Tussen kerst en oliebol

Keek op de week (219)

In plaats van kunstboom tuigden wij Rosa op. Alleen voor foto. Hond vond er geen pest aan.

Gaf in polder bal terug die hond van jager had verloren. Kerel droeg gevechtstenue maar geen geweer. Gemiste kans; had in loop graag een u-vorm gevouwen. Vind kerel een hufter maar daar hoeft zijn hond niet onder te lijden.
Jager keek van Rosa naar mij. ‘Bent u die vrouw die ik een keer heb geholpen toen uw hond achter een zwaan aan ging?’
Wat je geholpen noemt. Hij maakte me er op attent dat deze overtreding me 500 euro kon kosten, en drong aan Rosa op te leiden tot jachthond want ze had ‘beslist talent.’ Daarbij keek hij me aan alsof hij mij grote dienst bewees. Verwachtte hij een medaille?
‘Bent u die man die tegen me zei dat ik een stevig pak slaag nodig had?’
Dat was nadat ik hem bekritiseerde omdat hij zijn labrador een trap gaf omdat dier – afgeleid door Rosa – niet snel genoeg doorliep.
Jager en ik wisselden blikken van verstandhouding.
Gesprek was meteen ten einde.

Stond in Appie bij zelfscanner.
‘Moet je zien,’ zei buurman op links. ‘Jouw scanner is versierd.’ Hij wees naar zilverkleurige slingers met rode kerstballen die scherm opleukten, en schaterde: ‘Die van mij is weer kaal. Het enige leuke aan feestdagen vind ik de versiering.’ Buurman is baas van labrador Puck, en altijd in voor grap en grijns.
Ganse versiering was mij ontgaan.
‘Zullen we ruilen?’ stelde ik voor. Was kwestie van boodschappenmandjes verhuizen.
Baas – warrig grijs haar en pretogen – keek me ongelovig aan, lachte, en zei: ‘Ja, laten we dat doen!’
We ruilden van plek, en betaalden.
‘Als jij mij eerst door poortje laat gaan,’ zei Buurman, ‘en daarna jouw kassabon scant, doe ik alsof ik het poortje voor jou openhoud.’
Hekje zwaaide open. Baas pakte het vast en maakte een buiging. Proestend liep ik langs. Het was net een toneelstuk. Schaterend liepen we naar buiten.

Pakte pak knäckebröd. Joris heeft liefst per vier stuks verpakt in plastic. (‘Blijven ze knapperiger.’ ‘Niet zeuren, dooreten!’) Ik koop pak met louter losse. Scheurde plots verpakking kapot: alle knäckers in gruzelementen op grond. Keek naar Joris.
Hij draaide zich om en verliet dubbelgevouwen van het lachen de keuken.
‘Ik veeg de kruimels op en gooi alles in jouw kant van het bed!’ dreigde ik.
Man lachte nog harder.
Had hij maar gezegd: ‘Dat durf je toch niet.’

Tegen pergola hing kleine bonte specht. Schuchter keek hij naar vogelpindakaaspot en omgeving. Hipte omhoog en omlaag, en landde na lang aarzelen op aanvliegplaats. Joris had ’s ochtends verse pot opgehangen die voor ¾ was leeggegeten. Specht moest diep in pot duiken om te kunnen happen. Honger gaf doorslag. Met gevuld buikje vloog specht weg. Zonnestralen deden zijn rode veren glanzen.
Mooiste versiering vliegt door de lucht.

Een hoopgevend citaat om 2026 mee te beginnen:
Some believe it is only great power that can hold evil in check, but that is not what I have found. It is the small everyday deeds of ordinary folk that keep the darkness at bay. Small acts of kindness and love.
J.R.R. Tolkien – The Hobbitt, 1987.

Een hoosbui en pinken

Keek op de week (214)

Trof Astrid buiten bij bieb. Zonder gips en met grijns. ‘Ik kan weer armpje drukken, dus zeg maar wanneer je komt.’
‘Van jou verlies ik graag,’ zei ik.
‘Even roddelen,’ zei ze, en knikte naar groentekraam op markt. ‘Zie je die kale man in blauwe bodywarmer? Mijn buurman. Vindt zichzelf een knappe vent.’ Astrid proestte het uit. ‘Was ik maar minder beschaafd, dan zou ik dat tegen ‘m zeggen. Wat ben ik slecht, hè?’
‘Daarom zijn we toch vriendinnen?’
‘Dat is waar,’ zei ze en haakte haar arm door mijne. ‘Buurman is typische politieagent,’ zei ze met opgetrokken neus. ‘Vreselijke man. Binnenkort gaat-ie op vakantie naar China.’
Astrid tikte op haar voorhoofd. ‘Mensenrechtenschendingen. Geen vrijheid van meningsuiting. Geen homorechten. Onderdrukking van Oeigoeren, en poging tot inlijving van Taiwan. En hij is ook nog trots dat-ie ernaar toegaat.’
‘Sommige mensen leven alleen voor zichzelf. Zullen we in Buurmans vakantie aangifte tegen hem doen van spionage? Met beetje mazzel houden ze hem in China.’
‘Oh, daar knapt het hele blok van op,’ zei Astrid.

Had net met Rosa in polder hoosbui overleefd. Bijna thuis, kwam ik vrouw tegen.
‘Ik snap dat u het vriendelijk bedoelt, maar wilt u mijn hond geen brokje geven?’ vroeg ik.
Labradors zijn enorm gefocust op eten. Wij willen geen bedelhond die zich opdringt aan argeloze voorbijgangers in hoop dat er iets eetbaars uit jaszak valt.
‘Van uw vriend mag het anders wel,’ zei vrouw in gevlekte jas.
‘Ik denk dat u in de war bent, want ik heb geen vriend.’
‘Uw man dan. Die hond heet toch Lex?’
‘Nee, dit is Rosa.’
‘Nee, dat is Lex!’
Alsof ik mijn eigen hond niet ken! Dacht: laat ik eens meegaand zijn. Sinds wanneer heb ik twee honden? En lag Rosa dan thuis te dutten in mand? Vond het idee lachwekkend. Zei giechelend tegen vrouw: ‘Dan heb ik de verkeerde hond meegenomen.’
Vrouw met duizend-en-een-dalmatiër-jas was het helemaal kwijt.

Bende jonge stieren  – pinken van ruim jaar oud – rende kriskras over weg. 300 meter verder was parallelweg naar provinciale weg.
Blokkeerde weg met fiets. Rijwiel van links naar rechts rijdend, stoere taal roepend: ‘Schorem, scheer je weg! Hup, terug naar waar je vandaan komt!’
Stieren leken eerder nieuwsgierig dan ontregeld. Alsof ze schoolreisje hadden. Eindelijk weg uit dat saaie weiland.
Stond te dubben politie te bellen, toen in verte drie pubers te fiets verschenen.
Help was on it’s way.
Drietal parkeerde fietsen defensief op weg, en overlegde hardop.
‘Ze zijn van boer Schouten.’
‘Hij mag van god geen telefoon gebruiken.’
‘Zal ik de tractor halen?’
‘Dan moet je helemaal omrijden. Weet je hoelang dat duurt?’
‘Zet ze hier in het weiland!’
‘Dat is van Harmsma.’
‘Nou en? Wat kunnen ze daar voor kwaad?’
‘Harmsma zoekt met iedereen ruzie.’
‘Ik bel mijn vader.’
…………
‘Mijn vader regelt het. Stieren moeten onmiddellijk van openbare weg.’
Alsof geteisem einde van schoolreisje rook, keerde het om. Een argeloze automobilist tegemoet. Die seinde met lichten en claxonneerde maar dat bleek rode vlag. Bestuurder koos eieren voor zijn auto, en scheurde achteruit een zijweg in.
Wildebeesten draaiden zich teleurgesteld om. Vonden het nog steeds geweldig uitje, en zetten het op hollen.
Zag zwik aan komen en dacht: dan maar geen lefmeid, en zocht dekking achter boom. Moet ook om welzijn van fiets denken.
Hulde voor knullen die als volleerde veedrijvers – met armgebaren en wapperende jassen – stieren het weiland in werkten.
Harmsma kon – letterlijk – de schijt krijgen.

Bruistabletten met zuurstof

Keek op de week (213)

Zat in wachtkamer longpoli Erasmus. Naast me zat man aan zuurstof. Bij elke ademteug hoorde ik zuurstof ruisen. Naast hem zat zijn vrouw.
Herfstzon scheen schuin naar binnen. Kreeg het warm. Straks kreeg ik hoestaanval voordat ik blaastesten had gedaan.
Bank overkant was leeg en stond in schaduw.
‘Ik verkas even,’ zei ik tegen Zuurstofman. ‘Het is niet persoonlijk bedoeld.’
Hij glimlachte.
Echtpaar keek toe hoe ik plaatsnam op bank tegenover hen.
Benen zaten inderdaad in schaduw. Helaas speculaas, scheen zon vól naar binnen op mijn gezicht. Alsof ik midden in spotlicht zat. Had dat kunnen weten. Was mijn brein in slaap gesukkeld?
Pakte mijn verlies en stond op.
‘Gelukkig is deze plek naast u nog vrij,’ zei ik luchtig tegen Zuurstofman.
Hij schudde van het lachen.
Was ik niet voor niks verhuisd.

Joris had tegoedbon om thuis bioscoopfilm te kijken. Hij koos film uit. Lengte: 2 ½ uur. Moesten film binnen 48 uur consumeren. Vonden dat nogal een uitdaging.
Avond één liep gesmeerd. Totdat film na uur uit zichzelf stopte en herstartte bij begin. Kostte Joris kwartier om uit te vogelen dat hij op zijn telefoon film vooruit kon spoelen. Na weer tien minuten kijken, hadden we er tabak van.
Tweede bedrijf. Zaten weer op onze zuignap op bank. Voelden ons heuse comakijkers. Alleen popcorn ontbrak.
‘Met beetje mazzel halen we het eind van film,’ zei Man.
Het werd kielekiele… maar haalden zelfs aftiteling.

Wandelde met Rosa langs bankje waarop twee vrouwen zaten. Hond had gezwommen en ging in gras liggen rollen. Van links naar rechts en om en om, kreunend van welbehagen en  zuchtend van genot.
Een van vrouwen trok afkeurend gezicht en zei: ‘Bah! Wat ziet die hond er goor uit.’
Ze nam slok uit beker in haar hand. Verslikte zich en sproeide bruin vocht over witte bodywarmer.
Zonder dat ik met mijn boze oog naar vrouw had gekeken!

Moet sinds kort 6x p/d puffen. Lijkt wel aangenomen werk. Stopte op fiets langs weg en nam teug.
Alsof regisseur sein gaf, stormde uit woning een bruine labrador naar buiten. ‘Lola, kom hier! Kom hier!’ riep man.
Hond stormde af op berg bijeen geharkte bladeren op grasveld en dook erin zoals Dagobert Duck in zijn geld. Als illegale voetzoeker rende Lola rondjes over terrein. Bladeren stoven in rondte. Kruiwagen maakte nutteloze indruk.
Hondeneigenaar zette handen in zij en schudde het hoofd. Zijn ogen volgden mismoedig Lola die onstuitbaar rondjes rende.
Kerel en ik keken elkaar aan. Ik maakte weids gebaar: wat heb je aan een hond?
‘Ik deed de deur dicht en ze glipte achter me langs. De tweede keer vandaag!’
Je kan moeilijk boos worden op een hond die overweldigd wordt door vreugde.
‘Geeft u Lola bruistabletten te eten?’ vroeg ik.
‘Je zou het denken, hè? Hiervoor hadden we drie zwarte labradors. Lola is erger dan die drie zwarte bij elkaar. Echt ongelooflijk.’ Man kon niet bevatten dat hij deze miskoop had begaan.
Om zijn leed te verzachten, zei ik: ‘Wij hebben ook zo’n bruine sodemieter.’
‘Oh ja. Wat doet die allemaal?’
‘Weglopen. Door bloembedden denderen. Fazanten opjagen. Mollen vangen. Meehuilen met het luchtalarm…’
Een dikke rollende lach. ‘Wat knap ik hier van op,’ schaterde de man. ‘Fiets nog eens langs en neem je hond mee.’

De bevlogen man

Keek op de week (207)

Kinderdijk

Voer met pont naar Kinderdijk en fietst naar Schoonrewoerd. In Everdingen wachtte ik in berm tot trekker met dorsmachine langs was geraasd. Wilde opstappen toen boerin met kruiwagen vol appels weg over stak.
‘Krijgt u vanavond eters?’ liet ik uit mijn mond vallen.
Vrouw schaterde met dikke, rollende lach. ‘Hou op! Ik heb appelmoes, compote, stroop, limonade, appeltaart, chutney en appelstoofschotels gemaakt.’ Ze had appelblossen,  glinsterogen en straalde gemoedelijkheid uit.
‘Ik ben graag in de keuken; een beetje rommelen,’ voegde ze eraan toe.
Op de hoeve stond: Rust Roest. ‘U zult niet roesten,’ zei ik, wat een beetje klonk als het elfde gebod.
Weer die lach. ‘De boerderij was van de ouders van mijn man. Mijn schoonvader zat nooit stil. Die man had een worm in zijn kont.’
Voila, een roddel.
‘Nu zijn de appels op en gaan we peren plukken. Wil je een zak appels meenemen?’
Dat was lief. Kon ze alleen op racefiets niet meenemen. ‘Bedankt dat u het vraagt. Eén appel is genoeg, hoor.’
Vrouw koos appel uit en poetste ‘m glanzend aan haar mouw.
Een appel voor de dorst.

Deed inkopen voor Schuifeloudje bij Kruitvat. Liep winkel uit en werd op stoep zowat omver gereden door vrouw op e-bike. Vrouw stopte en zei klagend: ‘Het is droog en ik kreeg net vijf grote regendruppels op mijn hoofd!’
Nou, dan heb je wel wat meegemaakt.
Liet kassabon vallen (zwaar, hè?) en bukte om ‘m op te rapen. Zag in waterplas een  spartelend lievevrouwebeestje liggen. Met vier stippen. Viste haar eruit en zette kevertje op metalen kar met ingepakte keukenrollen.
En óp kwam het zonnetje!

Oudere man in AH bekeek inhoud van blik en pot rodekool. ‘Er zit teveel in voor mij alleen,’ zei hij, ‘en na twee dagen loopt het restant uit de koelkast.’
‘U kunt rodekool uit de diepvries nemen,’ opperde ik.
Kerel keek alsof ik relativiteitstheorie had ontdekt. Terwijl iedereen weet dat Einsteins eerste vrouw dat heeft gedaan. Zijn vrouw, ja. Vrouwelijke wetenschappers doen ontdekkingen en die worden aan mannen toegeschreven. Dat heet het Mathilda-effect. Check.
We wandelden samen naar iglo’s. Onderwijl vertelde hij: ‘Mijn vrouw was piloot en vloog in iedere kist. Passagiersvliegtuigen, F16’s en helikopters maar haar passie was zweefvliegen. Dan voelde ze zich een vogel tussen de vogels.’
‘Ging u weleens met haar mee?’
‘Zelden. Vliegen was haar wereld. Ik luisterde wel altijd gretig naar haar verhalen. Ze is thuis overleden in haar slaap.’
Er viel een stilte.
‘Had uw vrouw een mooie uitvaart?’
‘Ja. Mijn zoons beschilderden de kist met haar zweefvliegtuig. Tijdens de dienst zei de oudste: ‘We tillen het achterste gedeelte van de kist omhoog, dan is het net of mama een duikvlucht maakt.’ Hij lachte bij de herinnering. ’Het was zo’n mooie dienst.’
‘Wilt u met of zonder appeltjes?’ vroeg ik.
‘Met,’ klonk het resoluut.

Was mijn sokken kwijt. Geen reden tot harikiri want heb meer sokken, maar waar waren ze? Sinds wanneer deponeert meelevende huisgenoot míjn vuile sokken in wasmand?
Vond ze terug tussen Rosa’s speeltjes. Ze had genoeglijk op sokken liggen kauwen terwijl ze uitkeek over straat waarop zij alleenheerschappij bedingt.
Joris sprak lovende woorden: ‘Dat dat beest niet in coma is geraakt…’
Dat terwijl er maar een persoon in dit huishouden zweetvoeten heeft en deze van het mannelijk geslacht is.

Foto: Pixabay

De halve freule

Keek op de week (205)

Vinkeveen

Voelde in Vinkeveen steek in mijn voet. Op wreef – tussen sok en fietsschoen – zat een wesp. Steekbeest siste: Ik zat klem!
‘Sukkel, je bent er zelf gaan zitten,’ zei ik en piekte beest weg. Trok voet omhoog uit pedaal, en schoof sok opzij. Met andere voet trapte ik verder. (Later als ik groot ben, ga ik bij het circus.) Zag geen angel. Geen angel, geen stress, geen stop.
Tankte twee uur later melk in Oudewater. Eerst brandde mijn voet maar inmiddels jeukte-ie als de hel. Over hele voet behalve op steekplek.
Twee dagen later nóg. (Jankerd!) Ken geen jaloezie, doch voelde steek van afgunst. Zou dergelijk effect ook weleens op mens willen hebben.

Tussen twee wildroosters zag het zwartwit van koeien. Begrijpelijk, want dat was enige schaduwplek. Vrouw op scooter accepteerde haar lot en keek gelaten op telefoon. Achter me snerpte vrouw op e-bike: ‘Herman, er staan allemaal koeien!’ Haar man zweeg.
‘Dag melkmeiden,’ sprak ik koeien toe. ‘Mag ik er even langs? Ik doe jullie geen kwaad,’ en stepte ietsjepietsje dichterbij.
Dit zou toffe foto opleveren! Vanwege mijn onhandigheid liet ik dat wel uit mijn hoofd.
Was weldra middelpunt van luidruchtig gesnuif. Als er nou maar geen een begon te piesen. Fleemde tegen rund: ‘Wil jij met je beeldschone derrière een stukje naar rechts gaan staan?’
Heb aan 42 cm genoeg want dat is breedte van mijn schouders en stuur.
Koe en ik keken elkaar aan, en werkelijk, wij connectten. Rund loeide vriendschappelijk in mijn gezicht – waarbij ik gras tussen haar kiezen zag zitten – en stapte opzij. Eenmaal erlangs stapte koe weer terug.
Achter me snerpte vrouw: ‘Herman, koeien zijn gevaarlijke beesten! Hoe moet dat nou?’
Wachten tot het melktijd wordt?

Wachtte bij notenkraam op markt. Naast mij stonden twee vrouwen. Een vertelde: ‘Anton heeft mijn voorouders uitgezocht en ik blijk van adellijke afkomst.’ Spreekster knikte zijdelings naar kennis van: dringt de omvang van dit bericht tot je door? Ze vervolgde: ‘Weet je, dat vermoeden heb ik altijd gehad. In kastelen en paleizen voel ik een affectie met de grandeur. Ik ben daar thuis, begrijp je?’
Marktkoopman en ik blikten elkaar kort in ogen. Hadden we dat maar niet gedaan. We draaiden onze ruggen naar vrouwen toe. Schuddend van het ingehouden lachen.
Toen vrouwen verdwenen waren, zei ik: ‘Had nou je saxofoon maar meegenomen. Dan had je die halve freule omver kunnen blazen.’
‘Tegen zoveel poeha is weinig opgewassen.’

Op strandje langs Nieuwe Maas zat vrouw met jongetje. Een bal dreef in het water.
‘Zal ik de bal naar je toe gooien?’ vroeg ik ventje.
‘Jij moet met je handen van mijn bal afblijven!’
Het was afgaand tij. ‘Als er een boot langs vaart, raak je ‘m misschien kwijt…’
Vrouw riep: ‘Hoe durf jij je te bemoeien met mijn zoon!’
Weet ik veel. Omdat er diep vanbinnen een sprankje goedheid in me zit? Maakt niet uit, bewaar ik dat voor een andere keer.
Rosa zwom en zwom. Meeuwen joegen over het onstuimige water. Er gebeurde zoiets fijns. Binnenvaartschip beladen met zand voer voorbij, terwijl Waterbus langszij stoof.
Hield Rosa op droge. Nadat hoogste golven zich aan land hadden gestort, maakte water terugtrekkende beweging en zoog voetbal mee.
‘Mijn bal! Mijn bal!’ schreeuwde het jongetje.
Moeder veerde op. ‘Hallo! Hallo jij daar met je hond! Kan jouw hond die bal terugbrengen?’
In je dromen!