Keek op de week (225)

Schoonmakersklok – Erasmus
Tegenover me zat een man geruime tijd met gesloten ogen op bank. Blond haar, matje in nek en in wit trainingspak met opdruk. Zat hij te mediteren, of keek hij naar een film tegen de binnenkant van zijn ogen? Stel dat hij niet goed werd, zat-ie op een uitgekiende locatie: longpoli Erasmus.
Hij opende zijn ogen. ‘Schrok-ie?’ vroeg hij in plat Haags.
‘Nee hoor, de spoedeisende hulp is om de hoek.’
hij lachte. ‘Ik ben wel wat gewend. Ik heb zeven lagere scholen versleten. Zocht met iedereen ruzie en sloeg ze neer. Voor mijn twaalfde was ik van school getrapt. Mijn vader ging dood toen hij 36 was. Een jaar later liep ik met een loden pijp rond. Heb overvallen gepleegd, auto’s gejat en meerdere keren in de bajes gezeten.’
‘Dus ik zit tegenover een crimineel?’
‘Dat was zeker waar, maar ik heb mijn leven gebeterd. Werd glazenwasser in Den-Haag. Liep ik langs de hoeren en vroeg: ‘Als ik jullie ramen zeem, krijg ik dan een gratis beurt? Want ja, hun handel moet goed zichtbaar zijn, toch?’
Een verpleegkundige liep wachtruimte in. ‘Meneer Abrahamsen!’
‘Dag ben ik,’ zei ex-crimineel en spong op van bank.
Net toen het spannend werd.
Stond op markt bij groentekraam. Waaide zowat van het plein.
Vrouw naast me droeg groene legging (wees gerust: ze droeg meer kleding.) Ze zwaaide naar bekende met enorme wallen onder de ogen. Bekende kwam schoorvoetend dichterbij.
‘Weet je waar ik last van heb?’ vroeg Groene Legging. Zonder het antwoord af te wachten, fluisterde ze hardop: ‘Schimmelnagels.’
Dame met wallen herinnerde zich plots de coronaregels en ging meter verderop staan. Alsof schimmel onder nagels uit schoeisel omhoog klauteren, over stoep rennen, om zich vol overgave in schoenen van voorbijgangers te storten.
‘En ik heb rugpijn. Hier.’ Legging maakte een voor mij onzichtbaar gebaar. ‘En weet je wat nog meer?’
‘Nou?’ vroeg Wallenvrouw. Haar vraag kwam niet geheel vanbinnen uit.
‘Hoofdpijn. Ie-de-re dag hoofdpijn.’ Ze zuchtte. ‘Wat doe ik daaraan?’
Amputeren. ’s Ochtends na het wakker worden je hoofd losschroeven en heel de dag op je nachtkastje laten liggen. En rondlopen als kip zonder kop. Zelf ambieer ik die mogelijkheid.
Wallen van vrouw hingen na deze opwekkende opsomming op haar hielen.
Droomde dat ik op fietsvakantie was. ‘Only the lonely’ zong Roy Orbinson op dramatische toon, maar ik vind solo fietsen helemaal prima. Sleurde mezelf omhoog tegen bergflank. Het was hijgen en zweten. Wat had ik dit gemist! In diepte lag een dorpje en een blauwgroene zee. Was ik in Italië of op Sardinië?
Zocht in zak wielershirt en in pijp koersbroek naar wegenkaart. Niente. Zonder bestemming kan ik niet verdwalen. Op de fiets komt alles goed.
Was eindelijk boven. Op kale top stond bord: ‘Col de…’ Naam was onleesbaar want bord was naar goed maffiaans gebruik doorzeefd met kogels.
Zag onderweg in dorpje kleine souvenirwinkeltje – Souvenir di Carmen – waar ik ansichtkaart kocht.
‘U kunt hier wel betalen maar niets meenemen,’ sprak Carmen cryptisch.
Wat had ik nou weer aan mijn fietsschoen hangen? Kaart was niet eens voor mezelf. Vroeg aarzelend: ‘Francobolli?’
‘Si, si,’ lachte vrouw en gaf me postzegel.
Liet kaart – met Roos’ adres erop – achter in winkel. Carmen zou ‘m voor me posten.
Twijfel of kaart wordt bezorgd, maar zeg nooit nooit.

Foto: Pixabay-1619899 By DomyD







