“Goedemorgen. Gisteren heb ik een aangereden poes bij u gebracht. Hoe gaat het met haar?”
“Helaas, mevrouw, ik heb geen goed nieuws. De dierenarts heeft de poes in moeten laten slapen. Het heupgewricht en een poot waren verbrijzeld. Niets meer aan te doen. De dierenarts vroeg wel of ik u nog een keer wilde bedanken dat u de poes bij ons heeft gebracht. Anders had ze langs de kant van de weg een langzame dood gestorven. Hopelijk is dat een beetje een troost voor u?”
“Wel een schrale,”zeg ik.
“Ja, wij vinden het ook jammer, hoor.” Ze zegt het een beetje sussend. Ik bedank haar en hang op.
Ik denk aan de stoere man. “Ik weet al hoe ik de poes ga noemen” zei ie gisteren in de auto. “Hoe dan?” vroeg ik nieuwsgierig. “Joep.” “Joep? Nou, leuke naam wel voor een…uh…poes.”
“Ja, maar ’t is de afkorting van een vreugdekreet.” Niet begrijpend had ik ‘m aangekeken. “Van… Joe-pie!” Ik moest lachen om zijn enthousiasme. Ja, de stoere man is vast nog teleurgestelder dan ik.
Peinzend zoek ik de juiste woorden voor mijn sms’je aan Kind. Zou ze genoegen nemen met: ‘helaas’. Nee. Uitgesloten. In gedachten zie ik haar tijdens de les al opspringen, tegen de docent zeggen dat ze ogenblikkelijk haar moeder moet bellen en dat het ‘levensbelangrijk’ is. En tegen mij zal ze zeggen hoe ik het in mijn hoofd haal, om haar zo weinig informatie te geven!
Ik zucht. Peinzend verzin ik verder.