O-benen met gloeiwijn

Keek op de week (228)

In Bodegraven fietste ik langs molen en door nauwe straatjes. Bij blauwe poort hield ik halt. Op deur stond geschilderd: ‘Hier geen fietsen plaatsen.’
Dergelijke tekst róept om actie. Parkeerde fiets en maakte foto.
Vliegensvlug, hoor.

Twee boerkes van buut’n liepen naast elkaar en hielden halt op bruggetje.
Hun handen steunden op leuning. Ze droegen houten klompen, een blauwe werkbroek en geruit overhemd. Na een arbeidzaam leven hadden ze alle tijd van de wereld.
‘Ut benne postzegels, hè?’ gebaarde een boer met zijn hand naar de afgebakende lapjes grond van de amateurtuinvereniging. Zijn stem had een brommige ondertoon. ‘Arepels, uien…daar hebbe ze waainig werk an.’
‘Ze zitte meer dan ze sjouwe,’ beaamde ander.
Rosa dacht: kan best wezen, maar ik wil erlangs. Keek van ene naar andere boer maar er was geen passeerplaats. Of…ja toch. Met mengeling van schaamte en verbazing zag ik wat Rosa zag en liet hond begaan. Hoopte dat meest rechtse boer gevoel voor humor had. Enorme O-benen had hij al en daar stapte hond tussendoor.
Liep dichterbij en zei goedemiddag.
Eigenaar van O-benen ging opzij en ik haastte me het bruggetje over.
De brommer constateerde droog: ‘Raar volk.’

Kwam tijdens rondje Rosa vrouw met draadhaar teckel tegen.
‘Mijn man noemt ‘m Harrie maar dat is toch geen naam voor een hond?’
‘Ollie,’ zei ik.
‘Nee, de naam moet met een H beginnen,’ zei de vrouw beslist.
‘Hollie.’
We lagen dubbel.
Vond Hummer leuke naam maar ook getuigen van wansmaak om je hond in deze tijd naar Amerikaanse auto te vernoemen. ‘Hurdur,’ opperde ik. ‘Dat is het IJslandse woord voor hond. Uitspreken zoals de Zweedse kok van Muppets het doet. Hur-der.’
‘Hur-dur,’ zei vrouw met rollende r. ‘Hur-dur. Ik vind het geweldig! Deze zomer gaan we op vakantie naar IJsland,’ schaterde ze.

Het was stikmistig en koud. Van verre zag ik obstakel staan op smalle polderweg. Obstakel bleek kapotte scootmobiel met oude man erin. Verwaaid haar, bruine ogen en blauwe lippen. Zette fiets tegen lantaarnpaal.
‘Dag meneer. Draagt u een persoonsalarm?’ vroeg ik.
‘Ja, ja, nu je het zegt…Om mijn nek. Wil jij mijn jas opendoen? Mijn vingers zijn te koud.’
Sjaal af, jas open, alles weer dicht. Drukte op alarmknopje.
Vrouwenstem noemde naam zorginstelling en zei: ‘Dag meneer Berk, wat kan ik voor u doen?’
‘Mijn schootmobiel is kapot!’
‘Heel vervelend. Wij komen u meteen ophalen. Waar bent u?’
Noemde straatnaam die ik in Strava-app zag staan. ‘Op ongeveer 400 meter van stompe molen.’
‘Hoe gaat het met meneer?’
Gaan we over iemand praten terwijl hij erbij zit?
‘Wilt u dat aan meneer Berk zelf vragen?’
Man riep: ‘IJskoud! Ik vergat dat ik mijn alarm droeg.’
‘Daar gaan we een oplossing voor bedenken,’ zei vrouw.
Er verscheen werkbusje. Jonge vent in werkkleding stapte uit en opende achterkant van busje. Pakte paardendeken vouwde die met zorg om oude man heen.
Held wilde niks weten van bedankje. ‘Kleine moeite! Ik heb ook een opa.’
Rap arriveerde zorgbusje. ‘We tillen u in de warme bus en dat gaat u fijn naar huis,’ zeiden twee zorgbroeders.’
Meneer Berk begon te huilen. ‘Iedereen is zo lief voor me.’
‘Dat verdient u ook,’ zei broeder, en gaf Berk in bus tuitbeker met warme thee.
Of zou er gloeiwijn in hebben gezeten?

De wijze schoonmoeder

Keek op de week (227)

Stond in bieb. Op tafel waren boeken uitgestald in vorm van gewaaierde cirkel.
Was alsof ik wist wat ging komen. Het was bijna eng.
Terwijl ik keek, begonnen boeken te glijden en vielen allemaal om.
Vaste vrijwilliger keek mij aan.
‘Zonder handjes!’ lachte ik.
‘Was idee van bibliothecaresse,’ fluisterde hij. ‘Ze is nieuw.’

Fietste langs boerenerf waar vrouw voorovergebogen onkruid uit grind stond te trekken.
Ik stopte. ‘Mevrouw, mag ik u iets vragen?’
Boerin streek handen af aan werkschort en knikte.
‘Waarom hebben uw buren het ooievaarsnest uit de tuin weggehaald? Er broedden ieder jaar ooievaars.’
‘Stadse lui,’ zei vrouw met afkeurend gezicht. ‘Zijn hier komen wonen voor hun rust. Houden niet van takken, mos, en rommel. Er sprong weleens een kikker uit het nest, of de ouders gooiden een dood jong overboord. Dat is de natuur. Vinden stadse mensen onhygiënisch.’
‘Broedende ooievaars zijn toch een compliment voor je tuin?’ zei ik.
‘Precies! Het zijn zeurpieten. Klaagden dat jonge ooievaars ’s ochtends vroeg piepten omdat ze gevoerd wilden worden. Koeien loeien ’s nachts te hard, en ze hebben een klacht ingediend over geluidsoverlast door melkwagen.’
‘Van de Melkunie?’ vroeg ik ongelovig.
Vrouw knikte, zette handen in zij, keek me aan met een wat-vind-je-daar-nou-van-blik, en zei: ‘Mijn schoonmoeder zaliger zou zeggen: ‘Als je zoveel rust wilt, kun je beter in zes planken onder de grond gaan wonen.’

Fietste langs Loet en zag onderweg Karin naast fiets staan. Woont in dorp. Was vaste klant van mijn groenworkshops en met afstand de gezelligste.
‘Heb je pech of wacht je hier op de intocht van Sinterklaas?’ vroeg ik.
‘Jij zal nik hebben,’ schaterde ze. ‘Mijn accu is leeg. Een uur geleden  was-ie vol –  5 streepjes – en ineens leeg. Dit is mijn tweede accu in twee jaar! Zou iemand erin trappen als ik ‘m terplekke te koop aanbied?’ grapte ze. Serieuzer: ‘Mijn telefoon ligt thuis.’
Reikte haar mijne aan. Haar man is gepensioneerd buschauffeur met heimwee die graag mensen rond rijdt.
Karin gaf telefoon terug. ‘Bedankt. Bert is onderweg.’
‘Weet je dat er een slimme stekker is die de levensduur van je fietsaccu verlengt en oververhitting voorkomt?’ vroeg ik.
‘Heb jij óók een e-bike?’ vroeg Karin enthousiast.
Keek dorpsgenoot aan en zei teleurgesteld: ‘Ik dacht dat wij vrienden waren.’
Karin boog haar hoofd en sprak nederig: ‘Sorry. Hoe kan ik dit nog goedmaken?’
We keken elkaar aan en kregen slappe lach.
Eenmaal in de auto beloofde ze: ‘Ik zal een goed woordje voor je doen bij Sinterklaas!’

Als vrouw wil ik weleens iets anders. Geen andere man maar afwisseling.
Naast onverharde pad lagen allemaal U-bochtjes. Een graspaadje langs bomen, stukje sloot, weer bomen en over graspaadje terug naar pad. Zeven U-bochtjes op een rij.
Meneer sloeg me gade. Spiedde nog eens om en dacht: die vrouw is van het padje.
Hij was niet de enige.
Rosa keek toe. Baas, ik loop vast zachtjes door.
Thuis wachtte tweede verrassing. In Strava-app zag ik een halverwege route klein bibberlijntje. Alsof ik in dronkenschap parcours had afgelegd. En dat terwijl ik sinds eeuwwisseling droog sta!

De brutale vlerk

Keek op de week (224)

Hield op Zaag ineens deurkruk in hand. Terwijl ik verbaasd keek, klapte toegangshek dicht, en viel andere kruk op grond. Buiten armbereik.
Kreeg spontaan verlatingsangst voor deurknoppen.
‘Rosa, zoek een stok!’ spoorde ik hond aan.
Baas, ik heb een bal.
Doe ik het zelf wel weer.
Vond vieze stok – zat nog net geen hondenpoep aan – en schraapte handvat dichterbij.
Deurknoppen terugsteken was plakje cake. Ziezo.
Rosa blafte lang en hard. Baas, kijk eens wat ik heb!
Met incubatietijd van tien minuten had ze tak van twee meter gevonden. Sleurend aan uiteinde sleepte ze ding voort.
Rosa, you’re simply the best. Better than all the rest.

‘Ga even opzij, ik wil een boek pakken,’ zei man in bieb.
Vrouw die voor kast stond, zette verbaasd stappen opzij.
Toen kerel wegliep, zei vrouw verbolgen: ‘Nou ja, de brutale vlerk!’
‘Ik dacht dat hij bij u hoorde,’ zei ik.
‘Vroeg ik vandaag nog scheiding aan!’
Wilde boek registreren en kwam tegelijkertijd met Brutale Vlerk bij pc’s uit. Hij kwam van links. Gaf hem voorrang.
Scande bij rechtse pc mijn bibliotheekpas.
Vlerk ramde 10 x op toetsenbord en riep: ‘Hij doet het niet!’
Daarom hangt er briefje: ‘Deze pc is tijdelijk buiten gebruik.’ Kon het vanuit ooghoek zien hangen.
Hoef doorgaans geen printje van uiterste inleverdatum want wil over week vers boek, maar nu wel. Ik stond erop. Om verspilling van papier en inkt tegen te gaan, moet je eerst uitloggen en apart inloggen.
Printer is niet meer de jongste en het papier liep vast…
Vlerk liep geïrriteerd rondjes.
Mijn dag was weer goed.

Had weer onenigheid met Klaas Vaak (hoezo: váák?) Stapte uit bed, ging naar wc en nam slaappil. Mag er van mezelf na drie slechte nachten eentje innemen.
Lag kwartier in bed en dacht: nu komt het.
Tegelijkertijd zei mijn blaas: Hej, psssssssst.
Hou je mond, wij gaan slapen!
Droomde dat ik met volle blaas moest rennen om laatste bus naar huis te halen. Brug ging open. Reed in auto in file. Weg leek wel parkeerplaats. Zat vast in een lift en in overvolle trein zonder wc. In vliegtuig zonder sanitair. Had parachute willen pakken. Alles om te kunnen piesen.
Goed dat ik droog bleef. Was anders very incontinent person geweest.

Vechtend tegen winterwind fietste ik naar Haastrecht.
Aan overzijde polder stond vrachtauto geparkeerd. Passeerde cabine. Wit bestelbusje reed me tegemoet en dacht: recht van de sterkste, hup, de sloot in met je racefiets.
Krijg de asfaltering, dacht ik. In plaats van naar rechts uit te wijken, reed ik stoïcijns rechtdoor en stak mijn elleboog uit.
Begaan met het lot van zijn buitenspiegel, stopte automobilist pal naast me.
Brutaal trok ik zijn deur op kier. Zag een man van mijn leeftijd, baard van een week en ogen  groot als schoteltjes. Op gedecideerde toon sprak ik: Beleefd is anders, meneer.’
Overdonderd door mijn actie (toegegeven: zelfs ík was onder de indruk van mezelf)  sputterde kerel: ‘Ja maar…’
Smeet deur dicht en als een generaal die een veldslag had gewonnen, fietste ik voort.
Zag plots een zonnende haas in weiland en was automobilist volkomen vergeten.

Foto: Pixabay 5374707 by TheOtherKev

Opstandig geluk

Keek op de week (223)

De dag kwam in chaos op gang. Werd 02.30 uur wakker en ging ontbijten.
Pakte iets uit koelkast en zag Joris’ afgedekte kopje met diepvriesvruchtjes over het hoofd.  Fruit stond daar ter ontdooiing. Die kwakt Man ’s ochtends in kom, en kiepert er granola en yoghurt bij. Roeren, klaar.
Stukjes aardbei, blauwe bes, framboos, braam en rode bes…alles droop omlaag. Rode en blauwe strepen gleden over deur van vriezer. Gedeelte fruit bleef kleven, rest viel op vloer. Op mijn nuchtere maag. Stel dat Rosa fruit oplikt, hoef ik alleen nog sopje over vriesdeur en vloer te halen.
‘Rosa wordt eens wakker! Ik heb eten gemorst in keuken.’
Baas, ik slaap.
‘Het is eten. Je zou mij omruilen voor een leverworst.’
Is het kip?
‘Nee, dat niet.’
Komt wel een keer wanneer ik wakker ben. Of kom het brengen.
Wat heb je aan een vraatzuchtige labrador wanneer ze geen fruit lust?

Stapte uit auto bij dorpspomp.
Een man leunde tegen zijn zwarte Als U Duwen Interesseert. Armen over elkaar, spijkerbroek, coltrui, sjaal en zonnebril.
Vulslang hing in zijn tank en benzine klotste naar binnen.
‘Mijn vriendin is bij me weg,’ zei Coltrui vanuit het niets. ‘Ze begreep me niet. Nu ligt mijn Deense dog ’s nachts op bed. Beslist een verbetering want die trekt niet aan het dekbed. Wat ligt er in je auto?’ vroeg hij nieuwsgierig.
‘Mijn racefiets.’ Opgehaald na winterbeurt bij wielerspecialist.
‘Past die in dat kleine autootje?’
‘Gaan we katten? zei ik quasi beledigd. Ik heb het voorwiel eruit gehaald.’
‘Zet je dat wiel er straks zelf weer in?’
Keek Coltrui aan met blik: ik snap dat jouw vriendin bij je is weggegaan.
‘Je kan je fiets in één keer in mijn auto schuiven,’ sprak Coltrui op spierballentoon.
‘Maar mijn auto is blauw.’
‘Gotsamme, je meent het nog ook! Vrouwen komen echt van Mars.’
‘En mannen komen uit vrouwen. Doe je hond de groeten van me.’

Las boek ‘Japan in honderd kleine stukjes’ van Paulien Cornelisse. Ze schrijft over ‘Otenba,’wat ‘opstandig’ betekent. Mijn interesse was gewekt.
Er is Japanse traditie van huisvaders die – wanneer zij in woede ontsteken – een klein tafeltje omver werpen. (Voor de zekerheid las ik die zin tweemaal.) Dit doen huisvaders om te laten zien wie de baas is in huis.
Mondige meisjes worden Otenba genoemd. Jongens nooit, want die mogen alles zeggen wat ze willen. Vrouwen moeten volgens traditie meegaand en dienstbaar zijn.
Voelde woedeaanvalletje opkomen dat ik goed kon gebruiken.
Japanse tafeltjes zijn laag; net zitbanken voor dwergen. Het dichts in de buurt komt mijn nijlpaard dat ik als voetenbankje of bijzettafeltje gebruik.
Niemand komt aan mijn nijlpaard!
Doe ik iets, dan doe ik het goed. Keek naar eettafel en visualiseerde aanpak. Stoelen achteruit schuiven. Vaas bloemen, boeken, kaarten en laptop verkassen. La met pennen verwijderen. Spierballen laten rollen en – hatsekidee!- tafel omver werpen.
En daarna alles weer terugzetten.
Ik smijt wel met kamerdeur. Veel praktischer.

Handig Japans weetje: wens je iemand geluk toe? Grijp je telefoon en stuur die persoon een emoji van een drol met vrolijke oogjes.
Lees dit voor de zekerheid óók maar twee keer.

Elke gek zijn gebrek

Keek op de week (222)

Kwam met Rosa terug van de Zaag waar hond naar tevredenheid had gezwommen.
Man op e-bike stond voor ons huis, keek naar achterband en foeterde in zichzelf. Hij droeg een zakkige spijkerbroek. Aan zijn rode neus hing een druppel.
‘Heeft u pech?’
‘Mijn achterband loopt langzaam leeg. Vier kilometer naar huis red ik niet.’
‘Ik pak even de hogedrukpomp van binnen.’
‘Die is toch alleen voor racefietsen?’
‘Ook voor gewone ventielen, hoor.’ Ik heb spullen!
Weer buiten, stak man zijn arm uit om mijn fietspomp aan te pakken.
In plaats daarvan mocht hij ventieldopje vasthouden. Deze rolverdeling was hij duidelijk niet gewend.
‘Hoeveel eh… pompt u erin?’
‘Zal ik 7 bar doen? 5,5 is normaal (voor stadsfiets.) Een ½ extra vanwege de kou en 1 extra zodat u thuiskomt?’
Mijn voorstel werd aangenomen.
Opgelucht keek fietser toe hoe zijn achterband alsmaar voller werd. ‘Stuurt mij maar een tikkie voor de lucht, mevrouw!’ riep hij gul.
‘Normaal gesproken kost het tien euro maar vandaag is het gratis.’

‘Je staat in mijn vak geparkeerd,’ zei kerel tegen mij door mijn halfopen autoraam. Heel dom: dacht dat hij grapje maakte maar vent keek serieus als bloed.
Opende portier stukje en keek naar grond: stond 15 cm over streep. Waar gaat het naartoe in deze wereld? Toen ik kwam aanrijden zag ik tussen lange rij auto’s één bescheiden gat en wurmde daar auto achteruit in.
‘Je staat in mijn vak!’ hield snuiter vol.
Zou ik onweerstaanbaar zijn voor neuroten? ‘Parkeervakken zijn alleen een richtlijn, hoor. Het blijft de openbare weg.’
Kerel deed alsof hij doof was, en informeerde: ‘Laat je altijd je autoraam openstaan?’
‘Twee,’ corrigeerde ik. ‘Mijn hond ligt achterin.’
Man keek argwanend door raam en zei: ‘Geen waakhond zo te zien.’
‘Heb je je hand al eens door het raam gestoken?’ Bad tot hondengoden dat kerel dat niet zou doen, want Rosa zou hand onmiddellijk likken.
Alsof hond wist dat het over haar ging, kwam ze overeind en gaapte. Kerel had geen hondenervaring want hij schrok van blikkerend gebit.
Ik draaide portier helemaal omlaag. Rosa veerde op en stak kop naar buiten.
Mopperman ging klem tegen eigen carrosserie staan.
Keurig in zijn vak.

’s Avonds hingen Joris en ik tegen elkaar op bank. Hij keek Netflix-serie, ik las een boek.
Serie was duidelijk saai, want Man prikte in mijn voet en zei: ‘Je hebt je wandelsokken verkeerd aangetrokken.’
Zonder op te kijken – mijn boek was spannend – zei ik: ‘Niet waar.’
‘Jawel, je rechter sok draag je om je linker voet.’
‘Waarom zou ik kleedinstructie van ANWB opvolgen?’
Joris verzuchtte: ‘Ik wou dat ik er iets van begreep.’

Las hartverscheurende oproep in krant van ene Bep (84 jaar.)
‘Helaas is mijn videoband met Gejaagd Door De Wind gebroken. Wie helpt mij aan een dvd of band met deze film?’
Zie Bep voor me. Draagt bloemetjesjurk en beschaafd lilakleurig haar. Ze is bedroefd en loopt radeloos rondjes achter haar rollator door haar over-gemeubileerde woonkamer. Weigert naar activiteiten in haar verzorgingshuis te gaan want ze wil niet bij ‘die oude mensen’ zitten.
Iemand?

#elke gek zijn gebrek
Hoe ik mijn kiwi eet.
Verwijder sticker. Ontdoe kiwi van harige vel. Snijd ‘m in lengte doormidden, en daarna in stukken. Husselen tot een legpuzzel. Al etend soorteer ik ze weer tot setje.
Setje gevonden? 1 punt.
Niet gescoord, heb ik toch gewonnen, want goed gehusseld.

Foto: Pixabay-2539135 by Ulleo