Berenjacht

Keek op de week (93)

Met twee bescheiden beren voor keukenraam, doen wij mee met actie: “Wij gaan op berenjacht.
Doet me denken aan gelijknamige boek waaruit ik Roosje-in-de-knop voorlas. Laatste zin uit boek riepen Kind en ik uit volle borstkas: ‘‘Nóóit. Meer. Gaan. Wij. Op. Beren. Jacht!’
Daarna gebruikte Roosje haar bed als trampoline en gilde: ‘Nog een keer!’
Ergens op vliering in een doos onder vijftig tinten stof ligt bruine, kaal gekroelde beer van Joris, en dikke gele van mij uit Sophia. Die opzoeken zou pas ware jacht zijn.

Kreeg uitnodiging via e-mail van dame wier naam ik niet kon thuisbrengen. Of ik mee wilde doen met leesclub?
Ben daar niet uitgelezen type voor.
Ingevoegd was lijst met tien boeken; alle hedendaagse romans. Leeslust verging me stante pede.
Peinsde ’s nachts waar ik vrouw van kende. Vruchteloos draaiden gedachten rondjes.
Kleng! Muntstuk viel toen ik wakker werd: vrouw heeft cursus bloemschikken bij mij gevolgd. Tien jaar geleden! Mèn, wat moet zij wanhopig zijn…

Tom Odell is er! Tom Odell is er!’ juichte Roos.
Artiest stond niet voor huisdeur maar was door brievenbus naar binnen geglipt.
Verlaat verjaardagscadeau: bladmuziek voor piano. Laatste is váls. Net nu Roos thuis is en tijd heeft om te spelen. We luisteren wel tussen valse noten door. Als ze speelt, vult hele kamer zich met klanken vol muziek.

We liepen elkaar tegemoet en begonnen te grijnzen voor we woord hadden gewisseld.
‘U leeft nog!’ constateerde ik verrukt.
Man schaterde. ‘Dat ik nog leef, scheelde een haartje. Ik werd net bijna door twee fietsers van het wandelpad gereden. Beginnende vijftigers op opgevoerde fietsen. Niemand fietst meer normaal tegenwoordig, maar goed. Die man riep: Rot op, ouwe. Voor jouw gezondheid motten wij binnenblijven.’
‘En waarom zaten zij niet binnen dan?’
‘Ja, dat is een goeie. Ik heb m’n middelvinger opgestoken. Voor het eerst in m’n leven, hahaha! Had ik maar een pitbull gekocht in plaats van Puck, zo’n doetje van een labrador. Ik kom nergens, alleen met de hond,’ vertelt hij verder. ‘M’n zoon haalt de boodschappen en zet ze voor de deur. We zien de kleinkinderen niet. Nou ja,’ verzucht hij, ‘als ze maar gezond blijven.’
‘En de hond.’
‘Jaha, die ook. Maar,’ zeg hij met een twinkelende blik, ‘ik leef aan de goede kant van de statistieken. Meest tachtigers komen te overlijden en ik ben pas 79.’
We lachen weer.
Opeens wordt hij overspoeld door opwinding: ‘O, daar heb je die chagrijnige vent met die valse hyenahond. Die wil ik voorblijven. Doet-ie Rosa niks?’
‘Eén keer heeft-ie Rosa gebeten en heb ik die hond een rotschop met m’n wandelschoen verkocht. Nooit meer last gehad.’
‘En van die vent? Die gromt nog harder dan de hond.’
‘Negeert me straal.’
Baas van Puck schudt zijn hoofd om zoveel mazzel, draait zich om en roept me na: ‘Ik zie je weer, hè? Denk erom!’

Kreeg post van Dien! Met kei-goeie steen. Sta ineens stuk steviger op lange benen.
Met bemoedigende tekst: “Elk begin heeft ook een eind. Behalve een worst, die heeft er twee.”
Dank je, dear

109 thoughts on “Berenjacht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *