Hemeltergend

‘Welkom. Het is gebruikelijk overledenen hun lichaam te tonen als bewijs dat ze zijn overgegaan. In uw geval zou het vergaren van alle stukjes tijdverspilling zijn,’ zegt een man in een lichtblauwe mantel ter begroeting.
Manc-zwart-247 wil vragen: wat doe ik in deze naargeestige omgeving, maar kan slechts dociel knikken. Hij wijt het aan de spanning van de afgelopen tijd.

Wanneer hij wakker wordt, is het nog steeds donker en is de man in het gewaad er weer.
‘Noem me Elias,’ zegt laatstgenoemde, terwijl hij Manc een schaal water aanbiedt.
‘Breng me wat fatsoenlijks te drinken!’ roept Manc verontwaardigd en wil de schaal uit de handen van de oude man slaan, doch de schaal verdwijnt raadselachtig in het niets. ‘Ik wil met respect behandeld worden!’ vervolgt hij snauwend. ‘Daar heb ik recht op na mijn zelfopoffering. U bent een nachtmerrie voor mijn ogen: een baardloze man in een lichtblauwe jurk. Ga weg!’
Elias verdwijnt onmiddellijk. Het licht dat hij uitstraalt neemt hij met zich mee; zijn voeten zweven boven de grond.

Alleen, in het schemerduister begrijpt Manc-zwart-247 er niets van. Alles is anders dan voorspeld. Geen grazige weiden, geen oase in een woestijn, hij wordt niet op zijn wenken bediend en geen zeven maagden. Hij heeft het koud en het tocht als de hel. De hel… Als hij niet in de hemel is waarom is hij dan niet in de hel? Daar is het tenminste warm.
Als hij door de donkerte verpletterd dreigt te worden, verschijnt Elias weer.
‘Schijnt hier nooit de zon?’ vraagt Manc terwijl hij uit de aangeboden schaal water drinkt.
‘U bevindt zich in het schemergebied tussen Aarde en Hemel, overeenkomstig uw daden. God heeft u gewogen en te zwaar bevonden.’

‘Weet u wel wie ik ben?’ gromt Manc.
‘U bent Manc-zwart-247.’
‘Zo heet ik niet!’
‘Hier wel. Beseft u wat u gedaan heeft?’ vraagt Elias. ‘Overdenk uw daden en kom tot inkeer.’
‘Waarom ben ik niet in de hel?’
‘Te gemakkelijk. Door proeven te doorstaan en liefdevol werk te verrichten, kunt u uiteindelijk in het Licht komen.

In het duister heeft hij geen benul van de tijd. Is hij hier weken? Maanden? Er overvalt hem een enorm gebrek aan levenslust.
Als geroepen verschijnt Elias. Manc-zwart-247 bespeurt een verandering in de houding van de man. Achter de invoelende ogen gaat een standvastigheid schuil die Manc een mengeling van irritatie en bewondering bezorgt.
‘Sta op en volg mij,’ gebiedt de oude man.

Zou hij eindelijk naar zijn beloofde zeven maagden gebracht worden?
Elias – die aldoor zijn gedachten schijnt te kunnen lezen – antwoordt: ‘Ze zijn inderdaad met zeven. Ze worden Vrouwentongen genoemd. U mag de ruimte pas verlaten als u bij allen een glimlach teweeg hebt gebracht. Neem de tijd voor uw eerste opdracht. Onze schatting is dat u er 247 jaar voor nodig heeft.  Sterkte. U zult het nodig hebben.’
Na een hoofdknik van Elias zwaait een deur open, een inktzwarte duisternis in.

Filmpje!

Keek op de week (34)

Roos moest maandagochtend naar Erasmus. Mopperde bij thuiskomst: ‘Kon amper metro in! Kreeg NL alert op telefoon om binnenstad te mijden. Alsof ik daar naartoe wilden. Stond opgehokt tussen Feyenoordfans met schalen van karton in hand.

Vergenoegd kwam Man thuis en zat met big smile aan tafel. Had op werk dag via laptop naar inhuldiging van Feyenoord op tv Rijnmond gekeken.
Keek thuis naar journaal, daarna naar samenvatting op mobiel. Zei gniffelend: ‘Altijd al gezegd dat Ajax een wandelvereniging is.’ Gaf licht van blijdschap. Glimlach was niet van z’n gezicht te slaan. Heb het ook niet geprobeerd.

Boodschappenzegels kopen en sparen vond ik voorheen zinloze, onbenullige bezigheid. Totdat ik me realiseerde dat AH 6% rente geeft. Dat is 5,85% rente meer dan op mijn bankrekening! Ga nu zegels sparen. Als boekje vol is, inleveren en met Roos lunchen bij Hotel New York. Wat heb je aan geld op de bank?

‘Shit!’ zei ik en staarde verbijsterd naar m’n hand. Hoofd vol vraagtekens: hoe kon dit gebeuren?
‘Wat izzer, mam?’ vroeg Roos en kwam naar keuken gesneld.
‘Heb ineens bovenkant van mengkraan in m’n hand.’
‘Hoe kan dat? Vlug!’ maande ze, ‘papa komt eraan!’
‘Moet ik doen dan?’
‘Duw ‘m er gewoon weer op!’
Frommelde met kraan…
Deur ging open.
‘Wat doen jullie?’ vroeg Joris toen hij Kind en mij naar gootsteen zag staren.
‘Oh niets,’ zeiden Roos en ik in koor en verlieten keuken. Kraan was net op tijd weer één geheel.

Ondanks Joris’ inspanningen vond hij dood mereljong onderaan boom. ‘Zonde,’ zei hij, ‘jong was al groot.’ Heeft beest met militaire eer begraven.

Weten jullie het nog? Dat Rosa in Koeienbos als razende naar mollen graaft? Aarde die alle windrichtingen opvliegt; haar snuit die dieper en dieper wroet? En het ineens op een janken zet.
Baas, net zat hier nog een mol en nu is-ie weg!
Dat argeloze voorbijgangers denken dat het beest wordt afgeranseld?
Een zeker bloglezeres – ik noem geen rugnummers, wel dat haar naam begin met een R en eindigt op oelien – geloofde niet dat “dat onschuldige hondje op de foto zo kan graven.”
Bij dezen het bewijs: filmpje! Met dank aan Roos en vooruit: ook een beetje aan Rosa (-:

 

Twintig miljoen!

Deze foto is van Dien

‘Sommige Finland-vragen heb je niet beantwoord,’ zegt Roos tijdens een lunch op een zonovergoten terras. ‘Bijvoorbeeld: als ik vijf namen zou hebben, hoe luiden dan de laatste drie?’
‘Eh…Lilly Aurora Isabel,’ verzin ik ter plekke.
Kind knikt tevree. ‘Waar word je blij van?’
‘Ik ben blij als jij blij bent. Een niet-opkruipende onderbroek is fijn. Een veld klaprozen. Stoplichten die op groen staan. Op houten klompen in de tuin  werken klossen…’
‘Laat maar,’ zegt Kind. ‘Het was de bedoeling dat je dingen opnoemt die je kunt kopen. De vraag is eigenlijk: wat zou je doen met twintig miljoen?’
‘Ik weet het! Ga ik de vulpen kopen!’
Roos rolt met haar ogen over zoveel domheid. ‘Die kost maar 1350 euro, mam.’
‘Oké dan. Een huis met luiken’ zeg ik. ‘Een aparte kamer voor mijn boeken. Een rustig schrijfplekje. En een Vlaamse reus in huis die ik Pim of Puck noem.’ Dit gezegd hebbende neem ik een hap bruinbrood met kroket.

‘Ik wil een zwembad en een sauna!’ roept Roos met stuiterende geestdrift.
‘Ik gruwel van sauna’s,’ zeg ik met afgrijzen.
‘Blijf jij buiten,’ zegt ze luchtig. ‘Wat wil je nog meer?’
‘Een tuin waarover is nagedacht. Met een tuinman; ik ken een heel leuke. Verder ganzen, kippen, en  een bruine vriendin voor Rosa. Eentje uit het asiel,’ som ik op. Gul zeg ik: Jij krijgt een auto van me.’
Roos grinnikt terwijl ze een paar frietjes naar binnen werkt. ‘Zal ik een klein of een stoer model nemen?’
’Allebei. Wel een milieuvriendelijk soort.’
‘Wat voor auto neem jij?’ informeert ze.
‘Ik rijd m’n blauwe doos op. Ze heeft me nog nooit in de steek gelaten en kan nog makkelijk tien jaar mee.’

Ineens slaat Kind met haar hand op tafel. ‘Ik wil een paard!’
‘Ja, een paard. Gaan we samen rijden.’
‘Nemen we wel een stalknecht, hoor.’ Roos ziet zichzelf duidelijk geen stallen uitmesten.
‘Weet je wat ik écht graag wil hebben?’ roep ik. ‘Een toffe boomhut!’ Waarna ik er enigszins beschaamd aan toevoeg: ‘Ik lijk wel gek me zo mee te laten slepen door een geldprijs.’
‘Waarom?’ zegt Roos, ‘Je zit al heel de tijd te lachen.’

Omdat ik anderen ook graag zie lachen, ga ik (zogenaamd, red.) geld uitdelen aan m’n bloglezers met een maximum van 10.000 euro per persoon.
Roep maar wat jullie ermee gaan doen!

De bloterik

Keek op de week (33)

Leven van onze studente gaat over rozen.
Naar Ziggo Dome voor concert van Shawn Mendes. Aansluitend overnachting op loopafstand in hostel voor vrouwen. Volgende dag werken in Haarlem.
’s Nachts om 02.00 uur bus in voor dagtrip met vriendin naar Euro Disney. ‘Voor 35.00 euro mam, da’s geen geld,’ aldus Roos. ’s Nachts zelfde tijd weer retour met bus.
Uitje met pannenkoekboot van Erasmuskoor. High-tea met vriendin op Euromast. Lunchen met vriendinnen in stad en BMG-uitje van studiegroep naar escape-room.
Plus nog twee dagen werken en naar bijleskind. Alles in één week. Iemand nog peultjes?

Ken je dat? Dat je in ziekenhuis toiletruimte instapt. Je drie deuren ziet. Bij één naar binnen stapt, plast, naar buiten stapt, handen wast en niet meer weet welke deur naar uitgang leidt. En dat dat steevast laatste deur is?

Had ik weer. Liep op Piratenpad (you name it en de Krimpenerwaard heeft het) en halverwege in bocht bij veel bosjes stond man in adamskostuum. Piemeltjenaakt met nadruk op TJE.
Mijn hoofd dacht: bloot-  buiten – koud: die is mesjogge. Vast een type met matige impulsbeheersing.
Was niet van plan om te keren. Had probaat middel in hand: Rosa’s ballenwerper. Oh…woordspeling.
Waar was die hond eigenlijk? Keek achterom en zag aan beweging in Koolzaad en Fluitenkruid waar ze liep. Riep hard: ‘Roooooo-sa!’
En verrek – doet ze anders nooit- ze kwam hoppend door hoge kruid aanrennen.
Ik gebaarde met ballenwerper naar TJE en zei met killerblik tegen kerel: ‘Pas maar op, je bent ‘m zo kwijt.’
Niet gezelligste openingszin, wel uiterst functioneel.
Glimlach van man verdween als die van Melania zodra Donald zich omdraait.
Heb nimmer gebukte man met twee handen tussen zijn benen zó snel bosschages in zien vluchten.
I hope he fell somewhere with his reet in the prikkeldreet.

Heb onderscheiding gekregen. Niet geslagen als ridder – had terug geslagen. Geen kruis – heb ik al. En ook geen lintje. Wat dan wel?
Het heeft Compassion in world farming behaagd mij een roze Moeder-voor-Moedervarkens’ armband te schenken vanwege solidariteitsactie. Doe mee en ban krappe kraamkooien in de vee-industrie! Teken hier de petitie.

Ga verder met boekje over Joris open te doen. Titel luidt: zo zag u hem nog nooit.
Man leest nooit mijn blog, kan dus schrijven wat ik wil.
Deel twee: Joris klaagt dat ik nooit iets doe wat hij wil. Aansteller! Als hij Roos en mij aanspoort kleding van nieuwe collectie te kopen, hóllen we voor ‘m. Geven hem niet teveel zijn zin. Alles met mate. Ik hoor het ‘m zeggen.

Stuurde dit schots en scheve handschrift op een kaart naar Dien. Zij maakte een foto, zette ‘m op haar blog waar ik ‘m weer vandaan jatte. Cirkel is nu rond.
Niet bepaald voer voor psychologen: handschrift is van persoon met chaotische inslag.

David

Na het voeden legt Martha haar zoontje terug in zijn bedje en geeft een kus op zijn donkere haartjes. Terwijl ze haar omslagdoek strakker om haar heen trekt, klinkt er een klop op de buitendeur.
Martha schrikt van het geluid. De angst zit diep vanbinnen. Razzia’s, huisuitzettingen, vergeldingsmaatregelen, deportaties…ze heeft het allemaal gezien.
Ze luistert. Buiten is het stil op het huilen van de wind na.
Haar man is eten en brandstof vergaren. Het is geen vetpot maar ze kan elke avond zonder honger naar bed omdat haar man de helft van zijn rantsoen aan haar geeft.

Het geklop klinkt weer; ditmaal vier keer kort achter elkaar, alsof het haast heeft.
Martha sluipt naar het verduisterde raam en gluurt tussen de afgeplakte kranten door. Een smal silhouet. Het zou een vrouw kunnen zijn. Of niet. Eén ding weet ze zeker: het is geen mof.

Ze rilt, loopt naar de deur en opent ‘m.
Voor haar staat een vrouw. Haar jas slobbert om haar lichaam; haar gezicht is getekend door stress, angst en uitputting maar vooral door een honger die zijn weerga niet kent.
In haar armen draagt ze een kind. Ze strekt haar armen uit en gebaart tegelijkertijd dat Martha de baby van haar moet aanpakken.
‘Zorgt u voor hem,’ smeekt de vrouw.
Martha laat haar het kind in haar handen duwen. Onbeweeglijk blijft ze staan. Het lijkt of haar hersenen stilstaan, en haar ogen en oren slechts kunnen waarnemen.
De magere vrouw loopt alweer weg. Haar benen lijken op dunne stokken. ‘Zorg goed voor hem!’ roept ze huilend. ‘Hij heet David.’ En zachter: ‘Hij is een Joodse baby…’

Werktuigelijk klemt Martha het kind tegen haar borst en wikkelt de omslagdoek om hem heen. Ze wil roepen, schreeuwen, maar elk woord loop vast in haar keel.
Pas als de vrouw uit het zicht verdwenen is, komt Martha tot leven. Gehuld in kippenvel stapt ze naar binnen en sluit de deur. Verbijstert kijkt ze naar de baby in haar armen. Hij lijkt te zwak om te huilen. Ze gaat zitten en geeft hem de borst. Ze kijkt naar het sterk ondervoede gezichtje met een mondje dat nu nog krachteloos van haar melk drinkt.

Wat zal haar man van David vinden? Terwijl ze de vraag formuleert, weet ze het antwoord al. Hij zal geen kind aan zijn lot overlaten. Nooit! Joods of niet.

Wist de vrouw dat zij een kind aan de borst heeft? Waar komt ze vandaan? Zouden de buren iets van het bezoek gemerkt hebben? Wat is Davids achternaam? Voor een vrouw alleen is het een hachelijke onderneming tegen spertijd op straat te zijn.
Hoe langer ze er over nadenkt, hoe meer bewondering ze krijgt voor de wanhoopsactie van de moeder. Een daad van oprechte liefde. Met een hand veegt ze haar wang nat. Hoe graag ze ook zou willen, ze kan dingen niet veranderen door ze te betreuren.

Martha’s vragen zullen voor altijd onbeantwoord blijven.