haar hoofd via haar ruggenmerg naar haar stuitje. Zo snel mogelijk slikt ze alles door. Ze probeert naar de consul te glimlachen maar het lijkt of haar mond alleen nog maar uit tong bestaat. Haar keel zwelt op en slikken wordt moeilijk. O God, prevelt Elsemieke in stilte, wat heeft die griezel ons voorgeschoteld? Giftige slang? Van ellende duizelt het haar.

In paniek schuift ze haar stoel met een ruk naar achteren en komt met moeite overeind. Ze stamelt: ‘Ik…ik…voel me…niet goed.’
Het is haar aan te zien. Ze heeft een vale gelaatskleur, haar ogen fladderen in hun kassen en ze ademt gejaagd in en uit.
Een bediende kan haar nog net op tijd opvangen.

Marnix staat op en holt gealarmeerd naar zijn vrouw. Gesprekken verstommen en iedereen kijkt toe.
Een arts in het gezelschap staat op en stelt voor: ‘Met uw permissie, consul, stel ik voor mevrouw in de aangrenzende kamer op de sofa te leggen. Dan onderzoek ik haar daar.’ De gastheer knikt. ‘Waarde consul,’ vervolgt de arts, ‘ik moet u helaas verzoeken welke delicatesse u ons heeft aangeboden. In verband met de eventuele behandeling. Het geheim blijft uiteraard binnen deze kamer.’

Er valt een lange, akelige stilte.
Met leed overmande blikken kijkt iedereen naar Elsemieke die de kamer wordt uitgedragen.
De consul is finaal van de kaart. Hij veegt zijn mond af aan zijn servet. Het kost hem zichtbaar moeite zijn geheim te onthullen. Met een stem verstikt van spanning zegt hij uiteindelijk: ‘Het is…het is mensenvlees.’

IJsbloemen in je ogen

Keek op de week (60)

Dank aan ieder die petitie voor grote grazers in Oostvaardersplassen getekend hebben! Teller staat inmiddels op ruim 32.000 stemmen…

‘Koud buiten?’ vroeg ik maandag aan Joris toen hij 04.50 uur terugkwam van rondje Rosa.
‘Valt mee.
‘Je hebt onderweg wel je muts opgezet.’
‘Kou valt mee.’
‘Draag je ’s zomers ook weleens je muts dan?’
Man zuchtte diep en lang.

Onbekende man duwde met bouwvakkersdecolleté autodeur dicht. Sjokte naar voordeur met in iedere hand boodschappentas plus orchideeënplant in plastic. Smeet planten op grond en sleepte zichzelf en tassen naar binnen. Deed deur dicht.
Op terugweg stonden bloemetjes nog steeds buiten. Ik belde aan.
‘Alstublieft meneer, uw planten hebben het koud.’
Kerel keek me vinnig aan, rukte plastic zakken uit m’n hand en smeet pontificaal deur dicht.
Ik keek naar vitrage waarachter minstens tien gestorven orchideeën stonden. Logisch; bij zo’n stuk chagrijn is gevoelstemperatuur altijd -15. Sprak monter tegen dichte deur: ‘Graag gedaan,’ en keerde om.
Toevallig passerende vrouw schoot in lachstuip. ‘Daar woont zo’n gezellige man,’ schaterde ze. ‘Hij wordt door hele blok Boze Buurman genoemd.’
Dát hielp.

Leve ijspret!
Kind hield tijdens studie in universiteitsbieb Twitter van ijsbaan in dorp in de gaten. ‘Als-ie opengaat, ga ik vanavond niet naar koor!’
Geduld werd ernstig op proef gesteld want donderdagavond giet it pas on.
‘Kleed je goed aan, het is koud,’ adviseerde Joris.
‘Huh. Weet je hoe ze dit weer in Finland noemen?’ snoefde Roos.
‘Nou?’
‘Donderdag.’
Roos vertrok 19.00 uur en zou met Suus tot sluitingstijd (21.30 uur) blijven.
20.15 uur ging deurbel.
Donderdag stond op stoep. ‘Ik ben dood,’ rilde Roos. ‘IJsbloemen staan in m’n ogen. Heb nergens gevoel meer in.’
Leve warme douche!
Vrijdagavond gingen Roos en Suus weer. Volgende ochtend waren ze als eerste op schaatsbaan. Coole chicks!

Ik heb een man én een vriend, jaja! Kwam vriend vrijdag in polder tegen. Zo’n knappe verschijning. Zijn hond, hoor. Ook een choco-lab: Pu.ck.
Man moest drie keer kijken.
‘U herkent me niet, hè?’ schaterde ik. Keken elkaar aan en gierden het uit. Was werkelijk om te schreien. Gedeelte van onze gezichten dat bloot lag, zag rood van snerpende Oostenwind tegen. Ogen traanden, en druppels aan neus zouden weldra bevriezen.
Vertelde hikkend: ‘Vroor vanochtend zowat dood toen ik konijnen buiten eten gaf.’ (Geen paniek. Knaagdieren zitten er warmpjes bij, red.) ‘Heb Laplandmuts van m’n dochter opgezet. Keek snel in spiegel voor ik wegging. Je snapt niet waarom een mens dat zichzelf aandoet, hè?’
Hondenvriend sprak proestend: ‘Toen ik met pensioen ging, heb ik alle petten weggegooid. Hoefde toch nooit meer op de fiets naar m’n werk. Heb vanochtend muts uit kast geklauwd. Zie er zo vreselijk uit dat ik van ellende selfie heb gemaakt.’
Diep weggedoken in z’n capuchon zag ik stukje van gratis muts van foute frisdrankfabrikant.
‘Die honden hebben nergens last van, hè?’
Honden dolden inderdaad alsof het zomer was.
Eén verschil: Rosa’s tennisbal die ze vorige week verloor, ligt vastgevroren in sloot. Hond is finaal kluts kwijt.

De kordate man

Zo geruisloos mogelijk sluit Lars de buitendeur. Hij laat een boer, en ruikt het bier en de frikandel speciaal met extra uitjes die hij op heeft. Na het maken van een blazend geluid constateert hij dat het een goed uienjaar is.
“Uien zijn gezond, daar zit veel vitamine C in,” zei zijn moeder zaliger altijd. Zij wist wat een man nodig had!

Kon hij dat van z’n vrouw ook maar zeggen. Nijdig schopt hij haar dure schoenen door de gang. Ze is een dragonder geworden. Steeds vaker dreigt ze met de deegroller. Eist dat hij na zijn werk fastfood haalt, bloemen voor haar meebrengt en of dat nog niet genoeg is, verbiedt ze hem op vrijdagavond naar de kroeg te gaan. Hij deugt maar voor één ding: geld verdienen.
In hem woedt een fik. Vanavond heeft hij zich moed in gedronken: hij gaat eisen stellen! Punt één is: vers eten koken. En hij gaat maatregelingen treffen om zijn eisen ingewilligd te krijgen.

Kordaat schuifelt Lars op zijn sokken in het donker naar de keuken. Daar knipt hij de zaklamp van zijn telefoon aan en trekt diverse lades open. Nergens vindt hij de deegroller; dat is een tegenvaller.

Zijn volgende object staat op de keukentafel: Miranda’s tas. De rits is open. Om haar portemonnee, telefoon en autosleutel te pakken, hoeft hij alleen zijn hand uit te steken. Hij pakt haar pinpas en stopt die samen met haar autosleutel en mobiel in een plastic zakje. In een opwelling doet hij zijn eigen spullen er ook in, en verstopt alles in de garage in een frituurpan die alleen voor oliebollen bakken gebruikt wordt. Hij laat weer een scheet en gniffelt. Hij zal z’n vrouw een poepie laten ruiken! Zonder pas, telefoon of zijn handtekening kan ze 0,0 eurocent uitgeven.

Shit. Hoort hij boven een piep van de douchedeur?
Ademloos staat hij stil en wacht. Wanneer hij niets hoort, loopt hij naar de trap en omklemt de leuning.

Boven is alles stil.
De gedeeltelijk openstaande deur van de badkamer werpt een reep licht op de overloop. Hoeft Miranda midden in de nacht niet op de tast naar de wc.
Op de overloop trekt hij zijn kleren uit. Hij laat ze liggen waar ze neervallen. Piesen hoeft niet; dat heeft hij buiten tegen de boom van de buren gedaan.

Beneden slaat de pendule twee keer. Stel dat ze wakker wordt en zijn drankkegel ruikt, dan boft hij als hij op de bank mag slapen. Zijn wilskracht borrelt weer op. Zo hoog dat hij zin krijgt in een onmiddellijke confrontatie, maar iets vertelt hem dat hij het ijzer beter morgen kan smeden.

Ineens valt hij stil. Waar is Baco, Miranda’s hond? Het beest is weliswaar dover dan de spreekwoordelijke kwartel maar merkt meestal wel wanneer hij thuiskomt. Dat beest erkent hem ook niet als leider. Met ingang van morgen gaat dat ook veranderen!
Tevreden over zijn goede voornemen duwt Lars de slaapkamerdeur open en stokt waar hij staat. De bult in het echtelijk bed is te klein om zijn vrouw te kunnen zijn.

‘Vuile klootzak!’ klinkt een krijsende stem achter hem. Tegelijkertijd krijgt hij zo’n harde duw dat hij struikelt en voorover op bed valt, wat een woest gegrom onder de dekens veroorzaakt. Terwijl zijn vrouw vloekt en tiert, wil Lars overeind komen maar het duizelt hem. De duizeling is niets vergeleken met de klap die hij op zijn hoofd voelt. Het is of de binnenkant van zijn schedel zich vult met vuurwerk en explodeert. Er gaan duizend gedachten tegelijk door zijn brein maar er kan er maar één de laatste zijn: het was een verdomd goed uienjaar.

Over draken en een kathedraal

Lieve lezers,
Willen jullie me een plezier doen?
Laat de grote grazers in de Oostvaardersplassen niet verhongeren. Elke winter komen er dieren om van de honger omdat Staatsbosbeheer weigert ze bij te voeren. Ze willen dat de “natuur” hun gang gaat, maar er is geen sprake van natuur, want er staat een hek omheen. De dieren kunnen geen kant op!
Teken alsjeblieft deze petitie.

Keek op de week (59)

Roos ging met drie vriendinnen naar concert van Imagine Dragons in Sportpaleis, Antwerpen. In wier auto? Precies!
‘Mag je eerst ramen en deuren 24 uur tegen elkaar openzetten anders vallen meiden flauw. Auto stinkt als de hel!’ riep Joris.
‘Naar Rosa,’ verbeterde ik, ‘en wanneer dat dames niet behaagt, kunnen ze met de trein. Waarom mogen ze eigenlijk niet in jouw auto?’
‘Ja, pati!’ riep Roos, ‘Jij hebt ‘m toch niet nodig.’
Man liep richting woonkamerdeur. Werd te heet onder zijn voeten.
‘Nee, dan jij!’ riep Roos tegen Joris’ rug. ‘Jij zit te ruften in je auto. Daarbij stelt Rosa niets voor.’
Vriendinnen hebben niet geklaagd over stank. Concert was “Waanzinnig. Zó gaaf. Ik ben blij dat ik geweest ben.”
Kind’s wallen hingen volgende ochtend op haar hielen maar ze vertrok stralend naar werk.

Ik was beetje dom. Gooide bal met werper naar links doch bal belandde rechts op ijs. Rosa wilde sloot oplopen. Ik riep direct: ‘NEE!’
Hond bleef met voorpoten omlaag en kont omhoog bij slootkant naar bal zitten loeren. Keek mij daarbij verwijtend aan. Baas, krijgt altijd op m’n sodemieter wanneer ik bal kwijtraak en nu mag ik ‘m niet pakken.
Kreeg hond niet aan verstand gebracht dat door ijs zakken gevaarlijk is.

‘Ga je sluiten?’ vroeg ik aan kassière. Vroeg dat want veel kassamedewerkers willen dat doen zodra ik in beeld verschijn.
Kassajuffrouw schudde haar hoofd dat strak stond van rampspoed en verveling.
Ik schatte haar hooguit twintig. Haar gezichtsuitdrukking had ze aangepast aan haar sluike, zilvergrijs geverfde haar. Als ze al iets uitstraalde was het: ik wil naar huis. Komst van klant ís ook lastig te behappen in supermarkt.
Ze zei boe noch bah. Reageerde niet op mijn ‘Goeiemiddag.’ Vroeg niet: Wilt u pinnen? Spaart u zegeltjes?’
Na afrekenen, viel mijn oog op haar naamkaartje. Oh boy, er stond: Joy.
Mijn tong vloog bijna uit bocht maar wist slippartij te voorkomen. Wenste Joy een gezellig dag. Kon ze goed gebruiken.

Roos keek afgelopen vrijdag op laptop van buurvrouw naar curling op Olympische Spelen.
Vroeg ontsteld: ‘Naar curling?’
‘Ja,’ zei Kind, ‘Alles is spannender dan college pandrecht.’

Afgelopen week werd overleden Ruud Lubbers herdacht in Elizabeth kathedraal in Rotterdam. Ga het niet hebben over voormalig oud-premier maar over kathedraal.
Mijn oma zaliger had een tante: tante Elizabeth. Een vrijgezelle vrouw die zowel intens vroom als bloedverziekend rijk was. Terwijl mijn oma en haar 16 broertjes/zusjes van honger nauwelijks ontlasting hadden, negeerde tante haar familie. Later liet ze haar fortuin na aan kerk. Bouw van kathedraal werd volledig gefinancierd door tantes nalatenschap en draagt daarom haar naam.
Mijn oma – God hebbe zeker háár ziel – had tijdens haar leven geen luis om dood te drukken en wat ze had, gaf ze weg. Haar motto was: “Doe wel en zie niet om.”
Daar kan een kathedraal niet tegenop. 

Onderkoeld

Keek op de week (58)

‘Trek iets warmers aan dan dat niemendalletje,’ zei ik tegen Roos. ‘Rode kruis waarschuwt voor onderkoeling tijdens carnaval.’
‘Nou en?’ sprak Kind ijzig. ‘Jij doet altijd waar jij zin in hebt, en ik nu ook.’
Goed weerwoord: lekker kort.
‘Thuis lijd je altijd kou en lig je tot je wenkbrauwen onder deken op bank te chillen. Straks ga je in vrieskou zowat naakt lopen recreëren. Je kan beter echt legertenue aantrekken,’ hield ik vol.
‘Zou je wel willen, hè?’ antwoordde nageslacht vilein. Alsof ze zich met teflon had ingesmeerd, vielen mijn woorden van haar af.

Ondanks blote hansop is Roos niet bevroren.
Legde van tevoren bij vriendin thuis goede bodem: pizza. Trok daarna carnavalspekske aan en vertrok met kornuiten naar centrum van Tilburg/Kruikenstad.
Meiden sjouwden van kroegie naar kroegie.
Kind heeft geen kou gevoeld want: “Buiten stonden heaters en ik had nog kniekousen gekocht.”
Ze was onder indruk van gezellige sfeer maar vooral van zelfgemaakte kostuums. Net toen het  gezellig werd – 03.00 uur –  toog het stel naar huis.

Heb Valentijnskaarten verstuurd. Vroeg aan Roos lippenstift om kusjes op enveloppen te drukken in plaats van postzegels te plakken.
Kreeg afgekloven exemplaar en stiftte lippen. Wist meteen weer waarom ik nooit lippenstift draag: is vies, bah!

Slijmerige man van eind in zeventig draaide zich in kassarij naar me om en glimlachte.
We wensten elkaar goedemiddag.
Had ik dat maar niet gedaan.
Kerel wees naar colbert en stropdas en zei: ‘Allebei nieuw. Wat vindt u ervan?’
Protserig geruite jasje in felle kleuren deed zeer aan m’n ogen.
‘Netjes,’ loog ik beleefd.
‘Jaja, ik weet wel wat vrouwtjes leuk vinden,’ zei man zowel tegen mij als tegen vrouw vóór hem in rij. Vrouw en ik keken elkaar aan en rolden eendrachtig met ogen.
Borstklopperij was nog niet voorbij.
‘Ziet u dit?’ Dandy legde handen op zijn kale hoofd. ‘Dat betekent dat daar hersenen zitten. Dit haar aan de zijkant,’ – hij wees naar losse plukken – ‘betekent dat vrouwen je sexy vinden.’
Nou, nou, wat zijn we zelfverzekerd vandaag! Ik glimlachte flauwtjes. Man was overduidelijk uitzondering op eigen regel. Ik kijk nog liever naar enorme sigaar in feestelijke koker, terwijl ik afkeer van sigaren heb.
‘Ik zie u hier vaker. Woont u al lang in het dorp?’ informeerde kerel vrijpostig door aftershave-walm heen.
‘Een kilometer of zeven,’ antwoordde ik.
Vrouw voor me proestte het uit.
Kerel snoof, keek beledigd en draaide zich om.
Rug bleek verreweg zijn meest charmante onderdeel.

Droomde dat ik onder de douche stond met mijn kleren aan. Snap dat niet. Heb daar toch  wasautomaat voor?

In de zwevende hemel

Het wachten op de luchthaven duurt treiterend lang.
Van verveling knipt hij de reserveveters van zijn wandelschoenen in stukken. Halverwege een lange rij, bindt hij enkele bagagewagentjes aan elkaar vast. Het haar op zijn hoofd mag dan reeds lang vertrokken zijn, en het bukken moeizaam gaan, zijn streken heeft hij behouden.
Quasi corrigerend port zij hem tussen de ribben. Wanneer ze na een minuut of tien ziet dat zijn actie ontaardt in wrevelig touwtrekken bij reizigers, giert ze het uit van de lach. Haar gezicht een en al extase.
Te snel maakt de marechaussee een eind aan de stuntelige samenscholing.
Hij staat op om een krant met aandelenkoersen te kopen. Zij diept uit haar tas een thriller op en zet de kartonnen beker met koffie aan haar lippen.

Na rouw met verdriet is hun tijd samen gekomen.
Ze voelen zich verdrietig en gelukkig tegelijkertijd.
Ondanks een vroege vriendschap waarin vanaf het begin een diepe genegenheid voelbaar was, gingen hun wegen uiteen. Ze trouwden maar bleven elkaar kerstkaarten sturen, want vergeten konden ze elkaar niet.

Tijdens de hernieuwde kennismaking kwamen de gedeelde herinneringen met kruiwagens omhoog. Hoe ze fietsend hoge bergen na nederige dalen trotseerden. Ze bladerden door elkaars leven en konden niet stoppen met praten. Al was het dertig jaar geleden, het was alsof ze elkaar vorige maand nog gesproken hadden, en voelden  als vanouds dezelfde genegenheid. Elkaars lachrimpels tellend, was hun besluit snel genomen: samen zouden ze zich vastklampen aan de laatste hoogtepunten van het leven.

Zij is nog nooit zo ver van huis geweest maar met hem durft ze het aan.
Tijdens de nachtvlucht naar Singapore wil hij per sé haar hand vasthouden. Zij valt in slaap; hij ligt wakker en denkt aan gisteren.
Het doosje brandde in zijn zak.
Toen hij het uit zijn jaszak pakte, begon zij meteen te giechelen want ze wist precies wat hij van plan was. Met haar hand had ze een wegwerpgebaar gemaakt. “Laat die knieval nou maar zitten, anders moet ik straks 112 bellen om je overeind te laten takelen.”
Hij had zich een tikkeltje beledigd gevoeld maar waardeerde tegelijkertijd haar bezorgdheid.

Feit blijft dat ze al best een tijdje meegaan, al hebben ze de tijd en hun tanden nog. Feesten op hoge leeftijd heeft  zijn beperkingen maar met een aangepast programma komen ze een eind. Hekjes waar ze vroeger overheen sprongen, duwen ze nu open, en als ze bergen willen beklimmen, huren ze een auto. Praktisch is weer dat ze elkaars leesbril kunnen lenen en dezelfde schoenmaat hebben.

In het donker – met het eentonige vliegtuiggeronk op de achtergrond- houdt hij haar hand teder omklemd. Het dringt voor de zoveelste keer tot hem door dat hij de rest van zijn leven met haar zit opgescheept.
Morgen zullen ze hun intrek nemen in een waterbungalow op de Malediven en per glijbaan de Indische oceaan in plonzen.
Weer eenmaal thuis zullen ze knikkebollend voor het haardvuur in slaap vallen. En wanneer het vuur langzaam uitdooft, hebben ze altijd elkaar nog.

Een moordkop en een pillendraaister

Keek op de week (57)

Baas, kom gauw! Er is iets ergs gebeurd. Sloten waar ik altijd in zwem zijn stuk! Maak jij ze voor mij? Jij kan toch alles?
Ah nee…hondenzwemplas is óók kapot! Wanneer kan ik weer zwemmen, baas?
Nog vier dagen en nachten slapen? Kan ik.
Wat doe je? Is het weer zo ver? Logisch als je met die kou in je blote kont gaat zitten. Doe als ik: neem haar op je billen.

‘Goedemiddag. Herhaalmedicijnen van Kakelbont, alstublieft.’
‘Wat komt u halen? vroeg apothekersassistente.
‘Clonazepam.’
Ze sjokte weg en keerde met lege handen terug. Zuchtte vanuit haar knieholten, vroeg naar dag dat ik uit klei getrokken ben, en keek in computer. ‘Hier staat Rivotril. U zei daarnet iets anders,’ sprak ze verwijtend.
‘Is hetzelfde. Clonazepam is de stofnaam. Is voor mij een raadsel waarom ik ene keer het ene, en andere keer andere middel krijg.‘
Assistente vervolgde zoektocht. Had slechts 1 ½ uur de tijd want dan sloot apotheek.
Als door wonder getroffen vond ze tijdig zakje medicijnen.
‘Een probleem, mevrouw: er zit één pil te weinig in.’
Díe is meelevend! Was hier niet op voorbereid, wankelde en zocht houvast.
Onwetend van mijn gemoedstoestand, vervolgde assistente: ‘Zitten er 89 in, in plaats van 90.’
Dat zijn er dan 19 teveel. Hield wijselijk m’n mond want heb hier reeds verkeerde naam. Bovendien voorzag ik chaos: pillen hertellen, andere verpakking, nieuwe sticker… Dat verdiende deze hulpvaardige assistente vlak voor het weekend niet.
‘Hoe wilt u betalen?’ vroeg ze. ‘Contant of pinnen?’
‘Niet,’ flapte ik eruit.
‘Dat dácht ik wel, mevrouw,’ zei pillendraaister fel. Haar ogen vuurden pijlen af maar ik vond tijdig dekking achter balie.
‘Staat ook in computer,’ haastte ik me te zeggen, en boerde opnieuw geboortedatum op. Vrouw keek en keek, en knikte dat het goed was. Het deed zeer; dat zag ik.
‘Tot ziens,’ zei ik.
Gezicht van assistente zei: ging je maar verhuizen.

Voer verbeten oorlog tegen wegwerpmaatschappij. Ben op zoek naar fluwelen kledingborstel. Diverse winkels trachten mij kleefrollers op te dringen. Héél dom. Wil iets  kopen wat lang meegaat. Waarom is dat zo moeilijk?

‘Ranzige hond!’ schold Roos tegen Rosa. ‘Je hebt op bed gelegen, hè?’
Tegen mij: ‘Ze ruikt naar papa’s pyjama.’
Tegen Rosa: ‘Je weet dat je niet op bed mag!’
Hond keek met treurnisogen, kwispelde zacht met staart en fluisterde: Baas, kon er niets aan doen. Alle vier m’n pootjes werden er als magneet naartoe getrokken.
Roos adviseerde: ‘Gewoon bed dichtslaan, mam, en mond dicht tegen papa. Die ruikt toch niks.’

Broer trakteerde me op etentje. Dat je tijdens zoveel ge-oh nog drie gangen kunt wegwerken… Was giga-gezellig en super-smakelijk. Voor herhaling vatbaar.
Als dank foto van Taiwanese trein via Postcrossing. Ja, ik wéét dat je liever cappuccino met een moordkop hebt!