Misselijk

Uit een klein zwart autootje stapt een middelbaar setje: een vrouw met een plaid in een hand, en een grote man. De vrouw spreidt het plaid uit op het gras, werpt zich erbovenop en de man volgt  haar voorbeeld. Ze liggen amper of ze beginnen te zóenen! Die zijn  die zijn de afgelopen week echt iets tekort gekomen! Mijn aanwezigheid ervaren ze beslist niet als hinderend. Schaamteloos plukken ze aan elkaars kleding. Ik weet niet waar ik moet kijken of eigenlijk weet ik dat wel, en loop naar de sloot.

Net gooide ik achter een bosje mijn lunch eruit, en net toen ik zo voorovergebogen stond, werd ik afgeleid door het autootje, en keek even opzij. Had ik dat maar niet gedaan, want tegelijkertijd voelde ik iets warms op mijn voet, en een koude rilling over mijn rug.

Ik hang mijn vieze voet in de sloot en wriemel wulps met mijn tenen. Straks bijt er een grote karper in, pest ik mezelf, en ik trap er nog in ook: snel trek ik mijn voet op het droge. Dan mijn slipper. Die lusten karpers niet. Even spoelen, uitschudden, klaar.

Sta ik rechtop, zie ik er ter hoogte van mijn kruis een grote groene vlek zitten. Hoe krijg ik dát nou weer voor elkaar? Uit mijn ooghoeken kijk ik naar het vrijende stel. Ze zitten aan elkaar vastgezogen en kronkelen als slangen om elkaar heen. Mij zien ze niet staan, dus kan ik best in mijn legging en topje gaan staan. Ik trek m’n tuniek uit, en werk het kroos weg met een zakdoek. Daarna kan de jurk weer aan. Hè, wat sta ik toch te hannesen. Waarom krijg ik dat ding niet over m’n hoofd? Rukken en trekken helpt niet. Uit dat ding. Ach, probeerde ik mijn hoofd door een armsgat te persen.

Eindelijk aangekleed, draai ik me om…en kijk recht in de ogen van een fietser. Mijn ogen dwalen automatisch af naar zijn fiets, en in een flits heb ik ‘t gezien: een Basso van carbon met verchroomde voor- en achtervork. Ook nog een blauwe, bah!

Hoe lang staat de man daar al? Aan de lach om zijn mond te zien, heeft hij mijn verrichtingen op de voet gevolgd. Waarom kijkt hij niet naar de twee zuignappen op dat kleedje? Ik heb niks bijzonders gedaan en toch voel ik me betrapt. Met de natte slipper in mijn hand, hink ik zo elegant mogelijk over het gras naar mijn auto.

Mijn oog valt op ’s mans GPS. Die zou ik best even in m’n hand willen houden. (Alléén zijn GPS, hè.) Afgeleid, struikel ik bijna over een molshoop, maar ik weet mijn evenwicht nog net te bewaren. De elegantie is weer ver te zoeken en de fietser doet zijn best niet te lachen. Ongeschonden, en de blik van de fietser ontwijkend, klim ik in de auto. Ik start en zet per ongeluk de ruitenwisser in de hoogste stand. De fietser geeft het op en zit te schokschouderen van het lachen. Misselijke vent. Ik zou eens een paar keer over zijn fiets heen moeten rijden. Kijken wie er dan lacht.

Bekijk het van de positieve kant, houd ik mezelf voor: ik zal straks op de pont niet zeeziek over de railing hoeven te hangen.

19 thoughts on “Misselijk

  1. Je hebt de vaart er weer in hé?
    Denk je wel om jezelf?

    Als ik zo een zoenend paar zou tegenkomen deed ik onmiddelijk mijn middelste naam eer aan en ging erbij staan kijken.
    Een racefiets zie ik wel vaker 😉

  2. Midlifers die om elkaar heen kronkelen? Dat zie ik ze zelden doen. Dat moeten ofwel onbehuisden of overspelplegers zijn geweest.

    Klopt dit wel? “De net gooide”

    Groetjes

    • @ Margreet: ik gok op overspelplegers. Als je ook zag hoeveel haast ze hadden om zich naast elkaar in het gras te gooien. Was ook om misselijk van te worden…
      “de net” was idd niet zo’n beste keus. Ik heb het lidwoord ervoor verwijderd.

  3. Joh, ik dacht even dat je dit verhaal gedroomd had! Mijn hoofd door een armsgat persen zou mij in een droom kúnnen overkomen haha! Werd je echt alleen misselijk van dat stel of is het één van de bijwerkingen van je gelukspilletjes? Vraag ik me toch af of je op die pont niet alsnog misselijk bent geworden 😉

  4. Mirjam je had precies je dagje niet. Was je soms ziek, die lunch eruit, wat zal die karper gelachen hebben, zo een lekker voorgekauwd eten en dat voor hem alleen. Je schrijft die kapriolen van dat stel
    levendig genoeg zodat wij geen tekeningetje nodig hebben. Maar ja dat zijn we van jou gewend.—- En ach veel mensen kennen geen schaamte
    meer he’.

  5. Tja, we lachen er nu maar om, maar het is me toch wat al die zedenverwilderde tafrelen in het openbaar. En dan maak jij er ook nog een potje van. Het is dat het hartstikke leuk is geschreven, want anders… afijn.

    • @ Mrs T: ja echt, ik heb niks verzonnen. Je bent toch niet al te teleurgesteld hoop ik? Ik vond ‘t zelf ook van de zotte, hoor. Zeker dat open en blote gevoos.

      @ Avelanche: dank je 🙂 Zelf timmer je ook leuk aan de weg.

      @ Anneke: fijn dat jij ook vaak onder de vlekken zit. Dat verbroedert ons een beetje. En nog wel zo dichtbij huis!

      @ Emmelinda: met jou kan ik praten 😉

  6. Wat een prachtig verhaal weer haha even lachen op maandagmorgen kan geen kwaad toch….. zag het helemaal voor me. Heb geen verstand van fietsen maar dat stelletje haha. Ik herken zo vaak dingen van jou vlekken op mijn kleding, struikelen denk dat het dat ook wel is.
    Weet ook hoe het komt Mirjam onze geest is sneller en met honderd dingen tegelijk bezig dan ons lichaam en daardoor gebeuren dat soort dingen..(denk ik hoor ) Moet je ook houden hoor al is het wel eens lastig soms..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *