Ergens deze maand – 25 jaar geleden – ben ik gestopt met roken.
Mijn eerste sigaret stak ik op in het Sophia Kinderziekenhuis. Dat lees je goed. Eenmaal een doorgewinterde roker versleet ik een baal shag en een pakje sigaretten per week.
In de zomer van 1992 vermorzelden Joris en ik de ene na de andere “duizender” onder onze fietswielen. Bij de zoveelste top riepen mijn benen: Meer! Meer! Meer! Ik hijgde echter als een postpaard dat onderweg een long verloren was. Het besef sloeg in als een bominslag. Op die top beloofde ik mezelf datzelfde jaar nog te stoppen met roken.
Al drie keer eerder was ik gestopt en net zo snel weer begonnen, maar deze keer zou het lukken!
Om mijn goede voornemen niet vroegtijdig in rook te zien opgaan, koos ik voor een degelijke aanpak, en ging naar de huisarts voor een recept voor nicotinepleisters.
De dorpsarts stond bekend om zijn liefde voor het vak geneeskunde en zijn afkeer van komst van patiënten.
Mijn verzoek voor het recept werd direct weggewuifd. ‘Allemaal onzin! Het is mijn persoonlijke mening dat die pleisters niet helpen.’
Mij een zorg.
‘Ik kom hier niet om uw persoonlijke mening te horen; ik kom voor een recept.’
De stakker zag in dat debatteren vruchteloos was, en met een glimlach nam ik bij de apotheek de pleisters in ontvangst. Op de terugweg naar huis trakteerde ik me op een jojo.
Om de laatste sigaret deed ik een strik en zoog de rook zo inhalig naar binnen alsof ik het gemis dat komen ging reeds kon voelen.
En toen was-ie op…
Ik gooide m’n aansteker, en asbakken (op eentje voor de viste na) in de afvalbak en dat was dat.
Niet roken was een aanslag op mijn goede humeur. Constant werd ik achtervolgd door een onweerswolk. Het moeilijkst was het tijdens het drinken van een kop koffie en na het eten. Oh…die onbedwingbare hunkering… Maar ik zou mezelf geselen tot elke zucht naar nicotine verbannen was.
‘Als je zes weken gestopt bent, krijg jij van mij een hometrainer,’ beloofde Man.
‘Bestel ‘m maar vast!’ riep ik vurig.
Wel nam ik mezelf voor: als ik oud ben en het toch niet meer uitmaak, begin ik weer, want zelfs jaren na het stoppen liep het kwijl over mijn kin als ik aan roken dacht.
Inmiddels ben ik dubbel en dwars genezen.
Toch schuilt er ergens in de krochten van mijn brein nog een roker: ik droom namelijk met enige regelmaat dat ik met een brandende sigaret de bus instap en ergens plaatsneem. En er is geen chauffeur die er iets van zegt…
Nog één gratis tip: stoppen met roken en het slikken van staaltabletten is een slechte combinatie (-: