Verliefd

Keek op de week (113)

Wát een week!
-Bij metrostation Spijkenisse reed een metro door een stopblok. Een deel van de metro schoot door en kwam terecht op een kunstwerk achter de rails, op zo’n tien meter hoogte. Daar balanceerde het dagen op de gigantische walvisstaart.
-Bij DierenPark Amersfoort ontsnapten twee chimpansees. Omdat ze intimiderend gedrag vertoonden en er helaas geen tijd was ze te verdoven, restte om veiligheidsredenen maar één oplossing: ze moesten worden afgemaakt. Heel Holland huilde.
-Aan de uitslag v.d. presidentsverkiezingen in de Verdeelde Staten leek geen eind te komen. Op voorhand had Madame Tussaud Berlijn al wel het wassenbeeld van Trump in de afvalcontainer gedumpt. De beste plaats. Finally, Donald Ramp – de loser – is fired! En wat een slechte verliezer…

Er gebeurde nog meer…

Rechts naast fietspad schooierde een egel gevaarlijk dicht richting de provinciale weg. Ik vleide mijn racepaard tegen een manshoog hekwerk, liep naar de vangrail en trok m’n dichte fietshandschoenen aan. Ik bukte en bonkte met m’n helm tegen de wegscheiding. Als ik schade had, zou ik dat inhouden op het zakgeld van de egel. Hield handschoen voor z’n zwarte dropneusje – wat een schatje! – en vroeg: ‘Wil je dood?’
Egel rolde zich op.
Vatte dat op als neen en raapte prikkenbol op.
Wat nu? Kon zoogdier moeilijk over het hoge hek werpen.
Van nabij loeide een bladblazer.
Op klikkende wielerschoentjes liep ik erheen. Een man in houthakkershemd, werkbroek en laarzen zag me lopen. Hij zette het apparaat stil en nam zijn oorbeschermers af.
‘Een egel!’ riep ik.
Meteen een lach op zijn gezicht. ‘Wacht even, ik pak iets!’
Keek naar malusappelbomen, herfstasters en laatste bloeiende dahlia’s en peinsde: hoe geef je coronaveilig een egel over?
Natuurlijk, een emmer! ‘Ik houd de rand vast, pakt u de handgreep.’
Met links de egel tegen me aangedrukt, rijkte ik met rechts naar het hengsel.
Op de bodem lag mos en herfstblad.
‘Dan  rolt-ie niet heen en weer,’ zei de man, en vervolgde: ’Tweemaal daags in de schemer loop ik langs het fietspad. Sommige dagen raap ik vijf egels. Ik breng ze naar de rommelhoek. Daar ligt blad, wonen padden, er staan egelhuisjes en ze kunnen onder het hek door kruipen naar het achterland.’
Ik prees de man zijn inzet en gaf hem de emmer met egel.
Behoedzaam pakte hij hem aan.
Van dit soort mensen mogen ze er meer maken.

Het gebeurde omstreeks halfvijf plaatselijke tijd. Scande boodschappen bij AH. Veertien artikelen, eindbedrag 22,22 euro. Geinig toch?
Tijdens pinnen hoorde ik zijdelings gesmoorde: ‘Tsjoe.’ Keurig volgens de regels: met mondkapje in elleboog.
Zei: ‘Gezondheid!’ Dat ging vanzelf.
‘Dank je,’ zei vrouw. Voor in haar winkelwagen zat klein blond jongetje.
Achter me bromde mannenstem: ‘Je mag geen gezondheid meer zeggen.’
Dacht: dat maak ik zelf wel uit, maar vroeg: ‘Van wie niet?’
‘Het mag niet! En het moet uit het woordenboek worden geschrapt!’ riep de vrolijke vent.
Toe maar.
De zojuist nog niezende vrouw en ik trokken onze wenkbrauwen naar onze haarlijn.
‘Van wie niet?’ herhaalde ik. Voelde me Mevrouw Van Dale Wacht Op Antwoord. Dat bleef uit. Was de hoofdgeitenbreier bezorgd om zijn welzijn? Leefde hij in angst door de pandemie?
Besloot het gezellig te houden. ‘Dat is goed. Maar alleen wanneer ze het vervangen door gezondheid in hoofdletters te schrijven.’

Ik ben verliefd! Met Joris’ zegen (so what?) Niet op een man, noch een vrouw. Het is delicaat want ik ben ferliefd op een…eh…kind. Een meisje met rood haar en ze heet Pippi. Met een kaart en kus door de brievenbus. Gekregen van Melody. Zijn ze geen schatjes?

Sodebillen!

Keek op de week (112)

Niet kijken! Niet kijken!
Snel omdraaien.
Te laat… Sodebillen, die heeft een kont! Lijkt wel op de twee bulten van een kameel. Kan ik met m’n maatje 38 niet aan tippen.
Met mijn rug gekeerd naar de gehurkte vrouw in het gras, constateerde ik dat ze geen ervaren wildplasser was. Dan had ze wel kronkelig zijpad ingeslagen. Hamer vergeten?
Ik riep ik Rosa. Flink hard, zodat billenmevrouw meteen was gewaarschuwd.
Een geluk dat Rosa een Oost-Indischdove hond is die zelden snel komt. Afleiding genoeg op onverharde wandelwegen. Daar kwam ze al aanrennen! Net nu ik dat niet kon gebruiken…
Keek snel in welke staat vrouw verkeerde. Ze sjorde aan haar broek, jas, tas en zette er een flink tempo in.
Mijn idee.

‘Goeiemiddag!’ riep ik terwijl ik slagerij binnenliep. Gevolgd door: ‘Dit is een overval!’ Ik lachte erbij maar dat ontging de twee klanten die zich omdraaiden en het personeel dat opkeek van hun werk.
Slager zei droog: ‘Ondanks je mondkapje hebben we je herkend, Mirjam. Als je je bestelling wilt, kun je er voor betalen.’
Heb dat toen maar gedaan.

Slecht nieuws: Bowie-concert in Ahoy eind januari 2021 is afgelast.
Goed nieuws: concert is verplaatst naar januari 2022.
Kwestie van ademhalen en doorgaan.

Erger me decennia dat wielrijders te licht worden bevonden bij snelheidsmeters op openbare weg.
Tot ik afgelopen week door keuterdorpje fietste.
“U rijdt te snel,” knipperde snelheidsmeter met rode chagrijnige ‘smiley’ eronder. Een snelheidsmeter uit de buitencategorie!
Maximale snelheid ter plaatse was 30 km/uur. Kon eigen snelheid niet meten wegens uitblijven van aanschaf nieuwe fietscomputer, maar reed dus minstens 31 km/uur. Mét strafpunten. Ik juichte. Eindelijk erkenning.

Regen, regen, regen…en een wind! Doorzichtige paraplu leidde spoedig eigen leven. Een balein brak, wind blies plu midden in m’n gezicht. Andere baleinen bleven in m’n haar hangen en scherm klapte dicht. In poging plastic uit gezicht te krijgen, draaide ik me om, wat het drama verergerde. Liet frustraties los op paraplu. De eerstvolgende persoon die me uitlachte, zou ik slaan. Zó’n stemming.
Boog thuis handvat en punt aan onderkant plu om (regenschermen zijn ook niet meer wat ze geweest zijn) knipte plastic ertussenuit en flikkerde alles in daarvoor bestemde afvalbak. Ja, ja, wij scheiden ons de neten.

‘Die is mooi!’ riep ik, wijzend naar rechthoekige lijst met vier sepiakleurige tekeningen.
‘Leonardo da Vinci,’ zeiden fietsenmaker en ik gelijktijdig.
‘Die heb ik gekocht op zijn tentoonstelling in Rotterdam.’
‘Wat dat in de Kunsthal?’
‘Nee, in het voormalige oude postkantoor. Zes jaar geleden.’
‘Pas vier jaar geleden werd ik fan, nadat ik zijn vuistdikke biografie had gelezen. Die man was een genie: architect, kunstschilder, uitvinder, wetenschapper, beeldhouwer…Knap, hè?’ zuchtte ik bewonderend. ‘Wat ben ik dan een kneus.’
We lachten.
‘Apart om die lijst in je winkel te hangen.’
Fietsenman zei: ‘Nee joh, ligt juist voor de hand.’
‘Hoezo dan?’
‘Hij was de uitvinder van het wiel!’
Zo’n gesprek is de krent op de taart, de kers in de pap.

De venijnige hond

Keek op de week (110)

Geen ouders, geen familie, geen vrienden, geen hoed, geen rechtentoga, geen champagne, en geen borrelhapjes. Het ging er koud aan toe tijdens de diploma-uitreiking aan het  Erasmus. Met wél een lifestream voor wie het van afstand wilde volgen.
Roos kreeg twee Master-diploma’s en getuigschriften van haar nevenactiviteiten uitgereikt: certificaat van de Honorclass, getuigschrift mentorschap van eerstejaarsstudenten, en voorzitterschap van koor Rotterdamsch Schoon. Een armvol! Wie zegt dat alleen de zon kan stralen? We voelden een onbekommerde woordeloze liefde.
Dag universiteit. Ook alweer verleden tijd.
Nu is Roos vierjaar lang promovendus in Eindhoven. Dat studeert maar door…

‘Ben je al in de botsautootjes geweest?’ vroeg ik eigenaar van notenkraam op de markt.
Pal achter zijn tentdoek schalde kermismuziek.
Man gaf ontkennend antwoord.
‘Zullen we samen gaan botsen?’ grapte ik in een impuls. ‘Oh nee, dat mag niet,’ corrigeerde ik mezelf.
‘Je mag ook niet botsen, hè?’ zei notenbakker. ‘Dan sproei je je uitadem naar voren.’
‘Laat die autootjes maar zitten. Doe mij maar een pond ongebrande walnoten en neem er zelf ook een.’

Er zaten twee dames te kletsen op bankje in Koeienbos. Rondom scharrelden drie honden. Liep dichterbij; Rosa in m’n kielzog. Ineens rende grootste van de drie op me af en – HAP-  zette z’n kaken in m’n rechterkuit.
‘AU!’ riep ik.
Dames zaten erbij, keken ernaar en zwegen.
‘Hij heeft me gebeten!’ riep ik verontwaardigd.
De vrouwen vertoonden totale geestelijk afwezig gedrag.
Vastbesloten ging ik heisa maken en minstens één vrouw tot leven wekken. Hief ballenwerper omhoog en deed of ik kuitenbijter een mep wilde verkopen.
Jongste vrouw – met loense blik – sprong op me af en riep: ‘Sla die hond niet! Die hond heeft een verleden!’
‘Als hij me nog een keer bijt, heeft-ie geen toekomst meer!’ riep ik dreigend.
Kuitenbijter liep almaar rondjes om m’n benen. Kreeg er het lazerus van. Had een rotschop in gedachten, of een knal met m’n knokkels op z’n kop.
Vrouw blafte me toe: ‘Loop weg en doe alsof er niets is gebeurd!’
‘Voel je je wel lekker? Ik ben je hondje niet. Laatste waarschuwing: doe je hond aan de riem voordat ik ‘m beschadig.’
Vriendin zei altijd: “Jij kan iemand de afgrond in kijken.” Ik keek Loensje de Grand Canyon in.
Dat hielp. Loensje slikte en voldeed aan mijn verzoek. Andere vrouw staarde intens op haar mobiel.
Ik riep Rosa. (Ze was erbij gaan liggen.) ‘Jij…’ zei ik zachtjes toen ze naast me liep. ‘Jij verdient óók een pak rammel. Wacht maar tot we thuiszijn.’

Zocht sanitaire stopplaats en sloeg linksaf polderweg in. Na 500 meter zag ik dikke boom waar ik fiets tegenaan zette. Hoorde direct opgewonden gefladder. Ach gut, ik – lomperik – had meerkoet schrik van haar leven bezorgd. In doodsangst had ze nest verlaten. Haar nest?
‘Nu nog eitjes?’ sprak ik haar bezorgd toe. ‘Het is half oktober! Waar moet dat heen met je kindjes als er straks vorst aan je kont komt?’
Meerkoet zei weinig terug. Niets eigenlijk.
Maakte foto en verschuilde me achter boom omdat ik ook foto van meerkoet óp nest wilde. Moe meerkoet was allesbehalve achterlijk en gluurde naar boom. Daar paste ik achter zonder buik in te houden, maar oké, zij won, anders kregen haar eitjes het koud. Pakte fiets en reed stukje verder.

Geslaagd!

Keek op de week (104)

Roos is geslaagd! Vond haar sowieso al geslaagd, maar nu is ze officieel afgestudeerd als slim mens. Heeft drieënhalve Master binnen en heet officieel MSc (Master of Science) en Mr. (meester in de rechten.) Vrienden/bekenden mogen haar – heel fideel – bij voornaam blijven noemen.
Onderzoek en schrijven scriptie voor Master Recht van de Gezondheidszorg was waar migrainedossier. Titel: “Nederland slikt bittere maar vooral dure pillen.” Over invloed van farmacie op prijzen van geneesmiddelen.
Ik mocht taalnazi spel(l)en; vriendin Suzanne maakte omslagontwerp. Roos kreeg na verdediging van scriptie een acht. In scriptieland een tien.
Mevrouw heeft zelfs al een baan! Een PhD (klik) in Eindhoven…

Hond holde kwispelstaartend op me af.
‘Ha Puck. Ben je niet meer de gebeten hond, jongen? Je bent nat! Mag je weer zwemmen?’
‘Hij is genezen verklaard door dierenarts,’ vertelde Baas opgelucht. ‘Totale kosten 475 euro, maar dat betaalt die tuthola. Omdat Puck afgelopen maand alleen korte stukjes mocht lopen, is-ie te zwaar en moet-ie op dieet.’ Baas deed dierenarts na en keek me streng.
‘Die kerel is zelf te dik,’ zei ik.
‘Hij heb een pens alsof-ie zeven maanden zwanger is!’ schaterlachte Baas.
‘Van een volwassen Deense dog,’ deed ik er schep bovenop.
Afijn, rust in stiltegebied werd weer wreed verstoord.

Twee jongelui liepen naast elkaar over brede voetgangersbrug. Laat ik ze Ali en Hakim noemen. Met volle boodschappenfiets wachtte ik tot tweetal was gepasseerd.
‘Die vrouw heeft respect voor ons,’ zei Ali tegen Hakim.
‘Het is meer uit algemeen fatsoen,’ kon ik niet nalaten te zeggen.
‘Omdat u respect heeft voor ons,’ hield Ali.‘
‘Nee, respect moet je verdienen.’
Hakim lachte en trok aan Ali’s arm; hij moest doorlopen.
Ali stagneerde en zei: ‘Dat is probleem met Nederlandse vrouwen. Zij hebben geen respect voor mannen.’
Lag met mijn honderdeenentachtig centimeter voorover gevouwen van het lachen over fietsstuur. Mannen! Haha. Jongelui waren hoogstens 16/17 jaar. ‘Ik zou wel eens met je oma willen praten. Of zij jou al een man vindt.’
Ali keek beledigd. Hakim giechelde. ‘Ali, je weet toch wat mijn vader altijd zegt: ‘Nooit met vrouwen in discussie gaan.’
‘Jouw vader is een wijs man,’ zei ik tegen Hakim. ‘Hij krijgt vast veel respect.’ En tegen Ali:
‘En nou doorlopen anders rijd ik over je heen!’

Fietste de dijk op.
In berm stond wielrenner. Zo te zien had hij problemen met zijn pedaal.
‘Mevrouw, heeft u toevallig een inbussleutel bij u?’
‘Ja, die heb ik,’ zei ik. Zat natuurlijk onder in heuptasje. Toverde klein stuk gereedschap redelijk snel tevoorschijn. Wilde het aan man geven.
Was hij blij? Nee, hij zette handen in zijn zij en riep verontwaardigd: ‘Wat moet een vrouw nou met een inbussleutel?’
M’n fietsbroek zakte bijkans af. Dacht: bekijk het. Stopte inbus terug, klikte voet in pedaal en fietste weg.
Zag in achteruitkijkspiegeltje op mijn bril dat kerel wilde armgebaren maakte. Wat mij betreft ging hij steppend naar huis. Tevreden fietste ik de leegte in.

Een ijskoude belofte

Keek op de week (102)

Waarom zijn Ferrari’s altijd rood? vroeg ik me af toen ik bolide op passeerplaats zag wachten voor tegenliggers. Word overigens niet warm of koud van zo’n kar.
Dacht: als Daniel Craig (klik) achter stuur zit, vraag ik lift.
Bedacht me onmiddellijk want zat op racefiets en die paste niet in auto. Zelfs niet wanneer ik beide wielen uit frame haalde. Waardeloze wagen!
‘Waardeloos!’ gilde Man thuis. Bijkans struikelend over z’n woorden, riep hij: ‘De goedkoopste tweedehands kost een ton! Voor dat geld kun je twintig Colnago carbonfietsen kopen.’
‘Ik heb er al een,’ wierp ik tegen.
‘Zelfs vijf Colnago Ferrari’s.’ Joris grijnsde. Zo, behalve van cijfers had hij ook nog ergens anders verstand van.
‘Je denkt toch niet dat ik op fiets ga rijden waar de naam van een auto op staat? Bovendien is Colnago Ferrari rood óf zwart, en wat is mijn lievelingskleur?’
‘Blauw,’ zei Man. Hij zweeg.
Zo hoor ik ‘m het liefst.

Vorig jaar hadden Joris en ik meningsverschil. Hij wilde airco; ik niet. Is tegen m’n principe: aarde warmt op, door nog meer apparaten te gebruiken, gaat CO2-uitstoot verder omhoog.
Deze week begon echtgenoot wederom over koelsysteem. Klaagde dat het “ondraaglijk warm was in werkkamer.”
‘Ga je op de zaak werken,’ opperde ik.
‘Dáár staat airco altijd aan!’
‘Dat zeg ik!’
‘Ik werk liever thuis. Beetje achter m’n vrouw aanzitten.’
‘Als je dat maar laat…En geen airco,’ sprak ik streng.
Volgende dag ging deurbel. Wuifde als dank naar bezorger. Stond groot pak voor voordeur. Ging daar m’n handen niet aan vuilmaken.
‘Schat, kun je iets van de mat rapen? Is voor jou.’
Joris snelde trap af. Z’n ogen glinsterden.
Ga airco zo hard zetten dat man vastvriest aan stoel. Zo wordt huwelijk nooit saai.

In polder raapte kerel met lange grijparm rommel van grond en wierp het in afvalzak.
‘Dank u!’ riep ik.
‘Dat moet niet, hoor.’
‘Als het moet, zeg ik het niet.’
‘Beetje eigenwijs misschien?’
‘Oh, dit is nog niets.’
‘Ik ben blij dat ik niet met u getrouwd ben,’ grapte onbekende.
‘Mijn man is ook blij dat ik niet met u getrouwd ben.’
Hij lachte.
‘Doet u dit vrijwillig?’ interviewde ik.
‘Ja, hier doe ik mezelf plezier mee. Vind dit heel ontspannend.’
Stak als afscheid m’n duim op. Dat mocht.

Word kippig. Zelfs Rosa heeft het door. Als hond buiten in hoge gras bal neerlegde, zag ik ‘m niet en vroeg: ‘Waar is je bal?’
Keek Rosa me meelijwekkend aan en snoof. Baas, je draagt toch je bril? Kijk er dan door! Waarna huisdier bal oppakte en meteen weer liet vallen.
Hedendaags pakt ze het verstandiger aan en legt ze bal midden op pad. Lopen we langs brede sloot, plonst ze erin en kijkt achterom: schiet eens op met die bal!
Wie is hier nou het (h)baasje?

Postcrossing:
Ontving kaart van Christa uit Santa Cruz, Californië. Blijft bijzonder dat vreemden rekening houden met jouw ansichtwensen. Afzendster koos kaart omdat ik van vuurtorens en van blauw houd. “I live about ten minutes from the ocean and really like listening to the Beach Boys.

Wildgroei in je oerbrein

Keek op de week (100)

Honderd “keken” op de week. Wie had dat gedacht bij nummer één? Ik allerminst.

Fietste achter echtpaar op elektrische rijwielen. Belde of ik mocht passeren.
Dat mocht.
Riep in voorbijgaan: ‘Dank u!’
‘Assieblief!’ riep vrouw. Ze vloog tegen haar man uit de bocht: ‘Tering! Een racefiets met een bél. Het kan dus wel, hè?’
Toen het weer zo laat was (piestijd) stuitte ik op bordje. Speciaal voor Broer foto gemaakt. (Bovenste mag je negeren.)

Las in krant dat “mens gemiddeld 60.000 gedachten per dag heeft, waarvan 98% onbewust.”
Liet hoeveelheid gedachten even tot me doordringen.
Las verder. “Zonder dat we het doorhebben, zitten we vast in onbewuste patronen en oordelen, zeker in het verkeer.”
Lang, kort: Achter stuur ondergaan vriendelijkste mensen persoonlijkheidsverandering, want ze laten zich leiden door oerbrein.
Werd advies gegeven wat je kunt doen wanneer je getergd wordt door bumperklever. Tegen jezelf zeggen: ik beslis om mij daar niet door te laten ergeren. Paar keer diep in/uit ademen. Probeer begrip op te brengen dat bumperklever waarschijnlijk veel stress ervaart…
Verloor alle belangstelling voor artikel. Laat mij fijn door oerbrein leiden. Bij automobilisten die bijna ín mijn auto rijden, tik ik rempedaal aan. Of laat gas los en kijk nadrukkelijk in achteruitkijkspiegel. Binnen tien tellen laat klever gat van tien meter vallen, denkend: dat wijf is gek!
Weg stress.

‘Verkoopt u witte onderjurken?’ vroeg ik dame in kakkineuze lingeriewinkel. Alle huis-tuin-en keukenwinkels in naburige gemeente had ik reeds bezocht.
‘Nee mevrouw…’ antwoordde verkoopster. Vrouw straalde net zoveel persoonlijkheid uit als onze overleden koelkast. Ze keek of ze me iets belangrijks ging mededelen.  ‘Ik verkoop alleen gekleurde. Tegenwoordig draagt iedereen zelfs zwarte onderjurken onder witte jurken.’ Ze zei nog net niet dat ik uit Middeleeuwen stamde.
Dacht: snuit lekker je neus in je gekleurde ondergoed en verliet winkel.
Mij een zorg wat “iedereen” “ tegenwoordig” draagt. Meningen over mijn kledingkeuze, tsssk. Als ik een jurk achterstevoren wil dragen, dóe ik dat.
Bestel onderjurk wel via internet. Wanneer maat niet goed is, kan ik er altijd nog vliegen mee doodslaan.

Man had beatlehaar; ware wildgroei. Was vier maanden niet gekortwiekt. Bakkebaarden blowing in the wind. Matje in nek. Kon haar achter oren steken, en i could grab him by the pony.
‘Wie ziet het?’ zei Joris schouder ophalend. ‘Beter lang haar dan kaal,’ sprak hij trots, alsof hij hoofdbedekking Pokon had gegeven.
Vrijdag knipte kapster korte metten. Hebben ervoor en erna foto gemaakt. Ware vreugde van gezinsleven.

Had zaterdagochtend afspraakje met jonge kerel!
Kakel, vergeet je niets?
Oh ja, beroepsmatig want: ortho. Hij vroeg helaas niet of ik koffie wilde. Was tevreden over resultaat van trucje: spleetje tussen ondertanden dicht, en Griekse huisjes staan weer recht.
Mocht happen in pasta (voor nieuwe retentiespalk)
Hij pakte te grote haplepel. ‘U heeft een kleine mond,’ sprak hij.
‘Daar zijn de meningen over verdeeld,’ zei ik naar waarheid.
‘Ik constateer alleen feiten.’
Aárdig! Nog één keer terug en dan is ondergebit weer oude normaal.

Postcrossing:
Ontving kaart van Kenn, Seattle, (7855 km’s away)
“Although I don’t think POSTCROSSING should be about political issues, I am compelled to state that I do not support Trump, or his messages of hate and separation. As a citizen of the USA, I apologize for the disaster of our dreadful President and his enablers. Thank you for understanding.”
Amen! Heb waarlijk meelij met Kenn…