Keek op de week (108)

Kwam man tegen die als hobby dieren doodschieten heeft. Hij was in burger en werd vergezeld door vier honden. Nukkige vent; eentje die gewend is gehoorzaamd te worden.
Eens monoloogde hij trots tot mij: “Mijn hond heeft een hele vrachtauto aan dode ganzen geapporteerd.”
‘Was u zelf te lui om die dode ganzen op te rapen?’ vroeg ik.
Beledigd zei hij dat hij zijn hobby beoefende vanwege zijn liefde voor de natuur.
Tuurlijk, en varkens kunnen vliegen.
Sindsdien zijn we gezworen vijanden.
Rosa kwam aanrennen uit bosjes met gevangen mol in bek. Erop kauwend alsof het kauwgom was.
Riep: ‘Los!’
Hond liet mol vallen. Keek van mol naar mij met blik van peuter waarvan favoriet speelgoed is afpakt.
Jagerman zei: ‘Heeft hij eindelijk wild gevangen, mag hij het niet meenemen naar huis.’
Zei: ‘Dat doet ze maar als ze op zichzelf woont.’
Kerel wierp me vreemde blik toe.
Ving blik niet op.
Postbezorger leverde pakket af. Rosa met haar neus “zat” erbij. Ze keek enthousiast naar postman en kwispelstaartte.
‘Ga je met mij mee?’ vroeg kerel.
Sprak streng: ‘Rosa, wat heb ik je geleerd? Níet met vreemde mannen meegaan.’
Bezorger schaterde en liep weg.
Hond keek gedesillusioneerd. Fleurde op toen we langs keuken liepen. Ze likte lippen af: baas, het is etenstijd!
Had wel wat beters te doen. Rende langs hond heen naar tv en keek naar zwart/witte finishvlag linksboven in beeld van Tour de France. Riep tegen hond: ‘Over 7,3 kilometer krijg je eten.’
2 cm. langer dan ik en met een bos rood haar. Waar ken ik haar van?
‘Kan je je legitimeren?’ vroeg ik in deuropening.
‘Ma-ham!’ riep ze en gaf me een knuffel. Rosa wurmde zich tussen ons in; haar staart maakte overuren.
Kind had me gewaarschuwd: “Vrijdag 18.00 ben ik thuis en ik eet mee.”
Check! Waar onderweg is het goed gekomen?
Roos kwam, at, en ging weer weg. Naar koor (in voormalige fabrieksloods met meer ventilatie dan Roos lief was), anderhalvemeterafspraakjes met vriendinnen… Uitgeslapen en vol gegeten reisde onze import-Brabantse retour naar Eindhoven. ‘Tot volgende week!’
Tot volgende week? Het moet niet gekker worden…
Met leedwezen deel ik mee dat fietscomputer is overleden. Hij had ritmestoornissen; een nieuwe batterij bood geen soelaas. Tijdens rondje Oudewater is-ie overleden in z’n slaap. Reanimeren had geen zin. Hij was uitgeteld. Grijze wolken dreven over de polder. Met betraande ogen van de wind zag ik in moderniteit vrij gebied dit telraam in Polsbroek: “Tel je zegeningen…..een voor een!”
Ik mis het gehoorzaamheidsgen maar één blije gedachte drong zich in me op: ik zit fijn op fiets terwijl Man thuis de ramen lapt!
Speciaal voor jullie heb ik alle houten kralen naar rechts geschoven.









