Kerstverhaal: een alledaags wonder

Kerst. Wat Sanne betreft niets meer dan een verzameling letters. Sinds haar ouders elk contact met haar verbroken hebben, voelt ze zich rond de “feestdagen” een emotionele dweil, en wordt ze verscheurd door een verlangen naar verzoening.
Haar laatste poging tot gezinshereniging was jaren geleden gestrand op de stoep bij haar ouders. Als een waakhond was haar moeder voor de deur gaan staan, haar armen demonstratief over elkaar geslagen en een granieten blik in de ogen.
Sanne was als bevroren geweest; niet in staat iets te zeggen. Haar hersens waren gewoonweg in staking gegaan.
Luid snuivend – alsof ze ineens heel verkouden was – had haar moeder haar vader naar binnen gedirigeerd, en was er zelf snel achter aangelopen.

Sanne was er al bang voor geweest: haar moeder is een geharnast mens. In haar aderen stroomt geen bloed maar anti-vries. Wanneer alles niet gaat zoals zij wil, kun je rekenen op scheldpartijen, tirades, kleineringen en treiterijen. De blauwe plekken op Sannes ziel zijn niet te tellen.
Alles moest perfect zijn. Dat begon al met de knutselwerkjes op de peuterspeelzaal en de hoge verwachtingen groeiden op met Sannes leven: haar kleding moest schoon blijven, haar rapporten uitmuntend, en haar vriendinnen van uitstekende komaf zijn. Toen haar vriendje niet werd goedgekeurd, kreeg Sanne de keus: uitmaken met hem of het huis uit.

Het liefst zou ze haar moeder in een kast opsluiten, wat geen kerstvriendelijke gedachte is.
Haar vader is een ander verhaal. Hij kan haar naam zeggen zoals niemand anders dat kan; hij heeft   er een speciaal toontje voor. Ook al wordt hij getiranniseerd door zijn vrouw, wanneer de prijs hoog genoeg is, zal hij een kans op hereniging niet uit de weg gaan. Als Sanne hem maar op de juiste plaats weet te raken…
Ze heeft gewoon een extraatje nodig om het ijs te breken. Iets waardoor haar vader onder de rokken van zijn overheersende vrouw vandaan durft te komen. En je weet maar nooit: wie weet zou haar moeder lichtelijk ontdooien.
Het had een tijdje geduurd, maar uiteindelijk had Sanne een goede ingeving gekregen, die bovendien nog verbazingwekkend makkelijk uit te voeren was ook. Soms heb je een wonder nodig, en vandaag gaat ze er eentje afdwingen.  

“It’s the most wonderful time of the year…” blert de autoradio.
Sanne legt ‘m het zwijgen op, en bekijkt zichzelf in de achteruitkijkspiegel. Ze ziet er uit of ze vannacht niet naar bed is geweest. Lizzy heeft heel de nacht haar peuterlongetjes uit haar lijfje gehoest, en wanneer ze niet hoestte, ging Sanne uit bed om te kijken of ze nog ademde.
Naast haar op de passagiersstoel niest haar dochter vol overgave. Geroutineerd veegt Sanne de snottebel weg met een tissue, en trekt de kerstmuts een stukje omhoog.
Het meisje had er op gestaan dat ze vanochtend haar kerstmuts wilde dragen. Het ding is alleen enkele maten te groot, en zakt telkens een stukje lager.

Sanne parkeert de auto, maakt Lizzy los uit de stoel, en hand in hand lopen ze naar het bewuste huis. De lichtjes van de kerstboom glinsteren door het raam.
‘Je weet wat je moet zeggen, hè?’ vraagt Sanne een laatste keer aan haar dochtertje.
Het meisje schudt zelfverzekerd en haar rode vlechtjes wippen op en neer.

Sanne drukt op de bel, zoekt dekking en wacht.
Eénentwintig… tweeentwintig… drieentwintig…
De deur gaat open.
Sanne houdt haar adem in en doet een schietgebedje. Heel voorzichtig gluurt ze om het hoekje.
“Dag meneer. U bent mijn opa,’ hoort ze Lizzy zeggen.
Verbaasd en lichtelijk van slag kijkt de man naar de dreumes op zijn stoep. Veel tijd om aan zijn nieuwe rol te wennen krijgt hij niet, want Lizzy snottert: ‘Hatsjoe!’
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, diept Sannes vader een zakdoek op, zakt door zijn knieen, en veegt de snottebel van zijn kerstverse kleindochter weg.
Lizzy’s kerstmuts zakt over haar gezicht, de belletjes tinkelen vrolijk en ze giechelt van pret.
Sanne weet het zeker: haar vader wil zijn kleindochter beter leren kennen. Véél beter. Ze ziet het aan zijn ogen.
Met een gemanicuurde hand voor haar mond heeft haar moeder er al die tijd roerloos naast gestaan, haar ogen vastgezogen aan het meisje. Haar stilte is veelzeggend.Sanne zou er bijna een kerstgevoel van krijgen.

Een intens lelijke gift

‘Kijk eens, lieverd, voor jou,’ zegt Joris, en hij reikt me een plant aan.
Ik verstar terplekke. ‘Jemig,’ zeg ik onthutst, ‘waar heb je die in je handen laten stoppen?’
‘In mijn handen laten stoppen? Die heb ik gekócht. Vorig jaar had je die toch ook?’
‘Helaas wel ja. Een witte.’
‘Nee, een rode.’
‘Nou,’ schampert Roos vanaf de bank, ‘die kans lijkt me klein, pap, zelfs ik weet dat deze plant ons huis nooit in komt.’
Tot vandaag dan. Jasses, jasses, jasses.

Ik snap het niet: heel de wereld en alle winkels liggen voor Lief open, komt-ie met een rode kerstster thuis. Ik mag een ondankbaar kreng lijken, maar ik heb een intense, gloeiende pesthekel aan die pokkenplanten, en dat roep ik al mijn hele huwelijkse leven lang. Alleen al de gedachte aan het krijgen van een dergelijk exemplaar maakt dat ik licht in m’n hoofd word.
Hoe kan Joris dit nou doen? Rekeningnummers van andere banken blijven wel in zijn hoofd hangen, maar mijn smaakvoorkeur niet. Het is een schande!

Zal ik de plant aan mijn moeder geven? Zij vindt ‘m prachtig en mijn vaders groene vingers houden ‘m tot Pasen goed.
Onmiddellijk corrigeer ik mezelf: Joris is een lieve, warmhartige echtgenoot, en hij bedoelt het goed. Dit zijn juist de momenten die een huwelijk glans geven.

Ik omarm de plant en zet ‘m ter uitzondering voor deze ene keer in de vensterbank. Een flink stuk achter de brede rug van de kerstboom, dan valt-ie niet zo op. Na Kerst geef ik de plant teveel water en dan lost dit probleem zich vanzelf op.

Zou Lief stiekem zelf van rode kerststerren houden?
Al jaren vraag ik me af wat de minder goede kant van van Meneer Kakelbont is, en volgens mij ben ik daar eindelijk achter gekomen.
Toch jammer van zo’n man.

Kerstballen

Je kan Roos’ jeugd teruglezen aan de kerstballen die in de boom hangen.
– Een egel zonder ogen. ‘Nee, hij slaapt!’ zei Roos verbolgen. Dat ik dat niet zag!
– Een metalen engel met belletjes. ‘Heel handig,’ zei Kind, ‘dan is het niet erg als jij hem laat vallen.’
– Maria met het kindje Jezus. ‘Ik vind Maria geen mooie naam,’ sprak Roosje-in-de-knop, ‘Ik noem haar Suzanne.’ Of het vanwege de naamsverandering of heiligschennis was, weten we niet, maar Maria verloor nog voor Kerst het kindeke uit haar armen. Sindsdien bungelt Jezus moederloos in de boom. ‘Ik hang er wel een rendier naast,’ zei Roos, ‘dan is-ie niet zo alleen,’
– ‘Wat is dit voor wit poppetje?’ vroeg ik, kijkend naar iets wat nog het meest leek op een kerstman in ondergoed met een flonkerend juweel in zijn buik. ‘Dat is een witte kabouter, mam. Ik vind zijn navel zo mooi.’
– Een engel zonder vleugels. Kind wilde alleen weten of ze goed vastzaten.
– Een roze big met glitters. Nog uit haar K3 periode.
– Een lolly in de vorm van een kerstlaars. Die heeft de Kerst louter overleefd omdat Kind beugelde.
– Een oranje breekloze bal. Dé uitvinding voor moeders met losse handjes.
– Voorts enkele ballen waar bij een zonnebril wenselijk is, waaronder een discobal met flikkerlicht. Ik had nog zo gehoopt dat de batterij leeg zou zijn.
– Roos’ laatste nieuw aanwinsten zijn kerstballen in de vorm van muffins.

Het had weinig gescheeld of we hadden Mevrouw Konijn ook in de boom kunnen hangen. In een onachtzaam ogenblik zette ze verlekkerd haar tandjes in het lichtsnoer. Bijna hadden we óf geroosterd konijn kunnen eten, óf Man had Saartje gewurgd met hetzelfde snoer.

Saar kan er maar geen genoeg van krijgen onder de boom door te “tijgeren.” Ze loopt daarbij steeds met haar dikke billen tegen de takken waardoor het naalden regent…en ballen. Noodgedwongen hangen alle lichtjes en versieringen een meter boven de grond. Logischerwijs is de onderkant van de boom leeg. Zie je het voor je? Wij wel…

Midwinter

Met de broekspijpen avontuurlijk in zijn laarzen gestopt, stappen zijn voeten over het schelpenpaadje. Af en toe maakt het pad een flauwe bocht. Dan pakt zijn kleine broertje zijn hand vast en wriemelt zijn zusje haar hand in de zijne, waarbij het emmertje in zijn hand onhandig tegen hun benen bonkt.

Hij heeft kriebels in zijn buik want papa heeft hem een verrassing beloofd. Een verrassing die hij gisteren bij toeval op het strand ontdekte. Hij kan ‘m niet meenemen naar huis, maar zal hem wel iets leren over de baan van de aarde om de zon.
Alles wat met planeten te maken heeft, vindt Kjell super. Helemaal omdat deze maand in Zweden vrijwel nergens overdag de zon zal schijnen en iedereen naar het Noorderlicht kijkt. Hij zou dat zó graag eens willen zien. Gelukkig heeft hij een levendige fantasie.

Het pad gaat over in rul zand. Helmgras kietelt tegen zijn blote handen. Eigenlijk is het te koud om zonder handschoenen te lopen, maar voor deze ene keer mag het.
‘Kom,’ moedigt papa hem aan, ‘je bent er bijna!’
Opgetogen pakt zijn vader zijn handen vast. Hij warmt ze even in de zijne en legt ze dan tegen een ruwe rots.
‘Dit is een rotstekening van het zonnestelsel in het jaar 2000, en hier in het midden – waar je een bobbel voelt – is de zon.’

Terwijl Kjell nog hijgt van de inspanning, volgen zijn vingertoppen aandachtig de zon en de groeven in de rots. Zijn hart gaat er sneller van kloppen. Deze groeven maken voor hem een hemelsbreed verschil. Niet alleen leren ze hem iets over de baan van de planeten om de zon, maar ze leren hem ook iets over hemzelf.

Van opluchting slaakt hij een diepe zucht. Met de zoute zeelucht in zijn neus, lacht hij een stralende lach. Ineens ziet hij niet meer op tegen zijn nieuwe school met dat hele moeilijke vak. Nee, hij kan nu alleen nog maar uitkijken naar de lessen in dat o zo moeilijke geheimschrift dat braille heet.