Keek op de week (36)
Man is wanhoop nabij. Overbuurman M. heeft rondreis door Ierland geboekt en reist binnenkort af. Bij terugkomst kan Man de 8700 foto’s van Malta, én Ierland bewonderen.
‘Hopen dat we hem héél lang niet zullen zien,’ probeerde ik Joris op te monteren. ‘Of stel buurman voor dat hij digitaal fotoboek aanmaakt.’
Man heeft hangogen van treurigheid. Wil verhuizen.
Auto weigerde te starten. Hoefde garage niet te bellen want wist euvel: startslot. Ik rukte, trok, rukte, trok…Zette allebei deuren open want temperatuur was des duivels. Begon weer te rukken maar stuur wilde blijkbaar snipperdag. Buurman F. kwam aanlopen. Vroeg naar bekende weg: ‘Heb jij soms spierballen?’
F. straalde als de zon. Kijken naar stuur was al voldoende.
Roos en ik hadden zin in test. Ken je kinderspelletje: “Ben je bang voor je vader en moeder?” Je zegt dat hardop en maakt daarna stompbeweging richting gezicht van vriendje/vriendinnetje. Als die schrikt is hij/zij “af,” en heb jij gewonnen.
Roos en ik gingen test met Rosa doen. Hond zat keurig op achterkant. Keek met zacht zeehondenogen nieuwsgierig van Kind naar mij.
‘Wie begint?’ vroeg Roos.
‘Ik,’ zei ik. Stelde vraag aan Rosa en maakte schopbeweging.
Damn! Rosa knipperde niet eens.
‘Nu ik!’ riep Roos. ‘Doe het beter dan jij,’ riep ze triomfantelijk.
Kind raffelde zin af en maakte stompbeweging tot vlak voor Rosa’s kop.
‘Ha, gezakt!’ riep ik smalend.
Rosa’s wraak was zoet; gaf snel liefdes-lik over Roos’ pas gewassen blote been.
‘Gadver, ranzige hond,’ schold Kind.
Verveelde me bijkans bewusteloos in bed. Maakte beneden Rosa wakker. Moest haar van bank sleuren want ze wilde verder slapen. Buiten – om 04.12 – zong eerste merel. Weldra klonk antwoord en volgde een concert. Dauw en slaap hing over de weilanden. Het rook naar jasmijn en kamperfoelie. Rosa gaapte vermoeid. Pas op terugweg kreeg ze haast.
In m’n spiegel naderde auto met acceleratie van Porsche. Bij m’n bumper deed-ie zwaan-kleef-aan. Kaboem-kaboem trilde zijn bas.
Heb schurfthekel aan klevers. Auto is toch soort verlengstuk van je woonkamer en je laat niet zomaar iedereen binnen; zeker gluurders niet.
Plan A.
Trapte op rem, ging 30 km/u rijden en keek nadrukkelijk in spiegel.
Gast die net heeft leren fietsen zonder zijwielen grijnsde en had last van middelvinger.
Plan B.
Verleende iedereen voorrang.
Moedigde met royaal gebaar oude vrouw achter rollator aan weg over te steken bij zebra.
Achter me werd geclaxonneerd en met verstralers geknipperd. Auto bromde en gromde.
Mijne doet dat pas bij 130 km/u.
Oma was voorbij; ik trok weer op.
Gast deed weer zwaan-kleef-aan. Achter hem reed niemand. Hoopte voor hem dat z’n IQ hoger is dan leeftijd, anders zou tocht uiterste van hem gaan vergen.
Plan C.
Volgde tip van Roos op: zette watersproeier van voorruit langdurig aan. Door wind pletterde alles op ruit van achterligger.
Missie geslaagd.