Keek op de week (224)

Hield op Zaag ineens deurkruk in hand. Terwijl ik verbaasd keek, klapte toegangshek dicht, en viel andere kruk op grond. Buiten armbereik.
Kreeg spontaan verlatingsangst voor deurknoppen.
‘Rosa, zoek een stok!’ spoorde ik hond aan.
Baas, ik heb een bal.
Doe ik het zelf wel weer.
Vond vieze stok – zat nog net geen hondenpoep aan – en schraapte handvat dichterbij.
Deurknoppen terugsteken was plakje cake. Ziezo.
Rosa blafte lang en hard. Baas, kijk eens wat ik heb!
Met incubatietijd van tien minuten had ze tak van twee meter gevonden. Sleurend aan uiteinde sleepte ze ding voort.
Rosa, you’re simply the best. Better than all the rest.
‘Ga even opzij, ik wil een boek pakken,’ zei man in bieb.
Vrouw die voor kast stond, zette verbaasd stappen opzij.
Toen kerel wegliep, zei vrouw verbolgen: ‘Nou ja, de brutale vlerk!’
‘Ik dacht dat hij bij u hoorde,’ zei ik.
‘Vroeg ik vandaag nog scheiding aan!’
Wilde boek registreren en kwam tegelijkertijd met Brutale Vlerk bij pc’s uit. Hij kwam van links. Gaf hem voorrang.
Scande bij rechtse pc mijn bibliotheekpas.
Vlerk ramde 10 x op toetsenbord en riep: ‘Hij doet het niet!’
Daarom hangt er briefje: ‘Deze pc is tijdelijk buiten gebruik.’ Kon het vanuit ooghoek zien hangen.
Hoef doorgaans geen printje van uiterste inleverdatum want wil over week vers boek, maar nu wel. Ik stond erop. Om verspilling van papier en inkt tegen te gaan, moet je eerst uitloggen en apart inloggen.
Printer is niet meer de jongste en het papier liep vast…
Vlerk liep geïrriteerd rondjes.
Mijn dag was weer goed.
Had weer onenigheid met Klaas Vaak (hoezo: váák?) Stapte uit bed, ging naar wc en nam slaappil. Mag er van mezelf na drie slechte nachten eentje innemen.
Lag kwartier in bed en dacht: nu komt het.
Tegelijkertijd zei mijn blaas: Hej, psssssssst.
Hou je mond, wij gaan slapen!
Droomde dat ik met volle blaas moest rennen om laatste bus naar huis te halen. Brug ging open. Reed in auto in file. Weg leek wel parkeerplaats. Zat vast in een lift en in overvolle trein zonder wc. In vliegtuig zonder sanitair. Had parachute willen pakken. Alles om te kunnen piesen.
Goed dat ik droog bleef. Was anders very incontinent person geweest.
Vechtend tegen winterwind fietste ik naar Haastrecht.
Aan overzijde polder stond vrachtauto geparkeerd. Passeerde cabine. Wit bestelbusje reed me tegemoet en dacht: recht van de sterkste, hup, de sloot in met je racefiets.
Krijg de asfaltering, dacht ik. In plaats van naar rechts uit te wijken, reed ik stoïcijns rechtdoor en stak mijn elleboog uit.
Begaan met het lot van zijn buitenspiegel, stopte automobilist pal naast me.
Brutaal trok ik zijn deur op kier. Zag een man van mijn leeftijd, baard van een week en ogen groot als schoteltjes. Op gedecideerde toon sprak ik: Beleefd is anders, meneer.’
Overdonderd door mijn actie (toegegeven: zelfs ík was onder de indruk van mezelf) sputterde kerel: ‘Ja maar…’
Smeet deur dicht en als een generaal die een veldslag had gewonnen, fietste ik voort.
Zag plots een zonnende haas in weiland en was automobilist volkomen vergeten.

Foto: Pixabay 5374707 by TheOtherKev







