Geslaagd!

Keek op de week (104)

Roos is geslaagd! Vond haar sowieso al geslaagd, maar nu is ze officieel afgestudeerd als slim mens. Heeft drieënhalve Master binnen en heet officieel MSc (Master of Science) en Mr. (meester in de rechten.) Vrienden/bekenden mogen haar – heel fideel – bij voornaam blijven noemen.
Onderzoek en schrijven scriptie voor Master Recht van de Gezondheidszorg was waar migrainedossier. Titel: “Nederland slikt bittere maar vooral dure pillen.” Over invloed van farmacie op prijzen van geneesmiddelen.
Ik mocht taalnazi spel(l)en; vriendin Suzanne maakte omslagontwerp. Roos kreeg na verdediging van scriptie een acht. In scriptieland een tien.
Mevrouw heeft zelfs al een baan! Een PhD (klik) in Eindhoven…

Hond holde kwispelstaartend op me af.
‘Ha Puck. Ben je niet meer de gebeten hond, jongen? Je bent nat! Mag je weer zwemmen?’
‘Hij is genezen verklaard door dierenarts,’ vertelde Baas opgelucht. ‘Totale kosten 475 euro, maar dat betaalt die tuthola. Omdat Puck afgelopen maand alleen korte stukjes mocht lopen, is-ie te zwaar en moet-ie op dieet.’ Baas deed dierenarts na en keek me streng.
‘Die kerel is zelf te dik,’ zei ik.
‘Hij heb een pens alsof-ie zeven maanden zwanger is!’ schaterlachte Baas.
‘Van een volwassen Deense dog,’ deed ik er schep bovenop.
Afijn, rust in stiltegebied werd weer wreed verstoord.

Twee jongelui liepen naast elkaar over brede voetgangersbrug. Laat ik ze Ali en Hakim noemen. Met volle boodschappenfiets wachtte ik tot tweetal was gepasseerd.
‘Die vrouw heeft respect voor ons,’ zei Ali tegen Hakim.
‘Het is meer uit algemeen fatsoen,’ kon ik niet nalaten te zeggen.
‘Omdat u respect heeft voor ons,’ hield Ali.‘
‘Nee, respect moet je verdienen.’
Hakim lachte en trok aan Ali’s arm; hij moest doorlopen.
Ali stagneerde en zei: ‘Dat is probleem met Nederlandse vrouwen. Zij hebben geen respect voor mannen.’
Lag met mijn honderdeenentachtig centimeter voorover gevouwen van het lachen over fietsstuur. Mannen! Haha. Jongelui waren hoogstens 16/17 jaar. ‘Ik zou wel eens met je oma willen praten. Of zij jou al een man vindt.’
Ali keek beledigd. Hakim giechelde. ‘Ali, je weet toch wat mijn vader altijd zegt: ‘Nooit met vrouwen in discussie gaan.’
‘Jouw vader is een wijs man,’ zei ik tegen Hakim. ‘Hij krijgt vast veel respect.’ En tegen Ali:
‘En nou doorlopen anders rijd ik over je heen!’

Fietste de dijk op.
In berm stond wielrenner. Zo te zien had hij problemen met zijn pedaal.
‘Mevrouw, heeft u toevallig een inbussleutel bij u?’
‘Ja, die heb ik,’ zei ik. Zat natuurlijk onder in heuptasje. Toverde klein stuk gereedschap redelijk snel tevoorschijn. Wilde het aan man geven.
Was hij blij? Nee, hij zette handen in zijn zij en riep verontwaardigd: ‘Wat moet een vrouw nou met een inbussleutel?’
M’n fietsbroek zakte bijkans af. Dacht: bekijk het. Stopte inbus terug, klikte voet in pedaal en fietste weg.
Zag in achteruitkijkspiegeltje op mijn bril dat kerel wilde armgebaren maakte. Wat mij betreft ging hij steppend naar huis. Tevreden fietste ik de leegte in.

Duivenragout

Keek op de week (103)

Man riep door vensterglas: ‘Er zit tamme wedstrijdduif op schutting. Hij is moe vanwege wind. Zal ik voer neerleggen?’
In huis kon Joris de spanning niet aan. ‘Duif laat zich wegjagen door andere duiven. Nu zit-ie op de grond! Als kat van buren komt…en over kwartier is het donker…’
‘Probeer ‘m te pakken.’
Met zonsondergang had Joris duif te grazen. Zit in leeg konijnenhok met goed voer en water.
Kunnen met gerust hart gaan slapen. Als dier is vetgemest eten we ragout.

‘Eindelijk, daar bent u!’ riep ik. ‘U bent het toch echt? Dat ik niet tegen uw dubbelganger klets.’
Baas schaterde het uit. ‘Ih-hik, ben het echt. Puck had weer wat. Is gebeten door onderdeurtje.’ Zijn hand gaf hoogte van teckel aan. ‘Puck jankte maar ik zag niks. Volgende ochtend zat hele woonkamer onder bloed. Mand, bank, kleed, zelfs behang. Ik dacht die hond bloeit dood. Scheurde over dijk naar dierenarts. Bleek hij in z’n piel gebeten.’
Wat?’
‘Ja! Hij kreeg drie spuiten, wond werd geplakt. Ging zelfde dag weer open. Hechten ging niet want wond zat vanbinnen. Verband erom. Kwam m’n vrouw thuis van haar werk – ze is vrijwilligster in de zorg – sprong Puck van blijdschap over hek: verband eraf.
‘Wel een hond met ballen.’
‘Jahaha, nu je het zegt,’ grijnsde Baas trots. ‘Thuis draagt-ie een pakkie. Hij moet aan de riem en mag niet zwemmen.’
‘Een labrador die niet mag zwemmen…,’ sprak ik op deerniswekkende toon. ‘Heeft u contact met eigenaar onderdeur?’
‘Ja, wat dach-ie? Die hoest alle kosten op! Haar twee honden hebben meerdere honden gebeten. Tuig is het.’
‘Moeten ze muilkorf om.’
Baas zwaaide met vinger. ‘Dát ga ik voorstellen aan wijkagent want ik heb klacht ingediend.’

‘Duif is te spreken over hotelservice,’ grijnsde Man zelfingenomen. ‘Heb schone krant en nieuw voer gegeven. Hij heeft eersteklas geboekt, hè?’

Twijfel nog, maar zou kunnen dat muziek in auto beetje hard stond.
Stond voor rood stoplicht en achter me werd doordringend getoeterd. Kende mensen niet dus was snel klaar met kijken.
Auto veranderde van rijstrook en kwam links naast me staan. Weer getoeter.
Dame op bijrijdersstoel zwaaide naar me met iets in haar hand. Was een cd-hoes en stak goedkeurend haar duim omhoog. Ik zag het meteen: mensen met muzikale smaak! Kon het nauwelijks verwerken: ze hield cd “Stage”(klik) van David Bowie in haar hand. De cd die ik had opstaan. Was werkelijk bijzonder buitengewoon bizar toeval.

Vogel is gevlogen. Na drie dagen fanatieke toewijding, droog weer en weinig wind, zette  Man hok open. Duif vloog eruit en ging op keitjes terras zitten. Even leek het of dier pauzeknop indrukte. Herinnerde zich GPS, zette het aan en klapwiekte weg.
‘Dag vriend, goede reis,’ zei Joris.
‘Misschien is het een Franse duif en verstaat-ie je niet.’
Man schudde zuchtend hoofd.
Zei: ‘Duif zou sms moeten kunnen sturen zodra hij op til landt. Hij moet toch ergens wifi kunnen happen?’
‘Ik heb werkelijk geen idee wat er allemaal in jouw hoofd omgaat,’ zei Joris meewarig.

Postcrossing:
Kreeg kleurige Kadinsky-kaart uit VS.
“May your day be full of magic and may you not be to busy to see it.
Happy Postcrossing! Liz.

Een ijskoude belofte

Keek op de week (102)

Waarom zijn Ferrari’s altijd rood? vroeg ik me af toen ik bolide op passeerplaats zag wachten voor tegenliggers. Word overigens niet warm of koud van zo’n kar.
Dacht: als Daniel Craig (klik) achter stuur zit, vraag ik lift.
Bedacht me onmiddellijk want zat op racefiets en die paste niet in auto. Zelfs niet wanneer ik beide wielen uit frame haalde. Waardeloze wagen!
‘Waardeloos!’ gilde Man thuis. Bijkans struikelend over z’n woorden, riep hij: ‘De goedkoopste tweedehands kost een ton! Voor dat geld kun je twintig Colnago carbonfietsen kopen.’
‘Ik heb er al een,’ wierp ik tegen.
‘Zelfs vijf Colnago Ferrari’s.’ Joris grijnsde. Zo, behalve van cijfers had hij ook nog ergens anders verstand van.
‘Je denkt toch niet dat ik op fiets ga rijden waar de naam van een auto op staat? Bovendien is Colnago Ferrari rood óf zwart, en wat is mijn lievelingskleur?’
‘Blauw,’ zei Man. Hij zweeg.
Zo hoor ik ‘m het liefst.

Vorig jaar hadden Joris en ik meningsverschil. Hij wilde airco; ik niet. Is tegen m’n principe: aarde warmt op, door nog meer apparaten te gebruiken, gaat CO2-uitstoot verder omhoog.
Deze week begon echtgenoot wederom over koelsysteem. Klaagde dat het “ondraaglijk warm was in werkkamer.”
‘Ga je op de zaak werken,’ opperde ik.
‘Dáár staat airco altijd aan!’
‘Dat zeg ik!’
‘Ik werk liever thuis. Beetje achter m’n vrouw aanzitten.’
‘Als je dat maar laat…En geen airco,’ sprak ik streng.
Volgende dag ging deurbel. Wuifde als dank naar bezorger. Stond groot pak voor voordeur. Ging daar m’n handen niet aan vuilmaken.
‘Schat, kun je iets van de mat rapen? Is voor jou.’
Joris snelde trap af. Z’n ogen glinsterden.
Ga airco zo hard zetten dat man vastvriest aan stoel. Zo wordt huwelijk nooit saai.

In polder raapte kerel met lange grijparm rommel van grond en wierp het in afvalzak.
‘Dank u!’ riep ik.
‘Dat moet niet, hoor.’
‘Als het moet, zeg ik het niet.’
‘Beetje eigenwijs misschien?’
‘Oh, dit is nog niets.’
‘Ik ben blij dat ik niet met u getrouwd ben,’ grapte onbekende.
‘Mijn man is ook blij dat ik niet met u getrouwd ben.’
Hij lachte.
‘Doet u dit vrijwillig?’ interviewde ik.
‘Ja, hier doe ik mezelf plezier mee. Vind dit heel ontspannend.’
Stak als afscheid m’n duim op. Dat mocht.

Word kippig. Zelfs Rosa heeft het door. Als hond buiten in hoge gras bal neerlegde, zag ik ‘m niet en vroeg: ‘Waar is je bal?’
Keek Rosa me meelijwekkend aan en snoof. Baas, je draagt toch je bril? Kijk er dan door! Waarna huisdier bal oppakte en meteen weer liet vallen.
Hedendaags pakt ze het verstandiger aan en legt ze bal midden op pad. Lopen we langs brede sloot, plonst ze erin en kijkt achterom: schiet eens op met die bal!
Wie is hier nou het (h)baasje?

Postcrossing:
Ontving kaart van Christa uit Santa Cruz, Californië. Blijft bijzonder dat vreemden rekening houden met jouw ansichtwensen. Afzendster koos kaart omdat ik van vuurtorens en van blauw houd. “I live about ten minutes from the ocean and really like listening to the Beach Boys.

Buitenkantmens

Keek op de week (101)

Wat geef je een vader die alles heeft? Zelfgebakken koekjes! Crispy chocolate-koekjes. Zelfs doosje is handgemaakt. Ik snoep stiekem mee (als Joris andere kant op kijkt…)

Jeh! Roos’ beste vriendin Suzanne is afgestudeerd. Kind wil haar zilveren afstudeerbedel (klik) van Pa.ndora cadeau  geven: stapel boeken, afstudeerhoed met kwastje en op onderste boek opdruk: 2020.
Ze belde juwelier om bedel te reserveren/bestellen.
Hing op en zuchtte vermoeid. ‘Mam, dit geloof je niet. Moet ‘m bestellen via internet. Als ik dat niet wil, heeft verkoopster oplossing: ze heeft nog bedel uit 2019 op voorraad. Waar gaat het naartoe in deze wereld?’
Liet vraag onbeantwoord.

‘Ben jij onderhand niet aan nieuwe auto toe?’ vroeg vage kennis bij parkeerplaats winkels. Ze keek naar mij en auto alsof ze naar een voetwrat keek.
‘Waarom? Bevalt de wegligging je niet?’ informeerde ik.
‘Nou…eh…hoe…eh…dat weet ík toch niet?’
‘Je kijkt alleen naar de buitenkant?’
‘Ja!’
‘Is dan je volgende vraag: ben je onderhand niet toe aan een nieuwe man?’
Vrouw keek me in volslagen verbijstering aan. ‘Hoe…hoezo?’
‘Kijk je bij mensen ook alleen naar de buitenkant?’
Lange, diepe stilte. Leek wel of ik in apotheek stond.
Uiteindelijk knikte ze beschroomd ja.

‘Zoiets zég je toch niet!’ reageerde Joris.
‘Ze zei niet eens hoi. Je informeert toch eerst – zeker in deze tijd – hoe het met jou of je familie gaat? Ik heb dat mens jaren niet gezien. En dan vraagt ze naar m’n áuto. Een ding op wielen!’
‘Jij houdt geen kennis over,’ zei Man.
‘Kan haar missen als kaakabces. Ik tel liever vrienden.’

Grapje van internet:
Emma (4 jaar) en de tweeling Isa en Finn (2,5 jaar) zijn dol op kanarie Pluisje van oma. Op een dag ligt Pluisje morsdood in zijn kooitje. De kinderen zijn ontroostbaar. Om het leed te verzachten pakt oma een oud sigarendoosje en zeg dat ze Pluisje gaan begraven, zodat-ie regelrecht naar Onze Lieve Heer gaat. Ze vinden een mooi plekje in de tuin. Een zelf geknutseld kruisje en wat schelpjes erbij. Als oma ’s avonds Emma naar bed breng, kijkt zij tevreden terug. ‘Toch,’ zegt zij, ‘is het niet helemaal eerlijk.’ Ze legt ook uit waarom. ‘Onze Lieve Heer denkt dat hij een doos sigaren krijgt, maar hij krijgt een dood vogeltje.”

Het lichtte, onweerde en hoosde. Te gek weer om hond uit te laten.
Voelde iets borrelen. Iets waarvan ik zeg: beter in wijde wereld dan in nauw gat. Druppels roffelden op regenscherm. Schoenen knerpten op gruizelpad. Had al half uur niemand gezien. Waande me alleen en zette kringspier open.
Stevige bries, concludeerde ik. Was blij dat ik niet achter mezelf liep.
Eerlijk, terwijl ik dat dacht, werd ik ingehaald door hardloper. Man moest mijn eruptie hebben gehoord. Schaamde me kapot en stamelde: ‘Sssssorry, meneer.’
Hardloper verrekte zijn gezicht in bochten om neutraal te blijven kijken maar gaf het op. Zijn geest bleek even lenig als zijn benen: hij bulkte van het lachen. Wellicht omdat zijn pr er door mij op vooruit ging? Hoe dan ook: zie in hardloper aangename, nieuwe kennis.
Vertelde voorval uur geleden aan Joris.
Houdt nu nog z’n buik vast van het lachen.

Wildgroei in je oerbrein

Keek op de week (100)

Honderd “keken” op de week. Wie had dat gedacht bij nummer één? Ik allerminst.

Fietste achter echtpaar op elektrische rijwielen. Belde of ik mocht passeren.
Dat mocht.
Riep in voorbijgaan: ‘Dank u!’
‘Assieblief!’ riep vrouw. Ze vloog tegen haar man uit de bocht: ‘Tering! Een racefiets met een bél. Het kan dus wel, hè?’
Toen het weer zo laat was (piestijd) stuitte ik op bordje. Speciaal voor Broer foto gemaakt. (Bovenste mag je negeren.)

Las in krant dat “mens gemiddeld 60.000 gedachten per dag heeft, waarvan 98% onbewust.”
Liet hoeveelheid gedachten even tot me doordringen.
Las verder. “Zonder dat we het doorhebben, zitten we vast in onbewuste patronen en oordelen, zeker in het verkeer.”
Lang, kort: Achter stuur ondergaan vriendelijkste mensen persoonlijkheidsverandering, want ze laten zich leiden door oerbrein.
Werd advies gegeven wat je kunt doen wanneer je getergd wordt door bumperklever. Tegen jezelf zeggen: ik beslis om mij daar niet door te laten ergeren. Paar keer diep in/uit ademen. Probeer begrip op te brengen dat bumperklever waarschijnlijk veel stress ervaart…
Verloor alle belangstelling voor artikel. Laat mij fijn door oerbrein leiden. Bij automobilisten die bijna ín mijn auto rijden, tik ik rempedaal aan. Of laat gas los en kijk nadrukkelijk in achteruitkijkspiegel. Binnen tien tellen laat klever gat van tien meter vallen, denkend: dat wijf is gek!
Weg stress.

‘Verkoopt u witte onderjurken?’ vroeg ik dame in kakkineuze lingeriewinkel. Alle huis-tuin-en keukenwinkels in naburige gemeente had ik reeds bezocht.
‘Nee mevrouw…’ antwoordde verkoopster. Vrouw straalde net zoveel persoonlijkheid uit als onze overleden koelkast. Ze keek of ze me iets belangrijks ging mededelen.  ‘Ik verkoop alleen gekleurde. Tegenwoordig draagt iedereen zelfs zwarte onderjurken onder witte jurken.’ Ze zei nog net niet dat ik uit Middeleeuwen stamde.
Dacht: snuit lekker je neus in je gekleurde ondergoed en verliet winkel.
Mij een zorg wat “iedereen” “ tegenwoordig” draagt. Meningen over mijn kledingkeuze, tsssk. Als ik een jurk achterstevoren wil dragen, dóe ik dat.
Bestel onderjurk wel via internet. Wanneer maat niet goed is, kan ik er altijd nog vliegen mee doodslaan.

Man had beatlehaar; ware wildgroei. Was vier maanden niet gekortwiekt. Bakkebaarden blowing in the wind. Matje in nek. Kon haar achter oren steken, en i could grab him by the pony.
‘Wie ziet het?’ zei Joris schouder ophalend. ‘Beter lang haar dan kaal,’ sprak hij trots, alsof hij hoofdbedekking Pokon had gegeven.
Vrijdag knipte kapster korte metten. Hebben ervoor en erna foto gemaakt. Ware vreugde van gezinsleven.

Had zaterdagochtend afspraakje met jonge kerel!
Kakel, vergeet je niets?
Oh ja, beroepsmatig want: ortho. Hij vroeg helaas niet of ik koffie wilde. Was tevreden over resultaat van trucje: spleetje tussen ondertanden dicht, en Griekse huisjes staan weer recht.
Mocht happen in pasta (voor nieuwe retentiespalk)
Hij pakte te grote haplepel. ‘U heeft een kleine mond,’ sprak hij.
‘Daar zijn de meningen over verdeeld,’ zei ik naar waarheid.
‘Ik constateer alleen feiten.’
Aárdig! Nog één keer terug en dan is ondergebit weer oude normaal.

Postcrossing:
Ontving kaart van Kenn, Seattle, (7855 km’s away)
“Although I don’t think POSTCROSSING should be about political issues, I am compelled to state that I do not support Trump, or his messages of hate and separation. As a citizen of the USA, I apologize for the disaster of our dreadful President and his enablers. Thank you for understanding.”
Amen! Heb waarlijk meelij met Kenn…

Ging een hek naar de ortho

Keek op de week (99)

Vond leren hondenhalsband op wandelpad in polder. Eentje die vaak was gedragen. Dat zijn de mooiste. Was van ene Fleur met 06 van baasje op penning. Stuurde WhatsApp en eigenaar reageerde dat hij zich rot had gezocht en blij was met vondst.
Haalde volgende ochtend band op. Als dank bracht hij vier kakelverse eitjes van eigen teelt mee. Inclusief klein bruin veertje. Voelde me koningin te rijk. 

‘Doet u mee aan actie voor gratis kledingcheque ter waarde van 450 euro?’ vroeg kassamedewerker Kruidvat.
‘Ja, graag!’ zei ik.
Achter me bromde vrouw: ‘Ik doe niet mee; ik win toch nooit wat.’
‘Als u nergens aan meedoet, niet,’ zei ik vriendelijk.
Vrouw keek me woedend aan.
Zag dat vrouw jokte; ze had wel degelijk iets gewonnen, ware het niet de hoofdprijs. In haar gezicht zat bruine wrat met haren.

Eerste week lockdown kreeg ik spleetje tussen voortanden. Daarna schoven tanden ernaast als witte Griekse huisjes over elkaar heen en knapte – pang!- retentiespalkje (ijzeren draadje) achter ondergebit.
Zat ik maanden later als oud hek weer in orthopraktijk.
Jongeman keek naar m’n gebit.
Vroeg me af: moet jij niet naar school, of college volgen via internet maar hij bleek ortho te zijn.
‘Vindt u het goed als ik trucje toepas?’ vroeg hij.
‘Als het een goed trucje is wel.’
Heb nu ijzeren plakkertje op twee tanden met stevig elastiek ertussen.
Met mijn mond dicht zie je er niets van.

Drie kleine huilende meisjes. ‘Mevrou-hou, we du-hur-hur-ven er niet langs.
Midden op pad stond zwaan met roedel jongen. Zelfs Rosa was onder indruk.
In afscheidsmusical van lagere school, speelde ik rol van hippie die in ooievaar werd veranderd. Die acteerervaring kwam me van pas.
Bond Rosa’s riem vast om lantaarnpaal, spreidde armen, maakte vliegbewegingen en blazende geluiden. Nee, geen broekhoest.
Sprak flemend: ‘Hup, met je dotjes het water in. Ik doe jullie niks.’
Zwaan snavelde kroost het kroos in en bekeek mij wantrouwig.
Ik haar ook. Het zijn net honden: laat je rug zien en ze happen in je hielen.
‘Opschieten, anders laat ik de hond los!’ riep ik dreigend. Dat hielp. Blazend koos ze uitgebroede eieren voor haar geld en glipte sloot in.
‘Lief hè, kleine zwaantjes?’ zei een van de drie meisjes. ‘Maar alleen als ze zwemmen,’ voegde ze er aan toe.

Weer gefietst. Benen doen eindelijk weer wat ík wil. Wist nog precies waarom ik liever op zadel zit dan op een stoel.
Zag onderweg van alles. Twee duttende geiten op houten vlonder boven sloot. Duikende visdiefjes. Fuutjes onder moeders vleugels. Zwevende zwaluwen. Kudde koeien met alle koppen dezelfde kant op.
Moest uiteraard weer piesen (the story of my life). Het klotst ook zo op een zadel. In Stolwijk – heb nog naar je gezwaaid, Marthy! – zag ik langs kaarsrecht pad twee wilgen staan. Dichterbij twee mensen eronder op een bankje.
Kansloze missie.
Om de bocht wenkte wuivend gras me maar geroeste afvalbak gaf doorslag. Plaste net lekker toen ik geluid boven me hoorde. Een drone! dacht ik geschrokken. Bleek sportvliegtuigje te zijn.
Later, langs brede sloot met vissende vrouw, vloog ding weer laag over.
Omhoog wijzend, riep ik naar haar: ‘U moet bukken!’
Vrouw kon waarschuwing wel waarderen.
Bijna thuis zag ik twee hollende hazen door weiland rennen. Leken te zweven boven gras. Kwamen dichterbij en sprongen over sloot. Ik remde en stopte. Moest wel; ze kwamen van rechts.