Keek op de week (214)

Trof Astrid buiten bij bieb. Zonder gips en met grijns. ‘Ik kan weer armpje drukken, dus zeg maar wanneer je komt.’
‘Van jou verlies ik graag,’ zei ik.
‘Even roddelen,’ zei ze, en knikte naar groentekraam op markt. ‘Zie je die kale man in blauwe bodywarmer? Mijn buurman. Vindt zichzelf een knappe vent.’ Astrid proestte het uit. ‘Was ik maar minder beschaafd, dan zou ik dat tegen ‘m zeggen. Wat ben ik slecht, hè?’
‘Daarom zijn we toch vriendinnen?’
‘Dat is waar,’ zei ze en haakte haar arm door mijne. ‘Buurman is typische politieagent,’ zei ze met opgetrokken neus. ‘Vreselijke man. Binnenkort gaat-ie op vakantie naar China.’
Astrid tikte op haar voorhoofd. ‘Mensenrechtenschendingen. Geen vrijheid van meningsuiting. Geen homorechten. Onderdrukking van Oeigoeren, en poging tot inlijving van Taiwan. En hij is ook nog trots dat-ie ernaar toegaat.’
‘Sommige mensen leven alleen voor zichzelf. Zullen we in Buurmans vakantie aangifte tegen hem doen van spionage? Met beetje mazzel houden ze hem in China.’
‘Oh, daar knapt het hele blok van op,’ zei Astrid.
Had net met Rosa in polder hoosbui overleefd. Bijna thuis, kwam ik vrouw tegen.
‘Ik snap dat u het vriendelijk bedoelt, maar wilt u mijn hond geen brokje geven?’ vroeg ik.
Labradors zijn enorm gefocust op eten. Wij willen geen bedelhond die zich opdringt aan argeloze voorbijgangers in hoop dat er iets eetbaars uit jaszak valt.
‘Van uw vriend mag het anders wel,’ zei vrouw in gevlekte jas.
‘Ik denk dat u in de war bent, want ik heb geen vriend.’
‘Uw man dan. Die hond heet toch Lex?’
‘Nee, dit is Rosa.’
‘Nee, dat is Lex!’
Alsof ik mijn eigen hond niet ken! Dacht: laat ik eens meegaand zijn. Sinds wanneer heb ik twee honden? En lag Rosa dan thuis te dutten in mand? Vond het idee lachwekkend. Zei giechelend tegen vrouw: ‘Dan heb ik de verkeerde hond meegenomen.’
Vrouw met duizend-en-een-dalmatiër-jas was het helemaal kwijt.
Bende jonge stieren – pinken van ruim jaar oud – rende kriskras over weg. 300 meter verder was parallelweg naar provinciale weg.
Blokkeerde weg met fiets. Rijwiel van links naar rechts rijdend, stoere taal roepend: ‘Schorem, scheer je weg! Hup, terug naar waar je vandaan komt!’
Stieren leken eerder nieuwsgierig dan ontregeld. Alsof ze schoolreisje hadden. Eindelijk weg uit dat saaie weiland.
Stond te dubben politie te bellen, toen in verte drie pubers te fiets verschenen.
Help was on it’s way.
Drietal parkeerde fietsen defensief op weg, en overlegde hardop.
‘Ze zijn van boer Schouten.’
‘Hij mag van god geen telefoon gebruiken.’
‘Zal ik de tractor halen?’
‘Dan moet je helemaal omrijden. Weet je hoelang dat duurt?’
‘Zet ze hier in het weiland!’
‘Dat is van Harmsma.’
‘Nou en? Wat kunnen ze daar voor kwaad?’
‘Harmsma zoekt met iedereen ruzie.’
‘Ik bel mijn vader.’
…………
‘Mijn vader regelt het. Stieren moeten onmiddellijk van openbare weg.’
Alsof geteisem einde van schoolreisje rook, keerde het om. Een argeloze automobilist tegemoet. Die seinde met lichten en claxonneerde maar dat bleek rode vlag. Bestuurder koos eieren voor zijn auto, en scheurde achteruit een zijweg in.
Wildebeesten draaiden zich teleurgesteld om. Vonden het nog steeds geweldig uitje, en zetten het op hollen.
Zag zwik aan komen en dacht: dan maar geen lefmeid, en zocht dekking achter boom. Moet ook om welzijn van fiets denken.
Hulde voor knullen die als volleerde veedrijvers – met armgebaren en wapperende jassen – stieren het weiland in werkten.
Harmsma kon – letterlijk – de schijt krijgen.








